Stel dat u een aantal wijzigingen hebt aangebracht in de koptekst van een document waardoor die er nu perfect uitziet. U wilt de andere koppen in het document er hetzelfde laten uitzien, maar weet niet meer welke instellingen u precies hebt toegepast. Had u nu 14-punts Arial gebruikt of 16-punts Verdana?
In Microsoft Word 2002 worden deze opmaakinstellingen voor u bewaard, zodat u deze later door simpelweg te klikken opnieuw kunt toepassen. Hierdoor kunt u het uiterlijk van uw documenten consistent houden en tijd besparen.
Terwijl u in een document werkt, wordt de opmaakinformatie bijgehouden (opgeslagen) in het taakvenster Stijlen en opmaak. Als u niet wilt dat opmaak wordt opgeslagen, kunt u deze instelling echter ook uitschakelen.
U kunt opmaak eenvoudig opnieuw op tekst toepassen door de tekst die u wilt opmaken in het document te selecteren en vervolgens in het taakvenster op de beschrijving van het opmaakprofiel te klikken.

In het taakvenster worden opmaakgegevens weergegeven
Als u in een document bijvoorbeeld de opmaak blauw, cursief, 11-punts toepast op citaten, wordt deze opmaak in het taakvenster weergegeven. Selecteer de tekst en klik in het taakvenster op de opmaakbeschrijving als u de opmaak op nieuwe tekst wilt toepassen.
Opmaak opnieuw toepassen
Met deze procedure past u opmaak toe die u elders in een document al hebt gebruikt.
- Klik op de werkbalk Opmaak op Stijlen en opmaak als het taakvenster Stijlen en opmaak niet is geopend.
- Selecteer de tekst die u wilt opmaken.
- Klik in het taakvenster Stijlen en opmaak op de opmaak die u wilt toepassen.
Tips
- Wijs in het taakvenster Stijlen en opmaak een opmaakbeschrijving aan als u de detailgegevens van het desbetreffende opmaakprofiel wilt weergeven. De opmaakgegevens worden in de vorm van scherminfo weergegeven.
- Klik in de tekst die de opmaak bevat en klik op Alles selecteren als u alle tekst wilt selecteren die is opgemaakt met een specifiek opmaakprofiel.
Het bijhouden van de opmaak in- of uitschakelen
Standaard worden in Word opmaakgegevens tijdens het typen bijgehouden (opgeslagen), maar u kunt deze functie uitschakelen.
- Klik in het menu Extra op Opties en klik op de tab Bewerken.
- Schakel onder Opties voor bewerken het selectievakje Opmaak bijhouden in of uit.
Een opmaakprofiel wijzigen
Stel dat u een kopopmaakprofiel hebt toegepast op alle koppen in het document en vervolgens besluit de koppen iets groter te maken. U hoeft nu niet terug te gaan naar elke afzonderlijke kop, maar kunt gewoon de eigenschappen van het kopopmaakprofiel wijzigen. Alle koppen waarop dat opmaakprofiel is toegepast, worden dan automatisch bijgewerkt.
- Klik op de werkbalk Opmaak op Stijlen en opmaak als het taakvenster Stijlen en opmaak niet is geopend.
- Klik met de rechtermuisknop op het opmaakprofiel dat u wilt wijzigen en klik op Wijzigen.
- Selecteer de gewenste opties.
- Klik op Opmaak en selecteer het kenmerk dat u wilt wijzigen, bijvoorbeeld Lettertype of Nummering, als u meer opties wilt weergeven.
Klik op OK nadat u een kenmerk hebt gewijzigd en herhaal deze procedure voor eventuele andere kenmerken die u wilt wijzigen.
Opmaak opnieuw gebruiken in andere documenten
Door opmaak vanuit het taakvenster Stijlen en opmaak opnieuw toe te passen kunt u snel consistente en professioneel ogende documenten maken.
Stel dat u in een document werkt dat u regelmatig opstelt, bijvoorbeeld een statusrapport, en u voor het volgende statusrapport dezelfde opmaak wilt gebruiken.
Elk Word-document is gebaseerd op een sjabloon, die opmaakprofielen, AutoTekst-fragmenten, macro's, werkbalken en standaardtekst kan bevatten. U kunt de opmaakprofielen die u opnieuw wilt gebruiken in de sjabloon opslaan. De volgende keer dat u een document maakt dat op die sjabloon is gebaseerd, zijn de opmaakprofielen beschikbaar.
Wanneer u een leeg document maakt, gebruikt u de normale sjabloon, maar u kunt ook specifieke sjablonen maken om brieven, rapporten, agenda's en andere soorten documenten te maken. Wanneer u een opmaakprofiel in een sjabloon opslaat, wordt het opmaakprofiel opgeslagen in de sjabloon waarop het actieve document is gebaseerd.
Volg de procedure voor het wijzigen van een opmaakprofiel als u een opmaakprofiel aan een sjabloon wilt toevoegen. Schakel het selectievakje Aan sjabloon toevoegen in het dialoogvenster Opmaakprofiel wijzigen in.