- Als het taakvenster (taakvenster: een venster in een Office-programma dat veelgebruikte opdrachten bevat. De plaats en de geringe afmetingen van het venster maken het mogelijk deze opdrachten te gebruiken terwijl u verder werkt aan uw bestanden.) Opmaakprofielen en opmaak niet is geopend, klikt u op Opmaakprofielen en opmaak
op de werkbalk (werkbalk: een balk met knoppen en opties die u kunt gebruiken om opdrachten uit te voeren. U kunt een werkbalk weergeven door op ALT en vervolgens op SHIFT+F10 te klikken.) Opmaak.
- Klik met de rechtermuisknop op het opmaakprofiel dat u wilt wijzigen en klik vervolgens op Wijzigen.
- Selecteer de gewenste opties.
- Als u meer opties wilt weergeven, klikt u op Opmaak en vervolgens op het kenmerk (bijvoorbeeld Lettertype of Nummering) dat u wilt wijzigen.
Klik na elk gewijzigd kenmerk op OK en herhaal deze stappen voor de andere kenmerken die u wilt wijzigen.
Tip