De arcering, kleur of grafische opvulling wijzigen

Ga op een van de volgende manieren te werk:

WeergevenArcering in tekst of een tabel wijzigen

  1. Selecteer de tekst- of tabel (tabel: een of meer rijen met cellen die worden gebruikt om getallen en andere elementen overzichtelijk weer te geven. Items in een tabel zijn gerangschikt in rijen en kolommen.)arcering die u wilt wijzigen.

Als u bepaalde tabelcellen (cel: een vak op het snijpunt van een rij en een kolom in een werkblad of een tabel. Tabel- en werkbladgegevens worden ingevoerd in cellen.) wilt arceren, selecteert u de gewenste cellen, inclusief de celeindemarkeringen.

Cellen en eindecelmarkering selecteren

  1. Klik op Randen en arcering in het menu Opmaak en klik vervolgens op het tabblad Arcering.
  2. Selecteer de opties die u wilt wijzigen.

WeergevenTip

Als u de arcering in een complexe tabel of in meerdere onderdelen van een document wilt wijzigen, kunt u de werkbalk (werkbalk: een balk met knoppen en opties die u kunt gebruiken om opdrachten uit te voeren. U kunt een werkbalk weergeven door op ALT en vervolgens op SHIFT+F10 te klikken.) Tabellen en randen gebruiken.

WeergevenDe kleur of het decoratieve effect van een grafisch object wijzigen

WeergevenDe omtrekken van een tekenobject wijzigen

  1. Selecteer de AutoVorm (AutoVormen: een groep kant-en-klare vormen, die onder andere basisvormen bevat, zoals rechthoeken en cirkels, maar ook een grote verscheidenheid aan lijnen en verbindingslijnen, blokpijlen, stroomdiagramsymbolen, sterren, vaandels en toelichtingen.), het tekstvak (tekstvak: een vak voor tekst of afbeeldingen, dat kan worden verplaatst en vergroot/verkleind. Met tekstvakken kunt u meerdere tekstblokken op één pagina plaatsen of tekst een andere afdrukrichting geven dan de overige tekst in het document.) of de WordArt (WordArt: tekstobjecten die u maakt met kant-en-klare effecten waarop u aanvullende opmaakopties kunt toepassen.) die u wilt wijzigen.
  2. Als u de kleur van de lijnen wilt veranderen, klikt u op de pijl naast Lijnkleur Knopvlak op de werkbalk (werkbalk: een balk met knoppen en opties die u kunt gebruiken om opdrachten uit te voeren. U kunt een werkbalk weergeven door op ALT en vervolgens op SHIFT+F10 te klikken.) Tekenen en voert u een van de volgende handelingen uit:
    • Als u een effen kleur wilt gebruiken, klikt u op de gewenste kleur of klikt u op Meer lijnkleuren voor meer opties.
    • Als u een decoratieve lijn wilt toepassen, klikt u op Patroonlijnen. Selecteer de gewenste opties.

 Opmerking   Voor patroonlijnen gebruikt u het best dikke lijnen.

  1. Als u de lijn wilt veranderen in een gestreept of effen patroon, klikt u op Streepstijl Knopvlak op de werkbalk Tekenen en selecteert u een stijl.
  2. Als u de dikte of stijl van de lijn wilt veranderen, klikt u op Lijnstijl Knopvlak op de werkbalk Tekenen en selecteert u een stijl, of klikt u op Meer lijnen en selecteert u de gewenste opties.
 
 
Van toepassing op:
Word 2003