Richtlijnen voor het indienen van Microsoft Office PowerPoint 2007-sjablonen

 Belangrijk    Dit artikel bevat richtlijnen en aanbevolen procedures voor Microsoft-partners die Microsoft Office PowerPoint 2007-sjablonen willen maken die voldoen aan de publicatievereisten voor de Microsoft Office Online-website voor sjablonen. Zie Wat is een sjabloon? voor informatie over het maken, wijzigen of toepassen van sjablonen.

Naast installatievereisten worden in dit artikel functies en opties besproken die veel worden gebruikt om Microsoft Office PowerPoint 2007-sjablonen te maken.

Wanneer u sjablonen maakt, is het raadzaam u te verdiepen in een aantal belangrijke aspecten van de inhoud die u wilt publiceren en in uw potentiële doelgroep. Het is aan te raden om Wat u moet weten voordat u een sjabloon maakt en Sjablonen beter toegankelijk maken voor gebruikers met een handicap te lezen voordat u een sjabloon voor publicatie indient.

In dit artikel


Installatievereisten

Zorg ervoor dat de computer waarmee u sjablonen maakt en test, voldoet aan de volgende vereisten voor het besturingssysteem en de toepassing.

Vereisten voor het besturingssysteem

  • Om veiligheidsredenen moet u ervoor zorgen dat de aanbevolen beveiligingsinstellingen voor het besturingssysteem zijn ingeschakeld en dat de antivirussoftware up-to-date is.
  • Zorg ervoor dat de taal waarin u een sjabloon maakt, overeenkomt met de taal die u gebruikt voor uw besturingssysteem en PowerPoint 2007.

Vereisten voor de toepassing

  • Gebruik alleen een nieuwe installatie van PowerPoint 2007, bijvoorbeeld een installatie zonder extra lettertypen of invoegtoepassingen. Zo is de kans het grootst dat uw sjablonen op de computers van de meeste klanten zullen werken.
  • Gebruik de standaardopties voor de pagina-instelling voor PowerPoint 2007. Zo zorgt u ervoor dat de meeste klanten uw sjablonen probleemloos kunnen weergeven en afdrukken.

Terug naar boven Terug naar boven

PowerPoint 2007-sjablonen

PowerPoint 2007-sjablonen kunnen voorbeeldtekst en afbeeldingen bevatten om gebruikers op weg te helpen, bijvoorbeeld bij het maken van onderscheidingen, certificaten en kalenders. Gebruik thema's in PowerPoint 2007 om diamodellen, indelingen en voorbeelddia's voor uw sjablonen te maken.

Documentthema's van 2007 Microsoft Office system

Een documentthema bestaat uit een set themakleuren, -lettertypen en -effecten. Elk document dat u maakt met PowerPoint 2007, Microsoft Office Word 2007 of Microsoft Office Excel 2007 heeft een thema, zelfs lege, nieuwe documenten. Bovendien bevatten thema's ontwerpen voor diamodellen en dia-achtergronden voor gebruik in PowerPoint 2007. Het standaardthema is het Office-thema, dat een witte achtergrond heeft en donkere, subtiele kleuren. Wanneer u een nieuw thema toepast, wordt het Office-thema vervangen door een nieuw uiterlijk, bijvoorbeeld door de donkere achtergrond en de heldere kleuren van het thema Metro. Alle inhoud (zoals tekst, tabellen en SmartArt-afbeeldingen) moet dynamisch zijn gekoppeld aan het thema, zodat het uiterlijk van uw inhoud automatisch wordt gewijzigd wanneer u het thema wijzigt.

Wanneer uw diamodellen en voorbeelddia's zijn gemaakt met thema-elementen, wordt niet alleen de achtergrondkleur aangepast als u het thema van uw presentatie wijzigt, maar ook de kleuren, stijlen en lettertypen van de diagrammen, tabellen, grafieken, vormen en tekst binnen uw presentatie.

Documentthema's worden tussen Office-programma's gedeeld, zodat al uw Office-documenten een consistente opmaak kunnen hebben. U kunt bijvoorbeeld hetzelfde thema toepassen op een PowerPoint 2007-presentatie, een Word 2007-document en een Excel 2007-werkblad.

De verschillen tussen thema's en sjablonen

Thema's zijn wat u ziet in de galerie Thema's. Hoewel een thema een zelfstandig bestandstype kan zijn (.THMX), is een thema toegepast op elke presentatie (.PPTX) of sjabloon (.POTX) die u maakt met PowerPoint 2007. Thema's bevatten geen tekst of afbeeldingen voor afzonderlijke dia's, maar themakleuren, lettertypen, effecten, achtergronden, diamodellen en dia-indelingen. Thema's zijn van toepassing op alle onderdelen van uw presentatie, inclusief tekst en gegevens.

Maak een sjabloon (.POTX) wanneer u een document nodig hebt als 'begindocument' (dus een presentatie die dia's met voorbeeldinhoud bevat). Naast de aanpasbare thema-elementen die in de sjabloon zijn opgeslagen (zoals diamodellen en indelingen waarmee uw dia's worden opgemaakt), kan een sjabloon voorbeelddia's met tekst en afbeeldingen bevatten.

Vergelijking tussen PowerPoint 2003-diaontwerpen en PowerPoint 2007-ontwerpfuncties

Als u in PowerPoint 2003 het uiterlijk van uw presentatie wilde wijzigen (zoals het type en de grootte van opsommingstekens, achtergrondopmaak en opvulkleuren, en de grootte en positie van tijdelijke aanduidingen), opende u het taakvenster Diaontwerp en paste u een 'ontwerpsjabloon' toe.' In PowerPoint 2007 past u een thema toe om soortgelijke resultaten te verkrijgen. De galerie Thema's op het tabblad Ontwerpen van het lint in 2007 vervangt het taakvenster Diaontwerp in 2003.

Een PowerPoint 2003-sjabloon kan een of meer diaontwerpen bevatten (op basis van het aantal diamodellen). Een PowerPoint 2007-sjabloon kan ook meerdere diamodellen bevatten, die elk als apart item worden weergegeven in de groep Thema's. Een PowerPoint 2007-sjabloon kan echter slechts één volledig thema bevatten (één set kleuren, lettertypen, effecten en één achtergrondgroep).

In PowerPoint 2003 werden diaontwerpen geleverd met hun eigen set kleurenschema's, die alleen met PowerPoint werkten. In PowerPoint 2007 werken themakleuren, -lettertypen en -effecten ook met Word 2007 en Excel 2007. Diaontwerpen van PowerPoint 2003 (in het product ook 'ontwerpsjablonen' genoemd) waren bedoeld om u één snelle, aantrekkelijke oplossing te bieden. Met thema's beschikt u over meerdere opties waarmee u dynamisch thema's kunt omwisselen, waardoor uw presentatie direct een geheel ander uiterlijk krijgt.

Terug naar boven Terug naar boven

Dia's ontwerpen met thema's, kleuren, lettertypen, effecten en achtergrondstijlen

In deze sectie komen veelgebruikte opties op het tabblad Ontwerpen van het lint in PowerPoint 2007 aan bod.

Thema's

U kunt een documentthema toepassen op alle dia's, alleen op geselecteerde dia's of op het diamodel. Klik met de rechtermuisknop op het documentthema en klik op de gewenste optie.

Als u een documentthema wilt aanpassen, wijzigt u de kleuren, lettertypen en/of grafische effecten door nieuwe keuzes te maken in de groep Thema's op het tabblad Ontwerpen terwijl uw thema is geselecteerd. Wijzigingen die u aanbrengt in een of meer van deze themaonderdelen, worden onmiddellijk geïmplementeerd in de stijlen die u in het actieve document hebt toegepast. Een combinatie van de verschillende typen effecten die u kunt weergeven in de opmaakvensters voor PowerPoint 2007-afbeeldingen, worden gebruikt om de verschillende groepen voor grafische opmaak in te vullen, zoals SmartArt-afbeeldingsindelingen, Grafiekstijlen, Vormstijlen en (alleen in PowerPoint 2007) Tabelstijlen (inclusief lijn- en opvulopmaak, schaduwen, 3D-opmaak, 3D-rotatie en dergelijke).

Een aangepast documentthema wordt opgeslagen in de map Document Themes (Documents and Settings\[gebruikersnaam]\Application Data\Microsoft\Templates\Document Themes) en wordt automatisch toegevoegd aan de lijst met aangepaste thema's (ook opgeslagen in de map Document Themes).

Kleuren

Met themakleuren wordt aangegeven hoe kleuren worden toegepast op uw grafieken, SmartArt-afbeeldingen en vormen. Door ingebouwde kleuren op het tabblad Ontwerpen te gebruiken, kunt u verschillende kleurensets kiezen om snel het uiterlijk van deze objecten te wijzigen. U kunt ook zelf themakleuren maken.

Lettertypen

Gebruik alleen lettertypen die met Windows en Office 2007 worden geleverd, hetgeen het geval is als u een nieuwe installatie gebruikt. Als u extra lettertypen downloadt en toepast, worden uw sjablonen mogelijk niet juist afgedrukt of weergegeven voor klanten die deze lettertypen niet hebben. U kunt ingebouwde lettertypen vinden op het tabblad Ontwerpen. Zie Lettertypen bij verschillende versies van Office en Lettertypen bij Microsoft-producten.

Effecten

Met thema-effecten wordt aangegeven hoe effecten worden toegepast op uw grafieken, SmartArt-afbeeldingen en vormen. Door ingebouwde effecten op het tabblad Ontwerpen te gebruiken, kunt u verschillende effectensets kiezen om snel het uiterlijk van deze objecten te wijzigen. Hoewel u geen eigen set thema-effecten kunt maken, kunt u wel kiezen welk effect u wilt gebruiken in uw eigen thema.

Achtergrondstijlen

Achtergrondstijlen zijn een combinatie van themakleuren en -effecten die alleen worden toegepast in de galerie Achtergrondstijlen, die opvuleffecten kan bevatten (inclusief afbeeldingen). Wanneer u documentthema's wijzigt, worden de achtergrondstijlen bijgewerkt met de nieuwe themakleuren en achtergronden. Als u alleen de achtergrond van uw presentatie wilt wijzigen, moet u een andere achtergrondstijl kiezen. Wanneer u documentthema's wijzigt, wijzigt u veel meer dan alleen de achtergrond: u kunt dan ook de set kleuren, lettertypen voor kop- en hoofdtekst, lijn- en opvulstijlen en thema-effecten wijzigen.

  • Achtergrondstijlen worden als miniaturen weergegeven in de galerie Achtergrondstijlen. Als u de muisaanwijzer op een miniatuur van een achtergrondstijl plaatst, ziet u een voorbeeld van de achtergrondstijl in de huidige presentatie. Als de achtergrondstijl u bevalt, klikt u om de achtergrondstijl toe te passen. U kunt ook unieke achtergronden vanuit de galerie toepassen op specifieke diamodellen, indelingen of dia's.
  • Als u de beschikbare achtergrondstijlen wilt wijzigen, wijzigt u het thema of de themakleuren. De achtergrondstijlen worden vervolgens bijgewerkt met de nieuwe themakleuren en achtergronden.
  • Als u de galerie Achtergrondstijlen (of een andere galerie op het lint) aan de werkbalk Snelle toegang wilt toevoegen, klikt u met de rechtermuisknop op een miniatuur en klikt u op Galerie toevoegen aan werkbalk Snelle toegang.

Terug naar boven Terug naar boven

Diamodellen gebruiken

Wanneer u begint met een lege sjabloon, kunt u uw dia's een consistent uiterlijk geven door het diamodel aan te passen. U hoeft dan niet elke afzonderlijke dia aan te passen. Als u een diamodel wilt aanpassen, geeft u de posities van tekst en objecten op een dia op.

Een sjabloonbestand (.POTX) kan een of meer diamodellen bevatten. Elk diamodel bevat één set met elf ingebouwde indelingen (waarvan er negen beschikbaar zijn voor Nederlandstalige gebruikers) en kan ook aangepaste ontwerpen bevatten.

  • Werk in de weergave Diamodel om een diamodel te maken en bewerken.
  • Het is raadzaam om een diamodel te maken voordat u afzonderlijke dia's gaat maken. Als u eerst het diamodel maakt, worden alle dia's die u aan de presentatie toevoegt, gebaseerd op het diamodel. Als u echter een diamodel maakt nadat u bent begonnen met het maken van afzonderlijke dia's, komen sommige items op de dia's mogelijk niet overeen met het ontwerp van het diamodel.

Terug naar boven Terug naar boven

Aangepaste dia-indelingen maken

Overzicht van indelingen

U kunt indelingen gebruiken om de objecten en de tekst van een dia op de juiste plek te zetten. Een indeling is een onderdeel van een diamodel waarin wordt aangegeven waar de inhoud op de dia terechtkomt. Indelingen bevatten tijdelijke aanduidingen die op hun beurt weer tekst (zoals titels en lijsten met opsommingstekens) en objecten (zoals SmartArt-afbeeldingen, tabellen, grafieken, andere afbeeldingen, vormen en illustraties) bevatten. U kunt tijdelijke aanduidingen voor tekst en objecten toevoegen aan een indeling of een diamodel, maar u kunt tijdelijke aanduidingen niet rechtstreeks toevoegen aan een dia.

PowerPoint 2007 bevat ingebouwde standaardindelingen. Verder kunt u zelf aangepaste indelingen maken die tegemoetkomen aan de behoeften van uw organisatie. Zo kunnen de mensen van uw organisatie voor het maken van presentaties zowel de standaardindelingen als de door u aangepaste indelingen gebruiken.

Standaardindelingen

De standaardindelingen die beschikbaar zijn in PowerPoint 2007, lijken op die van PowerPoint 2003 en eerdere versies.

PowerPoint 2007 bevat de volgende negen ingebouwde indelingen:

  • Titeldia
  • Titel en object
  • Sectiekop
  • Inhoud van twee
  • Vergelijking
  • Alleen titel
  • Leeg
  • Inhoud met bijschrift
  • Afbeelding met bijschrift

(In totaal zijn er elf indelingen als we twee Japanse indelingen meerekenen (Titel en verticale tekst en Verticale titel en tekst), die alleen in de galerie Indeling worden weergegeven als u Japans hebt ingeschakeld op de computer. Deze twee indelingen worden echter altijd weergegeven in de weergave Diamodel.)

Aangepaste indelingen

U kunt grafische achtergrondelementen (zoals afbeeldingen of vormen) die u toevoegt aan het diamodel of afzonderlijke indelingen, niet aanpassen. U kunt deze elementen echter wel verbergen (in de groep Achtergrond op het tabblad Diamodel).

Als u geen standaardindeling kunt vinden die tegemoetkomt aan uw behoeften of die van de mensen van uw bedrijf die presentaties maken, kunt u een ingebouwde indeling aanpassen. U kunt ook herbruikbare aangepaste indelingen maken waarmee het aantal, de grootte en de plaats van tijdelijke aanduidingen en achtergrondinhoud worden gedefinieerd. Ook kunt u aangepaste indelingen opnemen in een sjabloon, zodat u nooit meer kostbare tijd verspilt aan het knippen en plakken van uw indelingen in nieuwe dia's of het verwijderen van inhoud van een dia die u van nieuwe inhoud wilt voorzien. Aangezien afzonderlijke indelingen kunnen worden aangepast, is de kans ook kleiner dat u meerdere modellen nodig hebt voor enkele unieke dia's.

Terug naar boven Terug naar boven

Tijdelijke aanduidingen in aangepaste indelingen gebruiken

Aangepaste indelingen kunnen elk gewenst aantal tijdelijke aanduidingen bevatten. U kunt de volgende typen op tekst en objecten gebaseerde tijdelijke aanduidingen toevoegen om een aangepaste indeling te maken:

  • Inhoud
  • Tekst
  • Afbeelding
  • Grafiek
  • Tabel
  • Diagram
  • Media
  • Illustraties

U kunt tijdelijke aanduidingen voor tekst en objecten toevoegen aan een indeling of een diamodel, maar u kunt tijdelijke aanduidingen niet rechtstreeks toevoegen aan een dia.

Terug naar boven Terug naar boven

Afbeeldingen en illustraties invoegen

Afbeeldingen en illustraties worden in deze sectie allemaal afbeeldingen genoemd, uitgezonderd die gevallen waar specifieke richtlijnen gelden voor een van deze categorieën. Deze functies zijn beschikbaar op het tabblad Invoegen van het lint van PowerPoint 2007 en in tijdelijke aanduidingen voor inhoud en afbeeldingen op sommige dia-indelingen.

Wettelijke verantwoordelijkheden

Controleer voordat u afbeeldingen in een sjabloon opneemt of er geen auteursrecht of merkrecht op de afbeeldingen rust en of de afbeeldingen geschikt zijn om te worden verspreid.

Afbeeldingsindeling

U kunt vector- of bitmapbestanden invoegen, maar voor de beste balans tussen beeldkwaliteit en bestandsgrootte kunt u het beste de volgende bestandstypen gebruiken:

  • JPEG File Interchange Format (JPEG-, JPG-, JFIF- of JPE-bestanden)
  • Portable Network Graphics (PNG-bestanden)
  • Windows Enhanced Metafile (EMF-bestanden)

Afbeeldingsresolutie

De gewenste resolutie is afhankelijk van de manier waarop u een sjabloon wilt gebruiken:

  • Als de sjabloon alleen online wordt weergegeven, kiest u een resolutie van 72 dpi.
  • Als de sjabloon wordt afgedrukt of als de sjabloon zowel in afgedrukte vorm als online wordt gebruikt, kiest u een resolutie van 150 of 200 dpi.
  • Als u de afbeeldingsresolutie wilt testen, moet u de sjabloon afdrukken met een thuisprinter. Met professionele printers krijgt u een resolutie van 300 dpi, maar de meeste printers halen maximaal 150 tot 200 dpi.

Richtlijnen voor het invoegen en opmaken van afbeeldingen

U kunt afbeeldingen aan een sjabloon toevoegen door deze in het diamodel of rechtstreeks in een dia te plaatsen. Onthoud het volgende als u niet zeker weet welke optie u moet gebruiken:

  • Plaats een afbeelding in het diamodel als deze moet worden weergegeven op elke dia in een presentatie.
  • Plaats een afbeelding in een dia-indeling als deze moet worden weergegeven op alle dia's met een soortgelijke indeling.
  • Plaats een afbeelding in de afzonderlijke dia's als deze alleen moet worden weergegeven op één dia of enkele dia's in de presentatie.
  • Voeg aangepaste tijdelijke aanduidingen alleen toe aan aangepaste indelingen, zodat de ingebouwde indelingen in uw sjablonen werken met alle ingebouwde thema's.
  • Wijzig het formaat van foto's niet binnen een sjabloon. Gebruik in plaats hiervan een programma voor fotobewerking om het formaat van foto's te wijzigen en deze op te slaan met de aanbevolen resolutie-instelling voor afdrukken of onlinegebruik.
  • Wanneer u het formaat van een afbeelding moet wijzigen in PowerPoint, houdt u de Shift-toets ingedrukt terwijl u de selectiegrepen op de hoeken sleept om de verhoudingen te behouden. U kunt ook de formaat- en positieopties onder Hulpmiddelen voor afbeeldingen op het tabblad Opmaak gebruiken.

Terug naar boven Terug naar boven

SmartArt-afbeeldingen, tabellen, vormen en grafieken invoegen

SmartArt-afbeeldingen, tabellen, vormen en grafieken zijn beschikbaar op het tabblad Invoegen van het lint van PowerPoint 2007 en in de tijdelijke aanduiding voor inhoud op sommige dia-indelingen.

SmartArt-afbeeldingen

Mogelijk wilt u geen afzonderlijke vormen toevoegen om een tekening te maken, maar een SmartArt-afbeelding maken. In een SmartArt-afbeelding wordt de rangschikking van de vormen en de hoeveelheid tekst binnen deze vormen automatisch bijgewerkt als u vormen toevoegt of verwijdert en uw tekst bewerkt.

Met SmartArt-afbeeldingen kunt u bewerkbare illustraties van uw informatie in een PowerPoint 2007-presentatie maken. Aangezien PowerPoint 2007-presentaties vaak dia's met lijsten met opsommingstekens bevatten, kunt u diatekst snel converteren naar een SmartArt-afbeelding. Bovendien kunt u animaties toevoegen aan uw SmartArt-afbeelding in PowerPoint.

  • Plaats een afbeelding in het diamodel als deze moet worden weergegeven op elke dia in een presentatie.
  • U kunt de kleur van een volledige SmartArt-afbeelding wijzigen in de groep SmartArt-stijlen op het contextuele tabblad Ontwerpen van Hulpmiddelen voor SmartArt. Dit tabblad bevat ook de knop Kleuren wijzigen. Alle kleuropties zijn gekoppeld aan themakleuren.
  • U kunt een SmartArt-stijl toepassen op een SmartArt-afbeelding.
  • Als een dia al tekst bevat, kunt u de tekst converteren naar een SmartArt-afbeelding.
  • U kunt ook tekst en vormen aan uw SmartArt-afbeelding toevoegen in het tekstvenster van de SmartArt-afbeelding.

Tabellen

In Office 2007 is de tabelfunctie van PowerPoint 2007 aanzienlijk verbeterd. Het is nu veel eenvoudiger om tabellen uit Word 2007 of Excel 2007 opnieuw te gebruiken in een PowerPoint 2007-presentatie. Nadat u een tabel in Word 2007 of Excel 2007 hebt gemaakt en opgemaakt, kunt u de tabel als ingesloten object in PowerPoint 2007 plakken om de functionaliteit te behouden. Nadat u de tabel hebt toegevoegd aan de presentatie, kunt u de nieuwe tabelfuncties in PowerPoint 2007 gebruiken om snel de tabelstijl te wijzigen of een effect toe te voegen.

Miniaturen van tabelstijlen worden weergegeven in de galerie Tabelstijlen van het tabblad Ontwerpen in de Hulpmiddelen voor tabellen. Als u de muisaanwijzer op een miniatuur van een snelle stijl plaatst, ziet u welk effect de snelle stijl op de tabel heeft.

Een tabelstijl is een combinatie van verschillende opmaakopties, zoals kleurencombinaties die van de themakleuren van de presentatie worden afgeleid. Tabelstijlen onder de kop Best overeenkomend voor document bevatten ook thema-effecten.

Vormen

U kunt één vorm aan uw PowerPoint 2007-sjabloon toevoegen of meerdere vormen combineren om een tekening of een complexere vorm te maken. De beschikbare vormen zijn lijnen, eenvoudige geometrische vormen, pijlen, vergelijkingsvormen, vormen voor stroomdiagrammen, sterren, vaandels en toelichtingen.

Gebruik ingebouwde vormstijlen om het uiterlijk van vormen te wijzigen. Houd er rekening mee dat vormstijlen worden bepaald door thema-effecten.

Grafieken

In PowerPoint 2007 bieden grafieken dezelfde flexibiliteit als in Excel 2007 (maar alleen als u Excel 2007 op de computer hebt geïnstalleerd). Bovendien worden grafiekstijlen bepaald door themakleuren en -effecten.

Terug naar boven Terug naar boven

Besturingselementen en macro's gebruiken

Besturingselementen en macrofuncties zijn beschikbaar op het tabblad Ontwikkelaars van het lint van PowerPoint 2007.

 Opmerking   Wanneer u PowerPoint 2007 installeert, is het tabblad Ontwikkelaars niet standaard ingeschakeld. Als u dit nog niet hebt gedaan, kunt u het tabblad inschakelen met behulp van de optie op het tabblad Populair van het dialoogvenster Opties voor PowerPoint.

 Belangrijk   Neem contact op met uw Microsoft-vertegenwoordiger voordat u sjablonen met macro's indient. Om veiligheidsredenen moeten sjablonen die macro's bevatten, door Microsoft worden beoordeeld en digitaal worden ondertekend voordat de sjablonen online kunnen worden gepubliceerd. Sjablonen die digitaal door derden zijn ondertekend, kunnen niet worden gepubliceerd en moeten worden ingediend zonder digitale handtekening.

Terug naar boven Terug naar boven

Werken met tijdelijke aanduidingen en voorbeeldtekst

Met voorbeeldtekst in tijdelijke aanduidingen moet duidelijk worden aangegeven welk type informatie klanten moeten invoeren wanneer ze met een sjabloon werken. Houd u aan de volgende richtlijnen voor tijdelijke aanduidingen en voorbeeldtekst:

Tijdelijke aanduidingen opmaken

  • Ankerpunten voor tijdelijke aanduidingen kunnen verschillen per ontwerp. Het middelste anker wordt standaard gebruikt voor tijdelijke aanduidingen voor titels. Het bovenste anker wordt standaard gebruikt voor tijdelijke aanduidingen voor hoofd-, kop- en voettekst.
  • Groepeer tijdelijke aanduidingen niet. Groepeer alle overige afbeeldingen, inclusief tekstvakken die afbeeldingen bevatten.

Voorbeeldtekst opmaken

  • Tekst in besturingselementen wordt automatisch bijgewerkt als een gebruiker de dia-indeling, de ontwerpsjabloon of het kleurenschema wijzigt. Tekst buiten besturingselementen wordt niet automatisch bijgewerkt.
  • Zorg ervoor dat alle tekst voor tijdelijke aanduidingen op de voorgrond wordt weergegeven en dat deze tekst niet wordt overlapt door tekstvakken, vormen of andere afbeeldingen.
  • Plaats tekst voor tijdelijke aanduidingen en voorbeeldtekst niet tussen haakjes en maak tekst voor tijdelijke aanduidingen niet handmatig op.
  • Zorg ervoor dat de interpunctie en het hoofdlettergebruik kloppen.
  • Als u regels wilt maken waar tekst moet worden ingevoerd of geschreven, zoals een handtekeningregel, gebruikt u een tabelcel met een onderrand, een alineaonderrand of een onderstreept tabopvulteken. Gebruik geen onderstrepingstekens. Die kunnen namelijk niet online worden 'ingevuld' en worden in een afgedrukte versie als stippellijn weergegeven.
  • Gebruik ofwel instructies ofwel voorbeeldtekst, en pas deze keuze consequent toe binnen een sjabloon. Schrijf bijvoorbeeld 'Adres, postcode, plaats' of 'Dorpsstraat 1, 4500 AA Vijfhuizen', maar gebruik niet beide in dezelfde sjabloon. Zie Adressen, telefoonnummers, websites en e-mailadressen verderop in dit document voor meer informatie over de wettelijke naamgevingsvereisten.
  • Als u algemene tekst voor tijdelijke aanduidingen wilt gebruiken in plaats van voorbeeldtekst, gebruikt u de tekst en constructies uit Algemene tekst voor tijdelijke aanduidingen verderop in dit document.
  • Maak alle tekst in besturingselementen op met ingebouwde kleuren, lettertypen en effecten. Maak de tekst niet handmatig op.

Adressen, telefoonnummers, websites en e-mailadressen

 Belangrijk   Zorg er met het oog op de bescherming van auteurs-, merk- en privacyrechten voor dat persoons- of bedrijfsnamen, adressen, telefoonnummers, websites en e-mailadressen in uw sjablonen voldoen aan deze wettelijke naamgevingsvereisten voor tekst en constructies.

Adressen

  • Gebruik volgnummers
  • Gebruik veelvoorkomende straatnamen
  • Gebruik een postcode die niet overeenkomt met de plaatsnaam in het adres, bijvoorbeeld Dorpsstraat 1, 4500 AA  Vijfhuizen

Telefoonnummers

  • Gebruik een kengetal dat niet overeenkomt met de plaatsnaam in het adres
  • Gebruik het voorvoegsel 555
  • Gebruik achtervoegsels lopend van 0100 tot 0199, bijvoorbeeld: (425) 555-0150, waarbij 425 niet het juiste kengetal is voor de plaatsnaam die u hebt geselecteerd

E-mailadressen

  • Gebruik iemand@example.com. Dit adres is gereserveerd door Microsoft voor voorbeelddoeleinden.

Namen in het publieke domein

Plaatsen zoals parken en andere openbare stadslocaties bevinden zich in het publieke domein. U kunt zonder merkrechtproblemen naar deze namen verwijzen. Bent u echter niet helemaal zeker van uw zaak, vraag dan toestemming bij de relevante contactpersonen of neem contact op met uw Microsoft-vertegenwoordiger.

U kunt ook openbaar toegankelijke informatie gebruiken van organisaties zoals het Voedingscentrum, maar u moet de desbetreffende organisatie dan wel als bron vermelden. Als u niet zeker weet of informatie of bedrijfsnamen tot het publieke domein behoren, neemt u contact op met de betrokken organisatie om toestemming te vragen.

Bedrijfsnamen en internetadressen

Houd de volgende richtlijnen in acht bij het gebruik van fictieve bedrijfs- of persoonsnamen en internetadressen:

  • Vermijd namen of internetadressen waarvan u weet dat ze echt zijn, met name volledige combinaties.
  • Gebruik algemene of beschrijvende namen, zoals De tandartspraktijk of Het notariskantoor.
  • Gebruik namen van bomen, bijvoorbeeld voor fictieve scholen, zoals Het Beukencollege of Het Eikenlyceum.
  • Doe eerst onderzoek naar uw fictieve naam, op internet, in telefoongidsen en andere openbaar beschikbare bronnen.

Algemene tekst voor tijdelijke aanduidingen

Gebruik de tekst en constructies uit de onderstaande tabel om ervoor te zorgen dat de tekst van tijdelijke aanduidingen consistent is voor alle sjablonen op de website.

Functie Tekst en constructie van tijdelijke aanduiding
Namen

Gebruik de volgende tekst voor tijdelijke aanduidingen om namen van personen of bedrijven aan te geven:

  • Naam geadresseerde
  • Bedrijfsnaam
  • Typ hier uw naam
Slogan bedrijf Typ hier de slogan van uw bedrijf
Contactgegevens bedrijf

Gebruik de volgende tekst voor tijdelijke aanduidingen voor de contactgegevens van een bedrijf:

  • Bedrijfsnaam
  • Adres
  • Adres 2
  • Postcode  Plaats

Bijvoorbeeld: Dorpsstraat 1, 4500 AA  Vijfhuizen

Telefoon- en faxnummers

Ga als volgt te werk om een telefoon- of faxnummer te maken:

  • Gebruik een kengetal dat niet overeenkomt met de plaatsnaam in het adres
  • Gebruik het voorvoegsel 555
  • Gebruik nummers tussen 0100 en 0199 voor het achtervoegsel

Bijvoorbeeld: (425) 555-0150

E-mail- en internetadressen

Gebruik de volgende tekst voor tijdelijke aanduidingen om e-mail- en internetadressen aan te geven:

  • E-mailadres
  • Adres van website
Adresgegevens geadresseerde

Gebruik de volgende tekst voor tijdelijke aanduidingen om adresgegevens voor de geadresseerde aan te geven:

  • Naam geadresseerde
  • Adres
  • Adres 2
  • Postcode  Plaats

Terug naar boven Terug naar boven

Indieningsvereisten

Bestandsindeling

U moet PowerPoint 2007-sjablonen als POTX-bestanden opslaan en indienen voor publicatie.

Bestandsnaam

Wanneer u een PowerPoint 2007-sjabloon opslaat, zorgt u ervoor dat de bestandsnaam:

  • Voldoet aan de 12.4-naamgevingsconventie, wat inhoudt dat de bestandsnaam niet meer dan 12 letters of tekens bevat vóór de vierletterige bestandstype-extensie (bijvoorbeeld: Uitnodiging.potx).
  • Geen spaties of speciale tekens bevat, waaronder apostrofs. Bestandsnamen mogen indien nodig wel koppeltekens of onderstrepingstekens bevatten.
  • Volgnummers bevat voor variaties van een sjabloon waarbij de inhoud (tekst) van de sjabloon niet verandert, maar thema's, afbeeldingen of kleuren wel. Begin door het nummer 2 aan het einde van de bestandsnaam toe te voegen (bijvoorbeeld: Uitnodiging.potx, Uitnodiging2.potx, Uitnodiging3.potx).

Sjabloontitels

Houd u aan de volgende richtlijnen om ervoor te zorgen dat de sjabloontitels consistent zijn en gemakkelijk door klanten zijn terug te vinden in zoekresultaten en bladercategorieën op de Office Online-website:

  • Gebruik zelfstandige naamwoorden en bepalingen in plaats van werkwoorden (al dan niet zelfstandig gebruikt), bijvoorbeeld: 'Tuinaanleg' (maar niet 'Een tuin aanleggen').
  • Plaats bepalingen indien mogelijk na zelfstandige naamwoorden, bijvoorbeeld: 'Boekverslag derde periode' en 'Factuur glazenwasser'.
  • Gebruik alleen een hoofdletter voor het eerste woord van een titel. Gebruik geen hoofdletters voor woorden tussen haakjes, tenzij ze de naam van een ontwerp of een thema bevatten, zoals 'Tuinaanleg (Beplanting)'.
  • Gebruik indien mogelijk niet meer dan 32 tekens.
  • Als u de sjabloontitel in de hoofdtekst van de sjabloon opneemt als voorbeeldtekst, moet u dezelfde titel opnemen in de bestandseigenschappen (in het veld Titel).

Functionele tests

Controleer het volgende als u klaar bent met het maken van een sjabloon:

  • Wanneer u miniaturen op het tabblad Dia's aanwijst, worden de titels van de dia's juist weergegeven.
  • De sjabloon werkt goed met elk ingebouwd thema.
  • Als de sjabloon is bedoeld om te worden afgedrukt, controleert u of de sjabloon goed wordt weergegeven als afdrukvoorbeeld en goed wordt afgedrukt.
  • Als de sjabloon is bedoeld om op het scherm te worden weergegeven, controleert u welke opmaaktypen wel en niet werken in verschillende projectieomgevingen. Kleurovergangen worden bijvoorbeeld niet optimaal weergegeven in een Live Meeting-omgeving waarin een scherm wordt gedeeld (of een vergelijkbare omgeving).
  • Controleer of tabellen, tekstvakken, afbeeldingen en eventuele overige objecten en elementen van het ontwerp die waarschijnlijk door klanten worden gewijzigd, werken zoals de bedoeling is wanneer u tekst toevoegt of verwijdert, afbeeldingen vervangt en de grootte van afbeeldingen of objecten wijzigt.
  • Controleer of tekstkleuren, afbeeldingen en vormen goed zijn te onderscheiden van de achtergrondkleuren, zowel online als in afgedrukte vorm.

Sjablonen opslaan

Ga als volgt te werk nadat u een sjabloon hebt gemaakt en getest maar voordat u de definitieve versie van het bestand indient:

  • Schakel de functie voor het bijhouden van wijzigingen en opmaakmarkeringen uit.
  • Controleer of op het tabblad Beeld van het lint van PowerPoint 2007 de presentatieweergave is ingesteld op Normaal.
  • Stel de zoominstelling in op Dia aanpassen aan huidig venster.
  • Stel de grootte van taakvensters in op de standaardwaarde.
  • Controleer de spelling en grammatica en corrigeer alle fouten.
  • Voer Documentcontrole uit om verborgen metagegevens of persoonlijke gegevens te verwijderen.
  • Sla de sjabloon op als POTX-bestand (of als POTM-bestand als de sjabloon macro's bevat).
  • Controleer het bestand op virussen met behulp van antivirussoftware naar keuze.

Als u een sjabloon wijzigt nadat u de sjabloon hebt getest en opgeslagen, herhaalt u deze stappen voordat u de sjabloon indient voor publicatie.

Terug naar boven Terug naar boven

Snelzoekkaart voor PowerPoint 2007

Neem deze richtlijnen door in combinatie met de vereisten voor testen en opslaan om ervoor te zorgen dat uw sjablonen gereed zijn om te worden ingediend. Zorg er bovendien voor dat uw sjabloon voldoet aan de eisen voor de inhoud en doelgroep die worden beschreven in Wat u moet weten voordat u een sjabloon maakt en Sjablonen beter toegankelijk maken voor gebruikers met een handicap.

Richtlijn Details
Elementen waarop thema's kunnen worden toegepast
  • Als u het thema van een document wilt aanpassen, wijzigt u de kleuren, lettertypen en/of grafische effecten. Wijzigingen die u aanbrengt in een of meer van deze themaonderdelen, worden onmiddellijk geïmplementeerd in de stijlen die u in het actieve document hebt toegepast.
  • Als u de beschikbare achtergrondstijlen wilt wijzigen, wijzigt u het thema of de themakleuren. De achtergrondstijlen worden vervolgens bijgewerkt met de nieuwe themakleuren en achtergronden.
  • Alle vormen worden gekoppeld aan themakleuren en -effecten.
Diamodellen
  • Een sjabloonbestand (.POTX) kan een of meer diamodellen bevatten.
Aangepaste indelingen
  • U kunt herbruikbare aangepaste indelingen maken waarmee het aantal, de grootte en de plaats van tijdelijke aanduidingen en achtergrondinhoud worden gedefinieerd.
  • Aangezien afzonderlijke indelingen kunnen worden aangepast, is de kans ook kleiner dat u meerdere modellen nodig hebt voor enkele unieke dia's.
Afbeeldingen invoegen en opmaken
  • Voeg afbeeldingen naar wens toe aan een afzonderlijke dia, dia-indeling of diamodel.
Tijdelijke aanduidingen en voorbeeldtekst
  • Voeg tijdelijke aanduidingen alleen toe aan aangepaste indelingen, zodat de ingebouwde indelingen in uw sjablonen werken met alle ingebouwde thema's.
  • Tekst voor tijdelijke aanduidingen en voorbeeldtekst worden consistent binnen de sjabloon gebruikt en voldoen aan de wettelijke richtlijnen voor naamgeving.
Tekst
  • De sjabloontitel voldoet aan de vereisten van de Office Online-website.
  • De spelling en grammatica zijn juist.
Indeling
  • Zoomen is ingesteld op Dia aanpassen aan huidig venster (de knop rechtsonder in het venster).
Bestandsindeling
  • De bestandsnaam voldoet aan de 12.4-naamgevingsconventie en bevat geen speciale tekens.
  • Het bestand is opgeslagen in de juiste indeling: .POTX.

Terug naar boven Terug naar boven

 
 
Van toepassing op:
PowerPoint 2007