| Toets |
Beschrijving |
| Ctrl+PgUp |
Schakelen tussen werkbladtabbladen, van links naar rechts. |
| Ctrl+PgDn |
Schakelen tussen werkbladtabbladen, van rechts naar links. |
| Ctrl+Shift+( |
De verborgen rijen in de selectie zichtbaar maken. |
| Ctrl+Shift+& |
De rand op de geselecteerde cellen toepassen. |
| Ctrl+Shift_ |
De rand van de geselecteerde cellen verwijderen. |
| Ctrl+Shift+~ |
De getalnotatie Standaard toepassen. |
| Ctrl+Shift+$ |
De notatie Valuta met twee decimalen toepassen (negatieve getallen tussen haakjes). |
| Ctrl+Shift+% |
De notatie Percentage zonder decimalen toepassen. |
| Ctrl+Shift+^ |
De getalnotatie Wetenschappelijk met twee decimalen toepassen. |
| Ctrl+Shift+# |
De notatie Datum met de dag, de maand en het jaar toepassen. |
| Ctrl+Shift+@ |
De notatie Tijd met uren en minuten en AM of PM toepassen. |
| Ctrl+Shift+! |
De notatie Getal toepassen met twee decimalen, een scheidingsteken voor duizendtallen en het minteken (–) voor negatieve waarden. |
| Ctrl+Shift+* |
Het huidige gebied rondom de actieve cel selecteren (het gegevensgebied dat wordt omsloten door lege rijen en lege kolommen).
In een draaitabel het hele draaitabelrapport selecteren.
|
| Ctrl+Shift+: |
De huidige tijd invoeren. |
| Ctrl+Shift+" |
De waarde in de cel boven de actieve cel naar de cel of formulebalk kopiëren. |
| Ctrl+Shift+Plus (+) |
Het dialoogvenster Invoegen weergeven om lege cellen in te voegen. |
| Ctrl+Minteken (-) |
Het dialoogvenster Verwijderen weergeven om de geselecteerde cellen te verwijderen. |
| Ctrl+; |
De huidige datum invoeren. |
| Ctrl+T |
Schakelen tussen de weergave van celwaarden en formules in het werkblad. |
| Ctrl+' |
De formule in de cel boven de actieve cel naar de cel of formulebalk kopiëren. |
| Ctrl+1 |
Het dialoogvenster Celeigenschappen weergeven. |
| Ctrl+2 |
De opmaak Vet toepassen of verwijderen. |
| Ctrl+3 |
De opmaak Cursief toepassen of verwijderen. |
| Ctrl+4 |
De opmaak Onderstrepen toepassen of verwijderen. |
| Ctrl+5 |
De opmaak Doorhalen toepassen of verwijderen. |
| Ctrl+6 |
Schakelen tussen het verbergen van objecten en weergeven van objecten. |
| Ctrl+8 |
De overzichtsknoppen weergeven of verbergen. |
| Ctrl+9 |
De geselecteerde rijen verbergen. |
| Ctrl+0 |
De geselecteerde kolommen verbergen. |
| Ctrl+A |
Het hele werkblad selecteren.
Als het werkblad gegevens bevat, selecteert u met Ctrl+A het huidige gebied. Als u nogmaals op Ctrl+A drukt, selecteert u het gehele werkblad.
Als de invoegpositie zich rechts van een functienaam in een formule bevindt, wordt het dialoogvenster Functieargumenten weergegeven.
Met Ctrl+Shift+A voegt u de argumentnamen en haakjes in (als de invoegpositie zich rechts van de functienaam in een formule bevindt).
|
| Ctrl+B |
De opmaak Vet toepassen of verwijderen. |
| Ctrl+C |
De geselecteerde cellen kopiëren. |
| Ctrl+D |
De inhoud en opmaak van de bovenste cel in een geselecteerd bereik kopiëren naar de cellen eronder. Hiervoor wordt de opdracht Omlaag doorvoeren gebruikt. |
| Ctrl+F |
Het dialoogvenster Zoeken en vervangen weergeven, waarbij het tabblad Zoeken is geselecteerd.
Dit tabblad kunt u ook weergeven met Shift+F5. Met Shift+F4 kunt u de laatst uitgevoerde Zoeken-opdracht herhalen.
Met Ctrl+Shift+F opent u het dialoogvenster Celeigenschappen, waarbij het tabblad Lettertype is geselecteerd.
|
| Ctrl+G |
Het dialoogvenster Ga naar weergeven.
Dit dialoogvenster wordt ook weergegeven als u op F5 drukt.
|
| Ctrl+H |
Het dialoogvenster Zoeken en vervangen weergeven, waarbij het tabblad Vervangen is geselecteerd. |
| Ctrl+I |
De opmaak Cursief toepassen of verwijderen. |
| Ctrl+K |
Het dialoogvenster Hyperlink invoegen weergeven voor nieuwe hyperlinks of het dialoogvenster Hyperlink bewerken weergeven voor geselecteerde, bestaande hyperlinks. |
| Ctrl+L |
Het dialoogvenster Tabel maken weergeven. |
| Ctrl+N |
Een nieuwe, lege werkmap maken. |
| Ctrl+O |
Het dialoogvenster Openen weergeven om een bestand te openen of te zoeken.
Met Ctrl+Shift+O selecteert u alle cellen die opmerkingen bevatten.
|
| Ctrl+P |
Het tabblad Afdrukken weergeven in Microsoft Office Backstage-weergave.
Met Ctrl+Shift+P opent u het dialoogvenster Celeigenschappen, waarbij het tabblad Lettertype is geselecteerd.
|
| Ctrl+R |
De inhoud en opmaak van de meest linkse cel in een geselecteerd bereik kopiëren naar de cellen rechts ervan. Hiervoor wordt de opdracht Rechts doorvoeren gebruikt. |
| Ctrl+S |
Het actieve bestand opslaan met de huidige naam, locatie en bestandsindeling. |
| Ctrl+T |
Het dialoogvenster Tabel maken weergeven. |
| Ctrl+U |
De opmaak Onderstrepen toepassen of verwijderen.
Met Ctrl+Shift+U schakelt u tussen uitvouwen en samenvouwen van de formulebalk.
|
| Ctrl+V |
De inhoud van het Klembord invoegen bij de invoegpositie en daarmee eventueel geselecteerde cellen vervangen. U kunt deze sneltoets pas gebruiken nadat u een object, tekst of celinhoud hebt geknipt of gekopieerd.
Met Ctrl+Alt+V wordt het dialoogvenster Plakken speciaal weergegeven. Dit is alleen beschikbaar als u een object, tekst of celinhoud hebt geknipt of gekopieerd op een werkblad of in een ander programma.
|
| Ctrl+W |
Het geselecteerde werkmapvenster sluiten. |
| Ctrl+X |
De geselecteerde cellen knippen. |
| Ctrl+Y |
De laatste opdracht of actie herhalen, indien mogelijk. |
| Ctrl+Z |
De laatste opdracht terugdraaien of de laatst getypte invoer verwijderen. Hiervoor wordt de opdracht Ongedaan maken gebruikt. |