Als u voor het eerst werkt met Office in Windows 8 op een aanraakscherm, is het handig om alvast een paar bewegingen te leren zodat u snel aan de slag kunt.
De basisbewegingen:
| Tikken |
|
| Knijpen |
|
| Spreiden |
|
| Schuiven |
|
| Vegen |
|
Hier ziet u hoe het werkt in Office.
In een Office-programma
| Bewerking... |
Beweging… |
| Overschakelen naar de weergave op het volledige scherm |
Tik op de knop Modus Volledig scherm op de titelbalk.
U kunt ook op de knop Weergaveopties voor lint op de titelbalk tikken en vervolgens op Lint automatisch verbergen tikken.
|
| Overschakelen naar de standaardweergave |
Tik op de drie puntjes boven aan het scherm en tik vervolgens op de knop Volledig scherm afsluiten.
U kunt ook eerst op de knop Weergaveopties voor lint tikken en vervolgens op Tabbladen en opdrachten weergeven.
|
| De aanraakmodus inschakelen |
Tik op de knop Aanraakmodus op de werkbalk Snelle toegang.
U kunt ook op het handpictogram Aanraakmodus/Muismodus op de werkbalk Snelle toegang tikken en dan op Aanraken tikken.
(Als u het handpictogram Aanraakmodus/Muismodus niet ziet, kunt u het toevoegen aan de werkbalk Snelle toegang. Raadpleeg hiervoor de instructies voor het aanpassen van de werkbalk Snelle toegang.)
|
| De aanraakmodus uitschakelen |
Tik op de knop Aanraakmodus op de werkbalk Snelle toegang.
U kunt ook op het handpictogram Aanraakmodus/Muismodus op de werkbalk Snelle toegang tikken en dan op Muis tikken.
|
| De werkbalk Snelle toegang aanpassen |
Plaats uw vinger wat langer op een knop op de werkbalk Snelle toegang en laat de knop dan weer los. Maak vervolgens een keuze in het menu dat verschijnt. |
Het schermtoetsenbord gebruiken
| Bewerking... |
Beweging… |
| Het schermtoetsenbord weergeven |
Tik op de knop Schermtoetsenbord op de taakbalk. |
| Het schermtoetsenbord verbergen |
Tik op de knop X op het schermtoetsenbord. |
| Het schermtoetsenbord vastzetten |
Tik op Vastzetten op het schermtoetsenbord, zodat het toetsenbord geopend blijft. |
| Het schermtoetsenbord loskoppelen |
Tik op Loskoppelen op het schermtoetsenbord. |
Navigeren door een bestand
| Bewerking... |
Beweging… |
| Door het document schuiven |
Plaats uw vinger in het document en schuif omhoog of omlaag. |
| Inzoomen |
Spreid twee vingers. |
| Uitzoomen |
Plaats uw duim en wijsvinger op enige afstand van elkaar op het scherm en maak een knijpbeweging (beweeg ze naar elkaar toe). |
Iets selecteren
| Bewerking... |
Beweging… |
| De cursor plaatsen |
Tik in het bestand. |
| Tekst selecteren |
Tik in de tekst en sleep de selectiegreep. |
| Tekst opmaken |
Tik op de geselecteerde tekst en tik vervolgens op een opmaakoptie op de miniwerkbalk. |
Werken met vormen en objecten
| Bewerking... |
Beweging… |
| Verplaatsen |
Plaats uw vinger op het object en verschuif het object. |
| Formaat wijzigen |
Tik op het object en sleep vervolgens de formaatgrepen van het object. |
| Draaien |
Tik op het object en sleep vervolgens de draaigreep van het object. |
In Excel
| Bewerking... |
Beweging… |
| Gegevens in een cel bewerken |
Dubbeltik op de cel. |
| Een gegevensbereik selecteren |
Tik op een cel en sleep de selectiegreep. |
| De inhoud van een cel wissen |
Tik op een cel om deze te selecteren en tik normaals erop om de miniwerkbalk weer te geven. Tik daarna op Wissen. |
In PowerPoint
| Bewerking... |
Beweging… |
| Inzoomen op een dia in de diavoorstellingsweergave |
Spreid twee vingers. |
| Uitzoomen op een dia in de diavoorstellingsweergave |
Plaats uw duim en wijsvinger op enige afstand van elkaar op het scherm en maak een knijpbeweging (beweeg ze naar elkaar toe). |
| Besturingselementen weergeven in de diavoorstellingsweergave |
Tik op een dia. |
| Naar de volgende of vorige dia in de normale weergave |
Veeg snel verticaal over de dia of tik op de miniatuur van de dia in het deelvenster Miniaturen. |
| Meerdere dia's selecteren |
Veeg in het deelvenster Miniaturen of in de diasorteerderweergave horizontaal over elke dia totdat de kleur van de miniatuurrand verandert. |
| De volgorde van dia's wijzigen |
Sleep een dia horizontaal uit het deelvenster Miniaturen en zet deze neer op de nieuwe locatie. |
| Meerdere objecten selecteren |
Tik op een object om dit te selecteren, houd vast en tik ondertussen op de andere objecten. |
| De tekst in een object bewerken |
Dubbeltik op de tekst. |
De weergave-instelling wijzigen
| Gewenste bewerking |
Handeling |
| Tekst en objecten groter maken |
Veeg, tik op Start, veeg omhoog, tik op Alle apps, tik op Configuratiescherm (onder Windows System), tik op Vormgeving en persoonlijke instellingen, tik op Weergave en tik op Normaal - 125%. |