Inleiding tot Excel Starter

Microsoft Excel Starter 2010 is een spreadsheetprogramma dat is ontworpen voor alledaagse taken, zoals het opzetten van een begroting, het onderhouden van een adreslijst of het bijhouden van een takenlijst. Excel Starter maakt deel uit van Microsoft Office Starter 2010 en is vooraf geïnstalleerd op uw computer.

Uiterlijk lijkt Excel Starter 2010 erg op Microsoft Excel 2010. Als u onbekend bent met de lintinterface of de Backstage-weergave, biedt Excel Starter u de mogelijkheid gewend te raken aan de nieuwe interface voordat u een upgrade uitvoert naar Excel 2010.

Het verschil tussen Excel Starter en de volledige versie van Excel is dat in Excel Starter advertenties worden weergegeven en dat het niet de geavanceerde functies van de volledige versie van Excel ondersteunt. Als u meer functionaliteit wilt, kunt u een rechtstreeks vanuit Excel Starter 2010 een upgrade uitvoeren naar Excel 2010. Klik hiervoor op Kopen op het tabblad Start op het lint.

Wat wilt u doen?


Excel Starter openen en verkennen

U opent Excel Starter via de knop Start van Windows.

  1. Klik op de knop StartKnop Start. Als Excel Starter niet wordt weergegeven in de lijst met programma's die u ziet, klikt u op Alle programma's en vervolgens op Microsoft Office Starter.
  2. Klik op Microsoft Excel Starter 2010.

Het beginscherm van Excel Starter verschijnt en er wordt een lege werkmap weergegeven. In Excel Starter wordt een spreadsheet een werkblad genoemd en werkbladen worden opgeslagen in een bestand dat een werkmap wordt genoemd. Werkmappen kunnen een of meer werkbladen bevatten.

Excel Starter

Toelichting 1 Kolommen (aangeduid met letters) en rijen (aangeduid met nummers) vormen de cellen van het werkblad.
Toelichting 2 Wanneer u op het tabblad Bestand klikt, wordt de Backstage-weergave van de werkmap geopend. Hier kunt u bestanden openen en opslaan, informatie over de huidige werkmap opvragen en andere taken uitvoeren die direct betrekking hebben op de inhoud van de werkmap, zoals de werkmap afdrukken of een kopie ervan via e-mail verzenden.
Toelichting 3 Elk tabblad op het lint bevat opdrachten die zijn gegroepeerd op taak. Waarschijnlijk gebruikt u hoofdzakelijk het tabblad Start terwijl u gegevens invoert en opmaakt. Gebruik het tabblad Invoegen om tabellen, grafieken, foto's of andere afbeeldingen toe te voegen aan uw werkblad. Gebruik het tabblad Pagina-indeling om de marges en indeling aan te passen, met name wanneer u gaat afdrukken. Gebruik het tabblad Formules om berekeningen te maken met de gegevens in het werkblad.
Toelichting 4 Het deelvenster aan de zijkant van het venster van Excel Starter bevat koppelingen naar Help en snelkoppelingen naar sjablonen en illustraties waarmee u snel werkmappen kunt maken voor specifieke taken, zoals het beheren van een ledenlijst of het bijhouden van uitgaven. Het deelvenster bevat ook advertenties en een koppeling waarmee u een Office-versie met volledige functionaliteit kunt aanschaffen.

Terug naar boven Terug naar boven

Een nieuwe werkmap maken

Wanneer u een werkmap maakt in Microsoft Excel Starter 2010, kunt u meteen zelf aan de slag gaan of een sjabloon gebruiken, waarbij een deel van het werk al voor u is gedaan.

  1. Klik op Bestand en klik op Nieuw.

Nieuw

  1. Als u wilt beginnen met een leeg raster, klikt u op Lege werkmap.

Lege werkmap

Als u snel een bepaald type werkmap wilt maken, kiest u een van de sjablonen die beschikbaar zijn op Office.com. U kunt kiezen uit begrotingen, evenementenplanners, ledenlijsten en nog veel meer.

Sjablonen

  1. De lege werkmap of de sjabloon wordt geopend in Excel Starter, waarna u uw gegevens kunt toevoegen.

Terug naar boven Terug naar boven

Een werkmap opslaan

Wanneer u uw werk onderbreekt of afsluit, moet u het werkblad opslaan, anders gaat uw werk verloren. Wanneer u uw werkblad opslaat, maakt Excel Starter een bestand, een werkmap genaamd, dat wordt opgeslagen op uw computer.

  1. Klik op de knop Opslaan Knop Opslaan op de werkbalk Snelle toegang.

(Sneltoets: Druk op Ctrl+S.)

Als deze werkmap al is opgeslagen als bestand, worden de aangebrachte wijzigingen direct opgeslagen in de werkmap en kunt u doorgaan met werken.

  1. Als dit een nieuwe werkmap is die u nog niet hebt opgeslagen, geeft u een naam op.
  2. Klik op Opslaan.

Voor meer informatie over werkmappen opslaan en een naam geven raadpleegt u Snel aan de slag: Een werkmap opslaan.

Terug naar boven Terug naar boven

Gegevens invoeren

Als u wilt werken met gegevens in een werkblad, moet u die gegevens eerst invoeren in de cellen in het werkblad.

  1. Klik op een cel en typ gegevens in die cel.
  2. Druk op Enter of Tab om naar de volgende cel te gaan.

Tip      Als u gegevens op een nieuwe regel in een cel wilt typen, drukt u op Alt+Enter om een regeleinde in te voeren.

  1. Als u een reeks gegevens wilt invoeren, zoals dagen, maanden of opeenvolgende getallen, typt u de beginwaarde in een cel en typt u in de volgende cel een waarde om een patroon aan te geven.

Als u bijvoorbeeld de reeks 1, 2, 3, 4, 5... wilt instellen, typt u 1 en 2 in de eerste twee cellen.

Selecteer de cellen die de beginwaarden bevatten en sleep de vulgreep (vulgreep: het zwarte vierkantje in de rechterbenedenhoek van de selectie. Wanneer u de vulgreep aanwijst, verandert de aanwijzer in een zwart kruis.)Vulgreep over het bereik dat u wilt vullen.

Tip     Als u cellen met een reeks getallen in oplopende volgorde wilt vullen, sleept u de vulgreep omlaag of naar rechts. Als u cellen met een reeks getallen in aflopende volgorde wilt vullen, sleept u de vulgreep omhoog of naar links.

Terug naar boven Terug naar boven

Zorgen dat het alles mooi uitziet

U kunt tekst en cellen opmaken, zodat uw werkblad eruitziet zoals u dat wilt.

  • Als u tekst in een cel wilt laten teruglopen, selecteert u de cellen die u wilt opmaken en klikt u op het tabblad Start in de groep Uitlijning op Terugloop.

Afbeelding van het lint

  • Als u de breedte van kolommen en de hoogte van rijen automatisch wilt aanpassen aan de inhoud van cellen, selecteert u de kolommen of rijen die u wilt wijzigen en klikt u vervolgens op het tabblad Start in de groep Cellen op Opmaken.

Afbeelding van het lint

Klik onder Celgrootte op Kolombreedte AutoAanpassen of Rijhoogte AutoAanpassen.

Tip     Als u alle kolommen of rijen in het werkblad snel wilt aanpassen aan de inhoud, klikt u op de knop Alles selecteren en dubbelklikt u op een willekeurige begrenzing tussen twee kolom- of rijkoppen.

De knop Alles selecteren

  • Als u het lettertype wilt wijzigen, selecteert u de cellen die de gegevens bevatten die u wilt opmaken en klikt u op het tabblad Start in de groep Lettertype op de gewenste opmaak.

Office 14-lint

  • Als u een getalnotatie op een getal wilt toepassen, klikt u op de cel met het getal en klikt u vervolgens op de tab Start. Wijs Algemeen aan in de groep Getal en klik vervolgens op de gewenste notatie.

Office 2010-lint

Voor meer hulp bij het invoeren en opmaken van gegevens raadpleegt u Snel aan de slag: Gegevens invoeren in een werkblad in Excel Starter en Snel aan de slag: Getallen in een werkblad opmaken.

Terug naar boven Terug naar boven

Gegevens kopiëren, verplaatsen of verwijderen

U kunt de opdrachten Knippen, Kopiëren en Plakken gebruiken om rijen, kolommen en cellen te verplaatsen of te kopiëren. Als u wilt kopiëren, drukt u op Ctrl+C voor de opdracht Kopiëren. Als u wilt verplaatsen, drukt u op Ctrl+X voor de opdracht Knippen.

  1. Selecteer de rijen, kolommen of cellen die u wilt kopiëren, verplaatsen of verwijderen.

Als u een rij of kolom wilt selecteren, klikt u op de rij- of kolomkop.

Werkbladkoppen

Toelichting 1 Rijkop
Toelichting 2 Kolomkop

Als u een cel wilt selecteren, klikt u op de cel. Als u een cellenbereik wilt selecteren, klikt en sleept u of klikt u en gebruikt de pijltoetsen terwijl u de Shift-toets ingedrukt houdt.

  1. Druk op Ctrl+C om te kopiëren of op Ctril+X om te knippen.

Als u een rij of kolom wilt verwijderen en op Delete drukt terwijl de rij of kolom is geselecteerd, wordt de inhoud gewist, waarna een lege rij of kolom achterblijft. Om een rij of kolom te verwijderen, klikt u met de rechtermuisknop op de rij- of kolomkop en klikt u vervolgens op Rij verwijderen of Kolom verwijderen.

Opmerking     In Excel wordt een knipperende rand weergegeven rond cellen die u voor knippen of kopiëren hebt geselecteerd. Druk op Esc op de knipperende rand te annuleren.

  1. Plaats de cursor op de locatie waar u de cellen naartoe wilt kopiëren of verplaatsen.

Als u een rij of kolom wilt kopiëren of verplaatsen, klikt u op de rij- of kolomkop na de locatie waar u de gekopieerde of geknipte rij of kolom wilt invoegen.

Als u een cel wilt kopiëren of verplaatsen, klikt u op de cel waar u de gekopieerde of geknipte cel wilt plakken.

Als u een cellenbereik wilt kopiëren of verplaatsen, klikt u op de cel in de linkerbovenhoek van het plakgebied.

  1. Plak de gegevens op de nieuwe locatie.

Voor rijen of kolommen klikt u met de rechtermuisknop op de rij- of kolomkop op de nieuwe locatie en klikt u vervolgens op de opdracht Invoegen.

Voor een cel of cellenbereik drukt u op Ctrl+V. De cellen die u hebt gekopieerd of geknipt, vervangen de cellen op de nieuwe locatie.

Zie Cellen en celinhoud verplaatsen of kopiëren voor meer informatie over het kopiëren en plakken van cellen.

Terug naar boven Terug naar boven

De volgorde wijzigen

Wanneer u gegevens in een werkblad sorteert, kunt u ze op de gewenste manier weergeven en waarden snel vinden.

Selecteer de gegevens die u wilt sorteren     

Gebruik de muis of toetsenbordopdrachten om een gegevensbereik te selecteren, bijvoorbeeld A1:L5 (meerdere rijen en kolommen) of C1:C80 (één kolom). Het bereik kan titels bevatten die u hebt gemaakt om kolommen of rijen te identificeren.

Geselecteerde gegevens

U kunt sorteren met slechts twee muisklikken door te klikken op Sorteren en filteren en vervolgens op een van de knoppen voor Sorteren.

Sorteren

  1. Selecteer één cel in de kolom waarop u de gegevens wilt sorteren.
  2. Klik op de bovenste knop om in oplopende volgorde te sorteren (van A naar Z of van het kleinste getal naar het grootste).
  3. Klik op de onderste knop om in aflopende volgorde te sorteren (van Z naar A of van het grootste getal naar het kleinste).

Voor meer hulp bij het sorteren van gegevens raadpleegt u Snel aan de slag: Gegevens sorteren met behulp van een AutoFilter in Excel Starter.

Terug naar boven Terug naar boven

Extra gegevens uitfilteren

Door gegevens in een werkblad te filteren kunt u waarden snel vinden. U kunt filteren op een of meer kolommen met gegevens. U bepaalt niet alleen wat u wilt zien, maar ook wat u wilt uitsluiten.

  1. Selecteer de gegevens die u wilt filteren

Geselecteerde gegevens

  1. Klik op het tabblad Start in de groep Bewerken op Sorteren en filteren en klik vervolgens op Filter.

Filter

  1. Klik op de pijl Vervolgkeuzepijl voor filter in de kolomkop om een lijst weer te geven waarin kunt u filterkeuzen kunt selecteren.

Opmerking     Afhankelijk van het type gegevens in de kolom wordt Getalfilters of Tekstfilters weergegeven in de lijst.

Voor meer hulp bij filteren raadpleegt u Snel aan de slag: Gegevens filteren met een AutoFilter.

Terug naar boven Terug naar boven

Gegevens met formules berekenen

Formules zijn vergelijkingen die berekeningen kunnen uitvoeren, gegevens kunnen retourneren, de inhoud van andere cellen kunnen bewerken, voorwaarden kunnen testen en meer. Een formule begint altijd met het gelijkteken (=).

Formule Beschrijving
=5+2*3      Telt 5 op bij het product van 2 maal 3.
=WORTEL(A1)      Hiermee wordt de functie WORTEL gebruikt om de vierkantswortel van de waarde in A1 te retourneren.
=VANDAAG()      Geeft de huidige datum als resultaat.
=ALS(A1>0)      Hiermee wordt cel A1 getest om vast te stellen of deze een waarde hoger dan 0 bevat.

Selecteer een cel en begin te typen     

Typ een gelijkteken (=) in een cel om de formule te starten.

Vul de rest van de formule in     

  • Typ een combinatie van cijfers en operatoren, bijvoorbeeld 3+7.
  • Gebruik de muis om andere cellen te selecteren (waarbij u de operator ertussen invoegt). Selecteer bijvoorbeeld B1, typ daarna een plusteken (+), selecteer C1, typ + en selecteer vervolgens D1.
  • Typ een letter als u wilt kiezen uit een lijst met werkbladfuncties. Als u bijvoorbeeld 'a' typt, worden alle beschikbare functies weergegeven die beginnen met de letter 'a'.

Formules maken op verschillende manieren

De formule voltooien     

U voltooit een formule die een combinatie van getallen, celverwijzingen en operatoren gebruikt, door op Enter te drukken.

Als u een formule wilt voltooien waarin een functie wordt gebruikt, vult u de vereiste gegevens voor de functie in en drukt u vervolgens op Enter. De functie ABS vereist bijvoorbeeld één numerieke waarde . Dit kan een getal zijn dat u typt of een cel die u selecteert en die een getal bevat.

Terug naar boven Terug naar boven

Uw gegevens weergeven in een grafiek

Een grafiek is een visuele representatie van uw gegevens. Een grafiek geeft een reeks numerieke gegevens weer in een grafische indeling met behulp van elementen zoals kolommen (in een kolomdiagram) of lijnen (in een lijndiagram).

Kolomdiagram

Dankzij de grafische indeling van een grafiek kunt u gemakkelijker inzicht krijgen in grote hoeveelheden gegevens en de relatie tussen verschillende reeksen gegevens. Een grafiek kan ook een totaalbeeld tonen, zodat u uw gegevens kunt analyseren en naar belangrijke trends kunt zoeken.

  1. Selecteer de gegevens die u in de grafiek wilt opnemen.

Werkbladgegevens

Tip     De gegevens moeten worden gerangschikt in rijen of kolommen, met links rijlabels en kolomlabels boven de gegevens . Excel bepaalt automatisch de beste manier om de gegevens in de grafiek uit te zetten.

  1. Klik op het tabblad Invoegen in de groep Grafieken op het grafiektype dat u wilt gebruiken en klik vervolgens op een grafieksubtype.

Afbeelding Excel-lint

Tip     Als u alle beschikbare grafiektypen wilt zien, klikt u op Knopafbeelding om het dialoogvenster Grafiek invoegen te openen. Klik vervolgens op de pijltjes om door de grafiektypen te bladeren.

Dialoogvenster Grafiek invoegen

  1. Wanneer u de muisaanwijzer op een grafiektype plaatst, wordt de naam ervan weergegeven in de scherminfo.

Zie Beschikbare grafiektypen voor meer informatie over de grafiektypen.

Terug naar boven Terug naar boven

Afdrukken

Het is verstandig om een afdrukvoorbeeld van een werkblad te bekijken om te controleren of alles er naar wens uitziet voordat u het werkblad afdrukt. Wanneer u in Excel een afdrukvoorbeeld van een werkblad weergeeft, wordt dit geopend in de Microsoft Office Backstage-weergave. In deze weergave kunt u de pagina-instelling en -indeling wijzigen voordat u het werkblad afdrukt.

  1. Als u een deel van een werkblad wilt afdrukken, klikt u het werkblad en selecteert u het gegevensbereik dat u wilt afdrukken. Als u het hele werkblad wilt afdrukken, klikt u op het werkblad om dit te activeren.
  2. Klik op Bestand en klik daarna op Afdrukken.

Sneltoets    U kunt ook op Ctrl+P drukken.

Opmerking     Het voorbeeldvenster wordt in zwart-wit weergegeven, ongeacht of uw document kleur bevat, tenzij u een printer gebruikt die kleuren kan afdrukken.

  1. Klik op Afdrukken.

De knop Afdrukken

Voor hulp bij afdrukken raadpleegt u Snel aan de slag: Een werkblad afdrukken in Excel Starter.

Terug naar boven Terug naar boven

Delen via e-mail of internet

Soms wilt u uw werkmap met anderen delen. Als u de werkmap deelt met iemand die ook Excel heeft, kunt u de werkmap verzenden als bijlage bij een e-mailbericht. De geadresseerde kan de werkmap openen in Excel en hiermee werken.

Opmerking      Voor het gebruik van opdrachten voor het verzenden van e-mailbijlagen moet er een e-mailprogramma, zoals Windows Mail, op uw computer zijn geïnstalleerd.

Als u wilt dat de geadresseerde de werkmap kan bekijken, maar niet kan bewerken, kunt u een momentopname van de werkmap als PDF- of XPS-bestand verzenden.

  1. Klik op het tabblad Bestand en klik vervolgens op Opslaan en verzenden.
  2. Klik op Per e-mail verzenden.
  3. Voer een van de volgende stappen uit:
    • Klik op Als bijlage verzenden als u de werkmap wilt verzenden als Excel-bestand.
    • Als u de werkmap wilt verzenden als momentopname, klikt u op Verzenden als PDF of Verzenden als XPS.
  4. Uw e-mailprogramma wordt gestart en er wordt automatisch een e-mailbericht geopend met het opgegeven bestandstype als bijlage. Schrijf het e-mailbericht en verzend het.

In plaats van de werkmap te verzenden kunt u deze ook opslaan in Windows Live OneDrive. Zo hebt u één exemplaar van de werkmap die toegankelijk is voor anderen. U kunt mensen een koppeling naar de werkmap sturen, zodat ze de werkmap kunnen bekijken en zelfs kunnen bewerken in hun webbrowser (als u hen toestemming geeft).

  1. Klik op het tabblad Bestand en klik vervolgens op Opslaan en verzenden.
  2. Klik op Opslaan naar web.
  3. Klik op Aanmelden, voer uw Windows Live ID en wachtwoord in en klik op OK.

Als u Hotmail, Messenger of Xbox Live gebruikt, hebt u al een Windows Live ID. Als u nog geen Windows Live ID hebt, klikt u op Registreren voor een nieuw account om een nieuwe Windows Live ID te maken.

  1. Selecteer een map op OneDrive en klik op Opslaan als. Typ een naam voor het bestand en klik op Opslaan.

Het document wordt nu opgeslagen op OneDrive. Op OneDrive kunt u personen machtigen om de inhoud van uw mappen te bekijken en te bewerken. Als u een werkmap wilt delen, stuurt u per e-mail een koppeling naar de werkmap.

Zie Een document opslaan op OneDrive vanuit Office 2010 voor meer informatie over het opslaan van uw documenten op OneDrive.

Terug naar boven Terug naar boven

Aanvullende informatiebronnen

Office.com wordt voortdurend bijgewerkt met nieuwe inhoud, waaronder artikelen, video's en cursussen. Als onder in de Help-weergave Offline wordt weergegeven en u verbinding hebt met internet, klikt u op Offline en klikt u vervolgens op Inhoud van Office.com weergeven. Of ga naar Help en procedures voor Office Starter op Office.com.

Terug naar boven Terug naar boven