Projectstructuurcodes (WBS) (projectstructuur: een hiërarchische structuur waarmee taken worden ingedeeld voor statusrapporten en voor het controleren van de kosten. In Project kunt u taak-id's gebruiken of uw eigen structuurcode toewijzen aan elke taak.) zijn alfanumerieke codes die de unieke positie van elke taak in de overzichtsstructuur (overzicht: een hiërarchische structuur voor een project waarmee wordt aangegeven hoe bepaalde taken binnen meer algemene groeperingen vallen. In Project worden subtaken ingesprongen onder samenvattingstaken.) van het project aangeven. Projectstructuurcodes
kunnen worden gebruikt voor rapporten van planningen (planning: de tijdsbepaling en volgorde van taken in een project. Een planning bestaat voornamelijk uit taken, taakafhankelijkheden, tijdsduurgegevens, beperkingen en tijdgebaseerde projectinformatie.) en het bijhouden van kosten (kosten: de totale geplande kosten voor een taak, resource of toewijzing, of voor een volledig project. Soms worden deze kosten ook de huidige kosten genoemd. In Project worden de kosten volgens basislijn normaalgesproken 'budget.' genoemd.).
Wat wilt u doen?
Meer weten over projectstructuurcodes
Er zijn twee typen projectstructuurcodes in Microsoft Office Project: overzichtsnummers (overzichtsnummer: nummers waarmee de exacte positie van een taak in het overzicht wordt aangegeven. Een taak met het overzichtsnummer 7.2 geeft bijvoorbeeld aan dat de taak de tweede subtaak is onder de zevende samenvattingstaak op het hoofdniveau.)
een aangepaste projectstructuurcodes. Lees de volgende secties voor meer informatie.
Overzichtsnummers
Overzichtsnummers zijn het eenvoudigste type projectstructuurcodes. In Microsoft Office Project wordt automatisch een overzichtsnummer berekend voor elke taak. De nummering wordt gebaseerd op de overzichtsstructuur van de takenlijst. Als de eerste taak in uw takenlijst bijvoorbeeld het nummer 1 heeft en die taak drie subtaken heeft, krijgen die subtaken de nummers 1.1, 1.2 en 1.3.
Overzichtsnummers bestaan alleen uit cijfers (geen letters) en u kunt ze niet bewerken. Ze worden echter automatisch gewijzigd wanneer u een taak omhoog of omlaag verplaatst in de takenlijst en wanneer u
taken laat inspringen (inspringen: een taak verplaatsen naar een lager overzichtsniveau [naar rechts] in het veld Taaknaam. Wanneer u een taak laat inspringen, wordt de taak een subtaak van de dichtstbijzijnde voorafgaande taak op een hoger overzichtsniveau.) of de inspringing verkleint (inspringing verkleinen: het verplaatsen van een taak naar een hoger overzichtsniveau (naar links) in het veld Taaknaam.). Als een subtaak bijvoorbeeld momenteel het overzichtsnummer 3.5.4 heeft en u deze één rij omhoog verplaatst in de lijst, wordt het overzichtsnummer automatisch bijgewerkt naar 3.5.3. Als u de inspringing van diezelfde subtaak vervolgens verkleint, wordt het overzichtsnummer automatisch bijgewerkt naar 3.6.
Tip Als u de overzichtsnummers wilt weergeven, kunt u het veld Overzichtsnummer toevoegen aan een tabel- (tabel: een set kolommen waarin bepaalde gegevens over taken, resources en toewijzingen worden weergegeven in een bladweergave.) of werkblad (blad: een werkbladachtige aanduiding [in rijen en kolommen] van informatie omtrent taken of resources. In elke rij wordt een afzonderlijke taak of resource opgegeven. In elke kolom [veld] wordt een type informatie aangegeven, zoals begindatums of standaardtarieven.)weergave of u kunt de overzichtsnummers weergeven naast de taaknamen. Als u de overzichtsnummers wilt weergeven naast de taaknamen, klikt u in het menu Extra op Opties en klikt u vervolgens op de tab Weergave. Schakel onder Overzichtsopties het selectievakje Overzichtsnummer weergeven in.
Aangepaste projectstructuurcodes
Als u voor uw project gedetailleerde projectstructuurcodes nodig hebt
met een specifieke lengte, reeksen of sets van cijfers en letters, kunt u één aangepast codemasker (codemasker: de indeling die u opgeeft voor een structuurcode of een aangepaste overzichtscode. Het masker geeft de volgorde aan en het aantal letters of cijfers dat vereist is voor elk niveau, en het symbool waardoor de niveaus worden gescheiden.) definiëren voor het project. (Een project mag niet meer dan een aangepast codemasker hebben.) De aangepaste projectstructuurcode wordt vastgelegd in het veld Projectstructuur.
Elk niveau van een aangepaste projectstructuurcode staat, net als een overzichtsnummer, voor een overzichtsniveau (overzichtsniveau: het aantal niveaus waarop een taak is ingesprongen vanaf het hoofdniveau van het overzicht. Taken kunnen in Project worden ingesprongen tot op 65.000 niveaus.) in de takenlijst. U kunt een unieke notatie gebruiken voor elk niveau van de code en elk niveau wordt in de code vermeld op basis van de hiërarchie van taken, samenvattingstaken en subtaken.
Als u bijvoorbeeld gefaseerde projecten wilt plannen die overeenstemmen met de richtlijnen van de organisatie voor het komende fiscale jaar, kunt u een aangepast codemasker voor de projectstructuur maken dat elke taak identificeert aan de hand van de bijbehorende richtlijn, het kwartaal en het project.
Met deze code kunt u bijvoorbeeld een taak maken die de aangepaste projectstructuurcode CustSat.Q3.CSTools.11 heeft. Dit houdt in dat het taak 11 is in het project Customer Support Tools Upgrade, dat begint in het derde kwartaal en dat voldoet aan de bedrijfsrichtlijn Customer Satisfaction (klanttevredenheid) voor het geplande fiscale jaar.
Terug naar boven
Aangepaste projectstructuurcodes definiëren
- Klik in het menu Beeld op een bladweergave, zoals de weergave Taakblad.
Als u een weergave wilt gebruiken die niet voorkomt in het menu Beeld, klikt u op Meer weergaven. Klik op de gewenste weergave in de lijst Weergaven en klik vervolgens op Toepassen.
- Wijs in het menu Project de optie Projectstructuur aan en klik vervolgens op Code definiëren.
- Typ een speciaal voorvoegsel dat bij dit project hoort in het vak Voorvoegsel van projectcode als u de taken in dit project wilt onderscheiden van taken in andere projecten.
Hiermee wordt het project op het hoogste niveau van de structuurcode aangeduid. Het voorvoegsel
kan handig zijn voor het identificeren van de subprojecten in het hoofdproject of voor het maken van taakafhankelijkheden voor meerdere projecten.
U kunt het voorvoegsel van de projectcode opgeven met een willekeurige combinatie van cijfers, hoofdletters, kleine letters en symbolen.
- Als u de codetekenreeks voor de taken op het eerste niveau wilt opgeven, klikt u op de eerste rij in de kolom Reeks op de pijl en vervolgens op het type teken dat u voor dit niveau wilt gebruiken:
- In de kolom Lengte typt of selecteert u het aantal tekens voor elk niveau van de codetekenreeks. U kunt het precieze aantal tekens opgeven of u kunt Willekeurig selecteren om elk gewenst aantal tekens toe te staan voor dat codeniveau.
U kunt bijvoorbeeld 3 typen als u wilt dat het verplichte in te voeren aantal tekens op één niveau van de structuurcode 3 bedraagt. De totale lengte van een structuurcode kan tussen 1 en 255 tekens bedragen.
- Typ of selecteer in de kolom Scheidingsteken een teken waarmee de codetekenreeks voor een niveau wordt gescheiden van de codetekenreeks voor het volgende niveau.
Een punt is het standaardscheidingsteken. U kunt voor elk codeniveau een ander scheidingsteken opgeven.
U kunt ook besluiten geen enkel scheidingsteken tussen de codeniveaus te gebruiken. Verwijder het scheidingsteken in het veld Scheidingsteken.
- Geef één codetekenreeks op voor elk niveau met inspringende taken in het overzicht.
Als u een afzonderlijke codetekenreeks wilt opgeven voor elk niveau, klikt u op de volgende rij en vult u de kolommen Reeks, Lengte en Scheidingsteken in.
- Schakel het selectievakje Structuurcode genereren voor nieuwe taak uit als u niet wilt dat er telkens wanneer u een nieuwe taak invoert automatisch een structuurcode wordt toegewezen.
- Schakel het selectievakje Uniek karakter van nieuwe structuurcodes verifiëren uit als u het gebruik van dezelfde structuurcode voor meerdere taken wilt toestaan.
Opmerkingen
Terug naar boven
Projectstructuurcodes opnieuw nummeren
Nadat u taken hebt verplaatst of verwijderd, staan de aangepaste projectstructuurcodes mogelijk niet meer in de goede volgorde. De projectstructuurcodes worden in Project niet automatisch opnieuw genummerd, omdat u deze codes mogelijk gebruikt in documenten of andere systemen die niet zijn gekoppeld aan uw Project-bestand. U kunt de structuurcodes van alle taken of van de geselecteerde taken opnieuw nummeren.
- Klik in het menu Beeld op een bladweergave met de taken die u opnieuw wilt nummeren, bijvoorbeeld Taakblad.
Als u een weergave wilt gebruiken die niet voorkomt in het menu Beeld, klikt u op Meer weergaven. Klik op de gewenste weergave in de lijst Weergaven en klik vervolgens op Toepassen.
- Selecteer de taken die u opnieuw wilt nummeren. (De eerste taak in een selectie met taken wordt niet opnieuw genummerd. Deze wordt als uitgangspunt gebruikt voor het opnieuw nummeren van de taken.)
Als u de structuurcodes van alle taken opnieuw wilt nummeren, moet u geen taken selecteren.
- Wijs in het menu Project de optie Projectstructuur aan en klik op Opnieuw nummeren.
- Klik op Geselecteerde taken als u de volgorde van de structuurcodes voor alleen geselecteerde, aaneengrenzende taken wilt corrigeren.
Als u de volgorde van de structuurcodes voor alle taken in het project wilt corrigeren, klikt u op Het hele project.
Opmerkingen
Terug naar boven