Microsoft Office Online
Aanmelden bij Mijn Office Online (Wat is dit?) | Aanmelden

 
 
Microsoft Office PowerPoint
Zoeken
Zoeken
 
  • Koop Office 2007 - Deze aanbieding is alleen geldig voor de download versie in de MS Store: (c) Microsoft
Koop Office 2007
 
 
 
Waarschuwing: u wilt deze pagina weergeven met een niet-ondersteunde browser. Deze website wordt het best bekeken met Microsoft Internet Explorer 6.0 of hoger, Firefox 1.5 of Netscape Navigator 8.0 of hoger. Meer informatie over ondersteunde browsers.

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versie Bladwijzer maken en delenDelen
Werken met sjablonen in PowerPoint 2002
 

In de on line Help bij Microsoft PowerPoint® 2002 worden de basistaken voor het toepassen van ontwerpsjablonen en het gebruik van nieuwe sjabloonfuncties behandeld. Dit artikel bevat aanvullende taken, waarbij het maken van een sjabloon, het wijzigen van een sjabloon en het zoeken naar buiten PowerPoint opgeslagen sjablonen centraal staan.

Een nieuwe sjabloon maken

In PowerPoint kunt u uit een hele reeks ontwerpsjablonen kiezen, maar u kunt ook zelf een sjabloon maken en deze toevoegen aan het taakvenster Diaontwerp. Beginnend met een 'blanco' ontwerp kunt u elementen zoals een achtergrond, kleurenschema, tekenstijl, lay-out en afbeeldingen toevoegen.

WeergevenEen sjabloon maken

  1. Klik op Nieuw op de werkbalk Standaard.
  2. Wijs de optie Model aan in het menu Beeld en klik vervolgens op Diamodel.
  3. Breng de gewenste wijzigingen in het diamodel aan.
    • Als u de achtergrond wilt wijzigen, klikt u op Achtergrond in het menu Opmaak, selecteert u de gewenste opties in het dialoogvenster en klikt u op Toepassen. Als u een titelmodel hebt ingevoegd (zie de opmerking verderop in de tekst) en de wijzigingen erop wilt toepassen, klikt u op Overal toepassen.
    • Als u met kleurenschema's wilt werken, klikt u op Ontwerp op de werkbalk Opmaak, waarna u in het taakvenster Diaontwerp op Kleurenschema's klikt. Het kleurenschema dat op dat moment wordt toegepast, wordt geselecteerd. Klik op een ander schema als u dat wilt toepassen. Als u het kleurenschema wilt bewerken, klikt u op Kleurenschema's bewerken onder aan het taakvenster.
    • Als u het lettertype wilt wijzigen, klikt u op de tekst of tijdelijke aanduiding met tekst (bijvoorbeeld een voettekst) en selecteert u de gewenste opties in de keuzelijsten Lettertype, Tekengrootte en Tekstkleur op de werkbalk Opmaak.
    • Als u een afbeelding wilt invoegen of een vorm of tekst wilt toevoegen, gebruikt u de knoppen op de werkbalk Tekenen.
    • U verplaatst een tijdelijke aanduiding door erop te klikken en te slepen wanneer de aanwijzer verandert in een vierpuntige pijl. Wijzig het formaat van een tijdelijke aanduiding door erop te klikken, een formaatgreep aan te wijzen en te slepen wanneer de aanwijzer verandert in een tweepuntige pijl.
  4. Als u extra dia's in de sjabloon wilt opnemen, klikt u op de knop Normale weergave in de linkerbenedenhoek van het venster en voegt u de dia's en eventuele diatekst toe. Lees echter wel de opmerking verderop in de tekst over sjablonen met meerdere dia's.
  5. Klik in het menu Bestand op Opslaan als.
  6. Typ in het vak Bestandsnaam een naam voor uw sjabloon en klik in het vak Opslaan als op Ontwerpsjabloon.
  7. Klik op Opslaan.

De sjabloon wordt opgeslagen in de standaardmap voor sjablonen. Wanneer u PowerPoint afsluit en weer start, is de sjabloon beschikbaar in de alfabetisch op bestandsnaam gerangschikte lijst onder Beschikbaar in het taakvenster Diaontwerp. Als u de sjabloon eenmaal hebt toegepast, de presentatie hebt opgeslagen en PowerPoint opnieuw hebt gestart, wordt de sjabloon samen met andere recent gebruikte sjablonen weergegeven onder Nieuw uit sjabloon in het taakvenster Nieuwe presentatie (menu Bestand, optie Nieuw).

  Opmerkingen  

  • Als u een titelmodel in de ontwerpsjabloon wilt opnemen, kunt u het in de modelweergave invoegen: klik op Nieuw titelmodel in het menu Invoegen. Wijzigingen die u aanbrengt in het titelmodel, zijn alleen van toepassing op bestanden waarvoor de lay-out Titeldia wordt gebruikt.
  • Als u een inhoudsjabloon die u hebt gemaakt, wilt gebruiken (een sjabloon met meerdere dia's en met inhoud), slaat u de sjabloon op, voegt u deze toe aan de wizard AutoInhoud en opent u de sjabloon vanuit de wizard. Klik op Nieuw in het menu Bestand om de sjabloon toe te voegen. Klik op Van wizard AutoInhoud in het taakvenster Nieuwe presentatie. Klik op Volgende en vervolgens op de gewenste sjablooncategorie. Klik op Toevoegen, zoek de gewenste sjabloon en klik op OK.

Een sjabloonontwerp wijzigen

U kunt wijzigingen aanbrengen in een ontwerpsjabloon en de nieuwe sjabloon opslaan, zodat deze beschikbaar is voor andere presentaties.

WeergevenEen sjabloon wijzigen

  1. Klik op Nieuw op de werkbalk Standaard.
  2. Klik op Ontwerp op de werkbalk Opmaak en klik in het taakvenster Diaontwerp op de sjabloon die u wilt wijzigen. Als de sjabloon die u wilt gebruiken zich niet in het taakvenster bevindt, klikt u op de knop Bladeren onder aan het venster om de sjabloon te zoeken en toe te passen. (Zie de volgende taak voor meer informatie over het zoeken naar sjablonen.)
  3. Wijs de optie Model aan in het menu Beeld en klik vervolgens op Diamodel.
  4. Breng de gewenste wijzigingen in het diamodel aan. Als u alleen in het titelmodel wijzigingen wilt aanbrengen, klikt u links op de miniatuurweergave van het titelmodel en wijzigt u de titelmodeldia.
  5. Klik in het menu Bestand op Opslaan als.
  6. Klik in het vak Opslaan als op Ontwerpsjabloon.
  7. Typ een naam voor de sjabloon in het vak Bestandsnaam of selecteer een bestand in de lijst als u de naam niet wilt wijzigen. Als u een standaardsjabloon van PowerPoint wijzigt, wordt deze automatisch als nieuwe sjabloon opgeslagen en moet u deze een nieuwe naam geven.
  8. Klik op Opslaan.

De sjabloon wordt opgeslagen in de standaardmap voor sjablonen. Wanneer u PowerPoint afsluit en weer start, is de sjabloon beschikbaar in de alfabetisch op bestandsnaam gerangschikte lijst onder Beschikbaar in het taakvenster Diaontwerp. Als u de presentatie opslaat en PowerPoint opnieuw start nadat u de sjabloon eenmaal hebt toegepast, wordt de sjabloon samen met andere recent gebruikte sjablonen weergegeven onder Nieuw uit sjabloon in het taakvenster Nieuwe presentatie (menu Bestand, optie Nieuw).

Een sjabloon toepassen vanuit een bestand of een andere presentatie

Als u in het taakvenster Diaontwerp op Bladeren klikt, kunt u een ontwerpsjabloonbestand (.POT) of een ontwerpsjabloon uit een ander presentatiebestand (.PPT) toepassen.

WeergevenEen sjabloon zoeken

  1. Selecteer op het diablad Dia's in de normale weergave de dia waarop u de sjabloon wilt toepassen. De sjabloon wordt toegepast op alle dia's die hetzelfde model gebruiken als de geselecteerde dia.
  2. Klik op Ontwerp op de werkbalk Opmaak.
  3. Klik onder aan het taakvenster Diaontwerp op Bladeren.
  4. Ga naar de locatie van het sjabloonbestand (.POT) of presentatiebestand (.PPT) dat u wilt toepassen, selecteer het bestand en klik op Toepassen.
    • Wanneer u een sjabloonbestand toepast, wordt de ontwerpsjabloon toegevoegd aan de lijst onder Beschikbaar in het taakvenster Diaontwerp. De sjabloon is dan beschikbaar voor volgende presentaties. Andere sjablonen op de bestandslocatie die u had geselecteerd, worden automatisch ook toegevoegd.
    • Als u een presentatiebestand toepast, wordt de ontwerpsjabloon uit die presentatie toegepast, waarna deze beschikbaar is in de sectie Gebruikt in deze presentatie van het taakvenster Diaontwerp. Als de presentatiesjabloon die u hebt toegepast, meerdere modellen bevatte, wordt het eerste model toegepast en wordt gevraagd of u de rest van de modellen ook aan de presentatie wilt toevoegen.

 Opmerking   Zie de Help bij Microsoft PowerPoint voor meer informatie over ontwerpsjablonen.

advertentie