Microsoft Office Online
Aanmelden bij Mijn Office Online (Wat is dit?) | Aanmelden

 
 
Microsoft Office PowerPoint
Zoeken
Zoeken
 
  • Download Office 2010 (Beta)
Download Office 2010 (Beta)
 
 
 
Waarschuwing: u wilt deze pagina weergeven met een niet-ondersteunde browser. Deze website wordt het best bekeken met Microsoft Internet Explorer 6.0 of hoger, Firefox 1.5 of Netscape Navigator 8.0 of hoger. Meer informatie over ondersteunde browsers.

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versie Bladwijzer maken en delenDelen
Ingesloten en gekoppelde geluidsbestanden gebruiken in PowerPoint
 
Van toepassing op
Microsoft Office PowerPoint® 2003
Microsoft PowerPoint® 2002

Of u nu tijdens een bedrijfsvergadering uw plannen uiteenzet of op basis van een presentatie een bijzonder fotoalbum maakt voor een familiereünie, met geluiden of muziek kunt u uw Microsoft PowerPoint-presentatie iets extra's geven. Wanneer u geluid en muziek aan een presentatie wilt toevoegen, is het belangrijk te letten op het verschil tussen ingesloten en gekoppelde objecten.

Het verschil tussen gekoppelde en ingesloten objecten

De term 'object' in dit artikel heeft betrekking op een geluidsfragment (met inbegrip van een muziekfragment). Een object kan het geluidsfragment zelf zijn of het bestand dat het geluidsfragment bevat.

De belangrijkste verschillen tussen gekoppelde en ingesloten objecten hebben betrekking op de locatie waarop u deze opslaat en de manier waarop u deze bijwerkt (indien nodig) nadat u ze in het bestemmingsbestand (uw presentatie in dit geval) hebt opgenomen.

Gekoppeld object   Een gekoppeld object wordt gemaakt en opgeslagen in een afzonderlijk bronbestand en wordt vervolgens gekoppeld aan het doelbestand. Aangezien beide bestanden aan elkaar gekoppeld zijn, worden wijzigingen die u in het ene bestand doorvoert ook weergegeven in het andere bestand.

Ingesloten object   Ook een ingesloten object wordt als afzonderlijk bronbestand gemaakt. Vervolgens wordt het echter ingevoegd in het doelbestand, waardoor het onderdeel wordt van dat bestand. Als u een wijziging doorvoert in het oorspronkelijke bronbestand, wordt de wijziging niet in het doelbestand weergegeven.

Gekoppelde en ingesloten objecten in een document

1 Een ingesloten object

2 Een gekoppeld object

3 Het bronbestand dat het gekoppelde object bevat

Het juiste bestandstype kiezen

Stel, u hebt een presentatie gemaakt waaraan u diverse muziekbestanden hebt toegevoegd om te dienen als soundtrack. U hebt alle transities, tijdsinstellingen en dergelijke opgegeven. De presentatie wordt soepeltjes op uw computer weergegeven. Voordat u dit project voor af verklaart, moet u de volgende vragen op een bevredigende manier kunnen beantwoorden. U kunt zich overigens een hoop tijd en moeite besparen als u het antwoord op deze vragen paraat hebt voordat u de geluidsbestanden toevoegt.

Hoe groot is elk geluidsbestand?

Hanteer de volgende criteria als u een bestandstype wilt kiezen op basis van de grootte:

  • Als elk geluidsfragment of muziekbestand afzonderlijk maximaal 50 MB (megabyte) groot is, kunt u dit als een gekoppeld of een ingesloten object invoegen. (Houd er wel rekening mee dat het insluiten van objecten met een grootte van 100 kB of meer een nadelige uitwerking kan hebben op de snelheid waarmee de presentatie wordt afgespeeld.)
  • Als een bestand groter is dan 50 MB, hebt u geen keus. Dan moet u het koppelen, aangezien een ingesloten object van die grootte niet in de presentatie kan worden afgespeeld. De standaardinstelling in PowerPoint voor de maximaal toegestane grootte van ingesloten objecten bedraagt 100 kB (kilobyte), maar u kunt deze wijzigen. De maximumgrootte is 50.000 kB (50 MB).

Hoe wijzig ik de maximaal toegestane grootte?

  1. Klik op Opties in het menu Extra.
  2. Klik op de tab Algemeen, geef bij Geluid koppelen aan bestanden groter dan ___ kB een waarde op die net even groter is dan uw grootste geluidsbestand, met een maximum van 50.000 kB (50 MB).
  3. Klik op OK.

Wilt u dezelfde computer gebruiken om de presentatie te maken en af te spelen?

Houd rekening met de volgende overwegingen:

  • Als u van plan bent uw presentatie af te spelen op de computer waarop u deze hebt gemaakt, kunt ingesloten en gekoppelde bestanden invoegen (ervan uitgaande dat de ingesloten bestanden niet groter zijn dan hierboven wordt beschreven).
  • Als u voornemens bent uw presentatie op een andere computer af te spelen, moet u opletten met gekoppelde bestanden. Sla het bronbestand dat de gekoppelde geluidsbestanden bevat en de map waarin het bestand staat, op op de computer waarop u de presentatie wilt geven. Anders worden de geluidsbestanden niet gevonden en kunnen ze niet worden afgespeeld. De bronbestanden staan dan namelijk op een andere computer.
  • Als u de presentatie op diskette of cd-rom wilt opslaan, kunt u er met behulp van Inpakken voor cd (PowerPoint 2003) of Wizard Inpakken en wegwezen (PowerPoint 2002) voor zorgen dat de gekoppelde bestanden meegaan naar de nieuwe computer.

    WeergevenInpakken voor cd gebruiken

    Als u de presentatie wilt afspelen, deze op cd-rom wilt uitdelen of deze in een map of op een netwerkshare wilt opslaan, kunt u de opdracht Inpakken voor cd in het menu Bestand gebruiken. Inpakken voor cd zorgt ervoor dat uw presentatie en de ondersteunende bestanden naar cd-rom, één map of één netwerkshare worden gekopieerd. Wanneer u de presentatie inpakt, kunt u dat zo doen dat de presentatie automatisch wordt afgespeeld. Daarnaast wordt Microsoft Office PowerPoint 2003 Viewer standaard in het pakket opgenomen. Dit betekent dat PowerPoint niet hoeft te zijn geïnstalleerd op de computer waarop de cd-rom wordt afgespeeld. Zie de Help-onderwerpen Een presentatie inpakken en kopiëren naar cd-rom en Een presentatie inpakken voor op cd-rom voor meer informatie.

    WeergevenDe wizard Inpakken en wegwezen gebruiken

    Wanneer u de wizard Inpakken en wegwezen gebruikt om uw presentatie in te pakken, worden alle benodigde bestanden in één bestand opgenomen. Dit bestand kunt u vervolgens naar een schijf of netwerklocatie kopiëren, vanwaar u het bestand op de doelcomputer of de netwerkshare kunt uitpakken en de presentatie kunt afspelen.

    Met de opdracht Inpakken en wegwezen in het menu Bestand kunt u een presentatie en de ondersteunende bestanden snel naar een schijf of netwerklocatie kopiëren. U kunt ook Microsoft PowerPoint Viewer 97 toevoegen als u de presentatie wilt afspelen op een computer waarop Microsoft PowerPoint niet geïnstalleerd is. Zie de Help-onderwerpen Een presentatie inpakken om deze op een andere computer weer te geven, Een presentatie inpakken om deze op een andere computer uit te voeren en Een presentatie op een andere computer uitpakken en weergeven.

Wilt u de objecten kunnen wijzigen nadat u ze aan de presentatie hebt toegevoegd?

Als u de objecten na toevoeging aan de presentatie wilt kunnen bijwerken, moet u rekening houden met het volgende:

  • Gebruik gekoppelde objecten als u van plan bent wijzigingen aan te brengen in het bronbestand. Wanneer u wijzigingen aanbrengt in het bronbestand worden deze automatisch weergegeven in de presentatie omdat de bestanden gekoppeld zijn.
  • Gebruik ingesloten objecten als u niet van plan bent wijzigingen in het bronbestand aan te brengen. Wanneer een bestand ingesloten is, wordt de informatie in het doelbestand niet gewijzigd wanneer u het bronbestand wijzigt.

Conclusie

Doorgaans kunt u probleemloos gekoppelde of ingesloten geluidsbestanden gebruiken als uw geluidsbestanden niet groter zijn dan 50 MB (bij ingesloten geluidsbestanden), of als u de presentatie maakt en afspeelt op dezelfde computer (bij gekoppelde bestanden). Hier volgt een aantal richtlijnen voor het toevoegen van muziek en geluid aan presentaties.

Bestandstype Toepassing
Ingesloten bestand
  • De bestanden zijn niet groter dan 100 kB. Dit is de aanbevolen maximumgrootte. U kunt bestanden tot een grootte van 50 MB insluiten, maar dat is waarschijnlijk niet gunstig voor de snelheid waarmee de presentatie wordt uitgevoerd.
  • U wilt alle onderdelen van de presentatie opnemen in die presentatie.
  • U bent niet van plan wijzigingen in de bronbestanden aan te brengen.
Gekoppeld bestand
  • U bent voornemens de presentatie weer te geven op de computer waarop u de presentatie maakt.
  • De bestanden zijn groot.
  • U bent voornemens wijzigingen in de bronbestanden aan te brengen.
advertentie