Werkbalken kunnen aan de rand van een venster in een dok worden geplaatst of zwevend zijn. In de afbeelding links is de werkbalk Opmaak bovenaan in het venster in een dok geplaatst, de werkbalk Standaard aan de linkerzijde in een dok geplaatst en de werkbalk Tabellen en randen zwevend.
De gemakkelijkste vorm van aanpassen is het verplaatsen van werkbalken. Deze kunnen op verschillende posities op het scherm worden geplaatst tot u een positie hebt gevonden die het handigst is voor u. Als u een werkbalk wilt verplaatsen, klikt u op de werkbalkgreep
op een werkbalk in een dok, of op de titelbalk op een zwevende werkbalk en sleept u deze naar de nieuwe locatie. Wanneer u een werkbalk naar een van de randen van het programmavenster sleept, wordt het een werkbalk in een dok. In de oefensessie gaat u dit uitproberen.
U kunt meer dan een werkbalk naast elkaar in dezelfde rij in een dok plaatsen. Bij de grotere werkbalken verdwijnen dan wel enkele knoppen. Maakt u zich geen zorgen, deze knoppen zijn nog steeds beschikbaar. Als de knop Werkbalkopties aan de rechterzijde van de werkbalk punthaken bevat, zijn er meer knoppen beschikbaar dan kunnen worden weergegeven. Als u wilt dat alle knoppen worden weergegeven, kunt u de werkbalk naar een andere positie verplaatsen.
De knop Werkbalkopties bevindt zich aan de rechterzijde van de werkbalk. Deze knop heeft de volgende drie weergavemogelijkheden:
Op een werkbalk in een dok wanneer alle knoppen zichtbaar zijn.
Met punthaken op een werkbalk in een dok waarmee wordt aangegeven dat er meer knoppen beschikbaar zijn.
Op een zwevende werkbalk in de titelbalk naast de knop Sluiten.