Hoe kan ik een dashboardfilter maken in Dashboard Designer?

Dashboardfilters zijn dashboarditems die u kunt maken en koppelen aan scorecards en rapporten in PerformancePoint Dashboard Designer zodat u kunt beperken welke gegevenstypen worden weergegeven in uw dashboards. Zo kunt u een filter Tijd maken om gegevens voor een bepaalde periode of voor verschillende perioden weer te geven, zoals een aantal jaren. U kunt ook een filter Teams maken om gegevens voor een of meer groepen in uw organisatie weer te geven.

Wat wilt u doen?


Een type filter kiezen

Wanneer u een dashboardfilter maakt, moet u eerst bepalen welk type filter u wilt maken. Dashboardfilters variëren in vormgeving en functionaliteit en behoren normaal gesproken tot een van de volgende groepen:

WeergevenZelfstandige filters die u maakt met een wizard

Een zelfstandig filter wordt weergegeven als afzonderlijk item in een dashboard. Gebruik een zelfstandig filter als u een van de volgende taken wilt uitvoeren:

  • Een filter maken dat wordt weergegeven als afzonderlijk item in een dashboard.
  • Dashboardgebruikers in staat stellen om een of meer items te selecteren in een lijst of in een uit te breiden structuurweergave zodat ze kunnen opgeven welke items ze willen toepassen als filter.
  • Een filter koppelen aan meerdere rapporten en scorecards.

WeergevenQuery's die zijn ingesloten in afzonderlijke rapporten of scorecards

Een ingesloten query is een filter dat is ingebouwd in een rapport of scorecard om specifieke informatie in dat rapport of die scorecard weer te geven. Een ingesloten query is niet zichtbaar in een dashboard, omdat deze naadloos is geïntegreerd in een afzonderlijk rapport of een afzonderlijke scorecard. Gebruik een ingesloten query als u een van de volgende taken wilt uitvoeren:

  • Een filter maken dat is ingebouwd in een rapport of een scorecard via aangepaste query's en/of achtergronditems.
  • Een rapport of scorecard instellen zodat dashboardgebruikers specifieke informatie standaard zien wanneer ze het rapport of de scorecard openen.
  • Een filter toepassen dat specifiek is voor een afzonderlijke rapport of een afzonderlijke scorecard.

WeergevenKey Performance Indicators (KPI's) van de scorecard die zijn gekoppeld aan rapporten

Dashboardgebruikers kunnen op een gekoppelde KPI klikken als ze meer informatie over een bepaalde parameter willen bekijken. Selecteer een gekoppelde KPI als u een van de volgende taken wilt uitvoeren:

  • Een KPI gebruiken als filter voor andere rapporten.
  • Dashboardgebruikers in staat stellen om op een KPI te klikken als ze meer informatie over de onderliggende details willen bekijken.
  • Een KPI koppelen aan meerdere rapporten.

Nadat u hebt besloten welk type filter u wilt, gaat u verder met Het filter maken.

 Opmerking   Zie voor meer informatie over de verschillende typen filters die u kunt maken Filters maken in PerformancePoint dashboard Designer.

Terug naar boven Terug naar boven

Het filter maken

De methode die u gebruikt om het filter te maken, is afhankelijk van het type filter dat u wilt maken.

Als u dit wilt doen, klikt u hier
Lees hoe u een zelfstandig filter maakt met behulp van een wizard.

Kies de procedure die overeenkomt met de filtersjabloon die u wilt gebruiken.

Lees meer over filters die zijn ingebouwd in rapporten of scorecards door aangepaste query's en/of achtergronditems te gebruiken. Informatie over MDX in Dashboard Designer
Lees hoe u KPI's gebruikt als filter voor andere rapporten in een dashboard. KPI's van de scorecard koppelen aan analytische rapporten

Terug naar boven Terug naar boven

Het filter toevoegen aan een dashboardpagina

Het hangt af van het type filter dat u maakt of u het filter moet toevoegen aan een dashboardpagina. Als u filters maakt die worden weergegeven als afzonderlijke dashboarditems, moet u deze toevoegen aan de dashboardpagina en vervolgens verbinden met een of meer rapporten en scorecards. Als u daarentegen filters maakt die aangepaste query's, achtergronditems of KPI's zijn die zijn gekoppeld aan analytische rapporten, bevinden deze filters zich al in uw dashboard, als onderdeel van uw rapporten of scorecards.

De volgende procedures gelden alleen voor de zelfstandige filters die u maakt met de wizard Filter maken.

 Opmerking   Zorg voordat u begint ervoor dat u al zowel een dashboard met ten minste één scorecard of rapport als een filter hebt gemaakt. Hoewel u filters in de werkruimte van een dashboard maakt, wordt dat filter pas opgenomen op een dashboardpagina nadat u dit hebt toegevoegd aan de hand van de volgende procedure.

Deel I: sleep het filter naar een dashboardzone

  1. Klik in Dashboard Designer op het tabblad Start en klik op Vernieuwen om de lijst met items die worden opgeslagen naar Monitoring Server te vernieuwen. Klik in de Werkruimtebrowser op Dashboards. Het middelste deelvenster in de werkruimte bevat twee tabbladen: Server en Werkruimte. Op het tabblad Server staan alle dashboards die u en andere dashboardauteurs hebben gepubliceerd naar Monitoring Server. Op het tabblad Werkruimte vindt u alle dashboards die u hebt gemaakt of geopend in de werkruimte.

    Klik op het tabblad Werkruimte om de lijst met dashboards die beschikbaar in de werkruimte zijn weer te geven. Als het dashboard dat u wilt bewerken niet wordt vermeld, klikt u op het tabblad Server. Dubbelklik op het dashboard om dit te openen in de werkruimte.
  2. Klik in het middelste deelvenster op het tabblad Editor.
  3. Klik in het detailvenster op het plusteken (+) naast Filters om de lijst met beschikbare filters uit te vouwen. Sleep het filter dat u wilt gebruiken naar een dashboardzone.

 Opmerking   Als u geen filters in de lijst in het detailvenster ziet, zijn er geen filters gemaakt voor dat dashboard. Maak een filter, waarna u verdergaat.

  1. Klik op het tabblad Start en klik vervolgens op Alles publiceren om de wijzigingen op te slaan naar Monitoring Server.

Deel II: verbind het filter met een rapport of een scorecard

  1. Klik in Dashboard Designer op het tabblad Editor in de werkruimte voor het dashboard dat u wilt wijzigen. Zoek het filter dat u wilt verbinden met een rapport of een scorecard.
  2. Klik op de pijl-omlaag naast de filternaam in de dashboardzone en klik vervolgens op Koppeling maken. Het dialoogvenster Editor voor filterkoppeling wordt geopend.
  3. Klik op het tabblad Koppelingsitems. De naam van het filter dat u zojuist hebt toegevoegd aan het dashboard, moet worden vermeld in het vak Filter. Als de naam niet wordt vermeld, gebruikt u de lijst Filter om het filter te selecteren. Gebruik vervolgens de lijst Gekoppeld dashboarditem om te selecteren welk rapport of welke scorecard u wilt koppelen aan het filter.
  4. Klik op het tabblad Koppelingsopties en geef de instellingen Eindpunt dashboarditem, Bronwaarde en Koppelingsformule filteren op aan de hand van de volgende procedures:

WeergevenHet eindpunt dashboarditem opgeven

Gebruik de lijst Eindpunt dashboarditem om te selecteren welke dimensie u wilt gebruiken. Dat wil zeggen, u geeft op waar u de resultaten van de query wilt weergeven in het rapport.

Stel dat u een rapport met productcategorieën en meetwaarden hebt, zoals brutowinst en brutowinstmarge. Stel verder dat u het rapport wilt koppelen aan een filter dat een lijst met verschillende geografische gebieden bevat. Als u Productcategorieën in de lijst Eindpunt dashboarditem selecteert, wordt de informatie over de productcategorieën in uw rapport vervangen door de informatie over de geografische gebieden die zijn geselecteerd in het filter.


WeergevenEen bronwaarde opgeven

Gebruik de lijst Bronwaarde om een beschikbare bron voor het filter te selecteren. De geselecteerde bronwaarde komt overeen met de gegevens waarnaar uw filter zoekt wanneer dashboardgebruikers het filter toepassen. Afhankelijk van het type filter dat u wilt configureren, variëren de opties. U moet voor de meeste filters de gegevensbron selecteren voor het rapport dat of de scorecard die u aan het filter koppelt.


WeergevenEen filterkoppelingsformule opgeven

 Opmerking   Wanneer u een filter Time Intelligence Post-formule aan het dashboard toevoegt, moet u een filterkoppelingsformule opgeven. Wanneer u echter andere typen filters toevoegt, kunnen ervaren gebruikers normaal gesproken zelf bepalen of ze een filterkoppelingsformule opgeven of niet.

Klik op Koppelingsformule filteren om het dialoogvenster Formule-editor te openen. Daar kunt u een aangepaste MDX-query (Multidimensional Expressions) en/of een Time Intelligence-formule voor het filter opgeven. Zie de volgende bronnen voor meer informatie.

Als u dit wilt doen, klikt u hier
Lees hoe u een aangepaste MDX-query in het filter gebruikt. Een aangepast MDX-filter maken in het dialoogvenster Formule-editor
Bekijk voorbeelden van MDX-query's. Informatie over MDX in Dashboard Designer
Lees hoe u een Time Intelligence-formule in het filter gebruikt. Een filter maken dat Time Intelligence gebruikt
Bekijk voorbeelden van Time Intelligence-formules. Informatie over de syntaxis van Time Intelligence-expressies

  1. Nadat u uw instellingen op het tabblad Koppelingsopties van het dialoogvenster Editor voor filterkoppeling hebt opgegeven, klikt u op OK. Klik op het tabblad Start en klik vervolgens op Alles publiceren om het dashboard op te slaan naar Monitoring Server. Het filter is nu in het dashboard en is gekoppeld aan een rapport of scorecard.

Terug naar boven Terug naar boven

Zie de volgende stappen

Klik op de koppeling die het beste aansluit bij het onderwerp waarover u meer wilt lezen.


Voorbeeld van een dashboard weergeven
Een dashboardpagina maken of bewerken
Een dashboard exporteren naar een SharePoint-site


Terug naar boven Terug naar boven