U kunt de gewenste e-mailservice krijgen door met de informatie die u van de beheerder of uw internetprovider (ISP) (internetprovider: een bedrijf dat toegang biedt tot internet via voorzieningen als e-mail, chatruimtes of gebruik van het World Wide Web. Sommige internetproviders zijn multinationale ondernemingen die toegang bieden via een groot aantal locaties, terwijl andere alleen in een specifieke regio actief zijn.) hebt ontvangen, een e-mailaccount aan Microsoft Outlook toe te voegen. U kunt u zonodig meerdere e-mailaccounts aan één Outlook-gebruikersprofiel (Outlook-profiel voor e-mail: een profiel dat in Outlook wordt gebruikt om de e-mailaccounts en de instellingen te bewaren aan de hand waarvan wordt bepaald waar uw e-mailberichten zijn opgeslagen.) toevoegen. Zo zou u voor uw zakelijke e-mail een Microsoft Exchange Server-account en voor uw persoonlijke e-mail een ander internet-e-mailaccount, bijvoorbeeld een POP3-account van uw ISP kunnen toevoegen.
Outlook ondersteunt de volgende typen e-mailservers:
Opmerking Outlook ondersteunt het protocol IMAP4. Sommige servers gebruiken een bijgewerkte standaard, IMAP4rev1, die verificatie van uw referenties en toegang tot uw account kan belemmeren. Neem contact op met de systeembeheerder of ISP als u wilt weten welk IMAP-protocol de server gebruikt.
Als u een e-mailaccount wilt gaan gebruiken, geeft u in Outlook de volgende gegevens op:
Verbinding maken met de e-mailserver (verbinding maken/inbellen)
U kunt op twee manieren verbinding maken:
- Via een telefoonlijn, met behulp van een modem. U kunt dan handmatig een verbinding tot stand brengen of gebruik maken van een inbelverbinding, zodat u automatisch verbinding krijgt wanneer u Outlook start. Neem contact op met uw internetprovider voor informatie over telefoonnummer, modeminstellingen en netwerkprotocollen als u verbinding maakt met een POP3- of IMAP-server.
- Via een local area network (LAN). Wanneer uw bedrijf gebruikmaakt van een LAN, kunt u wellicht rechtstreeks vanaf uw computer een externe verbinding tot stand brengen met internet. Neem contact op met de beheerder voor informatie over accounts en de benodigde netwerkprotocollen om toegang te krijgen tot e-mailservers.
Wanneer en hoe krijgt u toegang tot uw e-mailberichten op de server (verzenden/ontvangen)?
- Als u Microsoft Exchange Server gebruikt, kunt u opgeven hoe u wilt werken: on line of off line. De standaardinstelling van Outlook is on line (verbonden met de server). De berichten die u verzendt of ontvangt, worden direct bezorgd. Als u off line wilt werken, kunt u opgeven hoe vaak Outlook voor het verzenden en ontvangen van berichten verbinding met de server maakt.
- Als u een internet-e-mailaccount gebruikt, kunt u instellen hoe vaak Outlook voor het verzenden en ontvangen van berichten verbinding maakt met de internet-e-mailserver.
- U kunt een groep Verzenden/ontvangen maken waarin u de e-mailaccounts die u in Outlook hebt gemaakt, kunt onderbrengen. Vervolgens kunt u een bepaalde werking voor de groep instellen, zoals een tijdsinterval voor het verzenden of ontvangen van berichten, of u kunt instellen hoe de berichten worden verwerkt wanneer Outlook on line of off line is. Met een groep Verzenden/ontvangen kunt u het volgende opgeven:
- Of het account al dan niet wordt vermeld bij het verzenden en ontvangen van berichten.
- Of berichten van een account moeten worden verzonden en/of ontvangen.
- Of bijlagen moeten worden gedownload.
- De maximale grootte van berichten die worden gedownload.
- Mappen die bij het verzenden of ontvangen worden opgenomen.
- Dat alleen de berichtkoppen van nieuwe berichten worden gedownload.
- Diverse instellingen voor wanneer Outlook on line of off line is.