Sneltoetscombinaties voor Microsoft Outlook 2010

Sommige informatie in dit onderwerp is mogelijk niet van toepassing op bepaalde talen.

Als u dit onderwerp wilt afdrukken, drukt u op Tab om Alles weergeven boven aan het onderwerp te selecteren, drukt u op ENTER en vervolgens op Ctrl+P.

Algemene procedures

WeergevenNavigatie - Basishandelingen

Handeling Druk op
Overschakelen naar E-mail. Ctrl+1
Overschakelen naar Agenda. Ctrl+2
Overschakelen naar Contactpersonen. Ctrl+3
Overschakelen naar Taken. Ctrl+4
Overschakelen naar Notities. Ctrl+5
Overschakelen naar de mappenlijst in het navigatiedeelvenster. Ctrl+6
Overschakelen naar snelkoppelingen. Ctrl+7
Overschakelen naar volgende bericht (als het bericht is geopend). Ctrl+PUNT
Overschakelen naar vorige bericht (als het bericht is geopend). Ctrl+KOMMA
Navigeren tussen het navigatiedeelvenster, het hoofdvenster van Outlook, het leesvenster en de takenbalk. Ctrl+Shift+Tab of Shift+Tab
Navigeren tussen het Outlook-venster, de kleinere deelvensters van het navigatiedeelvenster, het leesvenster en de delen van de takenbalk. Tab
Navigeren tussen het Outlook-venster, de kleinere deelvensters van het navigatiedeelvenster, het leesvenster en de delen van de takenbalk, en de toegangstoetsen op het Outlook-lint weergeven. F6
Navigeren tussen de regels in de berichtkop in het navigatiedeelvenster of in een geopend bericht. Ctrl+Tab
Navigeren in het navigatiedeelvenster. Pijltoetsen
Naar een andere map gaan. Ctrl+Y
Naar het vak Zoeken gaan. F3 of Ctrl+E
Naar het vorige bericht gaan in het leesvenster. Alt+PIJL-OMHOOG of Ctrl+KOMMA of Alt+Page Up
Omlaag bladeren door de tekst in het leesvenster. SPATIEBALK
Omhoog bladeren door de tekst in het leesvenster. Shift+SPATIEBALK
Een groep in een lijst met e-mailberichten samenvouwen of uitvouwen. Respectievelijk PIJL-LINKS of PIJL-RECHTS
Teruggaan naar de vorige weergave in het hoofdvenster van Outlook. Alt+B of Alt+PIJL-LINKS
Verdergaan naar de volgende weergave in het hoofdvenster van Outlook. Alt+PIJL-RECHTS
De infobalk selecteren en het menu met opdrachten weergeven (indien beschikbaar). Ctrl+Shift+W

WeergevenZoeken

Handeling Druk op
Een bericht of ander item zoeken. Ctrl+E
De zoekresultaten wissen. ESC
De zoekbewerking uitbreiden naar Alle e-mailitems, Alle agenda-items of Alle contactpersoonitems (afhankelijk van de module). Ctrl+Alt+A
Zoekcriteria gebruiken. Ctrl+Shift+F
Een nieuwe zoekmap maken. Ctrl+Shift+P
Tekst zoeken in een geopend item. F4
Zoeken en vervangen van tekens, symbolen of een opmaakopdracht. Werkt alleen in een item dat is geopend in het leesvenster. Ctrl+H
De zoekbewerking uitbreiden zodat ook in items in de huidige map wordt gezocht. Ctrl+Alt+K
De zoekbewerking uitbreiden zodat ook in submappen wordt gezocht. Ctrl+At+Z

WeergevenMarkeringen

Handeling Druk op
Het dialoogvenster Bericht markeren voor opvolgen openen om een markering in te stellen. Ctrl+Shift+G

WeergevenKleurcategorieën

Handeling Druk op
De geselecteerde categorie verwijderen uit de lijst in het dialoogvenster Kleurcategorieën. Alt+D

WeergevenEen item of bestand maken

Handeling Druk op
Een afspraak maken. Ctrl+Shift+A
Een contactpersoon maken. Ctrl+Shift+C
Een distributielijst maken. Ctrl+Shift+L
Een fax maken. Ctrl+Shift+X
Een map maken. Ctrl+Shift+E
Een logboekitem maken. Ctrl+Shift+J
Een vergaderverzoek maken. Ctrl+Shift+Q
Maak een bericht. Ctrl+Shift+M
Een notitie maken. Ctrl+Shift+N
Een nieuw Microsoft Office-document maken. Ctrl+Shift+H
Naar deze map posten. Ctrl+Shift+S
Een antwoord posten naar deze map. Ctrl+T
Zoekmap maken. Ctrl+Shift+P
Een taak maken. Ctrl+Shift+K
Een taakverzoek maken. Ctrl+Shift+U

WeergevenProcedures in alle items

Handeling Druk op
Opslaan (niet in taken). Ctrl+S of Shift+F12
Opslaan en sluiten (niet in E-mail). Alt+S
Opslaan als (alleen in E-mail). F12
Ongedaan maken. Ctrl+Z of Alt+Backspace
Een item verwijderen. Ctrl+D
Afdrukken. Ctrl+P
Een item kopiëren. Ctrl+Shift+Y
Een item verplaatsen. Ctrl+Shift+V
Namen controleren. Ctrl+K
Spelling controleren. F7
Bericht markeren voor opvolgen. Ctrl+Shift+G
Doorsturen. Ctrl+F
Alles verzenden of posten, iedereen uitnodigen Alt+S
Bewerkingsmogelijkheden in een veld inschakelen (niet in E-mail of in de pictogramweergave). F2
Tekst links uitlijnen. Ctrl+L
Tekst centreren. Ctrl+E
Tekst rechts uitlijnen. Ctrl+R

WeergevenE-mail

Handeling Druk op
Overschakelen naar Postvak IN. Ctrl+Shift+I
Overschakelen naar Postvak UIT. Ctrl+Shift+O
Het account kiezen waarmee u een bericht wilt verzenden. Ctrl+Tab (het vak Aan is geactiveerd) en vervolgens met Tab naar de knop Accounts.
Namen controleren. Ctrl+K
Verzenden. Alt+S
Een bericht beantwoorden. Ctrl+R
Allen beantwoorden. Ctrl+Shift+R
Beantwoorden met vergaderverzoek. Ctrl+Alt+R
Een bericht doorsturen. Ctrl+F
Een bericht markeren als niet-ongewenste e-mail. Ctrl+ Alt+J
Geblokkeerde externe inhoud weergeven (in een bericht). Ctrl+Shift+I
Naar een map posten. Ctrl+ Shift+S
Stijl Standaard toepassen. Ctrl+Shift+N
Controleren op nieuwe berichten. Ctrl+M of F9
Naar het vorige bericht gaan. PIJL-OMHOOG
Naar het volgende bericht gaan. PIJL-OMLAAG
Een bericht maken (vanuit E-mail). Ctrl+N
Een bericht maken (vanuit een Outlook-weergave). Ctrl+Shift+M
Een ontvangen bericht openen. Ctrl+O
Een ##conversatie verwijderen en negeren. Ctrl+Shift+D
Het Adresboek openen. Ctrl+Shift+B
Een snelvlag aan een ongeopend bericht toevoegen. INS
Het dialoogvenster Bericht markeren voor opvolgen weergeven. Ctrl+Shift+G
Als gelezen markeren. Ctrl+Q
Als ongelezen markeren. Ctrl+U
De ##Mail Tip openen in het geselecteerde bericht. Ctrl+Shift+W
Zoeken of vervangen. F4
Volgende zoeken. Shift+F4
Verzenden. Ctrl+ENTER
Afdrukken. Ctrl+P
Doorsturen. Ctrl+F
Doorsturen als bijlage. Ctrl+Alt+F
De eigenschappen voor het geselecteerde item weergeven. Alt+ENTER
Een multimediabericht maken. Ctrl+Shift+U
Een tekstbericht maken. Ctrl+Shift+T
Markeren om te downloaden. Ctrl+Alt+M
Markeren om te downloaden opheffen. Ctrl+Alt+U
Voortgang van verzenden/ontvangen weergeven. Ctrl+B (tijdens verzenden/ontvangen)

WeergevenAgenda

Handeling Druk op
Een nieuwe afspraak maken (vanuit de agenda). Ctrl+N
Een nieuwe afspraak maken (vanuit een Outlook-weergave). Ctrl+Shift+A
Een nieuw vergaderverzoek maken. Ctrl+Shift+Q
Een afspraak of vergadering doorsturen. Ctrl+F
Een vergaderverzoek beantwoorden met een bericht. Ctrl+R
Allen een bericht sturen als reactie op een vergaderverzoek. Ctrl+Shift+R
Tien dagen weergeven in de agenda. Alt+0
Een dag weergeven in de agenda. Alt+1
Twee dagen weergeven in de agenda. Alt+2
Drie dagen weergeven in de agenda. Alt+3
Vier dagen weergeven in de agenda. Alt+4
Vijf dagen weergeven in de agenda. Alt+5
Zes dagen weergeven in de agenda. Alt+6
Zeven dagen weergeven in de agenda. Alt+7
Acht dagen weergeven in de agenda. Alt+8
Negen dagen weergeven in de agenda. Alt+9
Naar een datum gaan. Ctrl+G
Maandweergave kiezen. Alt+= of Ctrl+Alt+4
Naar de volgende dag gaan. Ctrl+PIJL-RECHTS
Naar de volgende week gaan. Alt+PIJL-OMLAAG
Naar de volgende maand gaan. Shift+Page Down
Naar de vorige dag gaan. Ctrl+PIJL-LINKS
Naar de vorige week gaan. Alt+PIJL-OMHOOG
Naar de vorige maand gaan. Alt+Page Up
Naar het begin van de week gaan. Alt+Home
Naar het einde van de week gaan. Alt+End
Weergave Volledige week kiezen. Alt+MINTEKEN of Ctrl+Alt+3
Weergave Werkweek kiezen. Ctrl+Alt+2
Naar vorige afspraak gaan. Ctrl+KOMMA of Ctrl+Shift+KOMMA
Naar volgende afspraak gaan. Ctrl+PUNT of Ctrl+Shift+PUNT
Terugkerende ##geopende afspraak of vergadering instellen. Ctrl+G

Zie ook bij Weergaven, agendaweergave Dag/Week/Maand en Datumnavigator

WeergevenContactpersonen

Handeling Druk op
Een nieuw nummer kiezen. Ctrl+Shift+D
Een contactpersoon of ander item zoeken (Zoeken). F3 of Ctrl+E
Een naam typen in het vak Adresboeken doorzoeken. F11
Naar de eerste contactpersoon gaan die begint met een bepaalde letter (in de tabel- of lijstweergave van contactpersonen). Shift+letter
Alle contactpersonen selecteren. Ctrl+A
Een bericht maken met de geselecteerde contactpersoon als onderwerp. Ctrl+F
Een logboekitem maken voor de geselecteerde contactpersoon. Ctrl+J
Een nieuwe contactpersoon maken (vanuit contactpersonen). Ctrl+N
Een nieuwe contactpersoon maken (vanuit een Outlook-weergave). Ctrl+Shift+C
Een contactpersoonformulier voor de geselecteerde contactpersoon openen. Ctrl+O
Een distributielijst maken. Ctrl+Shift+L
Afdrukken. Ctrl+P
Een lijst met de leden van de distributielijst bijwerken. F5
Naar een andere map gaan. Ctrl+Y
Het adresboek openen. Ctrl+Shift+B
Zoekcriteria gebruiken. Ctrl+Shift+F
De volgende contactpersoon van de lijst openen (vanuit een open contactpersoon). Ctrl+Shift+PUNT
Een contactpersoon zoeken. F11
Een contactpersoon sluiten. ESC
Een faxbericht verzenden naar de geselecteerde contactpersoon. Ctrl+Shift+X
Het dialoogvenster Adres controleren openen. Alt+D
In een contactpersoonformulier onder Internet de informatie voor E-mail 1 weergeven. Alt+Shift+1
In een contactpersoonformulier onder Internet de informatie voor E-mail 2 weergeven. Alt+Shift+2
In een contactpersoonformulier onder Internet de informatie voor E-mail 3 weergeven. Alt+Shift+3

In het dialoogvenster Elektronische visitekaartjes

Handeling Druk op
De lijst Toevoegen openen. Alt+A
Tekst selecteren in het vak Label wanneer het veld met een label is geselecteerd. Alt+B
Het dialoogvenster Foto voor visitekaartje toevoegen openen. Alt+C
De cursor aan het begin van het vak Bewerken plaatsen. Alt+E
Het vak Velden selecteren. Alt+F
De vervolgkeuzelijst Afbeelding uitlijnen selecteren. Alt+G
Kleurenpalet voor de achtergrond selecteren. Alt+K en vervolgens ENTER.
De vervolgkeuzelijst Indeling selecteren. Alt+L
Een geselecteerd veld verwijderen uit het vak Velden. Alt+R

WeergevenTaken

Handeling Druk op
De takenbalk weergeven of verbergen. Alt+F2
Een taakverzoek accepteren. Alt+C
Een taakverzoek weigeren. Alt+D
Een taak of ander item zoeken. Ctrl+E
Het dialoogvenster Ga naar map openen. Ctrl+Y
Een nieuw taak maken (vanuit Taken). Ctrl+N
Een nieuwe taak maken (vanuit een Outlook-weergave). Ctrl+Shift+K
Het geselecteerde item openen. Ctrl+O
Het geselecteerde item afdrukken. Ctrl+P
Alle items selecteren. Ctrl+A
Het geselecteerde item verwijderen. Ctrl+D
Een taak doorsturen als bijlage. Ctrl+F
Een taakverzoek maken. Ctrl+Shift+Alt+U
Overschakelen tussen het navigatiedeelvenster, de takenlijst en de takenbalk. Tab of Shift+Tab
Het geselecteerde item openen als logboekitem. Ctrl+J
Laatste bewerking ongedaan maken. Ctrl+Z
Een item markeren of als voltooid markeren. INS

WeergevenTekstopmaak

Handeling Druk op
Het menu Opmaak weergeven. Alt+O
Het dialoogvenster Lettertype weergeven. Ctrl+Shift+P
Schakelen tussen hoofdletters en kleine letters (mits u tekst hebt geselecteerd). Shift+F3
Letters in klein kapitaal zetten. Ctrl+Shift+K
Vet maken. Ctrl+B
Opsommingstekens toevoegen. Ctrl+Shift+L
Cursief maken. Ctrl+I
Inspringing vergroten. Ctrl+T
Inspringing verkleinen. Ctrl+Shift+T
Links uitlijnen. Ctrl+L
Centreren. Ctrl+E
Onderstrepen. Ctrl+U
Grotere tekengrootte. Ctrl+] of Ctrl+Shift+>
Kleinere tekengrootte. Ctrl+[ of Ctrl+Shift+<
Knippen. Ctrl+X of Shift+Delete
Kopiëren.

Ctrl+C of Ctrl+INS

 Opmerking   Ctrl+INSERT is niet beschikbaar in het leesvenster.

Plakken. Ctrl+V of Shift+INS
Opmaak wissen. Ctrl+Shift+Z of Ctrl+SPATIEBALK
Het volgende woord verwijderen. Ctrl+Shift+H
Een alinea uitrekken om tussen de marges te laten passen. Ctrl+Shift+J
Stijlen toepassen. Ctrl+Shift+S
Een verkeerd-om inspringing maken. Ctrl+T
Een hyperlink invoegen. Ctrl+K
Een alinea links uitlijnen. Ctrl+L
Een alinea rechts uitlijnen. Ctrl+R
Een verkeerd-om inspringing verkleinen. Ctrl+Shift+T
De alineaopmaak verwijderen. Ctrl+Q

WeergevenWebgegevens aan items toevoegen.

Handeling Druk op
Een URL in de hoofdtekst van een item bewerken. Houd Ctrl ingedrukt en klik met de muisknop.
Een hyperlink invoegen. Ctrl+K

WeergevenAfdrukken

Handeling Druk op
Tabblad Afdrukken openen in Backstage-weergave. Druk op Alt+F en vervolgens op P
Een item vanuit een geopend venster afdrukken. Druk op Alt+F, druk op P en druk vervolgens op F en op 1
Pagina-instelling openen vanuit Afdrukvoorbeeld. Alt+T of Alt+U
Een printer selecteren vanuit Afdrukvoorbeeld. Druk op Alt+F, druk op P en druk vervolgens op I
Afdrukstijlen bepalen. Druk op Alt+F, druk op P en druk vervolgens op L
Afdrukopties openen. Druk op Alt+F, druk op P en druk vervolgens op R

WeergevenVerzenden/ontvangen.

Handeling Druk op
Een verzend-/ontvangstbewerking starten voor alle gedefinieerde groepen voor verzenden/ontvangen waarvoor u Deze groep opnemen bij verzenden/ontvangen (F9) hebt geselecteerd. Deze bewerking kan betrekking hebben op koppen, volledige items, opgegeven mappen, items die kleiner zijn dan een bepaalde grootte of een willekeurige combinatie die u definieert. F9
Een verzend-/ontvangstbewerking starten voor de huidige map, waarbij volledige items worden opgehaald (kop, item en eventuele bijlagen). Shift+F9
Verzenden/ontvangen starten. Ctrl+M
Groepen voor verzenden/ontvangen definiëren. Ctrl+Alt+S

WeergevenVisual Basic Editor

Handeling Druk op
Visual Basic Editor openen. Alt+F11

WeergevenMacro's

Handeling Druk op
Een macro afspelen. Alt+F8

WeergevenFormulieren

Handeling Druk op
Een Office InfoPath-formulier maken. Klik in een InfoPath-map en vervolgens op Ctrl+N.
Een Microsoft InfoPath-formulier kiezen. Ctrl+Shift+Alt+T

Terug naar boven Terug naar boven

Weergaven

WeergevenTabelweergave

WeergevenAlgemeen gebruik

Handeling Druk op
Een item openen. ENTER
Alle items selecteren. Ctrl+A
Naar het item onder aan het scherm gaan. Page Down
Naar het item boven aan het scherm gaan. Page Up
Het aantal geselecteerde items met één item uitbreiden of reduceren. Respectievelijk Shift+PIJL-OMHOOG of Shift+PIJL-OMLAAG
Naar het volgende of vorige item gaan zonder de selectie uit te breiden. Respectievelijk Ctrl+PIJL-OMHOOG of Ctrl+PIJL-OMLAAG
Het actieve item selecteren of de selectie ervan opheffen. Ctrl+SPATIEBALK

WeergevenMet een geselecteerde groep

Handeling Druk op
Een geselecteerde groep uitvouwen. PIJL-RECHTS
Een geselecteerde groep samenvouwen. PIJL-LINKS
De vorige groep selecteren. PIJL-OMHOOG
De volgende groep selecteren. PIJL-OMLAAG
De eerste groep selecteren. Home
De laatste groep selecteren. End
Het eerste item op het scherm selecteren in een uitgevouwen groep of het eerste item buiten het scherm rechts. PIJL-RECHTS

WeergevenAgendaweergave Dag/Week/Maand

WeergevenAlle drie

Handeling Druk op
1 tot en met 9 dagen weergeven. Alt+toets voor aantal dagen
10 dagen weergeven. Alt+0 (NUL)
Overschakelen naar weken. Alt+MINTEKEN
Overschakelen naar maanden. Alt+=
Schakelen tussen de Agenda, de takenlijst en de mappenlijst. Ctrl+Tab of F6
De vorige afspraak selecteren. Shift+Tab
Naar de vorige dag gaan. PIJL-LINKS
Naar de volgende dag gaan. PIJL-RECHTS
Naar dezelfde dag in de volgende week gaan. Alt+PIJL-OMLAAG
Naar dezelfde dag in de vorige week gaan. Alt+PIJL-OMHOOG

WeergevenDagweergave

Handeling Druk op
De tijd selecteren waarop uw werkdag begint. Home
De tijd selecteren waarop uw werkdag eindigt. End
Het vorige tijdsblok selecteren. PIJL-OMHOOG
Het volgende tijdsblok selecteren. PIJL-OMLAAG
Het tijdsblok boven aan het scherm selecteren. Page Up
Het tijdsblok onder aan het scherm selecteren. Page Down
De geselecteerde tijd uitbreiden of beperken. Respectievelijk Shift+PIJL-OMHOOG of Shift+PIJL-OMLAAG
Een afspraak omhoog of omlaag verplaatsen. Respectievelijk Alt+PIJL-OMHOOG of Alt+PIJL-OMLAAG, terwijl de cursor in de afspraak is geplaatst
De begin- of eindtijd van een afspraak wijzigen. Respectievelijk Alt+Shift+PIJL-OMHOOG of Alt+Shift+PIJL-OMLAAG, terwijl de cursor in de afspraak is geplaatst
Geselecteerd item naar dezelfde dag in de volgende week verplaatsen. Alt+PIJL-OMLAAG
Geselecteerd item naar dezelfde dag in de vorige week verplaatsen. Alt+PIJL-OMHOOG

WeergevenWeekweergave

Handeling Druk op
Naar het begin van de werktijden van de geselecteerde dag gaan. Home
Naar het einde van de werktijden van de geselecteerde dag gaan. End
Een paginaweergave omhoog gaan in de geselecteerde dag. Page Up
Een paginaweergave omlaag gaan in de geselecteerde dag. Page Down
De duur van het geselecteerde tijdsblok wijzigen. Shift+PIJL-LINKS, Shift+PIJL-RECHTS, Shift+PIJL-OMHOOG, of Shift+PIJL-OMLAAG, Shift+Home of Shift+End

WeergevenMaandweergave

Handeling Druk op
Naar de eerste dag van de week gaan. Home
Naar dezelfde dag van de week gaan (op de vorige pagina). Page Up
Naar dezelfde dag van de week gaan (op de volgende pagina). Page Down

WeergevenDatumnavigator

Handeling Druk op
Naar de eerste dag van de huidige week gaan. Alt+Home
Naar de laatste dag van de huidige week gaan. Alt+End
Naar dezelfde dag in de vorige week gaan. Alt+PIJL-OMHOOG
Naar dezelfde dag in de volgende week gaan. Alt+PIJL-OMLAAG

WeergevenWeergave Visitekaartjes of weergave Adreskaartjes

WeergevenAlgemeen gebruik

Handeling Druk op
Een bepaald kaartje in de lijst selecteren. Een of meer letters van de naam waaronder het kaartje is opgeslagen of van het veld waarop u sorteert
Het vorige kaartje selecteren. PIJL-OMHOOG
Het volgende kaartje selecteren. PIJL-OMLAAG
Het eerste kaartje in de lijst selecteren. Home
Het laatste kaartje in de lijst selecteren. End
Het eerste kaartje op de huidige pagina selecteren. Page Up
Het eerste kaartje op de volgende pagina selecteren. Page Down
Het eerstvolgende kaartje in de volgende kolom selecteren. PIJL-RECHTS
Het eerstvolgende kaartje in de vorige kolom selecteren. PIJL-LINKS
Het actieve kaartje selecteren of de selectie ervan opheffen. Ctrl+SPATIEBALK
De selectie uitbreiden naar het vorige kaartje en de selectie annuleren van kaartjes na het beginpunt. Shift+PIJL-OMHOOG
De selectie uitbreiden naar het volgende kaartje en de selectie annuleren van kaartjes voor het beginpunt. Shift+PIJL-OMLAAG
De selectie uitbreiden naar het vorige kaartje, ongeacht het beginpunt. Ctrl+Shift+PIJL-OMHOOG
De selectie uitbreiden naar het volgende kaartje, ongeacht het beginpunt. Ctrl+Shift+PIJL-OMLAAG
De selectie uitbreiden naar het eerste kaartje in de lijst. Shift+Home
De selectie uitbreiden naar het laatste kaartje in de lijst. Shift+End
De selectie uitbreiden naar het eerste kaartje op de vorige pagina. Shift+Page Up
De selectie uitbreiden naar het laatste kaartje op de laatste pagina. Shift+Page Down

WeergevenNavigeren tussen velden in een geopend kaartje

U kunt de volgende toetsen en toetsencombinaties alleen gebruiken nadat u een veld in een kaartje hebt geselecteerd. Als u een veld wilt selecteren nadat u een kaartje hebt geselecteerd, klikt u in het veld.

Handeling Druk op
Navigeren naar het volgende veld en besturingselement. Tab
Navigeren naar het vorige veld en besturingselement. Shift+Tab
Het actieve ##kaartje sluiten. ENTER

WeergevenNavigeren tussen tekens in een veld.

U kunt de volgende toetsen en toetsencombinaties alleen gebruiken nadat u een veld in een kaartje hebt geselecteerd. Als u een veld wilt selecteren nadat u een kaartje hebt geselecteerd, klikt u in het veld.

Handeling Druk op
Een regel toevoegen aan een veld met meerdere regels. ENTER
Naar het begin van een regel gaan. Home
Naar het einde van een regel gaan. End
Naar het begin van een veld met meerdere regels gaan. Page Up
Naar het einde van een veld met meerdere regels gaan. Page Down
Naar de vorige regel in een veld met meerdere regels gaan. PIJL-OMHOOG
Naar de volgende regel in een veld met meerdere regels gaan. PIJL-OMLAAG
Naar het vorige teken in een veld gaan. PIJL-LINKS
Naar het volgende teken in een veld gaan. PIJL-RECHTS

WeergevenTijdlijnweergave (Taken of Logboek)

WeergevenNadat u een item hebt geselecteerd

Handeling Druk op
Het vorige item selecteren. PIJL-LINKS
Het volgende item selecteren. PIJL-RECHTS
Diverse aangrenzende items selecteren. Shift+PIJL-LINKS of Shift+PIJL-RECHTS
Diverse niet-aangrenzende items selecteren. Ctrl+PIJL-LINKS+SPATIEBALK of Ctrl+PIJL-RECHTS+SPATIEBALK
De geselecteerde items openen. ENTER
Het eerste item in de tijdlijn selecteren (als de items niet zijn gegroepeerd) of het eerste item in de groep selecteren. Home
Het laatste item in de tijdlijn selecteren (als de items niet zijn gegroepeerd) of het laatste item in de groep selecteren. End
Het eerste item in de tijdlijn weergeven (niet selecteren) (als de items niet zijn gegroepeerd) of het eerste item in de groep weergeven. Ctrl+Home
Het laatste item in de tijdlijn weergeven (niet selecteren) (als de items niet zijn gegroepeerd) of het laatste item in de groep weergeven. Ctrl+End

WeergevenAls u een groep hebt geselecteerd

Handeling Druk op
De groep uitvouwen. ENTER of PIJL-RECHTS
De groep samenvouwen. ENTER of PIJL-LINKS
De vorige groep selecteren. PIJL-OMHOOG
De volgende groep selecteren. PIJL-OMLAAG
De eerste groep in de tijdlijn selecteren. Home
De laatste groep in de tijdlijn selecteren. End
Het eerste item op het scherm selecteren in een uitgevouwen groep of het eerste item buiten het scherm rechts. PIJL-RECHTS

WeergevenWanneer u een tijdseenheid op de tijdschaal voor dagen hebt geselecteerd

Handeling Druk op
Teruggaan in stappen die overeenkomen met de tijdseenheid op de tijdschaal. PIJL-LINKS
Vooruitgaan in stappen die overeenkomen met de tijdseenheid op de tijdschaal. PIJL-RECHTS
Navigeren tussen de actieve weergave, de takenbalk, ##Zoeken en Logboek. Tab en Shift+Tab

Terug naar boven Terug naar boven

 
 
Van toepassing op:
Outlook 2010