Inleiding tot profielen

Een profiel bevat configuratiegegevens voor e-mailaccounts, gegevensbestanden en informatie over de opslaglocatie van uw e-mail. Wanneer Outlook voor het eerst wordt uitgevoerd, wordt er automatisch een profiel gemaakt met de naam Outlook. Het profiel wordt bijgewerkt wanneer u e-mailaccounts toevoegt of wijzigt of een extra Outlook-gegevensbestand (.PST) opneemt.

Outlook-profielen worden opgeslagen in het Windows-register en kunnen de volgende informatie bevatten:

De meeste mensen hebben slechts één profiel nodig. In Outlook 2010 kunt u meerdere Exchange-accounts hebben in één profiel. Daarnaast kunt u in Outlook 2010 eenvoudiger een uniek Outlook-gegevensbestand (.PST) gebruiken voor elke e-mailaccount. Als u eerder meerdere profielen hebt gebruikt om accounts gescheiden te houden, zoals accounts voor werk en thuis, wilt u mogelijk één profiel gebruiken.

Profielen zijn niet bedoeld als en bieden geen beveiliging tegen personen die toegang willen krijgen tot uw Outlook-gegevens. Als u de computer deelt met een andere persoon, wordt u aangeraden een Windows-gebruikersaccount te maken met een wachtwoord voor elke persoon, zodat elke Outlook-gebruiker een uniek profiel heeft.

Zie de sectie Zie ook voor meer informatie over het maken van een profiel, het wijzigen van de instelling voor het kiezen uit meerdere profielen wanneer Outlook wordt gestart of het bewerken van een profiel.

Terug naar boven Terug naar boven

 
 
Van toepassing op:
Outlook 2010