Sneltoetsen voor Excel

De sneltoetsen die in dit Help-onderwerp worden beschreven, hebben betrekking op de US-toetsenbordindeling. Bij andere toetsenbordindelingen komen de toetsen mogelijk niet precies overeen met de toetsen op een Amerikaans toetsenbord. Sneltoetsen voor laptopcomputers kunnen mogelijk ook verschillen.

De sneltoetsen voor sommige functies kunnen conflicteren met de standaardtoetstoewijzingen in Mac OS X versie 10.3 of hoger. Als u deze wilt gebruiken, moet u de instellingen voor uw functietoetsen wijzigen. Ga in het Apple-menu naar Systeemvoorkeuren. Klik onder Hardware op Toetsenbord> Toetsenbord en schakel het selectievakje Gebruik de toetsen F1, F2, enzovoort, als standaardfunctietoetsen in.

WeergevenFunctietoetsen

Handeling Druk op
De opbouwfunctie voor formules openen SHIFT + F3
of
FN + SHIFT + F3
De laatste zoekactie herhalen (Volgende zoeken) SHIFT + F4
of
FN + SHIFT + F4
Het venster sluiten COMMAND + F4
of
FN + COMMAND + F4
Het dialoogvenster Ga naar weergeven F5
Het dialoogvenster Zoeken weergeven SHIFT + F5
Naar het volgende deelvenster gaan in een werkmap die is gesplitst F6
Naar het vorige deelvenster gaan in een werkmap die is gesplitst SHIFT + F6
Naar het volgende werkmapvenster gaan COMMAND + F6
Naar het vorige werkmapvenster gaan COMMAND + SHIFT + F6
De spelling controleren F7
of
FN + F7
Toevoegen aan de selectie SHIFT + F8
Het dialoogvenster Macro weergeven OPTION + F8
of
FN + OPTION + F8
Alle bladen in alle geopende werkmappen berekenen. F9
Het actieve blad berekenen. SHIFT + F9
Een contextmenu weergeven. SHIFT + F10
Een nieuw grafiekblad invoegen. F11
Een nieuw blad invoegen. SHIFT + F11
Een Excel 4.0-macroblad invoegen COMMAND + F11
of
FN + COMMAND + F11
Het dialoogvenster Opslaan als weergeven F12
Het dialoogvenster Openen weergeven COMMAND + F12
of
FN + COMMAND + F12

Weergeven Navigeren en schuiven in een blad of werkmap

Handeling Druk op
Eén cel omhoog, omlaag, naar links of naar rechts gaan Een pijltoets
Naar de rand van het huidige gegevensgebied gaan CONTROL + pijltoets
Naar het begin van de rij gaan HOME
Naar het begin van het blad gaan CONTROL + HOME
Naar de laatste cel gaan die op het blad in gebruik is, dat wil zeggen de cel op het snijpunt van de uiterst rechtse kolom en de onderste rij (in de rechterbenedenhoek) of de cel tegenover de begincel (dit is meestal A1) CONTROL + END
Eén scherm omlaag gaan PAGE DOWN
Eén scherm omhoog gaan PAGE UP
Eén scherm naar rechts gaan OPTION + PAGE DOWN
Eén scherm naar links gaan OPTION + PAGE UP
Naar het volgende blad in de werkmap gaan CONTROL + PAGE DOWN
Naar het vorige blad in de werkmap gaan CONTROL + PAGE UP
Naar de volgende werkmap of het volgende venster gaan CONTROL + TAB
Naar de vorige werkmap of het vorige venster gaan CONTROL + SHIFT + TAB
Naar het volgende deelvenster gaan in een werkmap die is gesplitst F6
Naar het vorige deelvenster gaan in een werkmap die is gesplitst SHIFT + F6
Schuiven om de actieve cel weer te geven CONTROL + DELETE
Het dialoogvenster Ga naar weergeven CONTROL + G
Het dialoogvenster Zoeken weergeven COMMAND + F
De laatste zoekactie herhalen (komt overeen met de opdracht Volgende zoeken) COMMAND + G
Tussen ontgrendelde cellen op een beveiligd blad schakelen TAB

Weergeven Afdrukvoorbeelden bekijken en afdrukken

Handeling Druk op
Het dialoogvenster Afdrukken weergeven COMMAND + P

Weergeven Gegevens op een blad invoeren

Handeling Druk op
De invoer in een cel voltooien en vooruitgaan in de selectie RETURN
Een nieuwe regel beginnen in dezelfde cel CONTROL + OPTION + RETURN
Het geselecteerde cellenbereik vullen met de tekst die u typt CONTROL + RETURN
De invoer in een cel voltooien en teruggaan in de selectie SHIFT + RETURN
De invoer in een cel voltooien en naar rechts gaan in de selectie TAB
De invoer in een cel voltooien en naar links gaan in de selectie SHIFT + TAB
De invoer in een cel annuleren ESC
Het teken links van het invoegpunt verwijderen of de selectie verwijderen DELETE
Het teken recht van het invoegpunt verwijderen of de selectie verwijderen Delete
De tekst tot aan het einde van de regel verwijderen CONTROL + Delete
Eén teken omhoog, omlaag, naar links of naar rechts gaan Een pijltoets
Naar het begin van de regel gaan HOME
De laatste bewerking herhalen COMMAND + Y
Een celopmerking bewerken SHIFT + F2
Omlaag doorvoeren CONTROL + D
Naar rechts doorvoeren CONTROL + R
Een naam definiëren CONTROL + L

Weergeven Werken in cellen of de formulebalk

Handeling Druk op
De actieve cel bewerken en vervolgens wissen of het vorige teken in de actieve cel verwijderen tijdens het bewerken van de celinhoud DELETE
De invoer in een cel voltooien RETURN
Een formule invoeren als matrixformule CONTROL + SHIFT + RETURN
Invoer in de cel of formulebalk annuleren ESC
De Opbouwfunctie voor formules weergeven nadat u een geldige functienaam in een formule hebt getypt CONTROL + A
Een hyperlink invoegen COMMAND + K
De actieve cel bewerken en het invoegpunt aan het einde van de regel plaatsen CONTROL + U
De opbouwfunctie voor formules openen SHIFT + F3
of
FN + SHIFT + F3
Alle bladen in alle geopende werkmappen berekenen COMMAND + =
Het actieve blad berekenen COMMAND + SHIFT + =
Een formule beginnen =
Schakelen tussen de formuleverwijzingstypen absoluut, relatief en gemengd COMMAND + T
De AutoSom-formule invoegen COMMAND + SHIFT + T
De datum invoeren CONTROL + PUNTKOMMA (;)
De tijd invoeren COMMAND + PUNTKOMMA (;)
De waarde van de cel boven de actieve cel kopiëren naar de cel of formulebalk CONTROL + SHIFT + DUBBEL AANHALINGSTEKEN (")
Schakelen tussen de weergave van celwaarden en de weergave van celformules CONTROL + ACCENT GRAVE (`)
Een formule uit de cel boven de actieve cel kopiëren naar de cel of formulebalk CONTROL + APOSTROF (')
De lijst AutoAanvullen weergeven CONTROL + OPTION + PIJL-OMLAAG
Een naam definiëren CONTROL + L

Weergeven Gegevens opmaken en bewerken

Handeling Druk op
Het dialoogvenster Stijl weergeven COMMAND + SHIFT + L
Het dialoogvenster Celeigenschappen weergeven COMMAND + 1
De getalnotatie Algemeen toepassen CONTROL + SHIFT + ~
De valutanotatie met twee decimalen toepassen (negatieve getallen worden rood en tussen haakjes weergegeven) CONTROL + SHIFT + $
De percentagenotatie zonder decimalen toepassen CONTROL + SHIFT + %
De exponentiële getalnotatie met twee decimalen toepassen CONTROL + SHIFT + ^
De datumnotatie met de dag, de maand en het jaar toepassen CONTROL + SHIFT + #
De tijdnotatie met uur- en minuutaanduiding toepassen CONTROL + SHIFT + @
De getalnotatie met twee decimalen, het scheidingsteken voor duizendtallen en het minteken (-) voor negatieve waarden toepassen CONTROL + SHIFT + !
Het kader op de geselecteerde cellen toepassen COMMAND + OPTION + NUL
Een kader rechts van de selectie toevoegen COMMAND + OPTION + PIJL-RECHTS
Een kader links van de selectie toevoegen COMMAND + OPTION + PIJL-LINKS
Een kader boven de selectie toevoegen COMMAND + OPTION + PIJL-OMHOOG
Een kader onder de selectie toevoegen COMMAND + OPTION + PIJL-OMLAAG
Kaders verwijderen COMMAND + OPTION + AFBREEKSTREEPJE
De opmaak Vet toepassen of verwijderen COMMAND + B
De opmaak Cursief toepassen of verwijderen COMMAND + I
Onderstrepen toepassen of verwijderen COMMAND + U
Doorhalen toepassen of verwijderen COMMAND + SHIFT + X
Rijen verbergen CONTROL + 9
Verborgen rijen zichtbaar maken CONTROL + SHIFT + (
Kolommen verbergen CONTROL + NUL
Verborgen kolommen zichtbaar maken CONTROL + SHIFT + )
De schaduwtekenstijl toevoegen of verwijderen COMMAND + SHIFT + W
De contourtekenstijl toevoegen of verwijderen COMMAND + SHIFT + D
De actieve cel bewerken CONTROL + U
Invoer in de cel of de formulebalk annuleren ESC
De actieve cel bewerken en vervolgens wissen of het vorige teken in de actieve cel verwijderen tijdens het bewerken van de celinhoud DELETE
Tekst in de actieve cel plakken COMMAND + V
De invoer in een cel voltooien RETURN
Een formule invoeren als matrixformule CONTROL + SHIFT + RETURN
De Opbouwfunctie voor formules weergeven nadat u een geldige functienaam in een formule hebt getypt CONTROL + A

Weergeven Werken met een selectie

Handeling Druk op
De selectie kopiëren COMMAND + C
De selectie knippen COMMAND + X
De selectie plakken COMMAND + V
De inhoud van de selectie wissen DELETE
De selectie wissen CONTROL + AFBREEKSTREEPJE
Tekst of afbeeldingen kopiëren naar de knipselmap CONTROL + OPTION + C
Plakken in de knipselmap CONTROL + OPTION + V
De laatste bewerking ongedaan maken COMMAND + Z
Van boven naar beneden gaan in de selectie (omlaag) of in de richting gaan die is geselecteerd in Bewerken in het dialoogvenster Voorkeuren (menu Excel, opdracht Voorkeuren) RETURN
Van onder naar boven gaan in de selectie (omhoog) of in de richting gaan die tegenovergesteld is aan de richting die is geselecteerd in Bewerken in het dialoogvenster Voorkeuren (menu Excel, opdracht Voorkeuren) SHIFT + RETURN
Van links naar rechts gaan in de selectie of één cel omlaag gaan als er slechts één kolom is geselecteerd TAB
Van rechts naar links gaan in de selectie of één cel omhoog gaan als er slechts één kolom is geselecteerd SHIFT + TAB
Rechtsom naar de volgende hoek van de selectie gaan CONTROL + PUNT
Afbeeldingen invoegen via de mediabrowser COMMAND + CONTROL + M

Weergeven Cellen, kolommen of rijen selecteren

Handeling Druk op
De selectie met één cel uitbreiden SHIFT + pijltoets
De selectie uitbreiden tot de laatste cel met inhoud in dezelfde kolom of rij als de actieve cel COMMAND + SHIFT + pijltoets
De selectie uitbreiden tot aan het begin van de rij SHIFT + HOME
De selectie uitbreiden tot aan het begin van het blad CONTROL + SHIFT + HOME
De selectie uitbreiden tot de laatste gebruikte cel in het blad (rechtsonder) CONTROL + SHIFT + END
De hele kolom selecteren CONTROL + SPATIEBALK
De hele rij selecteren SHIFT + SPATIEBALK
Het hele blad selecteren COMMAND + A
Alleen de actieve cel selecteren wanneer er meerdere cellen zijn geselecteerd SHIFT + DELETE
De selectie uitbreiden met één scherm omlaag SHIFT + PAGE DOWN
De selectie uitbreiden met één scherm omhoog SHIFT + PAGE UP
Schakelen tussen het verbergen van objecten, het weergeven van objecten en het weergeven van tijdelijke aanduidingen voor objecten CONTROL + 6
De standaardwerkbalk weergeven of verbergen CONTROL + 7
De functie voor het uitbreiden van een selectie (met de pijltoetsen) inschakelen F8
Nog een cellenbereik aan de selectie toevoegen. U kunt ook met de pijltoetsen naar het begin van het bereik gaan dat u wilt toevoegen. Vervolgens drukt u op F8 en de pijltoetsen om het volgende bereik te selecteren. SHIFT + F8
De huidige matrix (dat wil zeggen de matrix waartoe de actieve cel behoort) selecteren CONTROL + /
Cellen in een rij selecteren die niet overeenkomen met de waarde in de actieve cel in die rij. U moet de rij selecteren die met de actieve cel begint. CONTROL + \
Alleen cellen selecteren waarnaar direct wordt verwezen door formules in de selectie CONTROL + SHIFT + [
Cellen in een kolom selecteren die niet overeenkomen met de waarde in de actieve cel in die kolom. U moet de kolom selecteren die met de actieve cel begint. CONTROL + |
Alle cellen selecteren waarnaar direct of indirect wordt verwezen door formules in de selectie CONTROL + SHIFT + {
Alleen cellen selecteren met formules die direct naar de actieve cel verwijzen CONTROL + ]
Alle cellen selecteren met formules die direct of indirect naar de actieve cel verwijzen CONTROL + SHIFT + }
Alleen zichtbare cellen in de huidige selectie selecteren COMMAND + SHIFT + Z

Weergeven Grafieken

Handeling Druk op
Een nieuw grafiekblad invoegen. F11
Grafiekobjectselectie doorlopen Een pijltoets

Weergeven Gegevensformulieren

Handeling Druk op
Naar hetzelfde veld in de volgende record gaan PIJL-OMLAAG
Naar hetzelfde veld in de vorige record gaan PIJL-OMHOOG
Naar het volgende bewerkbare veld in de record gaan TAB
Naar het vorige bewerkbare veld in de record gaan SHIFT + TAB
Naar het eerste veld in de volgende record gaan RETURN
Naar het eerste veld in de vorige record gaan SHIFT + RETURN
Naar hetzelfde veld 10 records verderop gaan PAGE DOWN
Naar hetzelfde veld 10 records terug gaan PAGE UP
Eén teken naar links gaan in een veld PIJL-LINKS
Eén teken naar rechts gaan in een veld PIJL-RECHTS
Het teken links selecteren SHIFT + PIJL-LINKS
Het teken rechts selecteren SHIFT + PIJL-RECHTS

Weergeven Filters en draaitabelrapporten

Handeling Druk op
De filterlijst of het pop-upmenu voor het draaitabelpaginaveld voor de geselecteerde cel weergeven OPTION + PIJL-OMLAAG

Weergeven Overzichtsgegevens

Handeling Druk op
Overzichtssymbolen weergeven of verbergen CONTROL + 8
Geselecteerde rijen verbergen CONTROL + 9
Geselecteerde rijen zichtbaar maken CONTROL + SHIFT + (
Geselecteerde kolommen verbergen CONTROL + NUL
Geselecteerde kolommen zichtbaar maken CONTROL + SHIFT + )

Weergeven Werkbalken

Handeling Druk op
De eerste knop op een zwevende werkbalk actief maken OPTION + F10
De volgende knop of het volgende menu op de actieve werkbalk selecteren TAB
De vorige knop of het volgende menu op de actieve werkbalk selecteren SHIFT + TAB
De bewerking uitvoeren die aan de geselecteerde knop is toegewezen RETURN

Weergeven Vensters

Handeling Druk op
Het lint uitvouwen of minimaliseren COMMAND + OPTION + R
Naar het volgende programma overschakelen COMMAND + TAB
Naar het vorige programma overschakelen COMMAND + SHIFT + TAB
Het actieve werkmapvenster sluiten COMMAND + W
Het vorige formaat van het actieve werkmapvenster herstellen COMMAND + F5
Naar het volgende deelvenster gaan in een werkmap die is gesplitst F6
Naar het vorige deelvenster gaan in een werkmap die is gesplitst SHIFT + F6
Naar het volgende werkmapvenster overschakelen COMMAND + F6
Naar het vorige werkmapvenster overschakelen COMMAND + SHIFT + F6
De schermafbeelding naar het Klembord kopiëren COMMAND + SHIFT + 3
De afbeelding van het actieve venster naar het Klembord kopiëren (druk op de toetscombinatie, laat de toetsen los en klik op het gewenste venster) COMMAND + SHIFT + 4

Weergeven Dialoogvensters

Handeling Druk op
Naar het volgende tekstvak gaan TAB
Naar het vorige vak of besturingselement of de vorige optie of opdracht in een dialoogvenster gaan SHIFT + TAB
Een dialoogvenster sluiten of een bewerking annuleren ESC
Naar het volgende tabblad gaan CONTROL + TAB
Naar het vorige tabblad gaan CONTROL + SHIFT + TAB
De bewerking uitvoeren die aan de standaardknop in een dialoogvenster is toegewezen
(de knop met de dikke rand eromheen, vaak de knop OK)
RETURN
De opdracht annuleren en het dialoogvenster sluiten ESC

Zie ook

Veelgebruikte Office-sneltoetsen

Een sneltoets maken of verwijderen

 
 
Van toepassing op:
Excel voor Mac 2011