Foutbalken en omhoog/omlaag-balken toevoegen aan een grafiek

Welk programma van het gebruikt u?


Word

Foutbalken bieden een grafische voorstelling van potentiële foutweergaven ten opzichte van elk gegevenspunt (gegevenspunt: Afzonderlijke waarden die zijn uitgezet in een grafiek en worden vertegenwoordigd door staven, kolommen, lijnen, cirkels of ringsegmenten, stippen en andere vormen die gegevensmarkeringen worden genoemd. Gegevensmarkeringen van dezelfde kleur vormen een gegevensreeks.) of elke gegevensmarkering (gegevensmarkering: Een staaf, vlak, stip, segment of ander symbool in een grafiek dat één gegevenspunt of waarde met betrekking tot een cel in blad vertegenwoordigt. Gegevensmarkeringen van dezelfde kleur vormen een gegevensreeks.) in een gegevensreeks (gegevensreeks: Een groep verwante gegevenspunten die in een grafiek zijn uitgezet en afkomstig zijn uit rijen of kolommen in één werkblad. Elke gegevensreeks in een grafiek heeft een unieke kleur of een uniek patroon. U kunt een of meer gegevensreeksen uitzetten in een grafiek. Cirkelgrafieken hebben slechts één gegevensreeks.). U kunt bijvoorbeeld potentiële positieve en negatieve foutweergaven van 5% in de resultaten van een wetenschappelijk experiment weergeven. U kunt foutbalken toevoegen aan een gegevensreeks in een 2D-vlak-, staaf-, kolom-, lijn-, hoog/laag/slot-, spreidings- of bellendiagram. Voor spreidings- en bellendiagrammen kunt u foutbalken voor de x- en/of y-waarden weergeven.

Foutbalken in een grafiek

Ga op een van de volgende manieren te werk:

WeergevenFouten weergeven als percentage, standaarddeviatie of standaardfout

  1. Klik in het menu Beeld op Afdrukweergave.
  2. Selecteer de gegevensreeks waaraan u foutbalken wilt toevoegen in de grafiek en klik op het tabblad Grafiekindeling.  

Als u bijvoorbeeld in een lijngrafiek op een van de lijnen klikt, worden alle gegevensmarkering (gegevensmarkering: Een staaf, vlak, stip, segment of ander symbool in een grafiek dat één gegevenspunt of waarde met betrekking tot een cel in blad vertegenwoordigt. Gegevensmarkeringen van dezelfde kleur vormen een gegevensreeks.) van deze gegevensreeks (gegevensreeks: Een groep verwante gegevenspunten die in een grafiek zijn uitgezet en afkomstig zijn uit rijen of kolommen in één werkblad. Elke gegevensreeks in een grafiek heeft een unieke kleur of een uniek patroon. U kunt een of meer gegevensreeksen uitzetten in een grafiek. Cirkelgrafieken hebben slechts één gegevensreeks.) geselecteerd.

  1. Klik onder Analyse op Foutbalken.

Tabblad Grafiekindeling, groep Analyse

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
Klik op Handeling
Foutbalken met standaardfout

De standaardfout toepassen met de volgende formule:

Formule voor standaardfout

s = reeksnummer
I = puntnummer in reeks s
m = reeksnummer voor punt y in grafiek
n = aantal van punten in elke reeks
y is = gegevenswaarde van reeks s en het I e punt
n y = totaal aantal gegevenswaarden in alle reeksen

Foutbalken met percentage Een percentage van de waarde toepassen voor elk gegevenspunt in de gegevensreeks
Foutbalken met standaarddeviatie

Een veelvoud van de standaarddeviatie toepassen met de volgende formule:

Formule voor standaarddeviatie

s = reeksnummer
I = puntnummer in reeks s
m = nummer van reeks voor punt y in grafiek
n = nummer van punten in elke reeks
y is = gegevenswaarde van reeks s en het I e punt
n y = totaal aantal gegevenswaarden in alle reeksen
M = rekenkundig gemiddelde

WeergevenFouten weergeven als aangepaste waarden

  1. Klik in het menu Beeld op Afdrukweergave.
  2. Selecteer de gegevensreeks waaraan u foutbalken wilt toevoegen in de grafiek en klik op het tabblad Grafiekindeling.

 Als u bijvoorbeeld in een lijngrafiek op een van de lijnen klikt, worden alle gegevensmarkering (gegevensmarkering: Een staaf, vlak, stip, segment of ander symbool in een grafiek dat één gegevenspunt of waarde met betrekking tot een cel in blad vertegenwoordigt. Gegevensmarkeringen van dezelfde kleur vormen een gegevensreeks.) van deze gegevensreeks (gegevensreeks: Een groep verwante gegevenspunten die in een grafiek zijn uitgezet en afkomstig zijn uit rijen of kolommen in één werkblad. Elke gegevensreeks in een grafiek heeft een unieke kleur of een uniek patroon. U kunt een of meer gegevensreeksen uitzetten in een grafiek. Cirkelgrafieken hebben slechts één gegevensreeks.) geselecteerd.

  1. Klik onder Analyse op Foutbalken en klik op Opties voor foutbalk.

Tabblad Grafiekindeling, groep Analyse

Als het dialoogvenster Foutbalken toevoegen wordt weergegeven, selecteert u de reeks waaraan u foutbalken wilt toevoegen.

  1. Klik in het navigatiedeelvenster op Foutbalken.
  2. Klik onder Foutweergave achtereenvolgens op Aangepast en op Waarde opgeven.
  3. Schakel over naar Excel.

Als u naar Excel gaat, wordt het dialoogvenster Aangepaste foutbalken weergegeven.

  1. Typ in de vakken Positieve foutwaarde en Negatieve foutwaarde de gewenste waarden voor elk gegevenspunt met een puntkomma als scheidingsteken (bijvoorbeeld 0,4; 0,3; 0,8) en klik op OK.

 Opmerking   U kunt foutwaarden ook definiëren als cellenbereik uit dezelfde Excel-werkmap. Als u het cellenbereik wilt selecteren, verwijdert u in het dialoogvenster Aangepaste foutbalken de inhoud uit het vak Positieve foutwaarde of Negatieve foutwaarde en selecteert u het gewenste cellenbereik.

  1. Ga naar Word.
  2. Klik in het dialoogvenster Foutbalken opmaken op OK.

WeergevenOmhoog/omlaag-balken toevoegen

  1. Klik in het menu Beeld op Afdrukweergave.
  2. Selecteer in de grafiek de gegevensreeks waaraan u omhoog/omlaag-balken wilt toevoegen en klik op het tabblad Grafiekindeling

Als u bijvoorbeeld in een lijngrafiek op een van de lijnen klikt, worden alle gegevensmarkering (gegevensmarkering: Een staaf, vlak, stip, segment of ander symbool in een grafiek dat één gegevenspunt of waarde met betrekking tot een cel in blad vertegenwoordigt. Gegevensmarkeringen van dezelfde kleur vormen een gegevensreeks.) van deze gegevensreeks (gegevensreeks: Een groep verwante gegevenspunten die in een grafiek zijn uitgezet en afkomstig zijn uit rijen of kolommen in één werkblad. Elke gegevensreeks in een grafiek heeft een unieke kleur of een uniek patroon. U kunt een of meer gegevensreeksen uitzetten in een grafiek. Cirkelgrafieken hebben slechts één gegevensreeks.) geselecteerd.

  1. Klik onder Analyse op Omhoog/omlaag-balken en klik op de gewenste omhoog/omlaag-balk.

Tabblad Grafiekindeling, groep Analyse

Afhankelijk van het type tabel zijn bepaalde opties mogelijk niet beschikbaar.

Zie ook

Grafieken maken

Gegevens in grafieken bewerken

Een grafiek wijzigen

PowerPoint

Foutbalken bieden een grafische voorstelling van potentiële foutweergaven ten opzichte van elk gegevenspunt (gegevenspunt: Afzonderlijke waarden die zijn uitgezet in een grafiek en worden vertegenwoordigd door staven, kolommen, lijnen, cirkels of ringsegmenten, stippen en andere vormen die gegevensmarkeringen worden genoemd. Gegevensmarkeringen van dezelfde kleur vormen een gegevensreeks.) of elke gegevensmarkering (gegevensmarkering: Een staaf, vlak, stip, segment of ander symbool in een grafiek dat één gegevenspunt of waarde met betrekking tot een cel in blad vertegenwoordigt. Gegevensmarkeringen van dezelfde kleur vormen een gegevensreeks.) in een gegevensreeks (gegevensreeks: Een groep verwante gegevenspunten die in een grafiek zijn uitgezet en afkomstig zijn uit rijen of kolommen in één werkblad. Elke gegevensreeks in een grafiek heeft een unieke kleur of een uniek patroon. U kunt een of meer gegevensreeksen uitzetten in een grafiek. Cirkelgrafieken hebben slechts één gegevensreeks.). U kunt bijvoorbeeld potentiële positieve en negatieve foutweergaven van 5% in de resultaten van een wetenschappelijk experiment weergeven. U kunt foutbalken toevoegen aan een gegevensreeks in een 2D-vlak-, staaf-, kolom-, lijn-, hoog/laag/slot-, spreidings- of bellendiagram. Voor spreidings- en bellendiagrammen kunt u foutbalken voor de x- en/of y-waarden weergeven.

Foutbalken in een grafiek

Ga op een van de volgende manieren te werk:

WeergevenFouten weergeven als percentage, standaarddeviatie of standaardfout

  1. Selecteer de gegevensreeks waaraan u foutbalken wilt toevoegen in de grafiek en klik op het tabblad Grafiekindeling.  

Als u bijvoorbeeld in een lijngrafiek op een van de lijnen klikt, worden alle gegevensmarkering (gegevensmarkering: Een staaf, vlak, stip, segment of ander symbool in een grafiek dat één gegevenspunt of waarde met betrekking tot een cel in blad vertegenwoordigt. Gegevensmarkeringen van dezelfde kleur vormen een gegevensreeks.) van deze gegevensreeks (gegevensreeks: Een groep verwante gegevenspunten die in een grafiek zijn uitgezet en afkomstig zijn uit rijen of kolommen in één werkblad. Elke gegevensreeks in een grafiek heeft een unieke kleur of een uniek patroon. U kunt een of meer gegevensreeksen uitzetten in een grafiek. Cirkelgrafieken hebben slechts één gegevensreeks.) geselecteerd.

  1. Klik onder Analyse op Foutbalken.

Tabblad Grafiekindeling, groep Analyse

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
Klik op Handeling
Foutbalken met standaardfout

De standaardfout toepassen met de volgende formule:

Formule voor standaardfout

s = reeksnummer
I = puntnummer in reeks s
m = reeksnummer voor punt y in grafiek
n = aantal van punten in elke reeks
y is = gegevenswaarde van reeks s en het I e punt
n y = totaal aantal gegevenswaarden in alle reeksen

Foutbalken met percentage Een percentage van de waarde toepassen voor elk gegevenspunt in de gegevensreeks
Foutbalken met standaarddeviatie

Een veelvoud van de standaarddeviatie toepassen met de volgende formule:

Formule voor standaarddeviatie

s = reeksnummer
I = puntnummer in reeks s
m = nummer van reeks voor punt y in grafiek
n = nummer van punten in elke reeks
y is = gegevenswaarde van reeks s en het I e punt
n y = totaal aantal gegevenswaarden in alle reeksen
M = rekenkundig gemiddelde

WeergevenFouten weergeven als aangepaste waarden

  1. Selecteer de gegevensreeks waaraan u foutbalken wilt toevoegen in de grafiek en klik op het tabblad Grafiekindeling.

 Als u bijvoorbeeld in een lijngrafiek op een van de lijnen klikt, worden alle gegevensmarkering (gegevensmarkering: Een staaf, vlak, stip, segment of ander symbool in een grafiek dat één gegevenspunt of waarde met betrekking tot een cel in blad vertegenwoordigt. Gegevensmarkeringen van dezelfde kleur vormen een gegevensreeks.) van deze gegevensreeks (gegevensreeks: Een groep verwante gegevenspunten die in een grafiek zijn uitgezet en afkomstig zijn uit rijen of kolommen in één werkblad. Elke gegevensreeks in een grafiek heeft een unieke kleur of een uniek patroon. U kunt een of meer gegevensreeksen uitzetten in een grafiek. Cirkelgrafieken hebben slechts één gegevensreeks.) geselecteerd.

  1. Klik onder Analyse op Foutbalken en klik op Opties voor foutbalk.

Tabblad Grafiekindeling, groep Analyse

Als het dialoogvenster Foutbalken toevoegen wordt weergegeven, selecteert u de reeks waaraan u foutbalken wilt toevoegen.

  1. Klik in het navigatiedeelvenster op Foutbalken.
  2. Klik onder Foutweergave achtereenvolgens op Aangepast en op Waarde opgeven.
  3. Schakel over naar Excel.

Als u naar Excel gaat, wordt het dialoogvenster Aangepaste foutbalken weergegeven.

  1. Typ in de vakken Positieve foutwaarde en Negatieve foutwaarde de gewenste waarden voor elk gegevenspunt met een puntkomma als scheidingsteken (bijvoorbeeld 0,4; 0,3; 0,8) en klik op OK.

 Opmerking   U kunt foutwaarden ook definiëren als cellenbereik uit dezelfde Excel-werkmap. Als u het cellenbereik wilt selecteren, verwijdert u in het dialoogvenster Aangepaste foutbalken de inhoud uit het vak Positieve foutwaarde of Negatieve foutwaarde en selecteert u het gewenste cellenbereik.

  1. Ga naar PowerPoint.
  2. Klik in het dialoogvenster Foutbalken opmaken op OK.

WeergevenOmhoog/omlaag-balken toevoegen

Zie ook

Grafieken maken

Gegevens in grafieken bewerken

Een grafiek wijzigen

Excel

Foutbalken bieden een grafische voorstelling van potentiële foutweergaven ten opzichte van elk gegevenspunt (gegevenspunt: Afzonderlijke waarden die zijn uitgezet in een grafiek en worden vertegenwoordigd door staven, kolommen, lijnen, cirkels of ringsegmenten, stippen en andere vormen die gegevensmarkeringen worden genoemd. Gegevensmarkeringen van dezelfde kleur vormen een gegevensreeks.) of elke gegevensmarkering (gegevensmarkering: Een staaf, vlak, stip, segment of ander symbool in een grafiek dat één gegevenspunt of waarde met betrekking tot een cel in blad vertegenwoordigt. Gegevensmarkeringen van dezelfde kleur vormen een gegevensreeks.) in een gegevensreeks (gegevensreeks: Een groep verwante gegevenspunten die in een grafiek zijn uitgezet en afkomstig zijn uit rijen of kolommen in één werkblad. Elke gegevensreeks in een grafiek heeft een unieke kleur of een uniek patroon. U kunt een of meer gegevensreeksen uitzetten in een grafiek. Cirkelgrafieken hebben slechts één gegevensreeks.). U kunt bijvoorbeeld potentiële positieve en negatieve foutweergaven van 5% in de resultaten van een wetenschappelijk experiment weergeven. U kunt foutbalken toevoegen aan een gegevensreeks in een 2D-vlak-, staaf-, kolom-, lijn-, hoog/laag/slot-, spreidings- of bellendiagram. Voor spreidings- en bellendiagrammen kunt u foutbalken voor de x- en/of y-waarden weergeven.

Foutbalken in een grafiek

Ga op een van de volgende manieren te werk:

WeergevenFouten weergeven als percentage, standaarddeviatie of standaardfout

  1. Selecteer de gegevensreeks waaraan u foutbalken wilt toevoegen in de grafiek en klik op het tabblad Grafiekindeling.  

Als u bijvoorbeeld in een lijngrafiek op een van de lijnen klikt, worden alle gegevensmarkering (gegevensmarkering: Een staaf, vlak, stip, segment of ander symbool in een grafiek dat één gegevenspunt of waarde met betrekking tot een cel in blad vertegenwoordigt. Gegevensmarkeringen van dezelfde kleur vormen een gegevensreeks.) van deze gegevensreeks (gegevensreeks: Een groep verwante gegevenspunten die in een grafiek zijn uitgezet en afkomstig zijn uit rijen of kolommen in één werkblad. Elke gegevensreeks in een grafiek heeft een unieke kleur of een uniek patroon. U kunt een of meer gegevensreeksen uitzetten in een grafiek. Cirkelgrafieken hebben slechts één gegevensreeks.) geselecteerd.

  1. Klik onder Analyse op Foutbalken.

Tabblad Grafiekindeling, groep Analyse

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
Klik op Handeling
Foutbalken met standaardfout

De standaardfout toepassen met de volgende formule:

Formule voor standaardfout

s = reeksnummer
I = puntnummer in reeks s
m = reeksnummer voor punt y in grafiek
n = aantal van punten in elke reeks
y is = gegevenswaarde van reeks s en het I e punt
n y = totaal aantal gegevenswaarden in alle reeksen

Foutbalken met percentage Een percentage van de waarde toepassen voor elk gegevenspunt in de gegevensreeks
Foutbalken met standaarddeviatie

Een veelvoud van de standaarddeviatie toepassen met de volgende formule:

Formule voor standaarddeviatie

s = reeksnummer
I = puntnummer in reeks s
m = nummer van reeks voor punt y in grafiek
n = nummer van punten in elke reeks
y is = gegevenswaarde van reeks s en het I e punt
n y = totaal aantal gegevenswaarden in alle reeksen
M = rekenkundig gemiddelde

WeergevenFouten weergeven als aangepaste waarden

  1. Selecteer de gegevensreeks waaraan u foutbalken wilt toevoegen in de grafiek en klik op het tabblad Grafiekindeling.

 Als u bijvoorbeeld in een lijngrafiek op een van de lijnen klikt, worden alle gegevensmarkering (gegevensmarkering: Een staaf, vlak, stip, segment of ander symbool in een grafiek dat één gegevenspunt of waarde met betrekking tot een cel in blad vertegenwoordigt. Gegevensmarkeringen van dezelfde kleur vormen een gegevensreeks.) van deze gegevensreeks (gegevensreeks: Een groep verwante gegevenspunten die in een grafiek zijn uitgezet en afkomstig zijn uit rijen of kolommen in één werkblad. Elke gegevensreeks in een grafiek heeft een unieke kleur of een uniek patroon. U kunt een of meer gegevensreeksen uitzetten in een grafiek. Cirkelgrafieken hebben slechts één gegevensreeks.) geselecteerd.

  1. Klik onder Analyse op Foutbalken en klik op Opties voor foutbalk.

Tabblad Grafiekindeling, groep Analyse

Als het dialoogvenster Foutbalken toevoegen wordt weergegeven, selecteert u de reeks waaraan u foutbalken wilt toevoegen.

  1. Klik in het navigatiedeelvenster op Foutbalken.
  2. Klik onder Foutweergave achtereenvolgens op Aangepast en op Waarde opgeven.
  3. Typ in de vakken Positieve foutwaarde en Negatieve foutwaarde de gewenste waarden voor elk gegevenspunt met een puntkomma als scheidingsteken (bijvoorbeeld 0,4; 0,3; 0,8) en klik op OK.

 Opmerking   U kunt foutwaarden ook definiëren als cellenbereik uit dezelfde Excel-werkmap. Als u het cellenbereik wilt selecteren, verwijdert u in het dialoogvenster Aangepaste foutbalken de inhoud uit het vak Positieve foutwaarde of Negatieve foutwaarde en selecteert u het gewenste cellenbereik.

  1. Klik in het dialoogvenster Foutbalken opmaken op OK.

WeergevenOmhoog/omlaag-balken toevoegen

Zie ook

Grafieken maken

Gegevens in grafieken bewerken

Een grafiek wijzigen

Foutwaarden en foutindicatoren verbergen

 
 
Van toepassing op:
Excel voor Mac 2011, PowerPoint voor Mac 2011, Word voor Mac 2011