Formules invoeren

Formules zijn vergelijkingen waarmee berekeningen op waarden in uw blad worden uitgevoerd. Alle formules beginnen met een gelijkteken (=). U kunt een eenvoudige formule maken met constante (constante: Een celwaarde die niet begint met het gelijkteken (=). Voorbeelden zijn de datum 9-10-1996, het getal 210 en de tekst 'Kwartaalomzet'. Een formule of waarde die het resultaat is van een formule, is geen constante.) en operator (operator: Een teken of symbool dat het type bewerking aangeeft dat op de elementen van een formule moet worden uitgevoerd, zoals optellen, aftrekken of vermenigvuldigen. Er zijn wiskundige operatoren en vergelijkingoperatoren, oftewel logische operatoren, die twee waarden vergelijken en vervolgens de waarde WAAR of ONWAAR retourneren. De tekstoperator & (en-teken) voegt twee stukken tekst aaneen tot één gecombineerde tekstwaarde. Er zijn ook verwijzingsoperatoren die één verwijzing naar een cel of cellenbereik retourneren op basis van twee verwijzingen.) voor berekeningen. Zo worden met de formule =5+2*3 twee getallen vermenigvuldigd en wordt vervolgens een getal bij de uitkomst opgeteld.

Als u naar variabelen wilt verwijzen inplaats van naar constanten, kunt u celwaarden gebruiken, bijvoorbeeld =A1+A2. Als u werkt met lange kolommen gegevens of met gegevens die in verschillende delen van het blad of in een ander blad staan, kunt u een bereik (bereik: Twee of meer cellen op een werkblad. De cellen in een bereik kunnen aaneengesloten of niet-aaneengesloten zijn.) gebruiken, bijvoorbeeld =SOM(A1:A100)/SOM(B1:B100), dat staat voor het delen van de optelling van de eerste honderd getallen in kolom A door de som van die getallen in kolom B. Als uw formule naar andere cellen verwijst, worden telkens wanneer u de gegevens in een van de cellen wijzigt,Excel de uitkomsten automatisch opnieuw berekend.

U kunt ook een formule maken door een functie te gebruiken, een vooraf gedefinieerde formule waarmee het invoeren van berekeningen eenvoudiger wordt.

Onderdelen van een formule

Bijschrift 1  Gelijktekens staan aan het begin van alle formules.

Bijschrift 2  Constanten zoals getallen of tekstwaarden kunnen rechtstreeks in een formule worden ingevoerd.

Bijschrift 3  Operatoren geven het type berekening op dat met de formule wordt uitgevoerd. Zo wordt met de operator ^ (dakje) een getal tot een macht verheven en worden met de operator * (sterretje) getallen vermenigvuldigd.

Bijschrift 4  Functies zijn vooraf gemaakte formules die zelfstandig kunnen worden gebruikt, of als onderdeel van een langere formule. Elke functie heeft een bepaalde argumentsyntaxis. 

Bijschrift 5  Met Celwaarden kunt u naar een Excel-cel verwijzen in plaats van naar de specifieke waarde in de cel, zodat de inhoud van de cel kan worden gewijzigd zonder dat de functie die naar de cel verwijst, hoeft te worden gewijzigd.

Ga op een van de volgende manieren te werk:

WeergevenEen formule invoeren die naar waarden in andere cellen verwijst

  1. Klik in een werkblad dat kolommen met getallen bevat, op de cel waarin de resultaten van de formule moeten verschijnen.
  2. Typ een gelijkteken =.
  3. Klik op de eerste cel die u wilt opnemen in uw berekening.

Klik op de eerste cel in de berekening

  1. Typ een operator, bijvoorbeeld /.
  2. Klik op de volgende cel die u wilt opnemen in uw berekening.

Klik op de tweede cel in de berekening

  1. Druk op RETURN .

Het resultaat van de berekening wordt in de cel weergegeven.

De resultaten worden berekend met de formule

 Tip   Als u een formule snel op aangrenzende cellen lager in de kolom wilt toepassen, dubbelklikt u op de vulgreep (vulgreep: De rechterbenedenhoek van de selectie. Wanneer u de aanwijzer op de vulgreep plaatst, wordt de aanwijzer gewijzigd om aan te geven dat deze is geselecteerd. U kunt de inhoud naar aangrenzende cellen kopiëren of een reeks vullen, zoals datums, door de vulgreep te slepen. )  Vulgreep van de eerste cel die de formule bevat. De resultaten in elke cel van de kolom worden in Excel automatisch berekend.

WeergevenEen formule opgeven die een functie bevat

Functies zijn vooraf gedefinieerde formules waarmee u eenvoudiger handmatig gegevens kunt opgeven en complexe bewerkingen kunt uitvoeren. Met een functie zoals SOM kunt u bijvoorbeeld het totaal van alle waarden in een kolom berekenen; met MIN kunt u het kleinste getal in een cellenbereik vinden.

  1. Klik in een werkblad dat een getallenbereik bevat op de lege cel waarin de resultaten van de formule moeten verschijnen.
  2. Typ een gelijkteken en een functie, bijvoorbeeld =MIN.
  3. Typ een haakje openen, selecteer het cellenbereik dat u wilt opnemen in de formule en typ een haakje sluiten.

Functie die wordt weergegeven in een cel en op de formulebalk

  1. Druk op RETURN .

In ons voorbeeld geeft de functie MIN het getal 11 weer, het kleinste getal in de cellen A1 tot en met C5.

Zie ook

Een eenvoudige formule maken

Een lijst met getallen in een kolom optellen

Rekenkundige operators en de volgorde van bewerkingen

Lijst met alle functies (per categorie)

Schakelen tussen relatieve en absolute verwijzingen

 
 
Van toepassing op:
Excel voor Mac 2011