Automatisch een dialoogvenster openen

Als u een formulier ontwerpt, kunt u een regel maken waarmee in reactie op een bepaalde gebeurtenis automatisch een dialoogvenster wordt geopend. Enkele voorbeelden van dergelijke gebeurtenissen: een wijziging in een specifiek veld of specifieke groep in de gegevensbron (gegevensbron: de verzameling velden en groepen waarmee de gegevens voor een InfoPath-formulier worden gedefinieerd en opgeslagen. Besturingselementen in het formulier zijn gebonden aan de velden en groepen in de gegevensbron.), het klikken op een knop, het invoegen van een herhalende sectie (herhalende sectie: een besturingselement op een formulier dat andere besturingselementen bevat en dat zo nodig wordt herhaald. Gebruikers kunnen meerdere secties invoegen tijdens het invullen van het formulier.) of rij in een herhalende tabel (herhalende tabel: een besturingselement op een formulier dat andere besturingselementen in tabelformaat bevat en dat zo nodig wordt herhaald. Gebruikers kunnen meerdere rijen invoegen tijdens het invullen van het formulier.), of het openen of indienen van een formulier.

WeergevenTip

U kunt voor elke regel verschillende acties toevoegen. Zo kunt u automatisch een nieuw formulier openen en een bericht weergeven wanneer de waarde van een veld hoger is dan 100.

  1. Voer een van de volgende handelingen uit in de ontwerpmodus:
    • Als u de regel wilt uitvoeren wanneer er een bepaald veld of bepaalde groep in de gegevensbron wordt gewijzigd, opent u het taakvenster Gegevensbron, dubbelklikt u op het veld of de groep en opent u het tabblad Regels.
    • Als u de regel wilt uitvoeren wanneer de waarde van een besturingselement wordt gewijzigd, dubbelklikt u op het besturingselement, opent u het tabblad Gegevens van het dialoogvenster Eigenschappen van besturingselement en klikt u op Regels.
    • Als u de regel wilt uitvoeren wanneer het formulier wordt geopend, kiest u Formulieropties in het menu Extra, opent u het tabblad Openen en opslaan in het dialoogvenster Formulieropties en klikt u op Regels.
    • Als u de regel wilt uitvoeren wanneer de standaardopdracht voor het indienen van het formulier wordt gekozen, kiest u Formulieren indienen in het menu Extra en klikt u vervolgens op Opdrachten en knoppen voor indienen inschakelen. Klik op Aangepast indienen met regels in de lijst Indienen bij en klik vervolgens op Regels.
  2. Als u de regel wilt uitvoeren wanneer er op een knop wordt geklikt, dubbelklikt u op de knop, klikt u op Regels en aangepaste code in de lijst Actie en klikt u op Regels.
  3. Klik in het dialoogvenster Regels of op het tabblad Regels op Toevoegen.
  4. Typ in het vak Naam een naam voor de regel.
  5. Als u wilt instellen wanneer de regel moet worden uitgevoerd, klikt u op Voorwaarde instellen en voert u de voorwaarde in. De regel wordt dan uitgevoerd wanneer de gebeurtenis uit stap 1 plaatsvindt en aan de voorwaarde uit deze stap wordt voldaan.
  6. Klik op Actie toevoegen.
  7. Ga op een van de volgende manieren te werk in de lijst Actie in het dialoogvenster Actie:
    • Als u een statisch bericht wilt weergeven, klikt u op Een bericht in een dialoogvenster weergeven en typt u het bericht in het vak Bericht.
    • Als u een dynamisch bericht wilt weergeven op basis van een formule, klikt u op Een expressie in een dialoogvenster weergeven, klikt u op Formule invoegen Knopvlak en typt u de formule in het dialoogvenster Formule invoegen.

WeergevenTip

Als u de waarde van verschillende velden wilt weergeven in het dialoogvenster, gebruikt u de functie concat.

  1. Als er geen regels meer mogen worden uitgevoerd nadat deze regel is uitgevoerd (voor de huidige gebeurtenis), gaat u naar het dialoogvenster Regels en schakelt u het selectievakje Stoppen met verwerken van regels als deze regel is voltooid in.

 Opmerking   De informatie in dit onderwerp is mogelijk niet van toepassing als u werkt met een formulier dat is ontworpen met Microsoft Office InfoPath 2003 zonder service pack.

 
 
Van toepassing op:
InfoPath 2003