Scannen

Microsoft Office Document Imaging kan twee afzonderlijke taken uitvoeren en beheren: documenten scannen en OCR (optische tekenherkenning) (OCR: omzetting van tekstafbeeldingen, zoals gescande documenten, naar werkelijke tekst. Ook wel tekstherkenning genoemd.) uitvoeren op gescande documenten. In de meeste gevallen kan Office Document Imaging de scannersoftware aansturen en het OCR-proces starten zonder tussenkomst van de gebruiker.

Scandefinities

Als u een nieuw document scant, kunt u in Office Document Imaging een keuze maken uit verscheidene definities voor het uitvoeren van algemene scantaken. Elke definitie is geoptimaliseerd voor een bepaalde scantaak. U kunt definities aanpassen of uw eigen definities maken voor specifieke doeleinden. In Office Document Imaging zijn de volgende definities ingebouwd:

  • Zwart-wit   Hiermee wordt een document in zwart-wit gescand met een resolutie van 300 dpi. Deze definitie is speciaal ontworpen voor optimale OCR-resultaten bij het scannen van zwarte tekst op wit papier en van lijntekeningen. Als u deze definitie selecteert, kunt u sneller scannen dan met andere definities en bovendien zijn de resulterende bestanden klein.
  • Zwart-witexemplaar van kleurenpagina   Hiermee wordt een document in grijswaarden gescand met een resolutie van 300 dpi, maar wordt het resulterende bestand in een zwart-witindeling opgeslagen. Deze definitie is speciaal ontworpen om tekst een maximale resolutie te geven voor OCR bij het scannen van moeilijk te scannen originelen die een gekleurde achtergrond of gekleurde tekst bevatten.
  • Grijswaarden   Hiermee wordt een document in grijswaarden gescand met een resolutie van 200 dpi. Deze definitie is handig als u pagina's scant die zwart-witafbeeldingen met in elkaar overlopende tinten (zoals foto's) en tekst of gekleurde tekst bevatten. Met deze definitie worden de afbeeldingsbestanden iets groter.
  • Kleur  Hiermee wordt een document in kleur gescand met een resolutie van 200 dpi. Deze definitie is speciaal ontworpen voor het scannen van documenten in kleur. Het scannen duurt langer, kleine tekst kan mogelijk niet worden gelezen tijdens OCR en de resulterende afbeeldingsbestanden zijn groot.

Behalve de resolutie en het scantype bepaalt elke definitie het volgende:

  • De paginagrootte
  • De standaardmap voor het opslaan van bestanden
  • De taal die wordt gebruikt voor OCR
  • Of documenten met meerdere pagina's samen of als afzonderlijke pagina's worden opgeslagen
  • Of OCR automatisch wordt uitgevoerd na het scannen
  • Of er automatisch bestandsnamen worden aangemaakt
  • Of pagina's die ondersteboven zijn gescand of verkeerd zijn uitgelijnd, automatisch worden aangepast

Scannerstuurprogramma's

Waar dat mogelijk is, wordt het scanproces voor u beheerd. Als u de instellingen zelf wilt aanpassen, kunt u opgeven dat telkens wanneer u scant, het dialoogvenster van uw scannerstuurprogramma moet worden weergegeven. Als u dat wilt, klikt u in het menu Bestand op Nieuw document scannen, klikt u op de knop Scanner en schakelt u vervolgens het selectievakje Dialoogvenster van stuurprogramma weergeven voor scannen. Als deze optie niet beschikbaar is, wordt telkens wanneer u een document scant het dialoogvenster van uw scannerstuurprogramma weergegeven.

Automatische documentinvoer

Hoe een automatische documentinvoer (ADF: een optie op bepaalde scanners waarmee automatisch meerdere pagina's worden gescand.) werkt, is afhankelijk van het type scanner. Aan flatbed-scanners kan soms een losse extra documentinvoer worden bevestigd terwijl multifunctionele scanners gewoonlijk zijn uitgerust met een ingebouwde documentinvoer. De eerste keer dat u scant, wordt de automatische documentinvoer automatisch gedetecteerd.

 Opmerkingen 

  • Als u de instellingen wilt controleren of de ondersteuning van de automatische documentinvoer wilt uitschakelen, klikt u in het menu Bestand op Nieuw document scannen, klikt u op de knop Scanner en schakelt u vervolgens het selectievakje Automatische documentinvoer gebruiken in of uit. Als deze optie niet beschikbaar is, wordt telkens wanneer u scant, het dialoogvenster van uw scannerstuurprogramma weergegeven.
  • Als u documenten met meerdere pagina's scant met behulp van een automatische documentinvoer, worden gewoonlijk alle gescande pagina's in één bestand op de vaste schijf opgeslagen. Als u er de voorkeur aan geeft om elke pagina apart op te slaan, klikt u in het menu Bestand op Nieuw document scannen. Klik in het dialoogvenster Nieuw document scannen op Opties voor definitie, klik op Nieuwe standaardoptie maken, typ een naam voor de nieuwe definitie en klik vervolgens op OK of klik op Geselecteerde standaardoptie bewerken. Schakel op het tabblad Pagina van het dialoogvenster Opties voor definitie het selectievakje Elke pagina opslaan als apart document in.
  • TWAIN-emulatiestuurprogramma's worden niet vermeld in de lijst Scanner in het dialoogvenster Scanner kiezen.