Informatie over het toevoegen, bewerken of verwijderen van records

De informatie die u in een database bewaart, wordt opgeslagen in tabellen. Deze tabellen bevatten gegevens over een bepaald onderwerp, bijvoorbeeld activa of contactpersonen. Elke record in een tabel bevat informatie over één item, bijvoorbeeld een bepaalde contactpersoon. Een record bestaat uit velden, zoals naam, adres en telefoonnummer. Een record wordt meestal een rij genoemd en een veld meestal een kolom. In Microsoft Office Access 2007 kunt u records in een tabel rechtstreeks toevoegen, bewerken of verwijderen in de gegevensbladweergave (gegevensbladweergave: een weergave waarin gegevens uit een tabel, formulier, query, weergave of opgeslagen procedure worden weergegeven in rij- en kolomindeling. In de gegevensbladweergave kunt u velden bewerken en gegevens toevoegen, verwijderen en zoeken.). Als u een selectiequery (selectiequery: een query waarmee u een vraag stelt over de gegevens die in de tabellen zijn opgeslagen en waarmee een resultaatset wordt weergegeven in de vorm van een gegevensblad, zonder dat gegevens worden gewijzigd.) hebt ontworpen en gemaakt, kunt u de records rechtstreeks weergeven en meestal ook bewerken in het gegevensblad dat het resultaat is van het uitvoeren van de query. U kunt ook een formulier maken op basis van een willekeurige tabel of query en vervolgens dit formulier gebruiken om records toe te voegen of te bewerken.

In dit artikel


Overzicht

Als u een database maakt op basis van een sjabloon, worden de initiële tabellen, query's en formulieren automatisch voor u gemaakt. In dit artikel wordt uitgelegd hoe u records kunt toevoegen, bewerken en verwijderen wanneer u een database gebruikt die is gemaakt op basis van een van de sjablonen die bij Access worden geleverd.

Zie de volgende artikelen voor informatie over het toevoegen, bewerken en verwijderen van records in een database die niet is gemaakt op basis van een Access-sjabloon:

Zie het artikel Gegevens verzamelen via e-mailberichten voor meer informatie over het verzamelen en bijwerken van gegevens via e-mail.

Zie de artikelen:

Zie het artikel Nieuwe velden invoegen, toevoegen of maken in een tabel voor meer informatie over het toevoegen van een nieuw veld of een nieuwe kolom in een tabel.

Terug naar boven Terug naar boven

Een nieuwe record toevoegen

U voegt een record toe aan uw database wanneer u een nieuw item wilt bijhouden. Als u bijvoorbeeld de contactgegevens van een nieuwe vriend of collega wilt registreren, kunt u een nieuwe contactpersoon toevoegen aan de tabel Contactpersonen. Deze nieuwe record wordt door Office Access 2007 toegevoegd aan het einde van de tabel.

Als u een record wilt toevoegen, moet u eerst een tabel of formulier openen. Soms wordt er automatisch een formulier geopend wanneer u de database opent. Als u bijvoorbeeld een database opent die is gemaakt op basis van de sjabloon Contactpersonen, wordt het formulier Lijst met contactpersonen automatisch geopend. Het formulier Lijst met contactpersonen is het opstartformulier voor de database Contactpersonen.

Formulier Lijst met contactpersonen

In de volgende secties worden verschillende manieren uitgelegd waarop u een nieuwe record kunt toevoegen met behulp van de gegevensbladweergave of formulierweergave.

Een opstartformulier van een sjabloon gebruiken

Wanneer u een nieuwe database maakt die is gebaseerd op een standaardsjabloon van Access, wordt er meestal een opstartformulier geladen wanneer u die database voor het eerst opent. Als u bijvoorbeeld een database maakt op basis van de sjabloon Contactpersonen, wordt het opstartformulier Lijst met contactpersonen geladen. Het opstartformulier is bedoeld als startpunt voor het navigeren en gebruiken van de database. De meeste standaardsjablonen (maar niet alle) bevatten een knop waarop u kunt klikken als u nieuwe records wilt toevoegen aan het opstartformulier. Het formulier Lijst met contactpersonen bevat bijvoorbeeld een knop Nieuwe contactpersoon en het formulier Lijst met actie-items bevat een knop Nieuw actie-item.

Formulier Lijst met contactpersonen met de knop Nieuwe contactpersoon omcirkeld

Als u op een dergelijke knop klikt, wordt er een formulier geopend waarin u de gewenste informatie kunt invoeren. Als u bijvoorbeeld op de knop Nieuwe contactpersoon klikt, wordt het formulier Contactpersoongegevens geopend.

Een record toevoegen met behulp van de knop Nieuw

  1. Klik op de Microsoft Office-knop Afbeelding van knop en klik op Openen.
  1. Selecteer en open de database in het dialoogvenster Openen.
  2. Wanneer het opstartformulier wordt weergegeven, klikt u op de knop voor het toevoegen van een nieuwe record.

In het formulier Lijst met contactpersonen is dit bijvoorbeeld de knop Nieuwe contactpersoon. Het formulier Contactpersoongegevens wordt geopend.

  1. Vul het formulier in. Druk op Tab om naar het volgende veld te gaan of op Shift + Tab om naar het vorige veld te gaan.

 Opmerking   Als u een nieuwe regel wilt beginnen in een veld dat meerdere tekstregels mag bevatten (zoals een tekstveld of memoveld), drukt u op Ctrl + Enter. Als u meer ruimte nodig hebt om de tekst te bewerken, kunt u het vak In- en uitzoomen openen. U opent het vak In- en uitzoomen door eerst op het veld te klikken dat u wilt bewerken, zodat de cursor zich in het veld bevindt en het veld is geselecteerd. Druk vervolgens op Shift + F2.

  1. Als u klaar bent met het invoeren van records, klikt u op OK om de informatie op te slaan, of op Opslaan en nieuw (indien beschikbaar) als u nog meer records wilt toevoegen.

Als u het formulier Lijst met contactpersonen gebruikt, kunt u een nieuwe record toevoegen door te klikken op Toevoegen uit Outlook en vervolgens de record te selecteren in uw Microsoft Office Outlook 2007-adresboek.

Een record toevoegen met de knop Toevoegen uit Outlook

Sommige sjablonen bevatten een knop Toevoegen vanuit Outlook waarmee u een record vanuit uw Office Outlook 2007-adresboek kunt toevoegen. Deze knop is een functie van bepaalde sjablonen, en is dus niet standaard aanwezig wanneer u een nieuw formulier of een nieuwe tabel maakt.

  1. Klik op Toevoegen uit Outlook.
  2. Als het dialoogvenster Profiel kiezen wordt weergegeven, selecteert u een profielnaam in het vak Profielnaam en klikt u op OK.

 Opmerking   U ziet mogelijk een dialoogvenster met het bericht: Er wordt geprobeerd vanuit een programma toegang te verkrijgen tot gegevens in Outlook, waaronder mogelijk adresboekgegevens. Wilt u dit toestaan? Als u deze bewerking niet had verwacht, is er mogelijk sprake van een virus en moet u Nee kiezen. Het is overigens normaal dat dit dialoogvenster wordt weergegeven nadat u op Toevoegen uit Outlook hebt geklikt, u hoeft in dit geval dus niet op Nee te klikken. Als u meerdere contactpersonen wilt selecteren, kan het verstandig zijn het selectievakje Toegang geven voor in te schakelen en een korte periode, bijvoorbeeld 5 minuten, te kiezen. Als u dit doet, wordt toegang tot uw opgeslagen e-mailadressen in Outlook slechts gedurende de door u opgegeven periode toegestaan. Klik op Ja als u klaar bent.

  1. Dubbelklik in het dialoogvenster Namen selecteren om toe te voegen op de namen die u wilt toevoegen en klik vervolgens op OK.

De namen worden toegevoegd aan het formulier.

Een contactpersoonrecord opslaan in uw adresboek van Outlook

Sommige sjablonen bevatten een knop Outlook-contactpersoon maken waarmee u een record als een contactpersoon in het adresboek van Outlook kunt opslaan. Deze knop is een functie van bepaalde sjablonen, en is dus niet standaard aanwezig wanneer u een nieuw formulier of een nieuwe tabel maakt.

  1. Klik op Outlook-contactpersoon maken.
  2. Als het dialoogvenster Profiel kiezen wordt weergegeven, selecteert u een profielnaam in het vak Profielnaam en klikt u op OK.
  3. In Outlook wordt een nieuw contactpersoonformulier gemaakt dat de gegevens uit de geselecteerde record bevat. Controleer de gegevens in het nieuwe formulier en breng desgewenst wijzigingen aan of voeg gegevens toe.
  4. Ga naar het tabblad Contactpersoon van het nieuwe contactpersoonformulier en klik in de groep Acties op Opslaan en sluiten.

In sommige sjablonen ziet u een opdracht Opslaan als Outlook-contactpersoon op het lint, dat deel uitmaakt van de Microsoft Office Fluent-gebruikersinterface. Hiermee kunt u een contactpersoonrecord opslaan in het adresboek van Outlook. Deze opdracht is een functie van bepaalde sjablonen, en is dus alleen beschikbaar wanneer u in een database die op bepaalde sjablonen is gebaseerd, gebruikmaakt van een tabel waarin e-mailadressen worden opgeslagen, of van een query die of formulier dat op een dergelijke tabel is gebaseerd.

  1. Selecteer de record die u als een Outlook-contactpersoon wilt opslaan.
  2. Ga naar het tabblad Start en klik in de groep Records op Meer. Klik vervolgens op Opslaan als Outlook-contactpersoon.
  3. Als het dialoogvenster Profiel kiezen wordt weergegeven, selecteert u een profielnaam in het vak Profielnaam en klikt u op OK.
  4. In Outlook wordt een nieuw contactpersoonformulier gemaakt dat de gegevens uit de geselecteerde record bevat. Controleer de gegevens in het nieuwe formulier en breng desgewenst wijzigingen aan of voeg gegevens toe.
  5. Ga naar het tabblad Contactpersoon van het nieuwe contactpersoonformulier en klik in de groep Acties op Opslaan en sluiten.

Een record aan het opstartformulier toevoegen

Afhankelijk van de gebruikte sjabloon, kunt u informatie soms rechtstreeks in het opstartformulier invoeren. In Access wordt doorgaans eventuele bestaande informatie in een gegevensblad weergegeven. Direct onder de laatste rij gegevens ziet u een nieuwe, lege record met een sterretje (*) in de recordkiezer. Geef uw informatie op in de record die wordt voorafgegaan door het sterretje. Als er standaardwaarden aan velden zijn toegewezen, wordt de nieuwe record weergegeven met ingevulde standaardwaarden. Als u snel naar de nieuwe record aan het einde van de tabel wilt gaan, klikt u op de navigatieknop Nieuwe (lege) record of gaat u naar het tabblad Start en klikt u in de groep Records op Nieuwe record.

  1. Klik op de Microsoft Office-knop Afbeelding van knop en klik op Openen.
  1. Selecteer en open de database in het dialoogvenster Openen.
  2. Als het opstartformulier wordt geopend en er geen bestaande gegevens zijn, geeft u de informatie op in de nieuwe, lege record die wordt weergegeven. Als er al bestaande informatie is, voert u een van de volgende bewerkingen uit:
    • Klik op het tabblad Start, in de groep Records, op Nieuw.
  • Klik op Nieuwe (lege) record, indien deze optie beschikbaar is.
  • Zoek de record met het sterretje in de recordkiezer.
  1. Vul de record in door de informatie in de velden van de record te typen. Druk op Tab om naar het volgende veld te gaan, of op Shift + Tab om naar het vorige veld te gaan.

 Opmerking   Als u een nieuwe regel wilt beginnen in een veld dat meerdere tekstregels mag bevatten (zoals een tekstveld of memoveld), drukt u op Ctrl + Enter. Als u meer ruimte nodig hebt om de tekst te bewerken, kunt u het vak In- en uitzoomen openen. Plaats hiervoor de cursor in het veld dat u wilt bewerken en druk vervolgens op Shift + F2.

  1. Nadat u alle velden hebt ingevuld, drukt u op Tab om naar een nieuwe, lege record te gaan.

Wanneer u naar een andere record gaat of het formulier sluit, wordt de nieuwe record die u hebt toegevoegd automatisch opgeslagen.

Een tabel of formulier openen vanuit het navigatiedeelvenster

Naast het toevoegen van een nieuwe record met behulp van het opstartformulier van de sjabloon, kunt u ook een tabel of formulier openen vanuit het navigatiedeelvenster en vervolgens een nieuwe record toevoegen.

Een tabel of formulier openen

  • Dubbelklik in het navigatiedeelvenster op het item dat u wilt openen (of klik één keer als u in het dialoogvenster Navigatieopties de optie Objecten openen met hebt gewijzigd).

De tabel of het formulier wordt geopend in de standaardweergave.

Eventuele bestaande informatie wordt weergegeven, meestal in rijen in een gegevensblad. Onder deze rijen wordt een nieuwe, lege record weergegeven met een sterretje in de recordkiezer. Geef uw nieuwe gegevens op in die rij.

Een record toevoegen aan een tabel of formulier    

Als het gegevensblad of formulier wordt geopend en er geen bestaande informatie is, typt u de informatie in de nieuwe, lege record die wordt weergegeven. Als er wel bestaande informatie is, voert u een van de volgende bewerkingen uit:

  • Klik op het tabblad Start, in de groep Records, op Nieuw.
  • Klik op Nieuwe (lege) record, indien deze optie beschikbaar is.
  • Zoek de record met het sterretje in de recordkiezer en geef de nieuwe gegevens op in die rij.

Nadat u alle velden hebt ingevuld, drukt u op Tab om naar een nieuwe, lege record te gaan.

Wanneer u naar een andere record gaat of de tabel of het formulier sluit, wordt de nieuwe record die u hebt toegevoegd automatisch opgeslagen.

Waarom id-nummers soms een nummer lijken over te slaan

Als u een veld maakt dat is ingesteld op het gegevenstype AutoNummering, wordt er in elke nieuwe record automatisch een waarde voor dat veld gegenereerd. Deze waarde wordt standaard verhoogd, zodat elke nieuwe record het volgende beschikbare volgnummer krijgt. Het doel van het gegevenstype AutoNummering is het leveren van een waarde die als primaire sleutel kan worden gebruikt.

Zie het artikel Primaire sleutels toevoegen, instellen, wijzigen en verwijderen voor meer informatie over primaire sleutels.

Als u uit een tabel een rij verwijdert die een veld bevat dat is ingesteld op het gegevenstype AutoNummering, wordt de waarde in het AutoNummering-veld van die rij niet altijd automatisch opnieuw gebruikt. Het kan dus zijn dat het nummer dat door Access wordt gegenereerd, niet het nummer is dat u had verwacht. Ook kunnen er 'gaten' ontstaan in de volgorde van de id-nummers. Dit gebeurt echter opzettelijk. U moet immers kunnen vertrouwen op het unieke karakter van de waarden in een AutoNummering-veld, de volgorde van die waarden is hierbij niet van belang.

Terug naar boven Terug naar boven

Een record zoeken om te bewerken of verwijderen

Een record moet eerst worden opgezocht voordat u deze kunt bewerken of verwijderen. In een tabel met slechts een klein aantal records kunt u met de navigatieknoppen door de records bladeren totdat u de gewenste record hebt gevonden. In een grotere tabel zijn echter andere technieken nodig om de gewenste records te vinden.

De recordnavigatieknoppen gebruiken

Met behulp van de navigatieknoppen kunt u door de records bladeren. U kunt op de pijltoetsen klikken om naar de eerste, vorige, volgende of laatste record te gaan, of om een nieuwe record toe te voegen.


Navigatieknoppen

Toelichting 1 Eerste record
Toelichting 2 Vorige record
Toelichting 3 Huidige record
Toelichting 4 Volgende record
Toelichting 5 Laatste record
Toelichting 6 Nieuwe (lege) record
Toelichting 7 Filterindicator
Toelichting 8 Het vak Zoeken

Als u in het vak Huidige record klikt, kunt u een recordnummer typen en vervolgens op ENTER drukken om naar die record te gaan. Het recordnummer wordt opeenvolgend geteld (vanaf het begin van het formulier of gegevensblad) en komt daarom overeen met geen enkele veldwaarde.

De hier getoonde filterindicatorknop geeft aan of er een filter is toegepast. Als er Gefilterd wordt weergegeven, kunt u op deze knop klikken om het filter te verwijderen. Als er Niet gefilterd wordt weergegeven, kunt u op deze knop klikken om het laatst gebruikte filter toe te passen.

Wanneer u tekst opgeeft in het vak Zoeken, wordt de eerste overeenkomende waarde direct gemarkeerd tijdens het invoeren van elk teken. U kunt deze functie gebruiken om snel te zoeken naar een record met een waarde die overeenkomt met de tekst die u opgeeft in het vak Zoeken.

De functie Zoeken in het dialoogvenster Zoeken en vervangen gebruiken

U kunt de functie Zoeken in het dialoogvenster Zoeken en vervangen gebruiken om een overeenkomende record te zoeken. Als u een overeenkomende record vindt, wordt die record de huidige record. U kunt deze record vervolgens bewerken of verwijderen.

Een overeenkomende record zoeken

  1. Klik op het veld dat u wilt doorzoeken.
  2. Klik op het tabblad Start, in de groep Zoeken, op Zoeken, of druk op CTRL+F.

Sneltoets  Druk op Ctrl + F.

Het dialoogvenster Zoeken en vervangen wordt weergegeven.

  1. Klik op het tabblad Zoeken.
  2. Typ in het vak Zoeken naar de waarde waarvoor u een overeenkomst wilt zoeken.
  3. Gebruik eventueel de lijst Zoeken in om het veld dat u wilt doorzoeken te wijzigen, of om de gehele onderliggende tabel te doorzoeken.
  4. U kunt ook in de lijst Waar de optie Gedeelte van veld selecteren. Hiermee verkrijgt u de meest uitgebreide zoekopdracht.
  5. Klik op Alles in de lijst Zoeken en klik vervolgens op Volgende zoeken.

Zie het artikel Gegevens wijzigen met het dialoogvenster Zoeken en vervangen voor meer informatie over het gebruik van het dialoogvenster Zoeken en vervangen.

Een filter toepassen

U kunt een filter toepassen om het aantal records dat wordt weergegeven te beperken tot de records die voldoen aan uw criteria. Door het toepassen van een filter kunt u de record die u wilt bewerken of verwijderen op eenvoudige wijze opzoeken. Als u bijvoorbeeld het aantal weergegeven records snel wilt beperken, klikt u met de rechtermuisknop op een veld waarvan u de waarde wilt vergelijken en vervolgens op Is gelijk aan, Is niet gelijk aan, Bevat of Bevat niet onder in het snelmenu.

Een selectiefilter toepassen

  1. Open een tabel of formulier.
  2. Als u er zeker van wilt zijn dat de tabel of het formulier niet gefilterd is, gaat u naar het tabblad Start en klikt u in de groep Sorteren en filteren op Geavanceerd en vervolgens op Alle filters wissen (indien deze opdracht beschikbaar is).
  3. Ga naar de record met de waarde die u wilt gebruiken als onderdeel van het filter en klik vervolgens op het veld. Als u wilt filteren op een gedeeltelijke selectie, selecteert u alleen de gewenste tekens.
  4. Klik op het tabblad Start, in de groep Sorteren en filteren, op Selectie en klik vervolgens op het filter dat u wilt toepassen.

-of-

Klik met de rechtermuisknop op het veld en klik vervolgens op Is gelijk aan, Is niet gelijk aan, Bevat of Bevat niet onder in het snelmenu.

  1. Als u andere velden op basis van een selectie wilt filteren, herhaalt u stap 3 en 4.

Gebruik de opdrachten in de groep Sorteren en filteren op het tabblad Start als u andere manieren van filteren wilt proberen.

Zie het artikel Filteren: het aantal records in een weergave beperken voor meer informatie over het toepassen van filters.

Terug naar boven Terug naar boven

Een bestaande record bewerken

Soms wilt u wijzigingen aanbrengen in een bestaande record, bijvoorbeeld om een adres te veranderen. Als u een bestaande record wilt bewerken, opent u een formulier of tabel, gaat u naar de record die u wilt veranderen en brengt u de wijzigingen aan.

Een tabel of formulier openen

  • Dubbelklik in het navigatiedeelvenster op het item dat u wilt openen (of klik één keer als u in het dialoogvenster Navigatieopties de optie Objecten openen met hebt gewijzigd).

De tabel of het formulier wordt geopend in de standaardweergave.

Als u een formulier of tabel opent, wordt eventuele bestaande informatie weergegeven en is meestal het eerste veld van de eerste record geselecteerd (gemarkeerd). Als u begint met typen terwijl de gegevens zijn geselecteerd, worden de geselecteerde gegevens vervangen door de tekens die u typt.

De waarde in een veld vervangen

  1. Selecteer de inhoud van het veld dat u wilt vervangen.

 Tip   In de gegevensbladweergave kunt u een veld selecteren door te klikken naast de linkerrand van het veld wanneer de muisaanwijzer in een plusteken (+) verandert. In de formulierweergave kunt u op het label van een veld klikken om het veld te selecteren.

  1. Typ of selecteer de nieuwe waarde voor het veld.

De waarde in het veld wordt vervangen door de tekens die u typt of de waarde die u selecteert. Wanneer u naar een andere record gaat of het formulier of de tabel sluit, worden uw wijzigingen automatisch opgeslagen.

Als u informatie in een veld wilt invoeren, klikt u op het veld en plaatst u vervolgens de cursor op de plaats waar u de informatie wilt invoegen. Wanneer de cursor zich in het veld bevindt, kunt u de cursor verplaatsen met de pijltoetsen.

 Opmerking   U kunt de huidige datum invoegen in een veld door op Ctrl + Puntkomma (;) te drukken. U kunt de huidige tijd invoegen door op Ctrl + Shisft + Dubbele punt (:) te drukken.

Nieuwe informatie in een veld invoegen

  1. Klik op het veld (of ga naar het veld met behulp van TAB of de pijltoetsen en druk vervolgens op F2).
  2. Plaats de cursor op de plaats waar u de informatie wilt opgeven.
  3. Typ de tekst die u wilt invoegen. Als u een tikfout maakt, kunt u deze herstellen door op Backspace te drukken.

Wanneer u naar een andere record gaat of het formulier of de tabel sluit, worden uw wijzigingen automatisch opgeslagen.

Terug naar boven Terug naar boven

Een record verwijderen

Wanneer u een record verwijdert, wordt de informatie definitief uit de tabel verwijderd. Daarom moet u zeker weten dat u een record wilt verwijderen voordat u deze handeling daadwerkelijk uitvoert. Als u niet de hele record maar alleen bepaalde informatie wilt verwijderen, selecteert u alleen de gegevens die u wilt verwijderen en drukt u vervolgens op Delete.

Een record verwijderen

  1. Selecteer de record of records die u wilt verwijderen.

Als u een record wilt selecteren, klikt u op de recordkiezer naast de record als de recordkiezer beschikbaar is.

Versleep de recordkiezer (indien beschikbaar) of druk op Shift + Pijl-omlaag of Shift + Pijl-omhoog als u de selectie groter of kleiner wilt maken.

  1. Druk op Delete.

-of-

Klik op het tabblad Start, in de groep Records, op Verwijderen.

Zie het artikel Een of meer records verwijderen uit een database voor meer informatie over het verwijderen van records.

Terug naar boven Terug naar boven

Wanneer worden gegevens opgeslagen?

Als u gegevens in een formulier of tabel bewerkt, worden uw wijzigingen automatisch opgeslagen wanneer u naar een andere record gaat of wanneer u het formulier of de tabel sluit. Wanneer u een record bewerkt, wordt het potloodsymbool weergegeven in de recordkiezer links van de huidige record. Wanneer u naar een andere record gaat, verdwijnt het potloodsymbool, waarmee wordt aangegeven dat uw wijzigingen zijn opgeslagen.

De volgende tabel bevat enkele symbolen van de recordkiezer die mogelijk worden weergegeven.

Symbool Betekenis
Huidige record Dit is de huidige record en deze is opgeslagen in de vorm waarin deze momenteel wordt weergegeven. De huidige record wordt aangegeven door een andere kleur in de recordkiezer.
Bewerkte record Dit is de record die u momenteel bewerkt. De wijzigingen zijn nog niet opgeslagen.
Vergrendelde record Deze record is vergrendeld door een andere gebruiker en u kunt deze niet bewerken.
Nieuwe record Dit is een nieuwe record waarin u gegevens kunt typen.
Primaire sleutel Dit is het veld voor de primaire sleutel (primaire sleutel: een of meer velden (kolommen) waarvan de waarden elke record in de tabel uniek identificeren. Een primaire sleutel kan geen Null-waarden bevatten en heeft altijd een unieke index. Met een primaire sleutel relateert u een tabel aan refererende sleutels in andere tabellen.). Dit veld bevat een waarde waarmee de record kan worden geïdentificeerd.

 Opmerking   Als u de wijzigingen in een record wilt opslaan zonder naar een andere record te gaan, gaat u naar het tabblad Start en klikt u in de groep Records op Record opslaan.

Terug naar boven Terug naar boven

Wijzigingen ongedaan maken

Als u gegevens onjuist hebt ingevoerd, kunt u deze wijzigingen meestal weer ongedaan maken. Als u bijvoorbeeld gegevens in een veld bewerkt, kunt u op Ongedaan maken op de werkbalk Snelle toegang klikken of op Esc drukken om uw wijzigingen weer ongedaan te maken. Als u alle wijzigingen in de record ongedaan wilt maken, drukt u nogmaals op Esc. Ook nadat u wijzigingen hebt opgeslagen of naar een andere record bent gegaan, kunt u de wijzigingen in de eerder bewerkte record nog steeds ongedaan maken door op Ongedaan maken op de werkbalk Snelle toegang te klikken. Uw wijzigingen worden echter definitief zodra u begint met het bewerken van een andere record, een filter toepast of verwijdert, of overschakelt naar een ander venster of documenttabblad.

Terug naar boven Terug naar boven

 
 
Van toepassing op:
Access 2007