In Microsoft Office Excel 2007 is het gemakkelijk op professioneel uitziende grafieken te maken. Kies een grafiektype, een grafieklay-out en een grafiekstijl. Dit kunt u allemaal probleemloos doen vanaf het lint, dat deel uitmaakt van de nieuwe Microsoft Office Fluent-gebruikersinterface. U boekt meteen professionele resultaten telkens wanneer u een grafiek maakt. U kunt het uzelf nog gemakkelijker maken door uw favoriete grafiek op te slaan als grafieksjabloon, die u vervolgens snel kunt toepassen telkens wanneer u een nieuwe grafiek maakt.
Als u Office Excel 2007 hebt geïnstalleerd, kunt u tevens gebruikmaken van de krachtige Excel-grafiekfunctionaliteit in andere 2007 Microsoft Office system-programma's, zoals Microsoft Office PowerPoint 2007 en Microsoft Office Word 2007.
In dit artikel
Grafieken maken in Excel
Als u een basisgrafiek wilt maken in Excel die u later kunt wijzigen en opmaken, voert u om te beginnen de gegevens voor de grafiek in een werkblad in. Vervolgens selecteert u die gegevens en kiest u het gewenste grafiektype op het Office Fluent-lint (tabblad Invoegen, groep Grafieken).

Werkbladgegevens
Grafiek gemaakt op basis van werkbladgegevens
Excel ondersteunt een groot aantal grafiektypen waarmee u gegevens op diverse manieren kunt presenteren. Wanneer u een grafiek maakt of een bestaande grafiek wijzigt, kunt u kiezen uit een groot assortiment aan grafiektypen (zoals een kolomdiagram of een cirkeldiagram) en de bijbehorende subtypen (zoals een gestapeld kolomdiagram of een cirkeldiagram met 3D-opmaak). U kunt ook een gecombineerde grafiek maken door meerdere grafiektypen in uw grafiek op te nemen.

Voorbeeld van een combinatiediagram waarvoor een kolomdiagram en een lijndiagram zijn gebruikt.
Zie Een grafiek maken voor meer informatie over het maken van een grafiek in Excel.
Grafieken maken in PowerPoint en Word
Grafieken zijn volledig geïntegreerd met andere Office 2007-programma's, zoals Office PowerPoint 2007 en Office Word 2007. Beide programma's bieden dezelfde hulpmiddelen voor grafieken die ook in Excel beschikbaar zijn. Als Excel is geïnstalleerd op uw computer kunt u een Excel-grafiek maken in PowerPoint en Word door te klikken op de knop Grafiek op het lint (tabblad Invoegen, groep Illustraties) en de grafiek vervolgens wijzigen of opmaken met de hulpmiddelen voor grafieken. De gemaakte grafieken worden ingesloten in Office PowerPoint 2007 en Office Word 2007, en de grafiekgegevens worden opgeslagen in een Excel-werkblad dat nu deel uitmaakt van het PowerPoint- of Word-bestand.
Opmerking Als u in Word in de compatibiliteitsmodus werkt, voegt u een grafiek in met Microsoft Graph in plaats van met Excel. In PowerPoint kunt u altijd Excel gebruiken om een grafiek te maken.
U kunt ook een grafiek uit Excel kopiëren naar PowerPoint 2007 en Word 2007. De gekopieerde grafiek kan worden ingesloten als statische gegevens of worden gekoppeld aan de werkmap. Bij een grafiek die is gekoppeld aan een werkmap waartoe u toegang hebt, kunt u opgeven dat automatisch wordt gecontroleerd op wijzigingen in de gekoppelde werkmap, telkens wanneer de grafiek wordt geopend.
Zie Diagrammen en grafieken gebruiken in uw presentatie of Gegevens weergeven in een grafiek voor meer informatie over het maken van een diagram of grafiek in PowerPoint 2007 of Office Word 2007.
Terug naar boven
Grafieken wijzigen
Nadat u een grafiek hebt gemaakt kunt u deze aanpassen. U wilt bijvoorbeeld de manier wijzigen waarop in assen (as: een lijn die het tekengebied begrenst en een referentiekader vormt voor het meten. De Y-as loopt meestal verticaal en bevat gegevens. De x-as loopt meestal horizontaal en bevat categorieën.) worden weergegeven, een grafiektitel toevoegen, de legenda verplaatsen of verbergen, of extra grafiekelementen toevoegen.
U kunt de volgende wijzigingen aanbrengen in een grafiek:
- De weergave van grafiekassen wijzigen U kunt de schaal van de assen opgeven en het interval instellen tussen de waarden of categorieën die worden weergegeven. Als u de grafiek leesbaarder wilt maken, kunt u ook maatstreepjes (maatstreepjes en maatstreeplabels: maatstreepjes zijn maatlijntjes met een bepaalde tussenruimte, te vergelijken met de streepjes op een liniaal, die dwars op een as worden weergegeven. Maatstreeplabels geven de categorieën, waarden of reeksen in de grafiek aan.) toevoegen aan een as en de ruimte tussen de maatstreepjes opgeven.
- Titels en gegevenslabels toevoegen aan een grafiek Als u de informatie in uw grafiek wilt verduidelijken, kunt u een grafiektitel, astitels en gegevenslabels (gegevenslabel: een label die aanvullende informatie verschaft over een gegevensmarkering. Met gegevensmarkeringen worden afzonderlijke gegevenspunten of waarden weergegeven die afkomstig zijn van een cel in een gegevensblad.) toevoegen.
- Een legenda of een gegevenstabel toevoegen U kunt een legenda (legenda: een vak waarin de patronen of kleuren worden aangegeven die aan de gegevensreeksen of categorieën in een grafiek zijn toegekend.) weergeven of verbergen, of de plaats ervan wijzigen. In sommige grafieken kunt u ook een gegevenstabel (gegevenstabel: een cellenbereik waarin de resultaten worden weergegeven als verschillende waarden in een of meer formules worden vervangen. Er zijn twee typen gegevenstabellen: gegevenstabellen met enkele invoer en gegevenstabellen met dubbele invoer.) weergeven waarin de legendasleutels (legendasleutels: symbolen in een legenda die de patronen en kleuren weergeven die aan de gegevensreeksen (of categorieën) in een grafiek zijn toegekend. Legendasleutels staan links van de legenda-elementen. Wanneer u een legendasleutel opmaakt, verandert ook de opmaak van de bijbehorende gegevensmarkering.) en de in de grafiek gepresenteerde waarden worden weergegeven.
- Special opties toepassen voor elk grafiektype Speciale lijnen (zoals hoog/laag-lijnen en trendlijnen (trendlijn: een grafische weergave van trends in gegevensreeksen, zoals een opgaande lijn die gedurende enkele maanden een stijgende omzet aangeeft. Trendlijnen worden gebruikt voor analyse van voorspellingen, ook wel regressie-analyse genoemd.)), balken (zoals omhoog/omlaag-balken en foutbalken), gegevensmarkeringen (gegevensmarkering: een balk, gebied, punt, segment of ander grafieksymbool waarmee een afzonderlijk gegevenspunt of een afzonderlijke waarde uit een werkbladcel wordt aangegeven. Gegevensmarkeringen in een grafiek die bij elkaar horen, vormen een gegevensreeks.) en andere opties zijn beschikbaar voor verschillende grafiektypen.
Terug naar boven
Vooraf gedefinieerde grafiekstijlen en grafiekindelingen gebruiken voor een professioneel uiterlijk
In plaats van het handmatig toevoegen of wijzigen van grafiekelementen of het opmaken van de grafiek kunt u snel een vooraf gedefinieerde grafiekindeling en grafiekstijl toepassen op de grafiek. In Excel beschikt u over diverse handige, vooraf gedefinieerde indelingen en stijlen waaruit u kunt kiezen, maar u kunt de indeling of de stijl desgewenst nauwkeuriger aanpassen aan uw wensen door handmatig wijzigingen aan te brengen in de indeling en de opmaak van afzonderlijke grafiekelementen, zoals het grafiekgebied (grafiekgebied: de hele grafiek en alle elementen daarin.), het tekengebied (tekengebied: in een 2D-grafiek is dit het gebied dat wordt begrensd door de assen en dat alle gegevensreeksen bevat. In een 3D-grafiek is dit het gebied dat wordt begrensd door de assen en dat de gegevensreeksen, categorienamen, maatstreeplabels en astitels bevat.), de gegevensreeksen (gegevensreeks: verwante gegevenspunten die worden weergegeven in een grafiek. Elke gegevensreeks in een grafiek heeft een unieke kleur of uniek patroon en is vermeld in de grafieklegenda. U kunt een of meer gegevensreeksen in een grafiek weergeven. Cirkeldiagrammen hebben slechts één gegevensreeks.) of de legenda (legenda: een vak waarin de patronen of kleuren worden aangegeven die aan de gegevensreeksen of categorieën in een grafiek zijn toegekend.) van de grafiek.
Als u een vooraf gedefinieerde grafiekindeling toepast, wordt een specifieke set grafiekelementen (zoals titels (titels in grafieken: beschrijvende tekst die automatisch wordt uitgelijnd met een as of wordt gecentreerd boven een grafiek.), een legenda, een gegevenstabel (gegevenstabel: een cellenbereik waarin de resultaten worden weergegeven als verschillende waarden in een of meer formules worden vervangen. Er zijn twee typen gegevenstabellen: gegevenstabellen met enkele invoer en gegevenstabellen met dubbele invoer.) of gegevenslabels (gegevenslabel: een label die aanvullende informatie verschaft over een gegevensmarkering. Met gegevensmarkeringen worden afzonderlijke gegevenspunten of waarden weergegeven die afkomstig zijn van een cel in een gegevensblad.)) in de grafiek weergegeven in een bepaalde indeling. U kunt voor elk grafiektype kiezen uit diverse indelingen.
Als u een vooraf gedefinieerde stijl toepast, wordt de grafiek opgemaakt op basis van het documentthema (thema: een combinatie van themakleuren, themalettertypen en thema-effecten. Een thema kan als één selectie op een bestand worden toegepast.) dat u hebt toegepast, zodat de grafiek aansluit bij het kleurenthema (themakleuren: een set kleuren die in een bestand wordt gebruikt. Themakleuren, themalettertypen en thema-effecten vormen een thema.) (een kleurenset), lettertypenthema (themalettertypen: een set grote en kleine lettertypen die in een bestand wordt gebruikt. Themalettertypen, themakleuren en thema-effecten vormen een thema.) (een set lettertypen voor koppen en hoofdtekst) en effectenthema (thema-effecten: een set visuele kenmerken die wordt toepgepast op elementen in een bestand. Thema-effecten, themakleuren en themalettertypen vormen een thema.) (een set lijnen en opvuleffecten) van uzelf of uw organisatie.
Opmerking U kunt niet uw eigen grafiekindelingen of -stijlen maken, maar u kunt wel grafieksjablonen maken die de gewenste grafiekindeling en -opmaak omvatten. Zie Grafieken hergebruiken met grafieksjablonen voor meer informatie over grafieksjablonen.
Zie Indeling of opmaak van grafieken wijzigen voor meer informatie over het wijzigen van het uiterlijk van een grafiek.
Terug naar boven
Visueel aantrekkelijke opmaak toevoegen aan grafieken
Naast de toepassing van een vooraf gedefinieerde grafiekstijl kunt u gemakkelijk opmaak toepassen op afzonderlijke grafiekelementen zoals gegevensmarkeringen (gegevensmarkering: een balk, gebied, punt, segment of ander grafieksymbool waarmee een afzonderlijk gegevenspunt of een afzonderlijke waarde uit een werkbladcel wordt aangegeven. Gegevensmarkeringen in een grafiek die bij elkaar horen, vormen een gegevensreeks.), het grafiekgebied, het tekengebied en de cijfers en tekst in titels en labels, om de grafiek uniek en visueel aantrekkelijk te maken. U kunt specifieke stijlen voor vormen en voor WordArt toepassen, maar u kunt de vormen en de tekst van grafiekelementen ook handmatig opmaken.
U kunt de volgende opmaakbewerkingen uitvoeren in een grafiek:
- Grafiekelementen opvullen U kunt met kleuren, patronen, afbeeldingen en kleurovergangen de aandacht richten op specifieke grafiekelementen.
- De rand van grafiekelementen wijzigen U kunt met kleuren, lijnstijlen en lijndikten bepaalde grafiekelementen benadrukken.
- Speciale effecten toevoegen aan grafiekelementen U kunt speciale effecten, zoals schaduw, weerspiegeling, gloed, vloeiende randen, schuine randen en 3D-draaiing toepassen op grafiekelementvormen, waardoor u de grafiek een verzorgd uiterlijk geeft.
- Tekst en cijfers opmaken U kunt tekst en cijfers in titels, labels en tekstvakken in een grafiek opmaken net als de tekst en cijfers in een werkblad. Als u tekst en cijfers extra nadruk wilt geven, kunt u zelfs WordArt-stijlen toepassen.
Zie Grafiekelementen opmaken voor meer informatie over het opmaken van grafiekelementen.
Terug naar boven
Grafieken hergebruiken met grafieksjablonen
Als u een grafiek die u aan uw eigen situatie hebt aangepast opnieuw wilt gebruiken, kunt u de grafiek opslaan als grafieksjabloon (.CRTX) in de map met grafieksjablonen. Als u dan een nieuwe grafiek maakt, kunt u de grafieksjabloon toepassen op dezelfde wijze als een ingebouwd grafiektype. Grafieksjablonen zijn echte grafiektypen, waarmee u het grafiektype van een bestaande grafiek kunt wijzigen.
Als u een grafieksjabloon regelmatig gebruikt, kunt u deze opslaan als het standaardgrafiektype.
Opmerking Grafieksjablonen zijn niet gebaseerd op documentthema's (thema: een combinatie van themakleuren, themalettertypen en thema-effecten. Een thema kan als één selectie op een bestand worden toegepast.). Als u een kleurthema (themakleuren: een set kleuren die in een bestand wordt gebruikt. Themakleuren, themalettertypen en thema-effecten vormen een thema.), lettertypenthema (themalettertypen: een set grote en kleine lettertypen die in een bestand wordt gebruikt. Themalettertypen, themakleuren en thema-effecten vormen een thema.) en effectenthema (thema-effecten: een set visuele kenmerken die wordt toepgepast op elementen in een bestand. Thema-effecten, themakleuren en themalettertypen vormen een thema.) wilt gebruiken in een grafiek die u hebt gemaakt met een grafieksjabloon, kunt u een stijl toepassen op de grafiek. Met een grafiekstijl stelt u het thema van de grafiek in op het documentthema. Zie Vooraf gedefinieerde grafiekstijlen en grafiekindelingen gebruiken voor een professioneel uiterlijk voor meer informatie.
Zie Een grafieksjabloon maken, toepassen of verwijderen voor meer informatie over het gebruik van grafieksjablonen.
Terug naar boven