Nadat u in een draaitabelrapport de velden hebt toegevoegd, de relevante detailniveaus hebt weergegeven, berekeningen hebt gemaakt en gegevens op de gewenste manier hebt gesorteerd, gefilterd en gegroepeerd in een draaitabelrapport, wilt u mogelijk ook de indeling en opmaak van het rapport verbeteren zodat het rapport leesbaarder en aantrekkelijker wordt.
U kunt een draaitabelrapport ook voorwaardelijk opmaken.
Zie Voorwaardelijke opmaak toevoegen, wijzigen of wissen voor meer informatie.
Wat wilt u doen?
De formulierindeling en veldschikking wijzigen
Als u grote wijzigingen wilt aanbrengen in de indeling en de opmaak van het rapport, kunt u het hele rapport op drie manieren weergeven: compacte weergave, overzichtsweergave of tabelweergave. U kunt ook velden toevoegen, opnieuw ordenen en verwijderen om het gewenste resultaat te bereiken.
Terug naar boven
De vorm van het draaitabelrapport wijzigen: compacte vorm, overzichtvorm of tabelvorm
U kunt de vorm (compacte vorm, overzichtsvorm of tabelvorm) voor een draaitabelrapport en alle bijbehorende velden wijzigen.
Draaitabelrapporten
- Klik op het draaitabelrapport.
- Ga naar het tabblad Ontwerpen en klik in de groep Indeling op Rapportindeling en voer vervolgens een van de volgende handelingen uit:
- Compacte weergave Deze optie gebruikt u om te voorkomen dat gerelateerde gegevens horizontaal van het scherm lopen en om schuiven zo veel mogelijk te beperken. Velden die aan de zijkant beginnen worden in één kolom gevat en hebben een ingesprongen opmaak om de relatie met de geneste kolom aan te geven.
- Overzichtsweergave Deze optie gebruikt u om de gegevens in de klassieke draaitabelstijl weer te geven.
- Tabelweergave Deze optie gebruikt u als u alle gegevens in een traditionele tabelindeling wilt weergeven en gemakkelijk cellen naar een ander werkblad wilt kopiëren.
Velden
Terug naar boven
Velden toevoegen, opnieuw rangschikken en verwijderen
Als u velden wilt toevoegen, opnieuw wilt rangschikken of wilt verwijderen, gebruikt u de lijst met draaitabelvelden.
- Klik op het draaitabelrapport.
- Ga indien nodig naar het tabblad Opties en klik in de groep Weergeven/verbergen op Lijst met velden. Ga voor een draaitabelrapport naar het tabblad Analyseren en klik in de groep Weergeven/verbergen op Lijst met velden.
Zie Velden opmaken en de opmaak wijzigen in een draaitabel- of draaigrafiekrapport voor meer informatie.
Tip Als u snel een veld snel uit een draaitabelrapport wilt verwijderen, klikt u met de rechtermuisknop op het veld en klikt u vervolgens op Verwijderen.
Terug naar boven
De indeling van kolommen, rijen en subtotalen wijzigen
Als u de indeling van het rapport gedetailleerder wilt bewerken, kunt u wijzigingen aanbrengen in de indeling van kolommen, rijen en subtotalen, zoals subtotalen weergeven boven rijen of kolomkoppen uitschakelen. U kunt ook afzonderlijke items in een rij of kolom anders rangschikken.
Terug naar boven
Kolom- en rijkopteksten in- of uitschakelen
- Klik op het draaitabelrapport.
- Als u wilt schakelen tussen veldkopteksten weergeven en verbergen, gaat u naar het tabblad Opties en klikt u in de groep Weergeven/verbergen op Veldkopteksten.
Terug naar boven
Subtotalen boven of onder de bijbehorende rijen weergeven
- Selecteer het rijveld, ga naar het tabblad Opties en klik in de groep Actief veld op Veldinstellingen.
Het dialoogvenster Veldinstellingen wordt geopend.
Tip U kunt ook dubbelklikken op het rijveld in het overzicht of de tabel.
- Als subtotalen niet zijn ingeschakeld (de optie Geen is geselecteerd), klikt u op het tabblad Subtotalen & filters en klikt u in de sectie Subtotalen & filters op Automatisch of Aangepast.
- Ga naar het tabblad Indeling & afdrukken en klik vervolgens in de sectie Indeling op Itemlabels als overzicht weergeven.
- Ga op een van de volgende manieren te werk:
- Als u subtotalen wilt weergeven boven de meegerekende rijen, schakelt u het selectievakje Subtotalen boven elke groep weergeven in.
- Als u subtotalen wilt weergeven onder de meegerekende rijen, schakelt u het selectievakje Subtotalen boven elke groep weergeven uit.
Terug naar boven
De volgorde van rij- of kolomitems wijzigen
- Klik met de rechtermuisknop op het rij- of kolomlabel of het item in een label, wijs Verplaatsen aan en gebruik vervolgens een van de opdrachten in het menu Verplaatsen om het item te verplaatsen.
U kunt ook het rij- of kolomitem in een label selecteren en vervolgens de onderrand van de cel aanwijzen. Wanneer de aanwijzer in een pijl verandert, sleept u het item naar een nieuwe positie. In de volgende afbeelding ziet u hoe u een rijitem selecteert.

Terug naar boven
Kolombreedten bij vernieuwen aanpassen
- Klik op het draaitabelrapport.
- Ga naar het tabblad Opties en klik in de groep Draaitabel op Opties.
Het dialoogvenster Opties voor draaitabel wordt weergegeven.
- Klik op het tabblad Indeling & Opmaak en voer een van de volgende handelingen in de sectie Weergave uit:
- Als u de kolommen van het draaitabelrapport automatisch wilt aanpassen aan de grootte van de breedste tekst- of getalwaarde, schakelt u het selectievakje Kolombreedte automatisch aanpassen bij bijwerken in.
- Als u breedte van de kolommen in het draaitabelrapport wilt behouden, schakelt u het selectievakje Kolombreedte automatisch aanpassen bij bijwerken uit.
Terug naar boven
Een kolom naar het rijlabelgebied of een rij naar het kolomlabelgebied verplaatsen
Het is misschien nodig om een kolomveld naar het rijlabelgebied of een rijveld naar het kolomlabelgebied te verplaatsen om het draaitabelrapport beter in te delen en leesbaarder te maken. Wanneer u een kolom naar een rij of een rij naar een kolom verplaatst, transponeert u de verticale of horizontale richting van het veld. Deze bewerking wordt ook wel het 'draaien' van een rij of kolom genoemd.
Terug naar boven
Cellen voor de buitenste rij- en kolomitems samenvoegen of de samenvoeging ervan opheffen
U kunt cellen voor rij- en kolomitems samenvoegen om de items horizontaal en verticaal te centreren of de samenvoeging van cellen opheffen om items in de buitenste rij- en kolomvelden boven aan de itemgroep links uit te lijnen.
- Klik op het draaitabelrapport.
- Klik op het tabblad Opties in de groep Draaitabel op Opties.
Het dialoogvenster Opties voor draaitabel wordt weergegeven.
- Als u cellen voor de buitenste rij- en kolomitems wilt samenvoegen of de samenvoeging van deze cellen wilt opheffen, gaat u naar de sectie Indeling op het tabblad Indeling & opmaak en schakelt u het selectievakje Cellen met labels samenvoegen en centreren in of uit.
Opmerking U kunt het selectievakje Cellen samenvoegen onder het tabblad Uitlijning niet gebruiken in een draaitabelrapport.
Terug naar boven
Wijzigen hoe lege cellen, lege regels en fouten worden weergegeven
Het kan zijn dat uw gegevens lege cellen, lege regels of fouten bevatten en dat u het standaardgedrag van een rapport wilt aanpassen.
Terug naar boven
De weergave van fouten en lege cellen wijzigen
- Klik op het draaitabelrapport.
- Klik op het tabblad Opties in de groep Draaitabel op Opties.
Het dialoogvenster Opties voor draaitabel wordt weergegeven.
- Klik op het tabblad Indeling & Opmaak en voer een of meer van de volgende handelingen in de sectie Opmaak uit:
De weergave van fouten wijzigen Schakel het selectievakje Weergeven voor foutwaarden in. Typ in het vak de waarde die in plaats van de foutwaarde moet worden weergegeven. Als u fouten als lege cellen wilt weergeven, verwijdert u alle tekens uit het vak.
De weergave van lege cellen wijzigen Schakel het selectievakje Weergeven voor lege cellen in. Typ in het vak de waarde die u in lege cellen wilt weergeven. Als u lege cellen wilt weergeven, verwijdert u alle tekens uit het vak. Als u nullen wilt weergeven, schakelt u het selectievakje uit.
Terug naar boven
Lege regels weergeven of verbergen
U kunt lege regels na een rij of item weergeven of verbergen.
Rijen
- Selecteer het rijveld, ga naar het tabblad Opties en klik in de groep Actief veld op Veldinstellingen.
Het dialoogvenster Veldinstellingen wordt geopend.
Tip U kunt ook dubbelklikken op het rijveld in het overzicht of de tabel.
- Als u de lege rijen wilt toevoegen of verwijderen, klikt u op het tabblad Indeling & afdrukken en vervolgens schakelt u in de sectie Indeling het selectievakje Lege regel invoegen na elk itemlabel respectievelijk in of uit.
Items
- Selecteer het item in een draaitabelrapport.
- Ga naar het tabblad Ontwerpen en klik in de groep Indeling op Lege rijen. Selecteer vervolgens Lege regel invoegen na elk itemlabel of Lege regel na elk itemlabel verwijderen.
Opmerking U kunt teken- en celopmaak op de lege regels toepassen, maar u kunt geen gegevens op de lege regels invoeren.
Terug naar boven
Wijzigen hoe items en labels zonder gegevens worden weergegeven
- Klik op het draaitabelrapport.
- Klik op het tabblad Weergave en voer een van de volgende handelingen in de sectie Weergave uit:
Terug naar boven
Opmaak wijzigen of verwijderen
U kunt in de galerie kiezen uit een groot aantal stijlen. Bovendien kunt u het streeppatroon van een rapport wijzigen. Door de getalnotatie van een veld te wijzigen, kunt u snel een consistente opmaak toepassen op een rapport.
Terug naar boven
De opmaakstijl van een draaitabelrapport wijzigen
U kunt de stijl van een draaitabelrapport gemakkelijk wijzigen met behulp van een galerie met stijlen. In Office Excel 2007 beschikt u over diverse, vooraf gedefinieerde tabelstijlen (ofwel snelle stijlen) waarmee u een draaitabelrapport in een handomdraai kunt opmaken. U kunt bovendien een streeppatroon (afwisselend een donkere en lichte achtergrond) op rijen en kolommen toepassen of verwijderen zodat de gegevens gemakkelijker te lezen en beter te scannen zijn.
Stijlen
- Klik op het draaitabelrapport.
- Ga naar het tabblad Ontwerpen en voer in de groep Draaitabelstijlen de volgende handelingen uit:
Streeppatronen
- Klik op het draaitabelrapport.
- Ga naar het tabblad Ontwerpen en voer in de groep Opties voor draaitabelstijlen een van de volgende handelingen uit:
- Als u rijen afwisselend licht en donker wilt opmaken, klikt u op Gestreepte rijen.
- Als u kolommen afwisselend licht en donker wilt opmaken, klikt u op Gestreepte kolommen.
- Als u rijkoppen in de streeppatroonstijl wilt opnemen, klikt u op Rijkoppen.
- Als u kolomkoppen in de streeppatroonstijl wilt opnemen, klikt u op Kolomkoppen.
Terug naar boven
De getalnotatie voor een veld wijzigen
- Selecteer het gewenste veld in het draaitabelrapport.
- Ga naar het tabblad Opties en klik in de groep Actief veld op Veldinstellingen.
In het dialoogvenster Veldinstellingen worden voor labels en rapportfilters weergegeven en in het dialoogvenster Waardeveldinstellingen worden waarden weergegeven.
- Klik op Getalnotatie onder aan het dialoogvenster.
Het dialoogvenster Celeigenschappen wordt geopend.
- Klik in de lijst Categorie op de gewenste opmaakcategorie.
- Selecteer de gewenste opties en klik twee maal op OK.
Tip U kunt ook met de rechtermuisknop op een waardeveld klikken en vervolgens op Getalnotatie klikken.
Terug naar boven
OLAP-serveropmaak opnemen
Als u een verbinding met een OLAP-database van Microsoft SQL Server Analysis Services hebt, kunt u opgeven welke OLAP-serveropmaakstijlen worden opgehaald en met de gegevens worden weergegeven.
- Klik op het draaitabelrapport.
- Ga naar het tabblad Opties en klik in de groep Gegevens op Andere gegevensbron. Klik vervolgens op Eigenschappen van de verbinding.
Het dialoogvenster Verbindingseigenschappen wordt weergegeven.
- Klik op het tabblad Gebruik en voer in de sectie OLAP-serveropmaak een van de volgende handelingen uit:
- Getalnotatie Schakel dit selectievakje in of uit als u een getalnotatie zoals valutanotatie, datumnotatie of tijdnotatie, respectievelijk wilt in- of uitschakelen.
- Tekenstijl Schakel dit selectievakje in of uit als u tekenstijlen, zoals vet, cursief, onderstrepen en doorhalen, respectievelijk wilt in- of uitschakelen.
- Opvulkleur Schakel dit selectievakje in of uit om opvulkleuren in of uit te schakelen.
- Tekstkleur Schakel dit selectievakje in of uit om tekstkleuren in of uit te schakelen.
Terug naar boven
Opmaak behouden of verwijderen
- Klik op het draaitabelrapport.
- Ga naar het tabblad Opties en klik in de groep Draaitabel op Opties.
Het dialoogvenster Opties voor draaitabel wordt weergegeven.
- Klik op het tabblad Indeling & Opmaak en voer een van de volgende handelingen in de sectie Opmaak uit:
- Schakel het selectievakje Celopmaak behouden bij bijwerken in als u de indeling en opmaak van het draaitabelrapport wilt opslaan zodat deze worden gebruikt telkens wanneer u een bewerking op de draaitabel uitvoert.
- Schakel het selectievakje Celopmaak behouden bij bijwerken uit als u de draaitabelindeling en -opmaak wilt verwijderen en de standaardindeling en -opmaak wilt gebruiken telkens wanneer u een bewerking op de draaitabel uitvoert.
Opmerking De draaitabelopmaak wordt ook door deze optie beïnvloed. Trendlijnen (trendlijn: een grafische weergave van trends in gegevensreeksen, zoals een opgaande lijn die gedurende enkele maanden een stijgende omzet aangeeft. Trendlijnen worden gebruikt voor analyse van voorspellingen, ook wel regressie-analyse genoemd.), gegevenslabels (gegevenslabel: een label die aanvullende informatie verschaft over een gegevensmarkering. Met gegevensmarkeringen worden afzonderlijke gegevenspunten of waarden weergegeven die afkomstig zijn van een cel in een werkblad.), foutbalken (foutbalken: grafische balken die meestal in statistische of wetenschappelijke gegevens worden gebruikt en de mogelijke fout (of de mate van onzekerheid) uitdrukken ten aanzien van elke gegevensmarkering in een reeks.) en andere wijzigingen in gegevensreeksen worden echter niet bewaard.
Terug naar boven
Alle opmaakkenmerken uit een rapport verwijderen
- Klik op het draaitabelrapport.
- Ga naar het tabblad Ontwerpen en klik in de groep Draaitabelstijlen op de knop Meer onder aan de schuifbalk om alle beschikbare stijlen weer te geven. Klik vervolgens onder aan de galerie op Wissen.
Terug naar boven