| | Help en ondersteuning Koop Office 2007 Training Sjablonen Verwante producten en technologieën Ondersteuning en feedback Technische bronnen Aanvullende bronnen | Waarschuwing: u wilt deze pagina weergeven met een niet-ondersteunde browser. Deze website wordt het best bekeken met Microsoft Internet Explorer 6.0 of hoger, Firefox 1.5 of Netscape Navigator 8.0 of hoger. Meer informatie over ondersteunde browsers.
Een celstijl maken, toepassen of verwijderen
Als u verschillende opmaakinstellingen in één stap wilt toepassen en er zeker van wilt zijn dat vergelijkbare cellen dezelfde opmaak krijgen, kunt u een celstijl gebruiken. Een celstijl bestaat uit een aantal gedefinieerde opmaakkenmerken, zoals lettertypen (lettertype: een bepaald grafisch ontwerp dat van toepassing is op alle getallen, symbolen en letters. Ook wel type of letterbeeld genoemd. Arial en Courier New zijn voorbeelden van lettertypen. Lettertypen hebben doorgaans verschillende tekengrootten, zoals 9- en 10-punts, en kunnen op verschillende manieren worden opgemaakt, zoals vet en cursief.) en tekengrootten, getalnotaties, celranden en celarcering. Als u wilt voorkomen dat in bepaalde cellen wijzigingen worden aangebracht, kunt u een celstijl gebruiken die cellen vergrendelt. 
Microsoft Office Excel beschikt over verschillende ingebouwde stijlen die u kunt toepassen of wijzigen. Het is ook mogelijk een celstijl te wijzigen of te dupliceren om uw eigen, aangepaste celopmaakstijl te maken. Belangrijk Celstijlen zijn gebaseerd op het documentthema dat op de hele werkmap is toegepast. Wanneer u een ander documentthema gebruikt, worden de celstijlen aan het nieuwe thema aangepast. Wat wilt u doen?
Een celstijl toepassen
- Selecteer de cellen die u wilt opmaken.
Cellen, bereiken, rijen of kolommen selecteren
| Selectie | Procedure | | Een afzonderlijke cel | Klik op de cel of druk op de pijltoetsen om naar de cel te gaan. | | Een bereik van cellen | Klik op de eerste cel van het bereik en sleep naar de laatste cel. Of klik op de eerste cel van het bereik en houd SHIFT ingedrukt terwijl u de selectie uitbreidt met behulp van de pijltoetsen. U kunt ook de eerste cel in het bereik selecteren en op F8 drukken om de selectie verder uit te breiden met behulp van de pijltoetsen. Als u de selectie niet verder wilt uitbreiden, drukt u nogmaals op F8. | | Een groot bereik van cellen | Klik op de eerste cel in het bereik, houd SHIFT ingedrukt en klik op de laatste cel in het bereik. U kunt schuiven om de laatste cel zichtbaar te maken. | | Alle cellen op een werkblad | Klik op de knop Alles selecteren. 
Als u het hele werkblad wilt selecteren, kunt u ook op CTRL+A drukken. Opmerking In een werkblad met gegevens wordt het huidige gebied geselecteerd wanneer u op CTRL+A drukt. Druk dan nogmaals op CTRL+A om het gehele werkblad te selecteren. | | Niet-aangrenzende cellen of celbereiken | Selecteer de eerste cel of het eerste celbereik, houd CTRL ingedrukt en selecteer de overige cellen of bereiken. U kunt ook de eerste cel of het begin van het celbereik selecteren en op SHIFT+F8 drukken om een of meer volgende niet-aaneengesloten cellen aan de selectie toe te voegen. Als u geen cellen of celbereiken meer aan de selectie wilt toevoegen, drukt u nogmaals op SHIFT+F8. Opmerking Het is niet mogelijk om een cel of celbereik in een niet-aaneengesloten selectie te deselecteren zonder dat u de hele selectie opheft. | | Een hele rij of kolom | Klik op de rij- of kolomkop.
 Rijkop  Kolomkop U kunt de cellen ook rij- of kolomsgewijs selecteren door de eerste cel te selecteren en te drukken op CTRL+SHIFT+PIJLTOETS (PIJL-RECHTS of PIJL-LINKS voor rijen, PIJL-OMHOOG of PIJL-OMLAAG voor kolommen). Opmerking Als de rij of kolom gegevens bevat, drukt u op CTRL+SHIFT+PIJLTOETS om de selectie in de rij of kolom uit te breiden tot de laatste cel met gegevens. Druk nogmaals op CTRL+SHIFT+PIJLTOETS om de volledige rij of kolom te selecteren. | | Aangrenzende rijen of kolommen | Sleep de aanwijzer over de rij- of kolomkoppen. Of selecteer de eerste rij of kolom, houd SHIFT ingedrukt en selecteer de laatste rij of kolom. | | Niet-aangrenzende rijen of kolommen | Klik op de kolom- of rijkop van de eerste rij of kolom in de selectie en houd CTRL ingedrukt terwijl u klikt op de kop van de andere kolommen en rijen die u aan de selectie wilt toevoegen. | | De eerste of laatste cel in een rij of kolom | Selecteer een cel in de rij of kolom en druk op CTRL+PIJLTOETS (PIJL-RECHTS of PIJL-LINKS voor rijen, PIJL-OMHOOG OF PIJL-OMLAAG voor kolommen). | | De eerste of laatste rij in een Microsoft Office Excel-tabel | Druk op CTRL+HOME om de eerste cel van het werkblad of in een Excel-lijst te selecteren. Druk op CTRL+END om de laatste cel van het werkblad of in een Excel-lijst te selecteren die gegevens of opmaakinformatie bevat. | | Cellen tot de laatst gebruikte cel in het werkblad (in de rechterbenedenhoek) | Selecteer de eerste cel en druk vervolgens op CTRL+SHIFT+END om de geselecteerde cellen uit te breiden tot de laatste gebruikte cel van het werkblad (rechterbenedenhoek). | | Cellen tot het begin van het werkblad | Selecteer de eerste cel en druk vervolgens op CTRL+SHIFT+HOME om de geselecteerde cellen uit te breiden tot het begin van het werkblad. | | Meer of minder cellen dan de actieve selectie | Houd SHIFT ingedrukt en klik op de laatste cel die u in de nieuwe selectie wilt opnemen. Het rechthoekige bereik tussen de actieve cel (actieve cel: de geselecteerde cel waarin gegevens worden ingevoerd wanneer u typt. Er is slechts één cel tegelijkertijd actief. De actieve cel wordt met een dikke rand gemarkeerd.) en de cel waarop u klikt, wordt de nieuwe selectie. | Tip Als u de celselectie wilt annuleren, klikt u op een willekeurige cel op het werkblad.
- Klik op het tabblad Start, in de groep Opmaakprofielen, op Celopmaakprofielen.

Tip Als u de knop Celstijlen niet ziet, klikt u op Stijlen en vervolgens op de knop Meer naast het vak Celstijlen.
- Klik op de celstijl die u wilt toepassen.
Terug naar boven
Een aangepaste celstijl maken
- Klik op het tabblad Start, in de groep Opmaakprofielen, op Celopmaakprofielen.

Tip Als u de knop Celstijlen niet ziet, klikt u op Stijlen en vervolgens op de knop Meer naast het vak Celstijlen.
- Klik op Nieuwe celstijl.
- Typ een toepasselijke naam voor de nieuwe celstijl in het vak Naam stijl.
- Klik op Opmaak.
- Selecteer de gewenste opmaakeigenschappen op de verschillende tabbladen in het dialoogvenster Celeigenschappen. Klik vervolgens op OK.
- Schakel in het dialoogvenster Opmaakprofiel onder Opmaakprofiel bevat (zie voorbeeld) de selectievakjes uit voor alle opmaak die u niet wilt opnemen in de celstijl.
Terug naar boven
Een celstijl maken door een bestaande celstijl te wijzigen
- Klik op het tabblad Start, in de groep Opmaakprofielen, op Celopmaakprofielen.

Tip Als u de knop Celstijlen niet ziet, klikt u op Stijlen en vervolgens op de knop Meer naast het vak Celstijlen.
- Voer een van de volgende handelingen uit:
- Als u een bestaande celstijl wilt wijzigen, klikt u met de rechtermuisknop op de desbetreffende stijl en klikt u vervolgens op Wijzigen.
- Als u een bestaande celstijl wilt dupliceren, klikt u met de rechtermuisknop op de desbetreffende stijl en klikt u vervolgens op Dupliceren.
- Typ een toepasselijke naam voor de nieuwe celstijl in het vak Naam stijl.
Opmerking Gedupliceerde celstijlen en stijlen waarvan de naam is gewijzigd, worden toegevoegd aan de lijst met aangepaste celstijlen. Wanneer u de naam van een ingebouwde celstijl niet wijzigt, wordt de ingebouwde celstijl bijgewerkt met de wijzigingen die u aanbrengt. - Klik op Opmaak om de celstijl te wijzigen.
- Selecteer de gewenste opmaakeigenschappen op de verschillende tabbladen in het dialoogvenster Celeigenschappen en klik op OK.
- Schakel bij Stijl bevat in het dialoogvenster Stijl de selectievakjes in of uit voor alle opmaak die u respectievelijk wel en niet wilt opnemen in de celstijl.
Terug naar boven
Een celstijl uit gegevens verwijderenU kunt een celstijl uit gegevens in geselecteerde cellen verwijderen zonder de celstijl zelf te verwijderen.
- Selecteer de cellen die zijn opgemaakt met de celstijl die u wilt verwijderen.
Cellen, bereiken, rijen of kolommen selecteren
| Selectie | Procedure | | Een afzonderlijke cel | Klik op de cel of druk op de pijltoetsen om naar de cel te gaan. | | Een bereik van cellen | Klik op de eerste cel van het bereik en sleep naar de laatste cel. Of klik op de eerste cel van het bereik en houd SHIFT ingedrukt terwijl u de selectie uitbreidt met behulp van de pijltoetsen. U kunt ook de eerste cel in het bereik selecteren en op F8 drukken om de selectie verder uit te breiden met behulp van de pijltoetsen. Als u de selectie niet verder wilt uitbreiden, drukt u nogmaals op F8. | | Een groot bereik van cellen | Klik op de eerste cel in het bereik, houd SHIFT ingedrukt en klik op de laatste cel in het bereik. U kunt schuiven om de laatste cel zichtbaar te maken. | | Alle cellen op een werkblad | Klik op de knop Alles selecteren. 
Als u het hele werkblad wilt selecteren, kunt u ook op CTRL+A drukken. Opmerking In een werkblad met gegevens wordt het huidige gebied geselecteerd wanneer u op CTRL+A drukt. Druk dan nogmaals op CTRL+A om het gehele werkblad te selecteren. | | Niet-aangrenzende cellen of celbereiken | Selecteer de eerste cel of het eerste celbereik, houd CTRL ingedrukt en selecteer de overige cellen of bereiken. U kunt ook de eerste cel of het begin van het celbereik selecteren en op SHIFT+F8 drukken om een of meer volgende niet-aaneengesloten cellen aan de selectie toe te voegen. Als u geen cellen of celbereiken meer aan de selectie wilt toevoegen, drukt u nogmaals op SHIFT+F8. Opmerking Het is niet mogelijk om een cel of celbereik in een niet-aaneengesloten selectie te deselecteren zonder dat u de hele selectie opheft. | | Een hele rij of kolom | Klik op de rij- of kolomkop.
 Rijkop  Kolomkop U kunt de cellen ook rij- of kolomsgewijs selecteren door de eerste cel te selecteren en te drukken op CTRL+SHIFT+PIJLTOETS (PIJL-RECHTS of PIJL-LINKS voor rijen, PIJL-OMHOOG of PIJL-OMLAAG voor kolommen). Opmerking Als de rij of kolom gegevens bevat, drukt u op CTRL+SHIFT+PIJLTOETS om de selectie in de rij of kolom uit te breiden tot de laatste cel met gegevens. Druk nogmaals op CTRL+SHIFT+PIJLTOETS om de volledige rij of kolom te selecteren. | | Aangrenzende rijen of kolommen | Sleep de aanwijzer over de rij- of kolomkoppen. Of selecteer de eerste rij of kolom, houd SHIFT ingedrukt en selecteer de laatste rij of kolom. | | Niet-aangrenzende rijen of kolommen | Klik op de kolom- of rijkop van de eerste rij of kolom in de selectie en houd CTRL ingedrukt terwijl u klikt op de kop van de andere kolommen en rijen die u aan de selectie wilt toevoegen. | | De eerste of laatste cel in een rij of kolom | Selecteer een cel in de rij of kolom en druk op CTRL+PIJLTOETS (PIJL-RECHTS of PIJL-LINKS voor rijen, PIJL-OMHOOG OF PIJL-OMLAAG voor kolommen). | | De eerste of laatste rij in een Microsoft Office Excel-tabel | Druk op CTRL+HOME om de eerste cel van het werkblad of in een Excel-lijst te selecteren. Druk op CTRL+END om de laatste cel van het werkblad of in een Excel-lijst te selecteren die gegevens of opmaakinformatie bevat. | | Cellen tot de laatst gebruikte cel in het werkblad (in de rechterbenedenhoek) | Selecteer de eerste cel en druk vervolgens op CTRL+SHIFT+END om de geselecteerde cellen uit te breiden tot de laatste gebruikte cel van het werkblad (rechterbenedenhoek). | | Cellen tot het begin van het werkblad | Selecteer de eerste cel en druk vervolgens op CTRL+SHIFT+HOME om de geselecteerde cellen uit te breiden tot het begin van het werkblad. | | Meer of minder cellen dan de actieve selectie | Houd SHIFT ingedrukt en klik op de laatste cel die u in de nieuwe selectie wilt opnemen. Het rechthoekige bereik tussen de actieve cel (actieve cel: de geselecteerde cel waarin gegevens worden ingevoerd wanneer u typt. Er is slechts één cel tegelijkertijd actief. De actieve cel wordt met een dikke rand gemarkeerd.) en de cel waarop u klikt, wordt de nieuwe selectie. | Tip Als u de celselectie wilt annuleren, klikt u op een willekeurige cel op het werkblad.
- Klik op het tabblad Start, in de groep Opmaakprofielen, op Celopmaakprofielen.

Tip Als u de knop Celstijlen niet ziet, klikt u op Stijlen en vervolgens op de knop Meer naast het vak Celstijlen.
- Klik onder Goed, slecht en neutraal op Normaal.
Terug naar boven
Een vooraf gedefinieerde of een aangepaste celstijl verwijderenU kunt een vooraf gedefinieerde of een aangepaste celstijl verwijderen uit de lijst met beschikbare celstijlen. Wanneer u een celstijl verwijdert, wordt deze ook verwijderd uit alle cellen die met de celstijl zijn opgemaakt.
- Klik op het tabblad Start, in de groep Opmaakprofielen, op Celopmaakprofielen.

Tip Als u de knop Celstijlen niet ziet, klikt u op Stijlen en vervolgens op de knop Meer naast het vak Celstijlen.
- Als u een vooraf gedefinieerde of een aangepaste celstijl wilt verwijderen en deze ook wilt verwijderen uit alle cellen die met deze stijl zijn opgemaakt, klikt u met de rechtermuisknop op de celstijl en klikt u vervolgens op Verwijderen.
Opmerking De celstijl Standaard kan niet worden verwijderd. Terug naar boven
|