| Selectie | Procedure |
| Een afzonderlijke cel | Klik op de cel of druk op de pijltoetsen om naar de cel te gaan. |
| Een bereik van cellen | Klik op de eerste cel van het bereik en sleep naar de laatste cel. Of klik op de eerste cel van het bereik en houd SHIFT ingedrukt terwijl u de selectie uitbreidt met behulp van de pijltoetsen. U kunt ook de eerste cel in het bereik selecteren en op F8 drukken om de selectie verder uit te breiden met behulp van de pijltoetsen. Als u de selectie niet verder wilt uitbreiden, drukt u nogmaals op F8. |
| Een groot bereik van cellen | Klik op de eerste cel in het bereik, houd SHIFT ingedrukt en klik op de laatste cel in het bereik. U kunt schuiven om de laatste cel zichtbaar te maken. |
| Alle cellen op een werkblad | Klik op de knop Alles selecteren. 
Als u het hele werkblad wilt selecteren, kunt u ook op CTRL+A drukken. Opmerking In een werkblad met gegevens wordt het huidige gebied geselecteerd wanneer u op CTRL+A drukt. Druk dan nogmaals op CTRL+A om het gehele werkblad te selecteren. |
| Niet-aangrenzende cellen of celbereiken | Selecteer de eerste cel of het eerste celbereik, houd CTRL ingedrukt en selecteer de overige cellen of bereiken. U kunt ook de eerste cel of het begin van het celbereik selecteren en op SHIFT+F8 drukken om een of meer volgende niet-aaneengesloten cellen aan de selectie toe te voegen. Als u geen cellen of celbereiken meer aan de selectie wilt toevoegen, drukt u nogmaals op SHIFT+F8. Opmerking Het is niet mogelijk om een cel of celbereik in een niet-aaneengesloten selectie te deselecteren zonder dat u de hele selectie opheft. |
| Een hele rij of kolom | Klik op de rij- of kolomkop.
 Rijkop  Kolomkop U kunt de cellen ook rij- of kolomsgewijs selecteren door de eerste cel te selecteren en te drukken op CTRL+SHIFT+PIJLTOETS (PIJL-RECHTS of PIJL-LINKS voor rijen, PIJL-OMHOOG of PIJL-OMLAAG voor kolommen). Opmerking Als de rij of kolom gegevens bevat, drukt u op CTRL+SHIFT+PIJLTOETS om de selectie in de rij of kolom uit te breiden tot de laatste cel met gegevens. Druk nogmaals op CTRL+SHIFT+PIJLTOETS om de volledige rij of kolom te selecteren. |
| Aangrenzende rijen of kolommen | Sleep de aanwijzer over de rij- of kolomkoppen. Of selecteer de eerste rij of kolom, houd SHIFT ingedrukt en selecteer de laatste rij of kolom. |
| Niet-aangrenzende rijen of kolommen | Klik op de kolom- of rijkop van de eerste rij of kolom in de selectie en houd CTRL ingedrukt terwijl u klikt op de kop van de andere kolommen en rijen die u aan de selectie wilt toevoegen. |
| De eerste of laatste cel in een rij of kolom | Selecteer een cel in de rij of kolom en druk op CTRL+PIJLTOETS (PIJL-RECHTS of PIJL-LINKS voor rijen, PIJL-OMHOOG OF PIJL-OMLAAG voor kolommen). |
| De eerste of laatste rij in een Microsoft Office Excel-tabel | Druk op CTRL+HOME om de eerste cel van het werkblad of in een Excel-lijst te selecteren. Druk op CTRL+END om de laatste cel van het werkblad of in een Excel-lijst te selecteren die gegevens of opmaakinformatie bevat. |
| Cellen tot de laatst gebruikte cel in het werkblad (in de rechterbenedenhoek) | Selecteer de eerste cel en druk vervolgens op CTRL+SHIFT+END om de geselecteerde cellen uit te breiden tot de laatste gebruikte cel van het werkblad (rechterbenedenhoek). |
| Cellen tot het begin van het werkblad | Selecteer de eerste cel en druk vervolgens op CTRL+SHIFT+HOME om de geselecteerde cellen uit te breiden tot het begin van het werkblad. |
| Meer of minder cellen dan de actieve selectie | Houd SHIFT ingedrukt en klik op de laatste cel die u in de nieuwe selectie wilt opnemen. Het rechthoekige bereik tussen de actieve cel (actieve cel: de geselecteerde cel waarin gegevens worden ingevoerd wanneer u typt. Er is slechts één cel tegelijkertijd actief. De actieve cel wordt met een dikke rand gemarkeerd.) en de cel waarop u klikt, wordt de nieuwe selectie. |