Paginamarges instellen alvorens een werkblad af te drukken

U kunt een werkblad in Microsoft Excel beter uitlijnen voor afdrukken door de marges te wijzigen, aangepaste marges op te geven of het werkblad horizontaal of verticaal te centreren op de pagina.

Paginamarges zijn de lege ruimten tussen de werkbladgegevens en de randen van de afgedrukte pagina. Boven- en ondermarges kunnen worden gebruikt voor bepaalde items zoals kopteksten, voetteksten en paginanummers.

  1. Selecteer het werkblad of de werkbladen die u wilt afdrukken.

WeergevenWerkbladen selecteren

Gewenste selectie Werkwijze
Eén werkblad

Klik op de tab van het blad.

Bladtabs

Als de gewenste tab niet wordt weergegeven, klikt u op de schuifknoppen voor tabbladen totdat de gewenste tab wordt weergegeven. Klik daarna op de tab.

Schuifknoppen voor tabbladen

Twee of meer aangrenzende werkbladen Klik op de tab van het eerste werkblad. Houd vervolgens Shift ingedrukt en klik op de tab van het laatste werkblad dat u wilt selecteren.
Twee of meer niet-aangrenzende werkbladen Klik op de tab van het eerste werkblad. Houd vervolgens Ctrl ingedrukt en klik op de tabs van de overige werkbladen die u wilt selecteren.
Alle werkbladen in een werkmap Klik met de rechtermuisknop op de tab van een werkblad en klik in het snelmenu op Alle bladen selecteren.

Tip    Wanneer er meerdere werkbladen zijn geselecteerd, verschijnt [Groep] in de titelbalk van het werkblad. Als u een selectie van meerdere werkbladen in een werkmap wilt annuleren, klikt u op een niet-geselecteerd werkblad. Als er geen niet-geselecteerd werkblad zichtbaar is, klikt u met de rechtermuisknop op de tab van een geselecteerd werkblad en klikt u op Groepering bladen opheffen.


  1. Ga naar het tabblad Pagina-indeling en klik in de groep Pagina-instelling op Marges.

De groep Pagina-instelling op het tabblad Pagina-indeling

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • U kunt vooraf gedefinieerde marges gebruiken door op Normaal, Breed of Smal te klikken.

 Tip   Als u eerder een aangepaste marge-instelling hebt gebruikt, is die instelling beschikbaar als de vooraf gedefinieerde margeoptie Laatste aangepaste instelling.

  • Als u aangepaste paginamarges wilt opgeven, klikt u op Aangepaste marges en typt u vervolgens in de vakken Boven, Onder, Links en Rechts de gewenste marges.
  • Als u een koptekst- of voettekstmarge wilt instellen, klikt u op Aangepaste marges en typt u vervolgens in het vak Koptekst of Voettekst een nieuwe marge. Wanneer u de koptekst- of voettekstmarge instelt, verandert de afstand tussen de koptekst en de bovenrand van het papier of tussen de voettekst en de onderrand van het papier.

 Opmerking   De instellingen voor koptekst en voettekst moeten kleiner zijn dan de ingestelde boven- en ondermarge, en groter zijn dan of gelijk zijn aan de minimale printermarges.

  • Als u de pagina horizontaal of verticaal wilt centreren, klikt u op Aangepaste marges en schakelt u vervolgens onder Centreren op de pagina het selectievakje Horizontaal of Verticaal in.

 Tip   Als u wilt zien hoe de nieuwe marges van invloed zijn op het afgedrukte werkblad, klikt u op Afdrukvoorbeeld op het tabblad Marges in het dialoogvenster Pagina-instelling. Als u de marges in het afdrukvoorbeeld wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Marges weergeven in de rechterbenedenhoek van het voorbeeldvenster in en versleept u de zwarte margegrepen aan weerszijden of aan de boven- of onderkant van de pagina.

Opmerking    Paginamarges die u definieert op een specifiek werkblad worden opgeslagen met dat werkblad als u de werkmap opslaat. U kunt de standaardpaginamarges voor nieuwe werkmappen niet wijzigen.

 
 
Van toepassing op:
Excel 2013