GROEI, functie

Berekent de voorspelde exponentiële groei op basis van bestaande gegevens. Als u met behulp van bestaande x-en y-waarden een reeks nieuwe x-waarden opgeeft, geeft GROEI de y-waarden voor die reeks als resultaat. U kunt de werkbladfunctie GROEI ook gebruiken voor het berekenen van een exponentiële kromme die past bij bestaande x- en y-waarden.

Syntaxis

GROEI(y-bekend; x-bekend; x-nieuw; const)

y-bekend     is de reeks y-waarden die u al kent uit de vergelijking y = b*m^x.

  • Als de matrix y-bekend uit één kolom bestaat, wordt elke kolom van x-bekend als een afzonderlijke variabele beschouwd.
  • Als de matrix y-bekend uit één rij bestaat, wordt elke rij van x-bekend als een afzonderlijke variabele beschouwd.
  • Als een van de getallen in y-bekend kleiner dan of gelijk aan 0 is, geeft GROEI de foutwaarde #GETAL! als resultaat.

x-bekend     is een optionele reeks x-waarden die u wellicht al kent uit de vergelijking y = b*m^x.

  • De matrix x-bekend kan een of meer reeksen variabelen bevatten. Als slechts één variabele wordt gebruikt kunnen y-bekend en x-bekend bereiken met een willekeurige vorm zijn, mits deze dezelfde dimensie hebben. Als meerdere variabelen zijn gebruikt, moet y-bekend een vector zijn (dat wil zeggen een bereik van één rij hoog of één kolom breed).
  • Als u x-bekend weglaat, wordt uitgegaan van de matrix {1;2;3;...} met dezelfde afmetingen als y-bekend.

x-nieuw     zijn de nieuwe x-waarden waarvoor GROEI de bijbehorende y-waarden moet geven.

  • x-nieuw moet voor elke onafhankelijke variabele een kolom (of rij) bevatten, net zoals x-bekend. Als y-bekend uit één kolom bestaat, moeten x-bekend en x-nieuw hetzelfde aantal kolommen hebben. Als y-bekend uit één rij bestaat, moeten x-bekend en x-nieuw hetzelfde aantal rijen hebben.
  • Als u x-nieuw weglaat, wordt uitgegaan van x-bekend.
  • Als u zowel x-bekend als x-nieuw weglaat, wordt uitgegaan van de matrix {1;2;3;...}, met dezelfde afmetingen als y-bekend.

const     is een logische waarde die aangeeft of de constante b gelijkgesteld moet worden aan 1.

  • Als const WAAR is of is weggelaten, wordt b op de normale wijze berekend.
  • Als const ONWAAR is, krijgt b de waarde 1 en worden de m-waarden zodanig aangepast dat geldt y = m^x.

Aanvullende informatie

  • Formules die een matrix als resultaat geven, moeten als matrixformules worden ingevoerd, nadat het juiste aantal cellen is geselecteerd.
  • Bij het invoeren van een matrixconstante (bijvoorbeeld x-bekend) als argument, gebruikt u puntkomma's om waarden in dezelfde rij van elkaar te scheiden en backslashes om de rijen van elkaar te scheiden. Afhankelijk van uw landinstelling in Windows kunnen er andere scheidingstekens worden gebruikt.

Voorbeeld

De voorbeelden zijn mogelijk beter te begrijpen als u deze naar een leeg werkblad kopieert.

WeergevenEen voorbeeld kopiëren

  • Maak een lege werkmap of een leeg werkblad.
  • Selecteer het voorbeeld in het Help-onderwerp.

 Opmerking   Selecteer geen rij- of kolomkoppen.

Een voorbeeld selecteren in een Help-onderwerp

Een voorbeeld selecteren in een Help-onderwerp
  • Druk op CTRL+C.
  • SeIecteer cel A1 in het werkblad en druk op CTRL+V.
  • Als u afwisselend de resultaten en de bijbehorende formules wilt weergeven, drukt u op CTRL+` (accent grave). U kunt ook op het tabblad Formules in de groep Formules controleren op de knop Formules weergeven klikken.

In dit voorbeeld worden dezelfde gegevens gebruikt als in het voorbeeld bij de functie LOGSCH. Met de eerste formule worden waarden weergegeven die overeenkomen met de bekende waarden. Met de tweede formule worden de waarden voor de volgende maand voorspeld, als de exponentiële trend zich voortzet.

 
1
2
3
4
5
6
7
A B C
Maand Eenheden Formule (overeenkomende eenheden)
11 33.100 =GROEI(B2:B7;A2:A7)
12 47.300
13 69.000
14 102.000
15 150.000
16 220.000
Maand Formule (voorspelde eenheden)
17 =GROEI(B2:B7;A2:A7; A9:A10)
18

 Opmerking   De formule in dit voorbeeld moet een matrixformule zijn. Kopieer het voorbeeld naar een leeg werkblad en selecteer het bereik C2:C7 of B9:B10, beginnend bij de formulecel. Druk eerst op F2 en vervolgens op CTRL+SHIFT+ENTER. Als de formule geen matrixformule is, wordt alleen het resultaat 32618,20377 of 320196,7184 verkregen.

 
 
Van toepassing op:
Excel 2007