Gegevens in werkbladcellen handmatig invoeren

U hebt verschillende opties als u handmatig gegevens wilt invoeren in Excel. U kunt gegevens in één cel invoeren, in verschillende cellen tegelijk of in meer dan één werkblad (werkblad: het primaire document dat u in Microsoft Excel gebruikt om gegevens te bewerken en op te slaan. Een werkblad wordt ook wel een spreadsheet genoemd. Een werkblad bestaat uit cellen die zijn geordend in kolommen en rijen, en wordt altijd opgeslagen in een werkmap.) tegelijk. De gegevens die u invoert kunnen getallen, tekst, datums of tijden zijn. U kunt de opmaak van de gegevens op verschillende manieren aanpassen. En bovendien zijn er verschillende instellingen die u kunt aanpassen om het invoeren van gegevens gemakkelijker te maken.

In dit onderwerp wordt niet uitgelegd hoe u een gegevensformulier kunt gebruiken om gegevens in te voeren in een werkblad. Zie Rijen toevoegen, bewerken, zoeken en verwijderen met een gegevensformulier voor meer informatie over het werken met gegevensformulieren.

 Belangrijk   Als u geen gegevens kunt invoeren of bewerken in een werkblad, is dit wellicht beveiligd door uzelf of door iemand anders om te voorkomen dat gegevens per ongeluk worden gewijzigd. In een beveiligd werkblad kunt u de cellen selecteren om de gegevens weer te geven, maar u kunt geen informatie in de vergrendelde cellen typen. In de meeste gevallen, kunt u de beveiliging van een werkblad niet verwijderen, tenzij u hiervoor bent gemachtigd door de persoon die het werkblad heeft gemaakt. Als u de beveiliging van een werkblad wilt opheffen, klikt u op Beveiliging blad opheffen in de groep Wijzigingen op het tabblad Controleren. Als er een wachtwoord is ingesteld tijdens het toepassen van de werkbladbeveiliging, moet u eerst het wachtwoord opgeven, voordat u de beveiliging van het werkblad kunt opheffen.

Wat wilt u doen?


Tekst of een getal invoeren in een cel

  1. Klik in een cel op een werkblad.
  2. Typ het getal of de tekst die u wilt invoeren en druk op Enter of Tab.

 Tip    Als u gegevens wilt invoeren op een nieuwe regel in een cel, kunt u een regeleinde invoeren door op Alt+Enter te drukken.

Terug naar boven Terug naar boven

Een getal met een vast decimaalteken invoeren

  1. Klik op het tabblad Bestand op Opties.
  2. Klik op Geavanceerd en schakel vervolgens onder Opties voor bewerken het selectievakje Automatisch een decimaalteken invoegen in.
  3. Voer in het vak Posities een positief getal in voor het aantal cijfers ter rechterzijde van het decimaalteken of een negatief getal voor het aantal cijfers ter linkerzijde van het decimaalteken.

Als u bijvoorbeeld 3 invoert in het vak Posities en vervolgens 2834 typt in een cel, wordt de waarde weergegeven als 2,834. Als u -3 invoert in het vak Posities en vervolgens 283 typt, is de waarde 283000.

  1. Klik in een cel op het werkblad en voer vervolgens het gewenste getal in.

Gegevens die u in cellen hebt ingevoerd voordat u de optie Vast aantal decimalen hebt geselecteerd, worden niet aangepast.

 Tip   Als u tijdelijk de optie Vast aantal decimalen wilt overschrijven, typt u een decimaalteken wanneer u het getal invoert.

Terug naar boven Terug naar boven

Een datum of een tijd invoeren in een cel

  1. Klik in een cel op een werkblad.
  2. Typ op de volgende wijze een datum of tijd:
    • Als u een datum wilt invoeren, gebruikt u een slash of een afbreekstreepje om de delen van de datum te scheiden. Typ bijvoorbeeld 9/5/2002 of 5-sep-2002.
    • Als u een tijd wilt invoeren die is gebaseerd op de 12-uursnotatie, typt u de tijd, gevolgd door een spatie en typt u vervolgens een a of p na de tijd. Bijvoorbeeld 9:00 p. Anders wordt in Excel de tijd geïnterpreteerd als AM.

 Tip   Als u de huidige datum en tijd wilt invoeren, drukt u op Ctrl+Shift+; (puntkomma).


 Opmerkingen 

  • Als u een datum of tijd wilt invoeren die actueel blijft als u een werkblad opnieuw opent, kunt u de functies VANDAAG of NU gebruiken.
  • Wanneer u een datum of een tijd invoert in een cel, wordt deze weergegeven in de standaard datum- of tijdnotatie van uw computer of in de notatie die op de cel is toegepast voordat u de datum of tijd invoert. De datum- of tijdnotatie is gebaseerd op de instellingen voor datum en tijd in het dialoogvenster Landinstellingen. (Configuratiescherm, Landinstellingen). Als deze instellingen op uw computer worden gewijzigd, worden de datums en tijden in werkmappen die niet zijn opgemaakt met de opdracht Cellen opmaken weergegeven volgens deze instellingen.
  • Wanneer u de standaardnotatie voor datum en tijd wilt toepassen, klikt u op de cel met de datum of de tijd en drukt u op Ctrl +Shift+# of Ctrl+Shift+@.

Terug naar boven Terug naar boven

Dezelfde gegevens invoeren in meerdere cellen tegelijk

  1. Selecteer de cellen waarin u dezelfde gegevens wilt invoeren. De cellen hoeven niet aan elkaar te grenzen.

WeergevenCellen selecteren

Gewenste selectie Werkwijze
Eén cel Klik in de cel of gebruik de pijltoetsen om naar de cel te gaan.
Een reeks cellen

Klik op de eerste cel van het bereik en sleep naar de laatste cel. U kunt ook Shift ingedrukt houden en op de pijltoetsen drukken om de selectie uit te breiden.

U kunt ook de eerste cel van het bereik selecteren en vervolgens op F8 drukken om de selectie uit te breiden met de pijltoetsen. Druk nogmaals op F8 om te stoppen met het uitbreiden van de selectie.

Een groot cellenbereik Klik op de eerste cel van het bereik en houd Shift ingedrukt terwijl u op de laatste cel van het bereik klikt. U kunt schuiven om de laatste cel zichtbaar te maken.
Alle cellen in een werkblad

Klik op de knop Alles selecteren.

De knop Alles selecteren

U kunt het hele werkblad ook selecteren door op Ctrl+A te drukken.

Als het werkblad gegevens bevat, selecteert u met Ctrl+A het huidige gebied. Als u nogmaals op Ctrl+A drukt, wordt het hele werkblad geselecteerd.
Niet-aangrenzende cellen of cellenbereiken

Selecteer de eerste cel of het eerste celbereik en houd Ctrl ingedrukt terwijl u de andere cellen of bereiken selecteert.

U kunt ook de eerste cel of het eerste cellenbereik selecteren en vervolgens op Shift+F8 drukken om een andere niet-aangrenzende cel of niet-aangrenzend bereik toe te voegen aan de selectie. Druk opnieuw op Shift+F8 wanneer u het het toevoegen van cellen of bereiken wilt beëindigen.

 Opmerking   U kunt de selectie van een cel of cellenbereik in een niet-aangrenzende selectie niet opheffen zonder de hele selectie op te heffen.

Een hele rij of kolom

Klik op de rij- of kolomkop.

Werkblad met zichtbare rij- en kolomkop

Toelichting 1 Rijkop
Toelichting 2 Kolomkop

U kunt cellen in een rij of kolom ook selecteren door de eerste cel te selecteren en vervolgens op de toets Ctrl+Shift+Pijl te drukken (Pijl-Rechts of Pijl-Links voor rijen, Pijl-Omhoog of Pijl-Omlaag voor kolommen).

Als de rij of kolom gegevens bevat, selecteert u met de toets Ctrl+Shift+Pijl de rij of kolom tot en met de laatste gebruikte cel. Als u nogmaals op de toets Ctrl+Shift+Pijl drukt, wordt de hele rij of kolom geselecteerd.
Aangrenzende rijen of kolommen Sleep over de rij- of kolomkoppen. U kunt ook de eerste rij of kolom selecteren en vervolgens Shift ingedrukt houden terwijl u de laatste rij of kolom selecteert.
Niet-aangrenzende rijen of kolommen Klik op de kolom- of rijkop van de eerste rij of kolom van de selectie. Houd vervolgens Ctrl ingedrukt terwijl u op de rij- of kolomkoppen klikt van andere rijen en kolommen die u aan de selectie wilt toevoegen.
De eerste of laatste cel in een rij of kolom Selecteer een cel in de rij of kolom en druk vervolgens op de toets Ctrl+Pijl (Pijl-Rechts of Pijl-Links voor rijen, Pijl-Omhoog of Pijl-Omlaag voor kolommen).
De eerste of laatste cel in een werkblad of een tabel van Microsoft Office Excel

Druk op Ctrl+Home om de eerste cel in het werkblad of in een Excel-lijst te selecteren.

Druk op Ctrl+End om de laatste cel in het werkblad of in een Excel-lijst met gegevens of opmaak te selecteren.

Cellen tot de laatste gebruikte cel in het werkblad (in de rechter benedenhoek). Selecteer de eerste cel en druk vervolgens op Ctrl+Shift+End om de selectie van cellen uit te breiden tot de laatste gebruikte cel in het werkblad (in de rechter benedenhoek).
Cellen tot het begin van het werkblad Selecteer de eerste cel en druk vervolgens op Ctrl+Shift+Home om de selectie van cellen uit te breiden tot het begin van het werkblad.
Meer of minder cellen dan de actieve selectie Houd Shift ingedrukt terwijl u op de laatste cel klikt die u wilt opnemen in de nieuwe selectie. Het rechthoekige gebied tussen de actieve cel en de cel waarop u klikt, wordt de nieuwe selectie.

 Tip   Als u de celselectie wilt annuleren, klikt u op een willekeurige cel op het werkblad.

  1. Typ de gegevens in de actieve cel en druk vervolgens op Ctrl+Enter.

 Tip   U kunt ook dezelfde gegevens in verschillende cellen tegelijk invoeren met de vulgreep (vulgreep: het zwarte vierkantje in de rechterbenedenhoek van de selectie. Wanneer u de vulgreep aanwijst, verandert de aanwijzer in een zwart kruis.) Geselecteerde cel met vulgreep, zodat automatisch gegevens worden ingevoerd in de cellen van het werkblad.

Zie het artikel Gegevens in werkbladcellen automatisch doorvoeren voor meer informatie.

Terug naar boven Terug naar boven

Dezelfde gegevens invoeren in meerdere werkbladen tegelijk

Als u meerdere werkbladen (werkblad: het primaire document dat u in Microsoft Excel gebruikt om gegevens te bewerken en op te slaan. Een werkblad wordt ook wel een spreadsheet genoemd. Een werkblad bestaat uit cellen die zijn geordend in kolommen en rijen, en wordt altijd opgeslagen in een werkmap.) tegelijk actief maakt, kunt u nieuwe gegevens invoeren of bestaande gegevens wijzigen in één van de werkbladen en worden de gegevens vervolgens toegepast op alle cellen in de geselecteerde werkbladen.

  1. Klik op de tab voor het eerste werkblad met de gegevens die u wilt bewerken. Houd vervolgens Ctrl ingedrukt en klik op de tabs van de overige bladen waarin u de gegevens wilt synchroniseren.

Schuifknoppen voor bladen

 Opmerking   Als de gewenste tab van het werkblad niet zichtbaar is, klikt u op de schuifknoppen voor tabbladen tot de tab wordt weergegeven. Klik daarna op de gewenste tab. Als de gewenste werkbladtabs nog steeds niet worden weergegeven, moet u wellicht het documentvenster maximaliseren.

  1. Selecteer in het actieve werkblad (actief blad: het blad in een werkmap dat u bewerkt. De naam op de tab van een actief blad is vetgedrukt weergegeven.) de cel of het bereik (bereik: twee of meer cellen op een werkblad. De cellen in een bereik kunnen aaneengesloten of niet-aaneengesloten zijn.) waarin u de bestaande gegevens wilt bewerken of nieuwe gegevens wilt invoeren.

WeergevenCellen selecteren

Gewenste selectie Werkwijze
Eén cel Klik in de cel of gebruik de pijltoetsen om naar de cel te gaan.
Een reeks cellen

Klik op de eerste cel van het bereik en sleep naar de laatste cel. U kunt ook Shift ingedrukt houden en op de pijltoetsen drukken om de selectie uit te breiden.

U kunt ook de eerste cel van het bereik selecteren en vervolgens op F8 drukken om de selectie uit te breiden met de pijltoetsen. Druk nogmaals op F8 om te stoppen met het uitbreiden van de selectie.

Een groot cellenbereik Klik op de eerste cel van het bereik en houd Shift ingedrukt terwijl u op de laatste cel van het bereik klikt. U kunt schuiven om de laatste cel zichtbaar te maken.
Alle cellen in een werkblad

Klik op de knop Alles selecteren.

De knop Alles selecteren

U kunt het hele werkblad ook selecteren door op Ctrl+A te drukken.

Als het werkblad gegevens bevat, selecteert u met Ctrl+A het huidige gebied. Als u nogmaals op Ctrl+A drukt, wordt het hele werkblad geselecteerd.
Niet-aangrenzende cellen of cellenbereiken

Selecteer de eerste cel of het eerste celbereik en houd Ctrl ingedrukt terwijl u de andere cellen of bereiken selecteert.

U kunt ook de eerste cel of het eerste cellenbereik selecteren en vervolgens op Shift+F8 drukken om een andere niet-aangrenzende cel of niet-aangrenzend bereik toe te voegen aan de selectie. Druk opnieuw op Shift+F8 wanneer u het het toevoegen van cellen of bereiken wilt beëindigen.

 Opmerking   U kunt de selectie van een cel of cellenbereik in een niet-aangrenzende selectie niet opheffen zonder de hele selectie op te heffen.

Een hele rij of kolom

Klik op de rij- of kolomkop.

Werkblad met zichtbare rij- en kolomkop

Toelichting 1 Rijkop
Toelichting 2 Kolomkop

U kunt cellen in een rij of kolom ook selecteren door de eerste cel te selecteren en vervolgens op de toets Ctrl+Shift+Pijl te drukken (Pijl-Rechts of Pijl-Links voor rijen, Pijl-Omhoog of Pijl-Omlaag voor kolommen).

Als de rij of kolom gegevens bevat, selecteert u met de toets Ctrl+Shift+Pijl de rij of kolom tot en met de laatste gebruikte cel. Als u nogmaals op de toets Ctrl+Shift+Pijl drukt, wordt de hele rij of kolom geselecteerd.
Aangrenzende rijen of kolommen Sleep over de rij- of kolomkoppen. U kunt ook de eerste rij of kolom selecteren en vervolgens Shift ingedrukt houden terwijl u de laatste rij of kolom selecteert.
Niet-aangrenzende rijen of kolommen Klik op de kolom- of rijkop van de eerste rij of kolom van de selectie. Houd vervolgens Ctrl ingedrukt terwijl u op de rij- of kolomkoppen klikt van andere rijen en kolommen die u aan de selectie wilt toevoegen.
De eerste of laatste cel in een rij of kolom Selecteer een cel in de rij of kolom en druk vervolgens op de toets Ctrl+Pijl (Pijl-Rechts of Pijl-Links voor rijen, Pijl-Omhoog of Pijl-Omlaag voor kolommen).
De eerste of laatste cel in een werkblad of een tabel van Microsoft Office Excel

Druk op Ctrl+Home om de eerste cel in het werkblad of in een Excel-lijst te selecteren.

Druk op Ctrl+End om de laatste cel in het werkblad of in een Excel-lijst met gegevens of opmaak te selecteren.

Cellen tot de laatste gebruikte cel in het werkblad (in de rechter benedenhoek). Selecteer de eerste cel en druk vervolgens op Ctrl+Shift+End om de selectie van cellen uit te breiden tot de laatste gebruikte cel in het werkblad (in de rechter benedenhoek).
Cellen tot het begin van het werkblad Selecteer de eerste cel en druk vervolgens op Ctrl+Shift+Home om de selectie van cellen uit te breiden tot het begin van het werkblad.
Meer of minder cellen dan de actieve selectie Houd Shift ingedrukt terwijl u op de laatste cel klikt die u wilt opnemen in de nieuwe selectie. Het rechthoekige gebied tussen de actieve cel en de cel waarop u klikt, wordt de nieuwe selectie.

 Tip   Als u de celselectie wilt annuleren, klikt u op een willekeurige cel op het werkblad.

  1. Typ in de actieve cel de nieuwe gegevens of bewerk de bestaande gegevens en druk vervolgens op Enter of Tab om de volgende cel te selecteren.

De wijzigingen worden toegepast op alle werkbladen die u hebt geselecteerd.

  1. Herhaal de vorige stap totdat u alle gegevens hebt ingevoerd of bewerkt.


 Opmerkingen 

  • Als u een selectie van meerdere werkbladen wilt annuleren, klikt u op een niet-geselecteerd werkblad. Als er geen niet-geselecteerd werkblad zichtbaar is, kunt u met de rechtermuisknop op de tab van een geselecteerd werkblad klikken en u op Groepering bladen opheffen klikken.
  • Wanneer u gegevens invoert of bewerkt, zijn de wijzigingen van invloed op alle geselecteerde werkbladen en kunt u ongewenst gegevens vervangen die u niet wil wijzigen. Als u dit wilt vermijden, kunt u alle werkbladen tegelijk weergeven om potentiële gegevensconflicten te identificeren.
    1. Klik op het tabblad Beeld in de groep Venster op Nieuw venster.
    2. Ga naar het nieuwe venster en klik vervolgens op een werkblad dat u wilt weergeven.
    3. Herhaal stap 1 en 2 voor elk werkblad dat u wilt weergeven.
    4. Klik op het tabblad Beeld in de groep Venster op Alle vensters en klik vervolgens op de gewenste optie.
    5. Als u alleen de werkbladen van de actieve werkmap wilt weergeven, schakelt u in het dialoogvenster Alle vensters het selectievake Vensters van actieve werkmap in.

Terug naar boven Terug naar boven

Werkbladinstellingen en celindelingen aanpassen

Er zijn verschillende instellingen in Excel die u kunt wijzigen om het handmatig invoeren van gegevens gemakkelijker te maken. Enkele wijzigingen zijn van invloed op alle werkmappen, enkele alleen op het volledige werkblad en sommige alleen op de opgegeven cellen.

De richting van de Enter-toets wijzigen

Als u Tab ingedrukt houdt om gegevens in verschillende cellen in een rij tegelijk in te voeren en vervolgens op Enter drukt op het einde van de rij, wordt standaard het begin van de volgende rij geselecteerd.

Als u op Enter drukt wordt een cel lager geselecteerd en als u op Tab drukt wordt de cel rechts van de oorspronkelijke cel geselecteerd. U kunt niet de richting van de Tab-toets wijzigen, maar u kunt wel de richting van de Enter-toets wijzigen. Het wijzigen van deze instelling is van toepassing op het volledige werkblad, op alle andere geopende werkbladen en op alle nieuwe werkmappen.

  1. Klik op het tabblad Bestand op Opties.
  2. Schakel in de categorie Geavanceerd onder Opties voor bewerken het selectievakje Selectie verplaatsen nadat Enter is ingedrukt in en klik vervolgens op de gewenste richting in het vak Richting.

De breedte van een kolom wijzigen

Soms wordt in een cel ##### weergegeven. Dit kan gebeuren als de cel een getal of een datum bevat en als de breedte van de kolom te smal is om alle tekens weer te geven zoals vereist door de opmaal. Stel bijvoorbeeld dat een cel met de datumnotatie "mm/dd/jjjj" de datum 31/12/2007 bevat. De kolom is echter maar breed genoeg om de zes tekens weer te geven. In de cel wordt in dat geval ##### weergegeven. Als u de volledige inhoud van de cel wilt weergeven met de huidige opmaak, moet u de breedte van de kolom vergroten.

  1. Klik op de cel waarvoor u de kolombreedte wilt wijzigen.
  2. Ga naar het tabblad Start en klik in de groep Cellen op Opmaak.

Groep Cellen op het tabblad Start

  1. Voer onder Celformaat een van de volgende handelingen uit:
    • Als u alle tekst in de cel wilt weergeven, klikt u op Kolombreedte automatisch aanpassen.
    • Klik op Kolombreedte als u een kolombreedte wilt opgeven en typ de gewenste breedte in het vak Kolombreedte.

 Opmerking   Als alternatief op het vergrootten van de kolombreedte kunt u ook de opmaak wijzigen van de kolom of zelfs van een afzonderlijke cel. U kunt bijvoorbeeld de datumnotatie aanpassen zodat een alleen de maand en de dag wordt weergegeven (opmaak "mm/dd"), zoals in 12/31 of u kunt een getal in de Wetenschappelijke (exponentiële) notatie weergeven, zoals 4E+08.

Terugloop toepassen in een cel

U kunt meerdere regels met tekst in een cel weergeven door de tekst te laten teruglopen. Tekstterugloop in een cel is niet van invloed op andere cellen.

  1. Klik op de cel waarvan u de tekst wilt laten teruglopen.
  2. Klik op het tabblad Start in de groep Uitlijning op Terugloop.

Groep Uitlijning op het tabblad Start

 Opmerking   Als de tekst één lang woord is, lopen de tekens niet terug (het woord wordt niet gesplitst). In plaats daarvan kunt u de breedte van de kolom vergroten of het lettertype verkleinen om alle tekst weer te geven. Als niet alle tekst zichtbaar is nadat u voor terugloop hebt gekozen, moet u wellicht de hoogte van de rij aanpassen.Klik op het tabblad Start, in de groep Cellen, op Opmaak en klik vervolgens onder Celgrootte op Rij AutoAanpassen.

 Tip    Zie het artikel Terugloop toepassen in een celvoor meer informatie over het teruglopen van tekst.

De notatie van een getal wijzigen

In Excel wordt onderscheid gemaakt tussen de opmaak van een cel en de gegevens die in de cel zijn opgeslagen. Dit verschil in weergave kan belangrijke gevolgen hebben wanneer de gegevens numeriek zijn. Wanneer bijvoorbeeld het getal dat u invoert is afgerond, wordt gewoonlijk alleen het weergegeven getal afgerond. Bij berekeningen wordt het echte getal gebruikt dat is opgeslagen in de cel, niet het opgemaakte nummer dat wordt weergegeven. Als er er in een of meer cellen afgeronde waarden staan, kunnen de berekeningen onnauwkeurig lijken.

Nadat u getallen hebt getypt in een cel, kunt u de opmaak wijzigen waarin deze worden weergegeven.

  1. Klik op de cel met de getallen die u wilt opmaken.
  2. Klik op het tabblad Start in de groep Getal op de pijl naast het vak Getalnotatie en klik vervolgens de gewenste notatie.

Vak Getalnotatie op het tabblad Start

 Tip   Als u een getalnotatie wilt selecteren uit een lijst met beschikbare notaties, klikt u op Meer getalnotaties en klikt u vervolgens op de notatie die u wilt gebruiken in de lijst Categorie.

Een getal opmaken als tekst

Getallen waarop geen berekeningen moeten worden uitgevoerd in Excel, zoals telefoongetallen, kunt u opmaken als tekst door de tekstopmaak toe te kennen aan de lege cellen voordat u de getallen typt.

  1. Selecteer een lege cel.
  2. Klik op het tabblad Start in de groep Getal op de pijl naast het vak Getalnotatie en klik vervolgens op Tekst.

Vak Getalnotatie op het tabblad Start

  1. Typ de gewenste getallen in de opgemaakte cel.

 Opmerking    Getallen die u hebt ingevoerd voordat u de tekst hebt opgemaakt, moet opnieuw worden ingevoerd in de opgemaakte cellen. Als u de getallen snel als tekst wilt invoeren, selecteert u elke gewenste cel, drukt u op F2 en vervolgens op Enter.

Terug naar boven Terug naar boven

 
 
Van toepassing op:
Excel 2013