Een selectievakje, keuzerondje of wisselknop toevoegen aan een werkblad

U kunt een selectievakje, keuzerondje of wisselknop gebruiken om elkaar al dan niet uitsluitende keuzemogelijkheden (of binaire keuzen) aan te geven.

Wat wilt u doen?



Selectievakjes, keuzerondjes en wisselknoppen gebruiken

Selectievakje    Met een selectievakje kunt u een waarde in- of uitschakelen die een andere en ondubbelzinnige keuze aangeeft. U kunt op een werkblad of in een groepsvak meer dan één selectievakje tegelijkertijd inschakelen. U kunt een selectievakje bijvoorbeeld gebruiken om een bestelformulier te maken met een lijst beschikbare items of gebruiken in een toepassing voor het bijhouden van voorraden om aan te geven of een item uit het assortiment is genomen.

Selectievakje (formulierbesturingselement)

Voorbeeld van een formulierbesturingselement Selectievakje

Selectievakje (ActiveX-besturingselement)

Voorbeeld van een ActiveX-besturingselement Selectievakje


Keuzerondje    Met een keuzerondje kunt u één keuze maken uit een beperkte reeks keuzen die elkaar wederzijds uitsluiten. Een keuzerondje wordt meestal opgenomen in een groepsvak of frame. U kunt bijvoorbeeld een keuzerondje gebruiken in een formulier, zodat een gebruiker één formaat uit een reeks formaten kan selecteren, zoals klein, normaal, groot of extra groot. U kunt het keuzerondje ook gebruiken om verschillende verzendopties aan te geven, bijvoorbeeld via de weg, expressebestelling of de volgende dag.

Keuzerondje (formulierbesturingselement)

Voorbeeld van een formulierbesturingselement Keuzerondje

Keuzerondje (ActiveX-besturingselement)

Voorbeeld van een ActiveX-besturingselement Keuzerondje


Wisselknop    Een wisselknop geeft een status, zoals Ja/nee, of een modus, zoals Aan/uit aan. Als u op de knop klikt, schakelt u tussen een ingeschakelde en uitgeschakelde status. U kunt een wisselknop bijvoorbeeld gebruiken om te schakelen tussen de ontwerpmodus en de bewerkingsmodus, of als alternatief voor een selectievakje.

 Opmerking   De wisselknop is niet beschikbaar als een formulierbesturingselement, maar alleen als een ActiveX-besturingselement.

Wisselknop (ActiveX-besturingselement)

Voorbeeld van een ActiveX-besturingselement Wisselknop


Terug naar boven Terug naar boven

Een selectievakje toevoegen (formulierbesturingselement)

  1. Geef het tabblad Ontwikkelaars weer als dit tabblad niet wordt weergegeven.

WeergevenHet tabblad Ontwikkelaars weergeven

  1. Klik op de Microsoft Office-knop Afbeelding van knop en klik op Opties voor Excel.
  1. Schakel in de categorie Populair onder Belangrijke opties voor het werken met Excel het selectievakje Tabblad Ontwikkelaars op het lint weergeven in en klik op OK.

 Opmerking   Het lint is een onderdeel van de Microsoft Office Fluent-gebruikersinterface.

  1. Klik op het tabblad Ontwikkelaars in de groep Besturingselementen op Invoegen en klik vervolgens bij Formulierbesturingselementen op Selectievakje Knopafbeelding.

De groep Besturingselementen

  1. Klik in het werkblad op de locatie waar u de linkerbovenhoek van het besturingselement wilt plaatsen.
  2. Klik op het tabblad Ontwikkelaars in de groep Besturingselementen op Eigenschappen Knopafbeelding.

 Tip   U kunt ook met de rechtermuisknop op het besturingselement klikken en vervolgens op Besturingselement opmaken klikken.

Als u de besturingselementeigenschappen wilt instellen, gaat u als volgt te werk:

  1. Geef onder Waarde op een van de volgende manieren de beginstatus van het selectievakje op:
    • Als u een selectievakje wilt weergeven dat is gevuld met een vinkje, klikt u op Ingeschakeld. Een vinkje geeft aan dat dat het selectievakje is geselecteerd.
    • Als u een selectievakje wilt weergeven dat is uitgeschakeld, klikt u op Niet ingeschakeld.
    • Als u een selectievakje wilt weergeven dat is gevuld met arcering, klikt u op Gemengd. Arcering geeft een combinatie van geselecteerde en uitgeschakelde statussen aan, bijvoorbeeld bij een meervoudige selectie.
  2. Geef in het vak Koppeling met cel een celverwijzing op die de huidige status van het selectievakje bevat:
    • Als het selectievakje is geselecteerd, geeft de gekoppelde cel de waarde WAAR als resultaat.
    • Als het selectievakje is uitgeschakeld, geeft de gekoppelde cel de waarde ONWAAR als resultaat.

 Opmerking   Als de gekoppelde cel leeg is, interpreteert Microsoft Office Excel de status van het selectievakje als de waarde ONWAAR.

  • Als de status van het selectievakje gemengd is, geeft de gekoppelde cel een foutwaarde #N/B als resultaat.

Gebruik de geretourneerde waarde in een formule om te reageren op de huidige status van het selectievakje.

Een enquêteformulieren voor reizen bevat bijvoorbeeld twee selectievakjes met de namen Europa en Australië in het groepsvak Reisbestemmingen. Deze twee selectievakjes zijn gekoppeld aan de cellen C1 (voor Europa) en C2 (voor Australië).

Wanneer een gebruiker het selectievakje Europa selecteert, resulteert de volgende formule in cel D1 in 'Gereisd in Europa':

=ALS(C1=WAAR,"Gereisd in Europa","Nooit gereisd in Europa")

Wanneer een gebruiker het selectievakje Australië uitschakelt, resulteert de volgende formule in cel D2 in 'Nooit gereisd in Australië':

=ALS(C2=WAAR,"Gereisd in Australië","Nooit gereisd in Australië")

Als u drie statussen (Ingeschakeld, Niet ingeschakeld en Gemengd) in dezelfde groep opties moet evalueren, kunt u op dezelfde manier de functies KIEZEN of ZOEKEN gebruiken.

 Opmerking   De grootte van het selectievakje in het besturingselement en de afstand tot de bijbehorende tekst kan niet worden aangepast.

Terug naar boven Terug naar boven

Een selectievakje toevoegen (ActiveX-besturingselement)

  1. Geef het tabblad Ontwikkelaars weer als dit tabblad niet wordt weergegeven.

WeergevenHet tabblad Ontwikkelaars weergeven

  1. Klik op de Microsoft Office-knop Afbeelding van knop en klik op Opties voor Excel.
  1. Schakel in de categorie Populair onder Belangrijke opties voor het werken met Excel het selectievakje Tabblad Ontwikkelaars op het lint weergeven in en klik op OK.

 Opmerking   Het lint is een onderdeel van de Microsoft Office Fluent-gebruikersinterface.

  1. Klik op het tabblad Ontwikkelaars in de groep Besturingselementen op Invoegen en klik vervolgens bij Formulierbesturingselementen op Selectievakje Knopafbeelding.

De groep Besturingselementen

  1. Klik in het werkblad op de locatie waar u de linkerbovenhoek van het selectievakje wilt plaatsen.
  2. Zorg ervoor dat u zich in de ontwerpmodus bevindt om het ActiveX-besturingselement te kunnen bewerken. Schakel op het tabblad Ontwikkelaars in de groep Besturingselementen het selectievakje Ontwerpmodus Knopafbeelding in.
  3. Klik op het tabblad Ontwikkelaars in de groep Besturingselementen op Eigenschappen Knopafbeelding om de eigenschappen van het besturingselement op te geven.

 Tip   U kunt ook met de rechtermuisknop op het besturingselement klikken en op Eigenschappen klikken.

Het dialoogvenster Eigenschappen wordt weergegeven. Als u gedetailleerde informatie over een eigenschap wilt weergeven, selecteert u de eigenschap en drukt u vervolgens op F1 om een Visual Basic Help (Visual Basic Help: als u de Help-tekst voor Visual Basic wilt weergeven, wijst u Macro aan in het menu Extra en klik u vervolgens op Visual Basic Editor. Ga naar het menu Help en klik op Microsoft Visual Basic Help.)-onderwerp weer te geven. U kunt ook de naam van de eigenschap in het vak Zoeken van de Help van Visual Basic typen. In de volgende sectie wordt een overzicht gegeven van de eigenschappen die beschikbaar zijn.

Overzicht van eigenschappen in functionele categorieën

Als u het volgende wilt doen Gebruikt u deze eigenschap
Algemeen:  
Opgeven of het besturingselement wordt geladen wanneer de werkmap wordt geopend (wordt genegeerd voor ActiveX-besturingselementen) AutoLoad (Excel)
Opgeven of het besturingselement de focus kan krijgen en kan reageren op gebeurtenissen die door de gebruiker worden gegenereerd Enabled (formulier)
Opgeven of het besturingselement kan worden bewerkt Locked (formulier)
De naam van het besturingselement opgeven Name (formulier)
Opgeven hoe het besturingselement wordt gekoppeld aan de cellen eronder (vrij zwevend, verplaatsen maar niet het formaat wijzigen of verplaatsen en formaat wijzigen) Placement (Excel)
Opgeven of het besturingselement kan worden afgedrukt PrintObject (Excel)
Opgeven of het besturingselement zichtbaar is of verborgen blijft Visible (formulier)
Tekst:  
De positie opgeven van het besturingselement ten opzichte het bijbehorende bijschrift (links of rechts). Alignment (formulier)
Lettertypekenmerken opgeven (vet, cursief, grootte, doorhalen, onderstrepen en aantal punten) Vet, Cursief, Punten, Doorhalen, Onderstrepen, Gewicht (formulier)
Beschrijvende tekst op het besturingselement opgeven waaraan het element kan worden herkend of die het element beschrijft Caption (formulier)
Opgeven hoe tekst wordt uitgelijnd in het besturingselement (links, midden of rechts) TextAlign (formulier)
Opgeven of de inhoud van het besturingselement automatisch moet teruglopen aan het einde van een regel WordWrap (formulier)
Gegevens en binding:  
Het bereik opgeven dat is gekoppeld aan de waarde van het besturingselement LinkedCell (Excel)
De inhoud of status van het besturingselement opgeven Value (formulier)
Formaat en positie:  
Opgeven of het formaat van het besturingselement automatisch wordt aangepast om alle inhoud weer te geven AutoSize (formulier)
De hoogte of breedte in punten opgeven Height, Width (formulier)
De afstand opgeven tussen het besturingselement en de linkerrand of bovenste rand van het werkblad Left, Top (formulier)
Uiterlijk:  
De achtergrondkleur opgeven BackColor (formulier)
De achtergrondstijl opgeven (transparant of ondoorzichtig) BackStyle (formulier)
De voorgrondkleur opgeven ForeColor (formulier)
Opgeven of het besturingselement een schaduw heeft Shadow (Excel)
Het uiterlijk van de rand opgeven (plat, verhoogd, verlaagd, ingekerft of opstaand) Speciaal effect (SpecialEffect) (formulier)
Afbeelding:  
De bitmap selecteren die in het besturingselement wordt weergegeven Picture (formulier)
De locatie opgeven van de afbeelding ten opzichte van het bijbehorende bijschrift (links, boven, rechts enzovoort) PicturePosition (formulier)
Toetsenbord en muis:  
De sneltoets opgeven voor het besturingselement Accelerator (formulier)
Een aangepast muispictogram selecteren MouseIcon (formulier)
Het type aanwijzer selecteren dat wordt weergegeven wanneer de gebruiker de muis op een bepaald object plaatst (bijvoorbeeld standaard, pijl of invoegteken) MousePointer (formulier)
Specifieke eigenschappen voor het selectievakje:  
Een groep keuzerondjes opgeven die elkaar wederzijds uitsluiten GroupName (formulier)
Opgeven of een gebruiker de Null-status voor het besturingselement in de gebruikersinterface kan opgeven TripleState (formulier)

 Opmerking   De grootte van het selectievakje in het besturingselement en de afstand tot de bijbehorende tekst kan niet worden aangepast.

Terug naar boven Terug naar boven

Een keuzerondje toevoegen (formulierbesturingselement)

  1. Geef het tabblad Ontwikkelaars weer als dit tabblad niet wordt weergegeven.

WeergevenHet tabblad Ontwikkelaars weergeven

  1. Klik op de Microsoft Office-knop Afbeelding van knop en klik op Opties voor Excel.
  1. Schakel in de categorie Populair onder Belangrijke opties voor het werken met Excel het selectievakje Tabblad Ontwikkelaars op het lint weergeven in en klik op OK.

 Opmerking   Het lint is een onderdeel van de Microsoft Office Fluent-gebruikersinterface.

  1. Klik op het tabblad Ontwikkelaars in de groep Besturingselementen op Invoegen en klik vervolgens bij Formulierbesturingselementen op Keuzerondje Knopafbeelding.

De groep Besturingselementen

  1. Klik in het werkblad op de locatie waar u de linkerbovenhoek van het keuzerondje wilt plaatsen.
  2. Klik op het tabblad Ontwikkelaars in de groep Besturingselementen op Eigenschappen Knop Programmacode bewerken.

 Tip   U kunt ook met de rechtermuisknop op het besturingselement klikken en op Besturingselement opmaken klikken.

Als u de besturingselementeigenschappen wilt instellen, gaat u als volgt te werk:

  1. Geef onder Waarde op een van de volgende manieren de oorspronkelijke status van het keuzerondje op:
    • Als u een keuzerondje wilt weergeven dat is geselecteerd, klikt u op Ingeschakeld.
    • Als u een keuzerondje wilt weergeven dat is uitgeschakeld, klikt u op Niet ingeschakeld.
  2. Geef in het vak Koppeling met cel een celverwijzing op die de huidige status van het keuzerondje bevat:

De gekoppelde cel resulteert in het nummer van het geselecteerde keuzerondje in het groepsvak. Gebruik dezelfde gekoppelde cel voor alle opties in een groep. Het eerste keuzerondje resulteert in een 1, het tweede keuzerondje in een 2 enzovoort. Als u twee of meer groepsvakken hebt op hetzelfde werkblad, gebruikt u een andere gekoppelde cel voor elk groepsvak.

Gebruik de geretourneerde waarde in een formule om te reageren op de geselecteerde optie.

Een personeelsformulier met een groepsvak Type functie bevat bijvoorbeeld twee keuzerondjes met het bijschrift Fulltime en Parttime die zijn gekoppeld aan cel C1. Nadat een gebruiker een van de twee keuzerondjes heeft geselecteerd, resulteert de volgende formule in cel D1 in 'Fulltime' als het eerste keuzerondje wordt geselecteerd en in 'Parttime' als het tweede keuzerondje wordt geselecteerd.

=ALS(C1=1,"Fulltime","Parttime")

Als hetzelfde groepsvak drie of meer opties bevat die moeten worden geëvalueerd, kunt u op een vergelijkbare manier ook de functies KIEZEN of ZOEKEN gebruiken.

 Opmerkingen 

  • U kunt de eigenschappen van het besturingselement ook bewerken door het besturingselement te selecteren en op Besturingselementeigenschappen Knopafbeelding op de werkbalk Formulieren te klikken.
  • De grootte van het keuzerondje in het besturingselement en de afstand tot de bijbehorende tekst kan niet worden aangepast.

Terug naar boven Terug naar boven

Een keuzerondje toevoegen (ActiveX-besturingselement)

  1. Geef het tabblad Ontwikkelaars weer als dit tabblad niet wordt weergegeven.

WeergevenHet tabblad Ontwikkelaars weergeven

  1. Klik op de Microsoft Office-knop Afbeelding van knop en klik op Opties voor Excel.
  1. Schakel in de categorie Populair onder Belangrijke opties voor het werken met Excel het selectievakje Tabblad Ontwikkelaars op het lint weergeven in en klik op OK.

 Opmerking   Het lint is een onderdeel van de Microsoft Office Fluent-gebruikersinterface.

  1. Klik op het tabblad Ontwikkelaars in de groep Besturingselementen op Invoegen en klik vervolgens bij ActiveX-besturingselementen op Keuzerondje Knopafbeelding.

De groep Besturingselementen

  1. Klik in het werkblad op de locatie waar u de linkerbovenhoek van het keuzerondje wilt plaatsen.
  2. Zorg ervoor dat u zich in de ontwerpmodus bevindt om het ActiveX-besturingselement te kunnen bewerken. Schakel op het tabblad Ontwikkelaars in de groep Besturingselementen het selectievakje Ontwerpmodus Knopafbeelding in.
  3. Klik op het tabblad Ontwikkelaars in de groep Besturingselementen op Eigenschappen Knopafbeelding om de eigenschappen van het besturingselement in te stellen.

 Tip   U kunt ook met de rechtermuisknop op het besturingselement klikken en op Eigenschappen klikken.

Het dialoogvenster Eigenschappen wordt weergegeven. Als u gedetailleerde informatie over een eigenschap wilt weergeven, selecteert u de eigenschap en drukt u vervolgens op F1 om een Visual Basic Help (Visual Basic Help: als u de Help-tekst voor Visual Basic wilt weergeven, wijst u Macro aan in het menu Extra en klik u vervolgens op Visual Basic Editor. Ga naar het menu Help en klik op Microsoft Visual Basic Help.)-onderwerp weer te geven. U kunt ook de naam van de eigenschap in het vak Zoeken van de Help van Visual Basic typen. In de volgende sectie wordt een overzicht gegeven van de eigenschappen die beschikbaar zijn.

Overzicht van eigenschappen in functionele categorieën

Als u het volgende wilt doen Gebruikt u deze eigenschap
Algemeen:  
Opgeven of het besturingselement wordt geladen wanneer de werkmap wordt geopend (wordt genegeerd voor ActiveX-besturingselementen) AutoLoad (Excel)
De naam van het besturingselement opgeven Name (formulier)
Opgeven hoe het besturingselement wordt gekoppeld aan de cellen eronder (vrij zwevend, verplaatsen maar niet het formaat wijzigen of verplaatsen en formaat wijzigen) Placement (Excel)
Opgeven of het besturingselement kan worden bewerkt Locked (formulier)
Opgeven of het besturingselement kan worden afgedrukt PrintObject (Excel)
Opgeven of het besturingselement de focus kan krijgen en kan reageren op gebeurtenissen die door de gebruiker worden gegenereerd Enabled (formulier)
Opgeven of het besturingselement zichtbaar is of verborgen blijft Visible (formulier)
Tekst:  
Beschrijvende tekst op het besturingselement opgeven waaraan het element kan worden herkend of die het element beschrijft Caption (formulier)
Lettertypekenmerken opgeven (vet, cursief, grootte, doorhalen, onderstrepen en gewicht) Vet, Cursief, Aantal punten, Doorhalen, Onderstrepen, Gewicht (formulier)
Opgeven hoe tekst wordt uitgelijnd in het besturingselement (links, midden of rechts) TextAlign (formulier)
De positie opgeven van het besturingselement ten opzichte het bijbehorende bijschrift (links of rechts). Alignment (formulier)
Opgeven of de inhoud van het besturingselement automatisch moet teruglopen aan het einde van een regel WordWrap (formulier)
Gegevens en binding:  
De inhoud of status van het besturingselement opgeven Value (formulier)
Het bereik opgeven dat is gekoppeld aan de waarde van het besturingselement LinkedCell (Excel)
Formaat en positie:  
De afstand opgeven tussen het besturingselement en de linkerrand of bovenste rand van het werkblad Left, Top (formulier)
De hoogte of breedte in punten opgeven Height, Width (formulier)
Opgeven of het formaat van het besturingselement automatisch wordt aangepast om alle inhoud weer te geven AutoSize (formulier)
Uiterlijk:  
De achtergrondkleur opgeven BackColor (formulier)
De achtergrondstijl opgeven (transparant of ondoorzichtig) BackStyle (formulier)
De voorgrondkleur opgeven ForeColor (formulier)
Het uiterlijk van de rand opgeven (plat, verhoogd, verlaagd, ingekerft of opstaand) SpecialEffect (formulier)
Opgeven of het besturingselement een schaduw heeft Shadow (Excel)
Afbeelding:  
De bitmap selecteren die in het besturingselement wordt weergegeven Picture (formulier)
De locatie opgeven van de afbeelding ten opzichte van het bijbehorende bijschrift (links, boven, rechts enzovoort) PicturePosition (formulier)
Toetsenbord en muis:  
Een aangepast muispictogram selecteren MouseIcon (formulier)
De sneltoets opgeven voor het besturingselement Accelerator (formulier)
Het type aanwijzer selecteren dat wordt weergegeven wanneer de gebruiker de muis op een bepaald object plaatst (bijvoorbeeld standaard, pijl of invoegteken) MousePointer (formulier)
Specifieke eigenschappen voor het keuzerondje:  
Een groep keuzerondjes opgeven die elkaar wederzijds uitsluiten GroupName (formulier)
Opgeven of een gebruiker de Null-status voor het besturingselement in de gebruikersinterface kan opgeven TripleState (formulier)

 Opmerking   De grootte van het keuzerondje in het besturingselement en de afstand tot de bijbehorende tekst kan niet worden aangepast.

Terug naar boven Terug naar boven

Een wisselknop toevoegen (ActiveX-besturingselement)

  1. Geef het tabblad Ontwikkelaars weer als dit tabblad niet wordt weergegeven.

WeergevenHet tabblad Ontwikkelaars weergeven

  1. Klik op de Microsoft Office-knop Afbeelding van knop en klik op Opties voor Excel.
  1. Schakel in de categorie Populair onder Belangrijke opties voor het werken met Excel het selectievakje Tabblad Ontwikkelaars op het lint weergeven in en klik op OK.

 Opmerking   Het lint is een onderdeel van de Microsoft Office Fluent-gebruikersinterface .

  1. Klik op het tabblad Ontwikkelaars in de groep Besturingselementen op Invoegen en klik vervolgens bij ActiveX-besturingselementen op Wisselknop Knopafbeelding.

De groep Besturingselementen

  1. Klik in het werkblad op de locatie waar u de linkerbovenhoek van de wisselknop wilt plaatsen.
  2. Zorg ervoor dat u zich in de ontwerpmodus bevindt om het ActiveX-besturingselement te kunnen bewerken. Schakel op het tabblad Ontwikkelaars in de groep Besturingselementen het selectievakje Ontwerpmodus Knopafbeelding in.
  3. U kunt de eigenschappen van het besturingselement instellen door op het tabblad Ontwikkelaars in de groep Besturingselementen op Eigenschappen Knopafbeelding te klikken.

 Tip   U kunt ook met de rechtermuisknop op het besturingselement klikken en op Eigenschappen klikken.

Het dialoogvenster Eigenschappen wordt weergegeven. Als u gedetailleerde informatie over een eigenschap wilt weergeven, selecteert u de eigenschap en drukt u vervolgens op F1 om een Visual Basic Help (Visual Basic Help: als u de Help-tekst voor Visual Basic wilt weergeven, wijst u Macro aan in het menu Extra en klik u vervolgens op Visual Basic Editor. Ga naar het menu Help en klik op Microsoft Visual Basic Help.)-onderwerp weer te geven. U kunt ook de naam van de eigenschap in het vak Zoeken van de Help van Visual Basic typen. In de volgende sectie wordt een overzicht gegeven van de opmaakeigenschappen die beschikbaar zijn.

Als u het volgende wilt doen Gebruikt u deze eigenschap
Algemeen:  
Opgeven of het besturingselement wordt geladen wanneer de werkmap wordt geopend (wordt genegeerd voor ActiveX-besturingselementen) AutoLoad (Excel)
Opgeven of het besturingselement kan worden bewerkt Locked (formulier)
De naam van het besturingselement opgeven Name (formulier)
Opgeven hoe het besturingselement wordt gekoppeld aan de cellen eronder (vrij zwevend, verplaatsen maar niet het formaat wijzigen of verplaatsen en formaat wijzigen) Placement (Excel)
Opgeven of het besturingselement kan worden afgedrukt PrintObject (Excel)
Opgeven of het besturingselement de focus kan krijgen en kan reageren op gebeurtenissen die door de gebruiker worden gegenereerd Enabled (formulier)
Opgeven of het besturingselement zichtbaar is of verborgen blijft Visible (formulier)
Tekst:  
Beschrijvende tekst op het besturingselement opgeven waaraan het element kan worden herkend of die het element beschrijft Caption (formulier)
Opgeven hoe tekst wordt uitgelijnd in het besturingselement (links, midden of rechts) TextAlign (formulier)
Opgeven of de inhoud van het besturingselement automatisch moet teruglopen aan het einde van een regel WordWrap (formulier)
Gegevens en binding:  
Het bereik opgeven dat is gekoppeld aan de waarde van het besturingselement LinkedCell (Excel)
De inhoud of status van het besturingselement opgeven Value (formulier)
Formaat en positie:  
Opgeven of het formaat van het besturingselement automatisch wordt aangepast om alle inhoud weer te geven AutoSize (formulier)
De hoogte of breedte in punten opgeven Height, Width (formulier)
De afstand opgeven tussen het besturingselement en de linkerrand of bovenste rand van het werkblad Left, Top (formulier)
Uiterlijk:  
De achtergrondkleur opgeven BackColor (formulier)
De achtergrondstijl opgeven (transparant of ondoorzichtig) BackStyle (formulier)
De voorgrondkleur opgeven ForeColor (formulier)
Opgeven of het besturingselement een schaduw heeft Shadow (Excel)
Afbeelding:  
De bitmap selecteren die in het besturingselement wordt weergegeven Picture (formulier)
De locatie opgeven van de afbeelding ten opzichte van het bijbehorende bijschrift (links, boven, rechts enzovoort) PicturePosition (formulier)
Toetsenbord en muis:  
De sneltoets opgeven voor het besturingselement Accelerator (formulier)
Een aangepast muispictogram selecteren MouseIcon (formulier)
Het type aanwijzer selecteren dat wordt weergegeven wanneer de gebruiker de muis op een bepaald object plaatst (bijvoorbeeld standaard, pijl of invoegteken) MousePointer (formulier)
Specifieke eigenschappen voor de wisselknop:  
Opgeven of een gebruiker de Null-status voor het besturingselement in de gebruikersinterface kan opgeven TripleState (formulier)

Terug naar boven Terug naar boven

 
 
Van toepassing op:
Excel 2007