Een gegevensmodel maken in Excel

 Belangrijk    Deze functie is niet beschikbaar in Office op een pc met Windows RT. Wilt u controleren welke versie van Office u gebruikt?

Een gegevensmodel is een nieuwe benadering voor de integratie van gegevens uit meerdere tabellen om zo een efficiënte, relationele gegevensbron in een Excel-werkmap te maken. In Excel worden gegevensmodellen op transparante wijze gebruikt met gegevens die afkomstig zijn uit draaitabellen, draaigrafieken en Power View-rapporten.

Meestal merkt u niets van de aanwezigheid van het model. In Excel ziet een gegevensmodel eruit als een verzameling tabellen in een lijst met velden. Als u rechtstreeks met het model wilt werken, moet u de invoegtoepassing Microsoft Office Power Pivot in Microsoft Excel 2013 gebruiken.

Als u relationele gegevens gaat importeren, wordt er automatisch een model gemaakt wanneer u meerdere tabellen selecteert:

  1. Kies in Excel de optie Gegevens > Externe gegevens ophalen om gegevens uit Access te importeren of uit een andere relationele database die meerdere verwante tabellen bevat.
  2. In Excel wordt u gevraagd om een tabel te selecteren. Schakel het selectievakje Selectie van meerdere tabellen inschakelen in.

    Dialoogvenster Tabel selecteren
  3. Selecteer twee of meer tabellen en klik op Volgende en Voltooien.
  4. Kies bij Gegevens importeren de gewenste optie voor gegevensvisualisatie, bijvoorbeeld een draaitabel op een nieuw blad, en maak het rapport.

U hebt nu een gegevensmodel dat alle geïmporteerde tabellen bevat. Aangezien u de optie voor een draaitabelrapport hebt gekozen, wordt het model vertegenwoordigd door de lijst met velden die u gaat gebruiken om het draaitabelrapport te maken.

Lijst met draaitabelvelden

Wat kunt u met dit model doen? U kunt met het model draaitabellen, draaigrafieken of Power View-rapporten in dezelfde werkmap maken. U kunt het wijzigen door tabellen toe te voegen of te verwijderen. Als u de Power Pivot-invoegtoepassing gebruikt, kunt u het model uitbreiden door berekende kolommen, berekende velden, hiërarchieën en KPI's toe te voegen.

Wanneer u een gegevensmodel maakt, is de visualisatieoptie belangrijk. U wilt de opties Draaitabelrapport, Draaigrafiek of Power View-rapport voor gegevensvisualisatie kiezen. Deze opties stellen u in staat om met alle tabellen tegelijk te werken. Als u als visualisatieoptie Tabel had gekozen, zou elke geïmporteerde tabel op een afzonderlijk blad zijn geplaatst. In deze indeling kunnen tabellen afzonderlijk worden gebruikt, maar voor het gebruik van alle tabellen samen is een draaitabel, draaigrafiek of Power View-rapport vereist.


 Opmerkingen 

  • Er wordt impliciet een model gemaakt wanneer u twee of meer tabellen tegelijk importeert in Excel.
  • Er wordt expliciet een model gemaakt wanneer u via de Power Pivot-invoegtoepassing gegevens importeert. In de invoegtoepassing wordt het model voorgesteld in een indeling met tabbladen, waarbij elk tabblad gegevens in tabelvorm bevat. Zie Gegevens ophalen met de Power Pivot-invoegtoepassing voor de basisbeginselen van het importeren van gegevens uit een SQL Server-database.
  • Een model kan één tabel bevatten. Als u een model wilt maken op basis van slechts één tabel, selecteert u de tabel en klikt u op Toevoegen aan gegevensmodel in Power Pivot. U wilt dit mogelijk doen als u Power Pivot-functies zoals gefilterde gegevenssets, berekende kolommen, berekende velden, KPI's en hiërarchieën wilt gebruiken.
  • Tabelrelaties kunnen automatisch worden gemaakt als u verwante tabellen importeert die primaire en refererende-sleutelrelaties hebben. Excel kan meestal de geïmporteerde relatiegegevens gebruiken als basis voor tabelrelaties in het gegevensmodel.
  • Zie Een geheugenefficiënt gegevensmodel maken met Excel 2013 en de Power Pivot-invoegtoepassing voor tips over het verkleinen van de grootte van een gegevensmodel.
  • Zie Zelfstudie: Draaitabel-gegevensanalyse met een gegevensmodel in Excel 2013 voor een nadere uitleg.

 Tip    Uw werkmap bevat gegevens, maar weet u ook of de werkmap een gegevensmodel bevat? U kunt dit snel controleren door het Power Pivot -venster te openen. Als u gegevens ziet op de tabbladen, bevat de werkmap een model. Zie De gegevensbronnen achterhalen die in een gegevensmodel van een werkmap worden gebruikt voor meer informatie.

Een gegevensmodel gebruiken in een andere draaitabel, een andere draaigrafiek of een ander Power View-rapport

Een Excel-werkmap kan slechts één gegevensmodel bevatten, maar dat model kan herhaaldelijk in de hele werkmap worden gebruikt.

  1. Klik in Excel op Invoegen > Draaitabel.
  2. Klik bij Draaitabel maken op Externe gegevensbron gebruiken en klik vervolgens op Verbinding kiezen.
  3. Klik bij Bestaande verbinding op Tabellen.
  4. Onder Dit werkmapgegevensmodel is Tabellen in een werkmapgegevensmodel standaard geselecteerd. Klik op Openen en vervolgens op OK. Er wordt een lijst met draaitabelvelden weergegeven met alle tabellen in het model.

Bestaande, niet-gerelateerde gegevens toevoegen aan een gegevensmodel

Stel dat u veel gegevens die u in een model wilt gebruiken, hebt geïmporteerd of gekopieerd, maar tijdens de import niet het vakje Deze gegevens toevoegen aan het gegevensmodel hebt ingeschakeld. Het overbrengen van nieuwe gegevens naar een model is eenvoudiger dan u denkt.

  1. Begin met de gegevens die u aan het model wilt toevoegen. Dit kan elk gegevensbereik zijn, maar gebruik bij voorkeur een benoemd bereik.
  2. Markeer de cellen u wilt toevoegen. Als de gegevens zich in een tabel of benoemd bereik bevinden, plaatst u de cursor in een cel.
  3. Voeg uw gegevens op een van de volgende manieren toe:
  • Klik op Power Pivot>Toevoegen aan gegevensmodel.
  • Klik op Invoegen > Draaitabel en schakel vervolgens in het dialoogvenster Draaitabel maken het selectievakje Deze gegevens toevoegen aan het gegevensmodel in.

Het bereik of de tabel wordt nu toegevoegd aan het model als gekoppelde tabel. Zie Gegevens toevoegen met gekoppelde Excel-tabellen in Power Pivot voor meer informatie over het werken met gekoppelde tabellen in een model.

Het gegevensmodel verfijnen en uitbreiden in de Power Pivot-invoegtoepassing

In Excel zijn er gegevensmodellen om de rapportage uit te breiden en verrijken, met name wanneer u draaitabellen of andere rapportindelingen gebruikt die zijn bedoeld voor gegevensonderzoek en analyse. De gegevensmodellen zijn belangrijk, maar worden bewust op de achtergrond gehouden, zodat u zich kunt concentreren op wat u met de modellen wilt doen.

Maar stel dat u rechtstreeks aan het model wilt werken. Wetende dat de lijst met velden is gebaseerd op een model, wilt u misschien tabellen of velden verwijderen omdat deze niet zinvol zijn in de lijst. Of misschien wilt u alle onderliggende gegevens zien die door het model worden aangeboden, of KPI's, hiërarchieën en bedrijfslogica toevoegen. In al deze en andere gevallen zult u het gegevensmodel rechtstreeks moeten aanpassen.

U kunt het gegevensmodel wijzigen of beheren via de Power Pivot-invoegtoepassing. Deze invoegtoepassing maakt deel uit van de editie Office Professional Plus van Excel 2013, maar is standaard niet ingeschakeld. Meer informatie over Power Pivot in Microsoft Excel 2013-invoegtoepassing starten.

Verschillen tussen een tabel in Power Pivot en een tabel op een blad

In Power Pivot is het niet mogelijk om een rij toe te voegen aan een tabel door rechtstreeks in een nieuwe rij te typen, zoals dat kan in een werkblad van Excel. Maar u kunt wel rijen toevoegen door te plakken en door gegevens te vernieuwen.

Gegevens in een Excel-werkblad zijn vaak variabel en onregelmatig: de ene rij bevat bijvoorbeeld numerieke gegevens en de volgende rij een afbeelding of een tekenreeks. Een tabel in Power Pivot lijkt daarentegen meer op een tabel in een relationele database, waarin elke rij hetzelfde aantal kolommen heeft en de meeste kolommen gegevens bevatten.

Het gegevensmodel gebruiken in Power View

Een gegevensmodel wordt als basis van een Power View-rapport gebruikt. Met de Power Pivot-invoegtoepassing kunt u optimalisaties op het model toepassen om de Power View-rapportage te verbeteren. Optimalisaties zijn: een standaardveldenset opgeven, representatieve velden of afbeeldingen kiezen voor de unieke identificatie van specifieke rijen of bepalen hoe rijen met dubbele waarden (zoals werknemers of klanten met dezelfde naam) in een rapportagetoepassing moeten worden verwerkt.

  1. Maak een gegevensmodel door verscheidene gerelateerde tabellen te importeren.
  2. Klik op Power Pivot > Beheren om het Power Pivot-venster te openen.
  3. Selecteer een tabel en pas optimalisaties toe:
  1. Klik op Geavanceerd > Standaardveldenset. Kies de velden die automatisch in een Power View-rapport moeten verschijnen wanneer u op de bovenliggende tabel klikt. Zie Standaardveldenset configureren voor Power View-rapporten voor meer informatie.
  2. Klik op Geavanceerd > Tabelgedrag. Optimaliseer voor rapportindelingen die gegevens groeperen. Groeperen is afhankelijk van standaardgedrag dat soms tot onbedoelde resultaten leidt, zoals het samenvoegen van rijen die afzonderlijk moeten worden vermeld. Zie Eigenschappen voor tabelgedrag configureren voor Power View-rapporten voor meer informatie.
  3. Klik op Geavanceerd > Gegevenscategorie. Sommige rapportvisualisaties zijn specifiek voor bepaalde typen gegevens. Als u bijvoorbeeld een op tijd of datum gebaseerde tabel hebt, kunt u de categorie Datum toewijzen zodat u in Power View gemakkelijker op tijd gebaseerde visualisaties kunt maken.
  1. Herhaal dit voor andere tabellen.
  2. Klik in Excel op Invoegen > Power View om een nieuw rapport te starten. Zie Power View: verkennen, visualiseren en uw gegevens presenteren voor meer informatie.
 
 
Van toepassing op:
Excel 2013, Power Pivot in Excel 2013