Een eenvoudige formule maken

 Belangrijk   De berekende uitkomsten van formules en van sommige Excel-werkbladfuncties kunnen enigszins verschillen tussen een Windows-pc met x86 of x86-64 architectuur en een Windows RT-pc met ARM-architectuur. Meer informatie over de verschillen.

U kunt een eenvoudige formule maken om waarden op uw werkblad op te tellen, af te trekken, te vermenigvuldigen of te delen. Eenvoudige formules beginnen altijd met een gelijkteken (=), gevolgd door constanten (constante: een waarde die niet is berekend. Het getal 210 en de tekst 'Kwartaalcijfers' zijn bijvoorbeeld constanten. Een expressie of een waarde die het resultaat is van een expressie, is geen constante.) die bestaan uit getalwaarden en operatoren (operator: een teken of symbool dat het type berekening aangeeft dat in een expressie moet worden uitgevoerd. Er zijn rekenkundige operatoren, vergelijkingsoperatoren, logische operatoren en verwijzingsoperatoren.) voor berekeningen, zoals een plusteken (+), een minteken (-), een asterisk (*) of een deelteken (/).

Als u bijvoorbeeld de formule =5+2*3 invoert, worden de laatste twee getallen met elkaar vermenigvuldigd en wordt het eerste getal erbij opgeteld. Volgens de standaardvolgorde van wiskundige berekeningen wordt vermenigvuldigen uitgevoerd vóór optellen.

  1. Klik op het werkblad op de cel waarin u de formule wilt invoeren.
  2. Typ het gelijkteken = en vervolgens de constanten en de operatoren die u in de berekening wilt gebruiken.

U kunt zo veel constanten en operatoren in een formule invoeren als u nodig hebt, maar maximaal 8192 tekens.

 Tip    U hoeft de constanten niet in de formule te typen. U kunt ook de cellen selecteren waar de waarden in staan die u wilt gebruiken, en tussen het selecteren van de cellen door de operatoren typen.

  1. Druk op Enter.


 Opmerkingen 

Voorbeelden

Kopieer de voorbeeldgegevens uit de volgende tabel en plak deze in cel A1 van een nieuw Excel-werkblad. U kunt de resultaten van formules weergeven door de formules te selecteren en achtereenvolgens op F2 en Enter te drukken. Desgewenst kunt u de kolombreedte wijzigen om alle gegevens te zien.

Gegevens
2
5
Formule Beschrijving Resultaat
'=A2+A3 Telt de waarden in de cellen A1 en A2 op =A2+A3
'=A2-A3 Trekt de waarde in cel A2 af van de waarde in A1 =A2-A3
'=A2/A3 Deelt de waarde in cel A1 door de waarde in A2 =A2/A3
'=A2*A3 Vermenigvuldigt de waarde in cel A1 met de waarde in A2 =A2*A3
'=A2^A3 Verheft de waarde in cel A1 tot de exponentiële waarde in A2 =A2^A3
Formule Beschrijving Resultaat
'=5+2 Telt 5 en 2 bij elkaar op =5+2
'=5-2 Trekt 2 van 5 af =5-2
'=5/2 Deelt 5 door 2 =5/2
'=5*2 Vermenigvuldigt 5 met 2 =5*2
'=5^2 Verheft 5 tot de macht 2 =5^2

Terug naar boven Terug naar boven

 
 
Van toepassing op:
Excel 2013