Bijwerken van koppelingen instellen

De manier waarop gekoppelde gegevens worden bijgewerkt in Microsoft Excel is afhankelijk van het type koppeling.

Koppelingen met andere werkmappen

De werkmap met de koppelingen wordt de doelwerkmap (doelbestand: het bestand waarin een gekoppeld of ingesloten object wordt ingevoegd. Het bestand met informatie over het object, wordt het bronbestand genoemd. Als u informatie wijzigt in een doelbestand, worden deze wijzigingen niet in het bronbestand aangebracht.) genoemd en de gekoppelde werkmap de bronwerkmap (bronbestand: het bestand met de gegevens waarmee een gekoppeld of ingesloten object is gemaakt. Als u de gegevens in het bronbestand bijwerkt, kunt u ook het gekoppelde object in het doelbestand bijwerken.). Wanneer zowel de bronwerkmap als de doelwerkmap zijn geopend, worden koppelingen automatisch bijgewerkt. Wanneer u een doelwerkmap opent terwijl de bronwerkmap niet is geopend, wordt u gevraagd of de koppelingen moeten worden bijgewerkt. U kunt instellen of deze vraag moet worden gesteld en of alle koppelingen wel of niet moeten worden bijgewerkt wanneer de vraag niet verschijnt. Als de werkmap meerdere koppelingen bevat, kunt u ook slechts een aantal van de koppelingen bijwerken.

WeergevenAlle of geen koppelingen in een werkmap bijwerken

  1. Sluit alle werkmappen. Als één werkmap is geopend terwijl alle andere zijn gesloten, kunnen de gegevens niet correct worden bijgewerkt.
  2. Open de werkmap die de koppelingen bevat.
  3. Als u de koppelingen wilt bijwerken, klikt u op Bijwerken.

Als u de koppelingen niet wilt bijwerken, klikt u op Niet bijwerken.

Klik op Help als u niet weet welke knop u moet kiezen.

WeergevenSlechts een aantal koppelingen met andere werkmappen bijwerken

  1. Sluit alle werkmappen.
  2. Open de werkmap die de koppelingen bevat.
  3. Klik op Niet bijwerken wanneer het bijwerkbericht verschijnt.
  4. Kies Koppelingen in het menu Bewerken.
  5. Klik in het vak Bron op het gekoppelde object dat u wilt bijwerken.

Als u meerdere gekoppelde objecten wilt selecteren, houdt u CTRL ingedrukt en klikt u achtereenvolgens op de gewenste gekoppelde objecten.

Druk op CTRL+A om alle gekoppelde objecten te selecteren.

  1. Klik op Waarden bijwerken.

WeergevenBepalen of bij het openen van werkmappen wordt gevraagd alle koppelingen bij te werken

WeergevenNiet vragen of koppelingen moeten worden bijgewerkt bij het openen van een werkmap, maar koppelingen automatisch bijwerken

Deze optie heeft alleen betrekking op de huidige gebruiker en niet op andere gebruikers van de werkmap. De optie geldt voor elke werkmap die wordt geopend en ook voor koppelingen met andere programma's.

  1. Kies Opties in het menu Extra en klik op het tabblad Bewerken.
  2. Schakel het selectievakje Bijwerken van automatische koppelingen bevestigen uit. Als dit vakje is uitgeschakeld, worden de koppelingen automatisch bijgewerkt. Er wordt dus niet eerst gevraagd of dit wenselijk is.

WeergevenNiet vragen of koppelingen moeten worden bijgewerkt voor deze werkmap, maar het bijwerken aan de gebruiker overlaten

 Waarschuwing   Deze optie heeft betrekking op alle gebruikers van de werkmap. Als u koppelingen niet automatisch laat bijwerken en ook geen melding laat weergeven, weten gebruikers van de werkmap niet of de gegevens actueel zijn.

  1. Klik op Koppelingen in het menu Bewerken.
  2. Klik op Prompt bij opstarten.
  3. Selecteer de gewenste optie.

 Opmerking    U ontvangt wel een waarschuwing als een of meer koppelingen zijn verbroken.

Koppelingen met andere programma's

Deze opties zijn bedoeld voor koppelingen met andere programma's die gebruikmaken van OLE (Object Linking and Embedding) (OLE: een techniek voor programma-integratie die u kunt gebruiken om informatie tussen programma's te delen. Alle Office-programma's ondersteunen OLE, zodat u informatie kunt delen via gekoppelde en ingesloten objecten.) of DDE (Dynamic Data Exchange) (DDE (Dynamic Data Exchange): een gangbaar protocol voor de uitwisseling van gegevens tussen Microsoft Windows-programma's.).

U kunt instellen dat koppelingen met andere programma's automatisch worden bijgewerkt (wanneer u het doelbestand (doelbestand: het bestand waarin een gekoppeld of ingesloten object wordt ingevoegd. Het bestand met informatie over het object, wordt het bronbestand genoemd. Als u informatie wijzigt in een doelbestand, worden deze wijzigingen niet in het bronbestand aangebracht.) opent of wanneer het bronbestand (bronbestand: het bestand met de gegevens waarmee een gekoppeld of ingesloten object is gemaakt. Als u de gegevens in het bronbestand bijwerkt, kunt u ook het gekoppelde object in het doelbestand bijwerken.) wordt gewijzigd terwijl het doelbestand is geopend) of handmatig (u geeft expliciet aan dat u wilt bijwerken). Nieuwe koppelingen worden standaard ingesteld voor automatisch bijwerken. Stel een koppeling in voor handmatig bijwerken als u de bestaande gegevens wilt bekijken voordat ze worden bijgewerkt met nieuwe gegevens.

WeergevenEen koppeling met een ander programma instellen voor handmatig bijwerken

  1. Kies hiertoe Koppelingen in het menu Bewerken.

Indien uw bestand geen gekoppelde gegevens bevat, is de opdracht Koppelingen niet beschikbaar.

  1. Klik in het vak Bron op het gekoppelde object dat u wilt bijwerken. Een A in de kolom Bijwerken betekent dat de koppeling automatisch wordt bijgewerkt en een H dat de koppeling is ingesteld voor handmatig bijwerken.
    • Als u meerdere gekoppelde objecten wilt selecteren, houdt u CTRL ingedrukt en klikt u achtereenvolgens op de gewenste gekoppelde objecten.
    • Druk op CTRL+A om alle gekoppelde objecten te selecteren.
  2. Klik op Handmatig als u een gekoppeld object alleen wilt laten bijwerken wanneer u op Waarden bijwerken klikt.

WeergevenEen koppeling met een ander programma instellen voor automatisch bijwerken

  1. Kies Koppelingen in het menu Bewerken.

Indien uw bestand geen gekoppelde gegevens bevat, is de opdracht Koppelingen niet beschikbaar.

  1. Klik in het vak Bron op het gekoppelde object dat u wilt bijwerken. Een A in de kolom Bijwerken betekent dat de koppeling automatisch wordt bijgewerkt en een H dat de koppeling is ingesteld voor handmatig bijwerken.
    • Als u meerdere gekoppelde objecten wilt selecteren, houdt u CTRL ingedrukt en klikt u achtereenvolgens op de gewenste gekoppelde objecten.
    • Druk op CTRL+A om alle gekoppelde objecten te selecteren.
  2. Klik op Automatisch als u wilt dat het gekoppelde object automatisch wordt bijgewerkt wanneer u het bestand opent waarin het object is opgenomen of wanneer de oorspronkelijke gegevens worden gewijzigd terwijl dit bestand is geopend.
  3. Klik op OK.
  4. Kies Opties in het menu Extra en klik op het tabblad Berekenen.
  5. Zorg dat het selectievakje Externe verwijzingen bijwerken is ingeschakeld.

WeergevenAutomatisch bijwerken van koppelingen met andere programma's negeren

Deze instelling geldt alleen voor de huidige sessie van Excel. De volgende keer dat u de werkmap opent, wordt weer de vraag weergegeven of u koppelingen wilt bijwerken.

  1. Activeer het werkblad dat de koppelingen bevat.
  2. Kies Opties in het menu Extra.
  3. Schakel op het tabblad Berekenen het selectievakje Externe verwijzingen bijwerken uit.

 Opmerking    Het uitschakelen van de optie heeft prioriteit boven de optie Automatisch (voor alle koppelingen) in het dialoogvenster Koppelingen (menu Bewerken). De optie wordt echter niet gewijzigd in Handmatig.

WeergevenEen koppeling met een ander programma nu bijwerken

Met deze procedure kunt u een gekoppeld object op elk gewenst moment handmatig bijwerken, ook als automatisch bijwerken is ingeschakeld.

  1. Kies Koppelingen in het menu Bewerken.

Indien uw bestand geen gekoppelde gegevens bevat, is de opdracht Koppelingen niet beschikbaar.

  1. Klik in het vak Bron op het gekoppelde object dat u wilt bijwerken.
    • Als u meerdere gekoppelde objecten wilt selecteren, houdt u CTRL ingedrukt en klikt u achtereenvolgens op de gewenste gekoppelde objecten.
    • Druk op CTRL+A om alle gekoppelde objecten te selecteren.
  2. Klik op Waarden bijwerken.

WeergevenNiet vragen of koppelingen moeten worden bijgewerkt wanneer ik een werkmap open, maar koppelingen automatisch bijwerken

Deze optie heeft alleen betrekking op de huidige gebruiker en niet op andere gebruikers van de werkmap. De optie geldt voor elke werkmap die wordt geopend en ook voor koppelingen met andere programma's.

  1. Kies Opties in het menu Extra en klik op het tabblad Bewerken.
  2. Schakel het selectievakje Bijwerken van automatische koppelingen bevestigen uit. Als de optie is uitgeschakeld, worden de koppelingen automatisch bijgewerkt zonder dat een bijwerkbericht verschijnt.
 
 
Van toepassing op:
Excel 2003