Kennismaken met PerformancePoint Dashboard Designer

U gebruikt PerformancePoint Dashboard Designer om afzonderlijke dashboarditems te maken, te bewerken en op te slaan. U slaat deze items op naar speciale SharePoint-lijsten en -documentbibliotheken, en u gebruikt deze items om uw dashboards samen te stellen. Vervolgens implementeert u de dashboards naar SharePoint Server 2010.

Uw dashboards kunnen gebruikers in uw onderneming de informatie verschaffen die ze nodig hebben om prestaties te bewaken en analyseren. In dit artikel vindt u informatie die u helpt om aan de slag te gaan met Dashboard Designer.

Wat wilt u doen?


Hoe kan ik Dashboard Designer installeren of openen?

Als PerformancePoint Services in Microsoft SharePoint Server 2010 is geconfigureerd voor uw organisatie en u de vereiste machtigingen hebt, kunt u Dashboard Designer installeren of starten.

  1. Blader met Internet Explorer naar het Bedrijfsinformatiecentrum. Het Bedrijfsinformatiecentrum is een SharePoint-site die als portal naar PerformancePoint Services en andere toepassingen fungeert. Het Bedrijfsinformatiecentrum ziet er mogelijk als volgt uit:

Het Bedrijfsinformatiecentrum, een site in SharePoint Server 2010

In het Bedrijfsinformatiecentrum vindt u informatie over SharePoint-bedrijfsinformatie, waaronder Excel Services, statusaanduidingen en PerformancePoint Services. Ook vindt u koppelingen waarmee u Help weergeeft of toepassingen zoekt, zoals Dashboard Designer.

 Tip   Als u het Bedrijfsinformatiecentrum niet kunt vinden, neemt u contact op met uw SharePoint-beheerder.

  1. Klik in het Bedrijfsinformatiecentrum op een sectie, zoals Belangrijkste prestaties controleren, Rapporten genereren en delen of Dashboards maken. Aanvullende informatie over elk gebied wordt weergegeven in het middelste deelvenster, zoals te zien is in de volgende afbeelding:

Koppeling naar PerformancePoint Services vanuit het Bedrijfsinformatiecentrum

Klik op Starten met PerformancePoint Services.

  1. De PerformancePoint-sitesjabloon wordt geopend en ziet er ongeveer als volgt uit:

Knop om Dashboard Designer in de PerformancePoint-sitesjabloon uit te voeren

Klik in de PerformancePoint-sitesjabloon op Dashboard Designer uitvoeren.

  1. Als in PerformancePoint Services de benodigde machtigingen aan u zijn toegewezen, wordt Dashboard Designer geïnstalleerd en geopend. Dashboard Designer lijkt op de volgende afbeelding:

PerformancePoint Dashboard Designer

Nadat u Dashboard Designer ten minste eenmaal hebt geopend, kunt u deze ook met andere methoden openen, zoals:

  • Configureer een snelkoppeling op uw bureaublad die verwijst naar de SharePoint-site met uw dashboarditems. Dubbelklik vervolgens op de snelkoppeling om Dashboard Designer te openen. Zie Snelkoppelingen op het bureaublad maken voor meer informatie over het maken van snelkoppelingen op het bureaublad.
  • Klik op Start en klik vervolgens op Alle programma's. Zoek SharePoint en klik vervolgens op PerformancePoint Dashboard Designer.

 Belangrijk    U moet een verbinding met SharePoint Server 2010 hebben om Dashboard Designer te kunnen gebruiken.

Terug naar boven Terug naar boven

Welke soorten dashboarditems kan ik maken via Dashboard Designer?

U kunt Dashboard Designer gebruiken om diverse PerformancePoint-items te maken, zoals gegevensbronnen, dashboards, scorecards, KPI's (key performance indicators), indicatoren, filters en rapporten.

In de volgende tabel vindt u een overzicht van deze items:

Items Beschrijving
Gegevensbronnen Gegevensbronnen vormen uw verbinding met de databases die u gebruikt voor de scorecards, rapporten en filters die u maakt met Dashboard Designer.
Dashboards

Dashboards zijn de containers die u gebruikt om uw scorecards en rapporten weer te geven. Wanneer u dashboards samenstelt, voegt u rapporten, scorecards en filters toe aan zones (secties op een dashboardpagina).

Een dashboard kan uit meerdere pagina's bestaan. U kunt elke pagina met dezelfde sjabloon voor pagina-indeling ontwerpen, of u kunt verschillende sjablonen gebruiken. U kunt ook de groottes van de dashboardzones aanpassen, en elke zone kan een of meer items bevatten, zoals rapporten, scorecards en filters.

Scorecards Scorecards zijn dashboarditems die prestaties voor een of meer meeteenheden weergeven. De scorecards vergelijken werkelijke resultaten met gespecificeerde doelen en drukken de resultaten uit aan de hand van grafische indicatoren. Een scorecard lijkt op een tabel met de waardekolommen Doel en Werkelijk en verschillende KPI's.
KPI's KPI's zijn meeteenheden die u gebruikt in een scorecard, en bestaan meestal uit werkelijke waarden en doelwaarden, evenals grafische indicatoren die weergeven of de prestaties al dan niet doelgericht zijn.
Indicatoren

Indicatoren zijn grafische symbolen die in KPI's worden gebruikt om aan te geven of de prestaties al dan niet doelgericht zijn.

Indicatoren die veel worden gebruikt, zijn stoplichtsymbolen. Deze gebruiken groene cirkels om aan te geven dat de prestaties het doelwaardeniveau behalen, gele driehoekjes om aan te geven dat de prestaties het doelniveau benaderen en rode ruitjes die ondermaatse prestaties aangeven.

Filters

Filters zijn afzonderlijke dashboarditems die gebruikers in staat stellen zich op specifieke informatie te concentreren.

U maakt bijvoorbeeld een Geografiefilter en verbindt dat filter vervolgens met een rapport of scorecard, zodat de gebruiker informatie voor een specifiek geografisch gebied kan bekijken.

Rapporten

Rapporten zijn dashboarditems die informatie in diagrammen of tabellen weergeven.

U kunt diverse rapporten maken door Dashboard Designer te gebruiken (bijvoorbeeld staafdiagrammen, lijndiagrammen, cirkeldiagrammen en tabellen ofwel rasters). Bovendien kunt u bepaalde rapporten direct in Dashboard Designer maken en kunt u webonderdelen maken om bestaande rapporten weer te geven die door andere servers worden gehost.

Terug naar boven Terug naar boven

Waar worden mijn dashboarditems opgeslagen?

Alle PerformancePoint-dashboarditems worden opgeslagen in specifieke SharePoint-lijsten en -documentbibliotheken die worden opgezet wanneer u PerformancePoint Services configureert. In de volgende afbeelding ziet u de SharePoint-lijsten en -documentbibliotheken die u gewoonlijk ziet in PerformancePoint Services:

Het dialoogvenster Lijsten toevoegen en implementeren naar

In de volgende tabel worden deze SharePoint-lijsten en -bibliotheken beschreven, waar uw dashboardinhoud en andere bestanden zijn opgeslagen.

Items Beschrijving
Gegevensverbindingen

De gegevensbronnen die u gebruikt voor uw KPI's, scorecards, rapporten en filters, worden opgeslagen in een documentbibliotheek Gegevensverbindingen die gegevensbronnen bevat, evenals extra informatie zoals server- en beveiligingsinstellingen.

Deze documentbibliotheek krijgt meestal de naam Gegevensverbindingen, maar SharePoint-beheerders kunnen de naam wijzigen wanneer zij PerformancePoint Services configureren.

Afzonderlijke dashboardelementen, waaronder:

  • Indicatoren
  • KPI's
  • Scorecards
  • Rapporten
  • Filters
  • Dashboardpagina's

Scorecards, rapporten, filters, dashboardpagina's en andere dashboarditems worden opgeslagen in een lijst PerformancePoint-inhoud.

 Opmerking   Dashboardpagina's worden hier opgeslagen. Livedashboards die op een SharePoint-site zijn geïmplementeerd, worden in een andere documentbibliotheek opgeslagen.

Deze lijst krijgt meestal de naam PerformancePoint-inhoud, maar SharePoint-beheerders kunnen de naam wijzigen wanneer zij PerformancePoint Services configureren.

Dashboards

Nadat u een dashboard hebt geïmplementeerd, wordt het opgeslagen in een documentbibliotheek Dashboards die alleen dashboards bevat. Er worden hier geen afzonderlijke dashboarditems opgeslagen.

Deze lijst krijgt meestal de naam Dashboards, maar SharePoint-beheerders kunnen deze naam wijzigen wanneer zij PerformancePoint Services configureren.

Aangezien dashboarditems rechtstreeks worden opgeslagen naar SharePoint Server 2010, kunnen dashboardauteurs tijd besparen door items opnieuw te gebruiken. U kunt bijvoorbeeld een Analytic-grafiek maken en het rapport in meerdere dashboards gebruiken.

Bovendien kunt u bepalen wie uw dashboardinhoud kan zien of gebruiken door SharePoint-machtigingen toe te wijzen aan afzonderlijke dashboardelementen.

Terug naar boven Terug naar boven

Hoe navigeer ik door Dashboard Designer?

De gebruikersinterface van Dashboard Designer heeft een lint, een werkruimtebrowser, een deelvenster in het midden, en het deelvenster Details waar u dashboarditems kunt maken, weergeven en bewerken. In de werkruimtebrowser vindt u ook het Microsoft Office-knopmenu dat opties biedt om uw werkruimtebestanden op te slaan, een dashboard te implementeren en uw serververbinding te wijzigen.

PerformancePoint Dashboard Designer

Het lint

Op het lint vindt u de knop Microsoft Office Backstage en drie tabbladen: het tabblad Start, het tabblad Bewerken en het tabblad Maken.

De knop Microsoft Office Backstage

Klik op de Microsoft Office-knop om Dashboard Designer-instellingen en andere opties voor het opslaan op te roepen. De volgende afbeelding laat ongeveer zien hoe het Backstage-menu eruitziet.

De weergave Microsoft Office Backstage

Klik op Ontwerperopties om het dialoogvenster Opties te openen. In het dialoogvenster Opties vindt u drie tabbladen: Aanpassen, Server en Bronnen.

  • Op het tabblad Aanpassen geeft u de standaardlocatie op voor uw werkruimtebestanden, en of wizards moeten worden gebruikt om uw scorecards te maken. Het tabblad Aanpassen ziet er ongeveer als volgt uit:

Het tabblad Aanpassen in het venster Opties van Dashboard Designer

  • Op het tabblad Server bekijkt of wijzigt u de server waarmee u verbinding maakt wanneer u Dashboard Designer gebruikt. Het tabblad Server ziet er ongeveer als volgt uit.

Het tabblad Server in het venster Opties van Dashboard Designer

  • Op het tabblad Bronnen ziet u welke versie van Dashboard Designer u gebruikt. Het tabblad Bronnen ziet er ongeveer als volgt uit.

Het tabblad Bronnen in het venster Opties van Dashboard Designer

Terug naar boven Terug naar boven

Het tabblad Start op het lint

Op het tabblad Start, dat hieronder wordt weergegeven, staan werkbalkopdrachten die u kunt gebruiken om dashboarditems weer te geven en te openen.

Het tabblad Start op het lint in Dashboard Designer

Klik bijvoorbeeld in de sectie Werkruimte op Vernieuwen om de lijst met dashboarditems te vernieuwen die naar SharePoint Server 2010 zijn gepubliceerd.

Het tabblad Bewerken op het lint

Op het tabblad Bewerken staan werkbalkopdrachten die u kunt gebruiken om dashboarditems te wijzigen die u of andere dashboardauteurs hebben gemaakt.

Het tabblad Bewerken is dynamisch: het geeft alleen de werkbalkopdrachten weer die betrekking hebben op de specifieke dashboarditems die u wilt bewerken. Het tabblad Bewerken verandert dus al naar gelang het type dashboarditem dat is geopend in het middelste deelvenster van de werkruimte.

Als u bijvoorbeeld een KPI opent, worden op het tabblad Bewerken werkbalkopdrachten weergegeven waarmee u getalnotaties kunt wijzigen, zoals het aantal decimale posities dat wordt weergegeven in numerieke waarden. Het tabblad Bewerken voor een KPI wordt hieronder weergegeven.

Het tabblad Bewerken voor een KPI

Wanneer u een scorecard opent, geeft het tabblad Bewerken verschillende werkbalkopdrachten weer die u kunt gebruiken, waaronder Bijwerken. Gebruik de opdracht Bijwerken om de weergegeven informatie te vernieuwen wanneer u wijzigingen in uw scorecard hebt aangebracht. Het tabblad Bewerken voor een scorecard wordt hieronder weergegeven.

Het tabblad Bewerken voor een scorecard

Als u een Analytic-raster opent om te bewerken, worden er verschillende werkbalkopdrachten op het tabblad Bewerken weergegeven zodat u het lettertype, getallen, rapportweergave en andere instellingen kunt wijzigen. Hieronder ziet u het tabblad Bewerken voor een analytisch rapport.

Het tabblad Bewerken voor een Analytic-raster

En als u een dashboard opent om te bewerken, worden op het tabblad Bewerken werkbalkopdrachten weergegeven die bedoeld zijn om met dashboardzones of items in zones te werken. Hieronder ziet u het tabblad Bewerken voor een dashboard.

Het tabblad Bewerken voor een dashboard

Voor sommige dashboarditems, zoals filters, heeft het tabblad Bewerken geen werkbalkopdrachten. Voor dergelijke items gebruikt u de tabbladen Editor en Eigenschappen in het middelste deelvenster van de werkruimte om wijzigingen aan te brengen.

Terug naar boven Terug naar boven

Het tabblad Maken op het lint

Op het tabblad Maken vindt u werkbalkopdrachten die u gebruikt om uw dashboarditems te maken. Het tabblad Maken ziet er ongeveer uit als in de volgende afbeelding.

Het tabblad Maken in Dashboard Designer

Met elke werkbalkopdracht wordt een wizard geopend die u begeleidt bij het maken van een item. Als u bijvoorbeeld op Dashboard klikt, wordt het dialoogvenster Een sjabloon voor een dashboardpagina selecteren geopend. U selecteert een paginaindelingssjabloon voor de eerste pagina van uw dashboard en stelt vervolgens uw dashboard samen.

Het deelvenster Werkruimtebrowser

Het deelvenster Werkruimtebrowser bevindt zich links in het venster in Dashboard Designer. U gebruikt het deelvenster Werkruimtebrowser om dashboarditems weer te geven, te openen en op te slaan. U kunt de werkruimtebrowser ook gebruiken om uw dashboards te implementeren. De werkruimtebrowser is in de volgende afbeelding gemarkeerd:

De werkruimtebrowser in Dashboard Designer

De werkruimtebrowser bevat twee categorieën met dashboarditems: PerformancePoint-inhoud en Gegevensverbindingen.

  • Selecteer PerformancePoint-inhoud om indicatoren, KPI's, scorecards, rapporten, filters en dashboards te maken, weer te geven of te openen.
  • Selecteer Gegevensverbindingen om gegevensbronnen te maken, weer te geven of te openen.

De werkruimtebrowser maakt gebruik van rechtermuisknopfunctionaliteit om allerlei taken uit te voeren. Als u bijvoorbeeld een item maakt en vervolgens wilt opslaan, klikt u in de werkruimtebrowser met de rechtermuisknop op het item en klikt u vervolgens op Opslaan.

En wanneer u een dashboard wilt implementeren, klikt u in de werkruimtebrowser met de rechtermuisknop op het dashboard en klikt u vervolgens op Implementeren naar SharePoint.

Het middelste deelvenster van de werkruimte

U gebruikt het middelste deelvenster om dashboarditems weer te geven, te maken en te wijzigen. De weergave van het middelste deelvenster is afhankelijk van het actieve element in de werkruimtebrowser. Het middelste deelvenster is gemarkeerd in de volgende afbeelding:

Het middelste deelvenster van de werkruimte

Als u bijvoorbeeld op PerformancePoint-inhoud of Gegevensverbindingen in de werkruimtebrowser klikt, ziet u de tabbladen SharePoint en Werkruimte in het middelste deelvenster. En wanneer u op een specifiek item in de werkruimtebrowser klikt, ziet u twee, drie of vier tabbladen in het middelste deelvenster. Deze tabbladen zijn afhankelijk van het type dashboarditem dat u bewerkt.

Terug naar boven Terug naar boven

De tabbladen SharePoint en Werkruimte

De tabbladen SharePoint en Werkruimte zijn beschikbaar wanneer een item is geselecteerd in de werkruimtebrowser. U kunt deze tabbladen gebruiken om lijsten weer te geven met dashboarditems die u en andere dashboardauteurs hebben gemaakt.

Tabblad Beschrijving
Het tabblad SharePoint Op het tabblad SharePoint wordt een lijst met dashboarditems weergegeven die u en andere dashboardauteurs naar SharePoint Server 2010 hebben opgeslagen. Als PerformancePoint-inhoud of Gegevensverbindingen is geselecteerd in de werkruimtebrowser, kunt u in het middelste deelvenster respectievelijk alle gegevensbronnen zien of alle andere typen dashboarditems die beschikbaar zijn.
Het tabblad Werkruimte Op het tabblad Werkruimte wordt een reeks dashboarditems weergegeven die zijn opgeslagen naar SharePoint Server 2010. Op dit tabblad worden voornamelijk dashboarditems weergegeven die u hebt gemaakt of hebt geopend om te bewerken.

Wanneer u Dashboard Designer voor het eerst opent, werkt u in een naamloos, niet-opgeslagen werkruimtebestand. Wanneer u dashboarditems maakt en opent, worden deze items weergegeven op de tabbladen SharePoint en Werkruimte in het middelste deelvenster.

Wanneer u uw werkruimtebestand opslaat, maakt u een lijst met dashboarditems die u vervolgens op het tabblad Werkruimte kunt weergeven. U kunt wijzigen welke items worden opgenomen in uw werkruimtebestand via de werkbalkopdrachten die beschikbaar zijn in de sectie Werkruimte op het tabblad Start van het lint.

 Belangrijk   Dashboarditems worden altijd rechtstreeks naar SharePoint Server 2010 opgeslagen en niet op uw computer. Wanneer u echter uw werkruimtebestand opslaat (dit is optioneel), wordt het naar uw computer opgeslagen.

Terug naar boven Terug naar boven

De tabbladen Editor, Eigenschappen, Ontwerp, Query, Tijd en Weergave

 Opmerking   U kunt de tabbladen Editor, Eigenschappen, Ontwerp, Query, Tijd en Weergave gebruiken om afzonderlijke dashboarditems te configureren of te wijzigen. Deze tabbladen worden weergegeven wanneer u een item selecteert in de werkruimtebrowser of wanneer u een dashboarditem maakt. Niet alle tabbladen die hieronder worden weergegeven, zijn tegelijk voor een bepaald dashboarditem beschikbaar, maar alleen de tabbladen die betrekking hebben op dat item.

Het tabblad Eigenschappen

Het tabblad Eigenschappen is beschikbaar voor alle typen dashboarditems. U gebruikt het tabblad Eigenschappen om de naam, beschrijving en eigenaar (Verantwoordelijke persoon) van een item op te geven, evenals de weergavemap voor het item in de SharePoint-lijst of -documentbibliotheek. Het tabblad Eigenschappen voor een dashboard is gemarkeerd in de volgende afbeelding:

Het tabblad Eigenschappen voor een dashboard

 Opmerking   In Dashboard Designer kunt u weergavemappen voor uw dashboarditems maken en gebruiken. In de SharePoint-lijsten en -documentbibliotheken die uw dashboarditems bevatten, worden deze weergavemappen weergegeven in een kolom met de naam Weergavemap. U gebruikt deze kolom om uw dashboarditems te filteren en te groeperen.

Het tabblad Editor

Het tabblad Editor is voor de meeste typen dashboarditems beschikbaar. U vindt hier het volgende:

  • Dashboards
  • Scorecards
  • KPI's
  • Filters
  • Indicatoren
  • Rapporten (behalve Analytic-grafieken en -rasters die het tabblad Ontwerp hebben)

U kunt het tabblad Editor gebruiken om de gegevens die u in uw dashboarditems gebruikt, toe te voegen of te wijzigen. Bovendien kunt u via het tabblad Editor een voorbeeld van bepaalde typen dashboarditems bekijken, zoals scorecards en rapporten. Het tabblad Editor voor een scorecard is gemarkeerd in de volgende afbeelding:

Het tabblad Editor in het middelste deelvenster voor een scorecard

Terug naar boven Terug naar boven

Het tabblad Ontwerp

Het tabblad Ontwerp is beschikbaar voor Analytic-grafieken en -rasters. U gebruikt het tabblad Ontwerp om de Analysis Services-gegevens toe te voegen of te wijzigen die u in uw Analytic-grafieken of -rasters gebruikt. U kunt het tabblad Ontwerp ook gebruiken om een voorbeeld van uw rapport te bekijken. Het tabblad Ontwerp wordt in de volgende afbeelding weergegeven:

Het tabblad Ontwerp voor een Analytic-rapport

Het tabblad Query

Het tabblad Query is beschikbaar voor Analytic-grafieken en -rasters. U kunt het tabblad Query gebruiken om de MDX-query (Multidimensional Expressions) weer te geven, te schrijven of te wijzigen die wordt gebruikt om informatie in uw Analytic-rapport weer te geven. Het tabblad Query wordt weergegeven in de volgende afbeelding:

Het tabblad Query voor een Analytic-grafiek of -raster

 Belangrijk   Wanneer u uw Analytic-grafiek of -raster creëert aan de hand van een aangepaste query, zal uw rapport niet interactief zijn. Dit betekent dat de gebruikers van uw dashboard de gegevens niet kunnen verkennen door omhoog of omlaag te analyseren om de hogere of lagere detailniveaus van uw rapport weer te geven.

Terug naar boven Terug naar boven

Het tabblad Tijd

Het tabblad Tijd is beschikbaar voor uw gegevensbronnen. U gebruikt het tabblad Tijd om een gegevensbron te configureren om met Time Intelligence te werken door tijdsperiodeniveaus op te geven, zoals jaren, maanden of dagen. Het tabblad Tijd wordt weergegeven in de volgende afbeelding:

Het tabblad Tijd voor een gegevensbron

Het tabblad Weergave

Het tabblad Weergave is beschikbaar voor bepaalde gegevensbronnen, zoals tabelgegevensbronnen. U gebruikt het tabblad Weergave om een voorbeeld van uw gegevens te bekijken of om kolomdefinities op te geven. Het tabblad Weergave wordt weergegeven in de volgende afbeelding:

Het tabblad Weergave voor een gegevensbron

Terug naar boven Terug naar boven

Het deelvenster Details

Het deelvenster Details bevindt zich aan de zijkant van het venster in Dashboard Designer. Het deelvenster Details is alleen zichtbaar wanneer u een specifiek dashboarditem maakt, weergeeft of bewerkt. Dit wil zeggen dat het deelvenster Details alleen zichtbaar is wanneer een specifiek dashboarditem in de werkruimtebrowser is geselecteerd. Het deelvenster Details wordt weergegeven in de volgende afbeelding:

Het deelvenster Details voor een dashboard

U gebruikt het deelvenster Details om de inhoud toe te voegen of te wijzigen die u in een dashboarditem weergeeft. Welke items beschikbaar zijn in het deelvenster Details, is afhankelijk van het dashboarditem waaraan u werkt.

Als u bijvoorbeeld een Analytic-grafiek of -raster hebt geopend, worden in het deelvenster Details items weergegeven zoals dimensies, meeteenheden en benoemde sets. Deze items zijn beschikbaar in de SQL Server Analysis Services-kubus die door dat rapport wordt gebruikt.

Wanneer u een scorecard hebt geopend, geeft het deelvenster Details KPI's, meeteenheden, aggregaties, dimensies en andere items weer die betrekking hebben op die scorecard.

Terug naar boven Terug naar boven

 
 
Van toepassing op:
PerformancePoint Dashboard Designer, SharePoint Server 2010