| Van toepassing op |
Microsoft Office Access 2003 Microsoft Access 2000 en 2002 |
U kunt een heleboel verschillende rapporten maken in Access, van eenvoudige tot complexe. Onafhankelijk van het type rapport zijn er bepaalde basisbeginselen van toepassing. U begint bijvoorbeeld door na te denken over de gegevensbron voor het rapport.
Het maakt hierbij niet uit of het rapport een eenvoudige lijst met gegevens is of een gegroepeerd overzicht van de verkoop per regio. In beide gevallen levert de gegevensbron de gegevens voor het rapport, in de vorm van informatie die wordt opgehaald uit een tabel of query.
Nadat u de gegevensbron hebt gekozen, kunt u het rapport het beste maken met behulp van een rapportwizard. Een rapportwizard is een functie in Access die u door een reeks vragen leidt en vervolgens een rapport genereert op basis van uw antwoorden. Dit is de beste manier om snel een rapport te maken.
In dit artikel worden de stappen besproken voor het maken van een eenvoudig rapport.
Inhoud
Een gegevensbron kiezenHet basisrapport maken met behulp van een rapportwizardUitleg over de rapportsectiesHet rapport aan uw wensen aanpassen in de ontwerpweergaveVelden aan het rapport toevoegenBesturingselementen aan het rapport toevoegenWijzigingen opslaanEen voorbeeld van het rapport weergevenHet rapport afdrukkenHet rapport als e-mailbericht verzendenEen gegevensbron kiezen
Een rapport bevat gegevens die worden opgehaald uit een tabel of query, alsmede gegevens die worden opgeslagen bij het rapportontwerp, zoals labels, koppen en afbeeldingen. De tabel of query die de onderliggende gegevens levert, wordt ook wel de gegevensbron van het rapport genoemd. Voordat u begint met het maken van het rapport, moet u eerst bedenken welke gegevens u erin wilt opnemen. Als de velden die u wilt opnemen zich allemaal in één tabel bevinden, gebruikt u die tabel als de gegevensbron. Als de velden uit meer dan een tabel worden opgehaald, moet u een query gebruiken als de gegevensbron. Deze query is mogelijk al aanwezig in de database, of u moet een nieuwe query maken die is afgestemd op het rapport.
Zie voor meer informatie over query's Query's ontwerpen (MDB)
Het basisrapport maken met behulp van een rapportwizard
De wizard AutoRapport is de snelste manier om een rapport te maken, omdat er onmiddellijk een rapport wordt gegenereerd zonder dat u om informatie wordt gevraagd. Het rapport is een eerder opgemaakt rapport, met één kolom waarin alle velden in de onderliggende tabel of query worden weergegeven. Met de wizard AutoRapport wordt mogelijk niet het gepolijste product gemaakt dat u uiteindelijk wenst, maar het is wel een handige manier
om snel een blik te werpen op de onderliggende gegevens, of een beginpunt dat u in de ontwerpweergave kunt aanpassen aan uw wensen.
Een rapport maken met de wizard AutoRapport
- Klik in het databasevenster op Tabellen of Query's.
- Selecteer de tabel of query waarop u het rapport wilt baseren.
- Klik op de lijst Nieuw object
op de werkbalk.
- Klik op AutoRaport.
Het rapport wordt weergegeven.
- OF -
- Klik in het databasevenster op Rapporten.
- Klik op Nieuw op de werkbalk van het databasevenster.
- Klik in het dialoogvenster Nieuw rapport op een van de volgende opties:
AutoRapport: in kolomvorm Elk veld wordt weergegeven op een afzonderlijke regel met aan de linkerkant een label.
AutoRapport: in tabelvorm De velden in elke record verschijnen op één regel en de labels worden eenmaal afgedrukt boven aan elke pagina.
- Klik op een tabel of query voor uw rapport.
- Klik op OK.
Op het rapport wordt het laatste AutoOpmaak (automatische opmaak: een verzameling opmaakelementen waarmee u het uiterlijk van besturingselementen en secties in formulieren en rapporten bepaalt.)-profiel
toegepast dat u hebt gebruikt. Als u nog niet eerder met een wizard een rapport hebt gemaakt en ook niet met de opdracht AutoOpmaak in het menu Opmaak hebt gewerkt, wordt het AutoOpmaak-profiel Standaard gebruikt.
Een rapport maken met een andere rapportwizard
- Klik in het databasevenster op Rapporten.
- Klik in het databasevenster op Nieuw.
- Het dialoogvenster Nieuw rapport wordt weergegeven.
- Selecteer een van de opties in de lijst.
- Selecteer een tabel of query voor het rapport en klik vervolgens op OK.
- Volg de aanwijzingen op de pagina's van de wizard Rapport. Klik op de laatste pagina op Voltooien.
- Wanneer u een voorbeeld weergeeft van het rapport, ziet u hoe het rapport eruitziet als het wordt afgedrukt. U kunt ook inzoomen op details.
Opmerkingen
-
Als u velden uit meerdere tabellen en query's wilt opnemen in het rapport en de velden in de eerste tabel of query hebt geselecteerd, klikt u nog niet op Volgende of Voltooien in de wizard Rapport. Herhaal in plaats hiervan eerst de stappen voor het selecteren van een tabel of query en klik op de gewenste velden.
-
Als u een van de typen AutoRapport kiest, wordt de AutoOpmaak gebruikt die u het laatst hebt opgegeven, hetzij in de wizard Rapport, hetzij met de opdracht AutoOpmaak in het menu Opmaak in de ontwerpweergave.
Terug naar begin
Uitleg over de rapportsecties
In Access is het ontwerp van een rapport opgesplitst in secties. Als u nuttige rapporten wilt maken, moet u weten hoe elke sectie werkt. De sectie waarin u een berekend besturingselement wilt plaatsen, bepaalt bijvoorbeeld hoe de resultaten worden berekend. Hier volgt een overzicht van de sectietypen en hun functie:
- Rapportkoptekst Deze wordt eenmaal afgedrukt aan het begin van het rapport. Gebruik de rapportkoptekst voor informatie die normaal gesproken op een voorblad wordt weergegeven, zoals een logo of een titel en datum. Wanneer u een berekend besturingselement plaatst dat de statistische functie Som gebruikt in de rapportkoptekst, geldt de berekende som voor het volledige rapport. De rapportkoptekst wordt afgedrukt vóór de paginakoptekst.
- Paginakoptekst Deze wordt boven aan elke pagina afgedrukt. U kunt een paginakoptekst bijvoorbeeld gebruiken om
de rapporttitel op elke pagina te herhalen.
- Groepskoptekst Deze wordt afgedrukt aan het begin van elke nieuwe groep records. Gebruik de groepskoptekst om de groepsnaam af te drukken. In een rapport dat op product is gegroepeerd, kunt u de groepskoptekst bijvoorbeeld gebruiken om de productnaam af te drukken. Wanneer u een berekend besturingselement plaatst dat de statistische functie Som gebruikt in de groepskoptekst, geldt de som voor de huidige groep.
- Details Deze worden eenmaal afgedrukt voor elke rij in de gegevensbron. Dit is de plek waar u de besturingselementen voor de eigenlijke tekst van het rapport plaatst.
- Groepsvoettekst Deze wordt afgedrukt aan het einde van elke groep records. Gebruik een groepsvoettekst om totalen af te drukken voor een groep.
- Paginavoettekst Deze wordt onder aan elke pagina afgedrukt. Gebruik een paginavoettekst om paginanummers af te drukken, of andere informatie die per pagina verschilt.
- Rapportvoettekst Deze wordt eenmaal afgedrukt aan het einde van het rapport. Gebruik de rapportvoettekst om rapporttotalen of andere totalen af te drukken voor het volledige rapport. De rapportvoettekst wordt als laatste weergegeven in het rapportontwerp, maar wordt afgedrukt vóór de laatste paginavoettekst.
Het rapport aan uw wensen aanpassen in de ontwerpweergave
Nadat u een basisrapport hebt gemaakt, kunt u het ontwerp hiervan aan uw wensen aanpassen via de ontwerpweergave. U kunt de werkset (werkset: een set knoppen in de ontwerpweergave waarmee u besturingselementen kunt toevoegen aan een formulier, rapport of Data Access-pagina. De werkset in de ontwerpweergave van pagina's verschilt van de werkset in de ontwerpweergave van formulieren en rapporten.) gebruiken om besturingselementen (besturingselement: een object in de grafische gebruikersinterface, zoals een tekstvak, selectievakje, schuifbalk of opdrachtknop, waarmee gebruikers het programma besturen. Met een besturingselement kunt u gegevens of keuzen weergeven, een actie uitvoeren of de weergave van de gebruikersinterface vereenvoudigen.) in het rapportontwerp te plaatsen, of de lijst met velden (lijst met velden: een venster dat alle velden bevat uit de onderliggende recordbron of het onderliggende databaseobject. Alleen in de ontwerpweergave van een Data Access-pagina bevat de lijst met velden alle recordbronnen en bijbehorende velden uit de onderliggende database.) om velden (veld: een onderdeel van een tabel dat een specifiek gegevensitem bevat, zoals een achternaam. Een veld Aanhef kan de items Dhr of Mej bevatten. In Microsoft SQL Server en vergelijkbare databases worden velden kolommen genoemd.) te plaatsen. Het eigenschappenvenster (eigenschappenvenster: een venster waarin u de eigenschappen kunt weergeven of wijzigen van objecten, zoals tabellen, query's, velden, formulieren, rapporten, Data Access-pagina's en besturingselementen.) biedt u toegang tot een groot aantal eigenschappen (eigenschap: een kenmerk van een besturingselement, veld of object dat u instelt om een van de karakteristieken van een object op te geven (zoals het formaat, de kleur of de positie op het scherm) of om een aspect van de werking aan te geven (bijvoorbeeld of het object zichtbaar is of niet).) dat u kunt instellen om het rapport aan te passen.
Naar de ontwerpweergave schakelen:
- Klik op Ontwerpweergave in het menu Beeld (of klik op de pijl naast de knop Beeld op de werkbalk en klik vervolgens op Ontwerpweergave).
Het venster Rapport wordt weergegeven in de ontwerpweergave.
U gebruikt het eigenschappenvenster om de eigenschappen van het rapport en van de besturingselementen en secties aan te passen.
In de werkset worden alle hulpmiddelen weergegeven die u kunt gebruiken om besturingselementen toe te voegen aan uw rapportontwerp.
Het ontwerp van het rapport is opgesplitst in rapportsecties.
De lijst met velden is bedoeld om velden uit de onderliggende tabel of query toe te voegen aan uw rapportontwerp.
Met de werkset kunt u besturingselementen op uw rapportontwerp plaatsen. Besturingselementen zijn objecten waarmee u gegevens weergeeft of acties uitvoert en waarmee u kunt werken met gegevens die de gebruikersinterface verbeteren, zoals labels en afbeeldingen. In Access worden drie typen besturingselementen ondersteund: afhankelijke, niet-afhankelijke en berekende.
- Afhankelijk besturingselement Een besturingselement waarvan de gegevensbron een veld in een tabel of query is, wordt een afhankelijk besturingselement (afhankelijk besturingselement: een besturingselement dat in een formulier, rapport of Data Access-pagina wordt gebruikt voor de weergave of wijziging van gegevens die afkomstig zijn uit een tabel, query of SQL-instructie. De eigenschap ControlSource van het besturingselement bevat de naam van het veld waaraan het besturingselement is gekoppeld.) genoemd. Met afhankelijke besturingselementen kunt u waarden uit velden in de database weergeven. Deze waarden kunnen tekst, datums, nummers, Ja/nee-waarden, afbeeldingen of grafieken zijn. Een tekstvak is het meestvoorkomende type afhankelijk besturingselement. Een tekstvak in een formulier waarin de achternaam van een werknemer wordt weergegeven, haalt deze gegevens mogelijk op uit het veld Achternaam in de tabel Werknemers.
- Niet-afhankelijk besturingselement Een besturingselement dat geen gegevensbron (een veld of expressie) heeft, wordt een niet-afhankelijk besturingselement (niet-afhankelijk besturingselement: een besturingselement dat niet is gekoppeld aan een veld in een onderliggende tabel, query of SQL-instructie. Met een niet-afhankelijk besturingselement kunt u informatieve tekst of decoratieve afbeeldingen weergeven.) genoemd. U kunt met niet-afhankelijke besturingselementen gegevens, lijnen, rechthoeken en afbeeldingen weergeven. Een label met de titel van een rapport is bijvoorbeeld een niet-afhankelijk besturingselement.
- Berekend besturingselement Een besturingselement waarvan de gegevensbron een expressie is in plaats van een veld, wordt een berekend besturingselement (berekend besturingselement: een besturingselement in een formulier, rapport of Data Access-pagina waarin het resultaat van een expressie wordt weergegeven. Als een waarde in de expressie wordt gewijzigd, wordt het resultaat opnieuw berekend.) genoemd. U geeft de gewenste waarde op in het besturingselement door een expressie te definiëren als de gegevensbron voor het besturingselement. Een expressie is een combinatie van operatoren (zoals = en + ), namen van besturingselementen, veldnamen, functies die één waarde retourneren en constante waarden. Met de volgende expressie wordt bijvoorbeeld de prijs van een item met een korting van 25 procent berekend door de waarde in het veld Prijs per eenheid te vermenigvuldigen met een constante waarde (0,75).
= [Prijs per eenheid] * 0,75
Een expressie kan gegevens gebruiken uit een veld in de onderliggende tabel of query van een rapport, of uit een besturingselement in het rapport.
Een tekstvak kan een afhankelijk, een niet-afhankelijk of een berekend besturingselement zijn. Wanneer u een rapport maakt dat afhankelijke, niet-afhankelijke en berekende besturingselementen gebruikt, is het waarschijnlijk het handigst om alle afhankelijke besturingselementen eerst toe te voegen en te ordenen, vooral als het merendeel van de besturingselementen in het rapport hieruit bestaat. Vervolgens kunt u de niet-afhankelijke en berekende besturingselementen aan het ontwerp toevoegen met de hulpmiddelen in de werkset.
U koppelt het besturingselement van een tekstvak aan een veld door het veld op te geven waaruit de gegevens voor het besturingselement worden opgehaald. U kunt een besturingselement maken dat gekoppeld is aan het geselecteerde veld door het veld uit de lijst met velden naar het rapport te slepen. (In de lijst met velden worden de velden weergegeven van de onderliggende tabel of query van het rapport. Als u de lijst met velden wilt weergeven, klikt u op Lijst met velden in het menu Beeld.) Wanneer u een veld uit de lijst met velden sleept, maakt u standaard een tekstvak.
U kunt een veld ook aan een besturingselement koppelen door de veldnaam te typen in het besturingselement zelf of in het vak voor de waarde Besturingselementbron in het eigenschappenvenster van het besturingselement. In het eigenschappenvenster worden de eigenschappen van het besturingselement gedefinieerd, zoals de naam, gegevensbron en indeling.
U kunt een afhankelijk tekstvak het beste maken met behulp van de lijst met velden om de volgende twee redenen:
- Een afhankelijk tekstvak heeft een bijbehorend label en het label neemt de naam van het veld (of van het bijschrift dat is gedefinieerd voor dat veld in de onderliggende tabel of query) standaard over als bijschrift, zodat u het bijschrift niet zelf hoeft te typen.
- Een afhankelijk tekstvak neemt veel van de instellingen van het veld in de onderliggende tabel of query over (zoals voor de eigenschappen Notatie, AantalDecimalen en Invoermasker). Daarom kunt u er zeker van zijn dat deze eigenschappen voor het veld niet worden gewijzigd wanneer u een tekstvak maakt dat is gekoppeld aan dat veld.
Als u al een niet-afhankelijk besturingselement hebt gemaakt en dit wilt koppelen aan een veld, stelt u de eigenschap Besturingselementbron van het besturingselement in op de naam van het veld. Voor meer informatie over de eigenschap Besturingselementbron zoekt u in de Help op 'Besturingselementbron'.
Velden aan het rapport toevoegen
Als u een veld aan het rapport wilt toevoegen, moet u eerst de lijst met velden weergeven. De lijst met velden bevat een lijst met alle velden in uw gegevensbron.
De lijst met velden weergeven
- Klik op Lijst met velden in het menu Beeld (of klik op de knop Lijst met velden
op de werkbalk).
Velden toevoegen uit de lijst met velden
- Als u één veld wilt toevoegen, sleept u het veld van de lijst met velden naar de sectie waar u het veld wilt weergeven in het rapport.
- Als u tegelijkertijd meerdere aangrenzende velden wilt toevoegen, klikt u op het eerste veld dat u wilt toevoegen en houdt u vervolgens SHIFT ingedrukt terwijl u klikt op het laatste gewenste veld. Sleep de geselecteerde velden naar het rapport.
- Als u tegelijkertijd meerdere velden wilt toevoegen die niet aan elkaar grenzen, klikt u op het eerste gewenste veld en houdt u vervolgens CTRL ingedrukt terwijl u op elk extra gewenst veld klikt. Sleep de geselecteerde velden vervolgens naar het rapport.
Wanneer u de velden neerzet, wordt er voor elk veld een afhankelijk tekstvakbesturingselement gemaakt en wordt er automatisch een labelbesturingselement geplaatst naast elk veld.
Besturingselementen aan het rapport toevoegen
Alle gegevens in een rapport bevinden zich in besturingselementen. Een besturingselement is een object waarmee informatie wordt weergegeven, een actie wordt uitgevoerd of het rapport wordt verfraaid. Sommige besturingselementen zijn gekoppeld aan velden in de onderliggende tabel of query, zodat u gegevens in de velden kunt invoeren of gegevens uit deze velden kunt weergeven. U kunt bijvoorbeeld gegevens invoeren en weergeven door een tekstvakbesturingselement te gebruiken. Met andere besturingselementen worden gegevens weergegeven die alleen in het rapportontwerp zijn opgeslagen en niet zijn gekoppeld aan een gegevensbron. U kunt bijvoorbeeld labels gebruiken om beschrijvende tekst weer te geven, en lijnen en rechthoeken om een rapport te verfraaien.
Sommige besturingselementen worden automatisch gemaakt, bijvoorbeeld het afhankelijke tekstvakbesturingselement dat wordt gemaakt wanneer u een veld uit de lijst met velden toevoegt aan het rapport. Andere besturingselementen worden gemaakt met behulp van de werkset.
De werkset weergeven of sluiten
- Klik op Werkset in het menu Beeld (of klik op de knop Werkset
op de werkbalk).
De naam van een hulpmiddel bepalen
Een besturingselement maken met behulp van de werkset
Zie voor meer informatie over besturingselementen Typen besturingselementen in Access.
Terug naar begin
Wijzigingen opslaan
Nadat u het rapportontwerp hebt opgeslagen, kunt u het steeds opnieuw gebruiken. Het ontwerp van het rapport verandert niet, maar elke keer dat u het rapport afdrukt worden de huidige gegevens opgehaald. U kunt het rapportontwerp zo nodig aanpassen of een nieuw ontwerp maken op basis van het origineel.
Het rapportontwerp opslaan
- Klik op Opslaan in het menu Bestand (of klik op Opslaan op de werkbalk).
- Als het rapport geen naam heeft, typt u een naam in het vak Rapportnaam en klikt u vervolgens op OK.
Het rapportontwerp onder een nieuwe naam opslaan
- Klik op Opslaan als in het menu Opslaan als.
- Typ een naam in het vak Rapport opslaan in van het dialoogvenster Opslaan als, selecteer Rapport in het vak Als en klik vervolgens op OK.
Een voorbeeld van het rapport weergeven
Wanneer u een voorbeeld weergeeft van een rapport, kunt u bekijken hoe het eruitziet wanneer u het afdrukt zonder dat u dit echt doet. U kunt dan bijvoorbeeld de uitlijning en afmetingen van kolommen met gegevens controleren of zien of het rapport de gewenste gegevens retourneert. Wanneer u een voorbeeld weergeeft van een rapport, kunt u uit twee weergaven kiezen:
- Rapportvoorbeeld Gebruik Rapportvoorbeeld als u het lettertype, de tekengrootte en de algemene indeling wilt controleren. In het rapportvoorbeeld worden alle secties van een rapport en enkele detailrecords weergegeven.
- Afdrukvoorbeeld Gebruik Afdrukvoorbeeld als u het volledige rapport precies wilt zien zoals het wordt afgedrukt.
Wanneer u een rapport weergeeft in Rapportvoorbeeld of Afdrukvoorbeeld, ziet u het in close-up.
Een voorbeeld van een rapport weergeven vanuit de ontwerpweergave
Een voorbeeld van een volledig rapport weergeven vanuit de ontwerpweergave
- Klik op Afdrukvoorbeeld in het menu Beeld (of klik op de pijl naast de knop Beeld op de werkbalk en klik vervolgens op Afdrukvoorbeeld). Als u wilt terugkeren naar de ontwerpweergave, klikt u op Sluiten op de werkbalk.
Een voorbeeld van een rapport weergeven vanuit het databasevenster
- Klik in het databasevenster op Rapport en selecteer vervolgens het rapport waarvan u een voorbeeld wilt weergeven.
- Klik in het databasevenster op Voorbeeld of klik op Afdrukvoorbeeld in het menu Bestand.
- Als u wilt terugkeren naar het databasevenster, klikt u op Sluiten op de werkbalk.
Naar een andere pagina gaan in Afdrukvoorbeeld
U kunt de navigatieknoppen gebruiken om de pagina's van een rapport een voor een weer te geven, of naar elke gewenste pagina en het rapport springen.
- Open het rapport in Afdrukvoorbeeld.
- Klik op een van de navigatieknoppen (linkerbenedenhoek van het venster) of typ het paginanummer dat u wilt weergeven in het paginanummervak, en druk vervolgens op ENTER.
- Als u wilt terugkeren naar het databasevenster, klikt u op Sluiten op de werkbalk.
Eerste paginanavigatieknop
Vorige paginanavigatieknop
Volgende paginanavigatieknop
Laatste paginanavigatieknop
Typ een paginanummer in het vak als u een bepaalde pagina wilt weergeven.
In Afdrukvoorbeeld kunt u inzoomen om details te kunnen zien, of uitzoomen om te kunnen zien hoe de gegevens over de pagina zijn verdeeld. Plaats hiertoe de muisaanwijzer op het rapport en klik eenmaal. Als u het effect van de zoomactie wilt terugdraaien, klikt u nogmaals.
Tip Nadat u een voorbeeld van het rapport hebt weergegeven, kunt u de resultaten publiceren naar Microsoft Office Word 2003 of Microsoft Office Excel 2003 door te klikken op de pijl naast de knop Office-koppelingen op de werkbalk en vervolgens te klikken op Publiceren met Microsoft Office Word of Analyseren met Microsoft Office Excel. Bovendien kunt u de uitvoer als een e-mailbericht verzenden door het menu Verzenden naar in het menu Bestand aan te wijzen en vervolgens te klikken op E-mailadres (als bijlage).
Het rapport afdrukken
U kunt een rapport afdrukken vanuit Afdrukvoorbeeld, Rapportvoorbeeld, de ontwerpweergave of vanuit het databasevenster. Voordat u het afdrukt, is het verstandig om de pagina-instellingen, zoals de marges en de afdrukstand, nogmaals te controleren. De pagina-instellingen worden opgeslagen bij het rapport zodat u deze maar eenmaal hoeft in te stellen. U hoeft dit later alleen te doen als u ze wilt wijzigen.
De pagina-instellingen wijzigen
- Open het rapport in de ontwerpweergave of in Afdrukvoorbeeld (of selecteer het rapport in het databasevenster).
- Klik op Pagina-instelling in het menu Bestand. (Als u zich in Afdrukvoorbeeld bevindt, kunt u klikken op Instellen op de werkbalk.)
Het dialoogvenster Pagina-instelling wordt weergegeven.
- Klik op het tabblad Pagina onder Afdrukstand op een optie:
- Klik op OK.
Als u een rapport rechtstreeks wilt afdrukken vanuit Afdrukvoorbeeld, klikt u op Afdrukken op de werkbalk of klikt u op Afdrukken in het menu Bestand.
Een rapport naar een printer verzenden
- Open het rapport in een willekeurige weergave (of selecteer het rapport in het databasevenster).
- Klik op Afdrukken in het menu Bestand. (Als u zich in het databasevenster, in Rapportvoorbeeld of in Afdrukvoorbeeld bevindt, kunt u klikken op Afdrukken op de werkbalk.)
Het dialoogvenster Afdrukken wordt weergegeven.
- Geef uw keuzes op voor opties zoals printer, afdrukbereik en aantal exemplaren.
- Klik op OK.
Het rapport als e-mailbericht verzenden
U kunt uw rapport als e-mailbericht naar ontvangers verzenden in plaats van het rapport af te drukken.
Een rapport als e-mailbericht verzenden
- Schakel over naar Afdrukvoorbeeld of de ontwerpweergave.
- Klik op Verzenden naar in het menu Bestand en klik vervolgens op E-mailadres (als bijlage).
- Klik in de lijst Selecteer een indeling van het dialoogvenster Verzenden op de bestandsindeling die u wilt gebruiken.
- Voltooi alle resterende dialoogvensters.
- Wanneer uw e-mailprogramma verschijnt, typt u de berichtdetails en verzendt u het bericht.
Terug naar begin