Kennismaking met tabellen

Tabellen zijn essentiële objecten in een database, omdat ze alle gegevens bevatten. Een database voor een bedrijf kan bijvoorbeeld een tabel Contactpersonen bevatten waarin de namen van leveranciers met e-mailadressen en telefoonnummers zijn opgeslagen. Dit artikel bevat een overzicht van tabellen in Access. Ga voordat u de tabellen maakt zorgvuldig na wat uw wensen zijn en welke tabellen u allemaal nodig hebt. Zie Beginselen van databaseontwerp voor een inleiding tot het plannen en ontwerpen van een database.

In dit artikel


Overzicht

Een relationele database zoals Access bevat doorgaans meerdere gerelateerde tabellen. In een goed ontworpen database worden in elke tabel gegevens opgeslagen over een bepaald onderwerp, zoals werknemers of producten. Een tabel bevat records (rijen) en velden (kolommen). Velden bevatten verschillende gegevenstypen, zoals tekst, getallen, datums en hyperlinks.

Tabel Klanten met de indeling van records en velden

Toelichting 1 Een record
: bevat specifieke gegevens, zoals informatie over een bepaalde werknemer of een bepaald product.
Toelichting 2 Een veld
: bevat gegevens met betrekking tot één aspect van het onderwerp van de tabel, zoals de voornaam of het e-mailadres.
Toelichting 3 Een veldwaarde
: elke record heeft een veldwaarde, bijvoorbeeld Contoso, Ltd. of iemand@example.com.

Tabel- en veldeigenschappen

De kenmerken en de werking van tabellen en velden worden gedefinieerd en beheerd door de eigenschappen. De eigenschappen van een tabel worden ingesteld in het eigenschappenvenster van de tabel. U kunt bijvoorbeeld de eigenschap Standaardweergave van een tabel instellen om op te geven hoe de tabel standaard wordt weergegeven. Met de eigenschap van een veld wordt een aspect van de werking van het veld gedefinieerd. U kunt veldeigenschappen ook instellen in de ontwerpweergave door het deelvenster Veldeigenschappen te gebruiken. Voor elk veld is een gegevenstype ingesteld, waarmee wordt gedefinieerd welk soort gegevens in het veld wordt opgeslagen. Zo is bijvoorbeeld het gegevenstype Meerdere regels tekst of Valuta mogelijk.

Tabelrelaties

Hoewel in elke tabel in een database gegevens over een specifiek onderwerp zijn opgeslagen, bevatten tabellen in een relationele database, zoals Access, gegevens over onderwerpen die aan elkaar verwant zijn. Een database kan bijvoorbeeld het volgende bevatten:

  • Een tabel met de klanten van uw bedrijf en hun adres.
  • Een catalogus met producten die u verkoopt, met prijzen en afbeeldingen van elk product.
  • Een tabel waarin de bestellingen van klanten worden bijgehouden.

U kunt gegevens in verschillende tabellen met elkaar verbinden door relaties te maken. Een relatie is een logische verbinding tussen twee tabellen die een gemeenschappelijk veld hebben.

Sleutels

Velden die deel uitmaken van een tabelrelatie, worden sleutels genoemd. Een sleutel bestaat gewoonlijk uit één veld, maar kan ook bestaan uit meer dan één veld. Er zijn twee soorten sleutels:

  •    Primaire sleutel: een tabel kan slechts één primaire sleutel hebben. Een primaire sleutel bestaat uit een of meer velden waarmee elke record in de tabel uniek wordt aangeduid. In Access wordt automatisch een uniek id-nummer geleverd dat als primaire sleutel dient. Zie De primaire sleutel van een tabel toevoegen of wijzigen voor meer informatie.
  •    Refererende sleutel: een tabel kan een of meer refererende sleutels bevatten. Een refererende sleutel bevat waarden die corresponderen met waarden in de primaire sleutel van een andere tabel. U kunt bijvoorbeeld een tabel Bestellingen gebruiken waarin elke bestelling een klantnummer heeft dat correspondeert met een record in de tabel Klanten. Het veld Klantnummer is een refererende sleutel van de tabel Bestellingen.

Corresponderende waarden in verschillende sleutelvelden vormen de basis van een tabelrelatie. U kunt een tabelrelatie gebruiken om gegevens uit verwante tabellen te combineren. Stel dat u een tabel Klanten en een tabel Bestellingen hebt. In de tabel Klanten wordt de unieke aanduiding van elke record gevormd door het primaire-sleutelveld Klantnummer.

Als u elke bestelling aan een klant wilt koppelen, voegt u aan de tabel Bestellingen een externe-sleutelveld toe dat correspondeert met het veld Klantnummer van de tabel Klanten. Vervolgens maakt u een relatie tussen beide sleutels. Wanneer u een bestelling toevoegt aan de tabel Bestellingen, gebruikt u een waarde voor het klantnummer die afkomstig is uit de tabel Klanten. Telkens wanneer u informatie wilt bekijken over de klant die een bepaalde bestelling heeft geplaatst, gebruikt u de relatie om na te gaan welke gegevens uit de tabel Klanten corresponderen met welke records in de tabel Bestellingen.

Een tabelrelatie die in het venster Relaties wordt weergegeven

Een tabelrelatie die in het venster Relaties wordt weergegeven.
Toelichting 1 Een primaire sleutel kunt u herkennen aan het sleutelpictogram naast de veldnaam.
Toelichting 2 Een externe sleutel: deze heeft geen sleutelpictogram.

Voordelen van het gebruik van relaties

Het biedt de volgende voordelen als u gegevens bewaart in tabellen die met elkaar zijn verbonden:

  • Consistentie    Omdat elk gegevensitem slechts eenmaal wordt vastgelegd in één tabel, is er minder kans op dubbele of inconsistente gegevens. U hoeft bijvoorbeeld de naam van een klant slechts eenmaal op te slaan in de tabel Klanten en dus niet steeds opnieuw te typen (met kans op vergissingen) in een tabel met bestelgegevens.
  • Efficiëntie    Omdat u gegevens op slechts één plaats opslaat, hebt u minder schijfruimte nodig. Bovendien kunt u gewoonlijk sneller gegevens ophalen uit kleinere tabellen (met minder gegevens) dan uit grote tabellen. Tot slot geldt dat er veel null-waarden (afwezigheid van gegevens) en overbodige gegevens in uw tabellen terechtkomen wanneer u geen afzonderlijke tabellen voor afzonderlijke onderwerpen gebruikt. Deze waarden nemen veel schijfruimte in beslag en hebben een nadelige invloed op de prestaties van uw database.
  • Begrijpelijkheid    Het ontwerp van een database is overzichtelijker als de onderwerpen op de juiste manier van elkaar zijn gescheiden in afzonderlijke tabellen.

Terug naar boven Terug naar boven

Een tabel toevoegen in een bureaubladdatabase

Maak een nieuwe tabel als u een nieuwe gegevensbron hebt die niet bij een van de bestaande tabellen hoort. Er zijn diverse mogelijkheden als u een tabel aan uw Access-database wilt toevoegen. U kunt een nieuwe database maken, een tabel in een bestaande database invoegen, een tabel importeren uit een andere gegevensbron of een koppeling maken naar een tabel uit een andere gegevensbron. Deze andere gegevensbron kan bijvoorbeeld een Microsoft Excel-werkmap, een Microsoft Word-document, een tekstbestand, een webservice of een andere database zijn. Wanneer u een nieuwe, lege database maakt, wordt automatisch een nieuwe, lege tabel ingevoegd. U kunt vervolgens gegevens in de tabel invoeren om te beginnen met het definiëren van velden.

Zie het artikel Een veld aan een tabel toevoegen voor meer informatie over het toevoegen van velden aan bureaubladdatabases.

Een nieuwe tabel maken in een nieuwe bureaubladdatabase

  1. Ga naar het tabblad Bestand, klik op Nieuw en selecteer Lege bureaubladdatabase.
  2. Typ in het vak Bestandsnaam een bestandsnaam voor de nieuwe database.
  3. Klik op het mappictogram als u de database op een andere locatie wilt opslaan.
  4. Klik op Maken.

De nieuwe database wordt geopend en er wordt een nieuwe tabel met de naam Tabel1 gemaakt. Wijzig de naam van de tabel op basis van het gegevenstype dat wordt opgeslagen.

Een nieuwe tabel maken in een bestaande database

  1. Klik op Bestand > Openen en klik op de database, als deze wordt vermeld onder Recent. Als de database niet wordt vermeld, kunt u een van de bladeropties kiezen om de gewenste database te zoeken.
  2. Klik onder Maken op Tabel.

Er wordt een nieuwe tabel toegevoegd die in de gegevensbladweergave wordt geopend.

Terug naar boven Terug naar boven

Externe gegevens

U kunt een koppeling tot stand brengen met allerlei externe gegevensbronnen, zoals andere databases, tekstbestanden en Excel-werkmappen. Wanneer u een koppeling tot stand brengt met externe gegevens, kan de koppeling in Access worden gebruikt alsof deze een tabel is. Afhankelijk van de externe gegevensbron en de manier waarop u de koppeling tot stand brengt, kunt u de gegevens in de gekoppelde tabel bewerken en relaties maken waarin de gekoppelde tabel is opgenomen. U kunt echter niet het ontwerp van de externe gegevensbron wijzigen via de koppeling.

Een tabel maken door gegevens te importeren of te koppelen

U kunt een tabel maken door elders opgeslagen gegevens te importeren of een koppeling naar deze gegevens te maken. U kunt gegevens importeren of een koppeling maken naar gegevens in bijvoorbeeld een Excel-werkblad, een Windows SharePoint Services-lijst, een XML-bestand, een andere Access-database, een Microsoft Outlook-map, enzovoort.

Wanneer u gegevens importeert, maakt u een kopie van de gegevens in een nieuwe tabel van de huidige database. Verdere wijzigingen van de brongegevens hebben geen invloed op de geïmporteerde gegevens, en wijzigingen in de geïmporteerde gegevens hebben geen invloed op de brongegevens. Nadat u verbinding hebt gemaakt met een gegevensbron en u de gegevens daaruit hebt geïmporteerd, kunt u de geïmporteerde gegevens gebruiken zonder dat u verbinding hoeft te maken met de bron. U kunt het ontwerp van een geïmporteerde tabel wijzigen.

Wanneer u een koppeling naar gegevens maakt, maakt u een gekoppelde tabel in de huidige database. Deze tabel vertegenwoordigt een livekoppeling naar de bestaande gegevens die op een andere plaats zijn opgeslagen. Wanneer u gegevens in een gekoppelde tabel wijzigt, wijzigt u deze gegevens in de bron. Telkens wanneer gegevens veranderen in de bron, wordt deze wijziging weergegeven in de gekoppelde tabel. Telkens wanneer u een gekoppelde tabel gebruikt, moet u verbinding hebben met de gegevensbron. U kunt het ontwerp van een gekoppelde tabel niet wijzigen.

 Opmerking    U kunt gegevens in een Excel-werkblad niet bewerken via een gekoppelde tabel. U kunt dit probleem omzeilen door de brongegevens in een Access-database te importeren en vervolgens vanuit Excel een koppeling naar deze database te maken. Raadpleeg de Help van Excel voor meer informatie over het koppelen naar Access vanuit Excel.

Een nieuwe tabel maken door externe gegevens te importeren of te koppelen

  1. Klik op het tabblad Externe gegevens in de groep Importeren en koppelen op een van de beschikbare gegevensbronnen.
  2. Volg de aanwijzingen in de dialoogvensters die bij elke stap worden weergegeven.

In Access wordt de nieuwe tabel gemaakt en weergegeven in het navigatiedeelvenster.

 Tip    U kunt ook een SharePoint-lijst importeren of een koppeling naar een dergelijke lijst tot stand brengen. Zie Gegevens van een SharePoint-lijst importeren of koppelen voor meer informatie.

Terug naar boven Terug naar boven

Een SharePoint-site gebruiken om een tabel te maken

U kunt een tabel in de database maken waarin u gegevens importeert uit of een koppeling maakt naar een SharePoint-lijst. U kunt ook een nieuwe SharePoint-lijst maken met een vooraf gedefinieerde sjabloon.

  1. Klik onder Maken op SharePoint-lijsten en ga als volgt te werk:
  1. Klik op Contactpersonen, Taken, Actie-items of Gebeurtenissen.
  2. Typ in het dialoogvenster Nieuwe lijst maken de URL voor de SharePoint-site waar u de lijst wilt maken.
  3. Geef een naam en een beschrijving voor de nieuwe lijst op in de vakken Geef de naam op van de nieuwe lijst en Beschrijving.
  1. Als u de gekoppelde tabel wilt openen nadat deze is gemaakt, schakelt u het selectievakje De lijst openen na voltooiing in (is standaard ingeschakeld).

  1. Klik op Aangepast. Typ in het dialoogvenster Nieuwe lijst maken de URL voor de SharePoint-site waar u de lijst wilt maken.
  1. Typ een naam voor de nieuwe lijst en een beschrijving in de vakken Geef de naam op van de nieuwe lijst en Beschrijving.
  2. Als u de gekoppelde tabel wilt openen nadat deze is gemaakt, schakelt u het selectievakje De lijst openen na voltooiing in (standaard ingeschakeld).

  1. Klik op Bestaande SharePoint-lijst.
  2. Typ in het dialoogvenster Externe gegevens ophalen de URL voor de SharePoint-site met de gegevens die u wilt importeren.
  3. Klik op De brongegevens importeren in een nieuwe tabel in de huidige database en klik vervolgens op Volgende.
  4. Schakel het selectievakje in naast elke SharePoint-lijst die u wilt importeren.

  1. Klik op Bestaande SharePoint-lijst.
  2. Typ in het dialoogvenster Externe gegevens ophalen - SharePoint-site de URL voor de SharePoint-site met de lijst waarnaar u een koppeling wilt maken.
  3. Klik op Koppelen aan de gegevensbron door een gekoppelde tabel te maken en klik op Volgende.
  4. Schakel het selectievakje in naast elke SharePoint-lijst waarnaar u een koppeling wilt maken.

Terug naar boven Terug naar boven

Een tabel maken via een webservice

U kunt in uw database een tabel maken die is verbonden met gegevens op een website die een webservice-interface biedt.

 Opmerking    Webservicetabellen hebben allemaal het kenmerk Alleen-lezen.

  1. Klik op het tabblad Externe gegevens in de groep Importeren en koppelen op Meer en klik vervolgens op Gegevensservices.
  2. Ga naar stap 5 als de gewenste verbinding al tot stand is gebracht. Ga door met de volgende stap als dit niet het geval is.
  3. Klik op Nieuwe verbinding installeren.
  4. Selecteer het gewenste verbindingsbestand en klik op OK.
  5. Vouw in het dialoogvenster Koppeling maken naar gegevensverbinding voor webservices de verbinding uit die u wilt gebruiken.
  6. Selecteer de tabel waarnaar u de koppeling wilt maken. De velden worden rechts in het dialoogvenster weergegeven.
  7. Geef desgewenst in het vak Naam van koppeling opgeven een naam voor de gekoppelde tabel op. Deze naam van de gekoppelde tabel wordt gebruikt in het navigatiedeelvenster.
  8. Klik op OK. De gekoppelde tabel wordt gemaakt.

Terug naar boven Terug naar boven

Tabeleigenschappen instellen in een bureaubladdatabase

U kunt eigenschappen instellen voor een volledige tabel of voor volledige records.

  1. Selecteer de tabel waarvan u de eigenschappen wilt instellen.
  2. Klik op het tabblad Start in de groep Weergaven op Weergave en klik op Ontwerpweergave.
  3. Klik op het tabblad Ontwerp in de groep Weergeven/verbergen op Eigenschappenvenster.

Groep Weergeven/verbergen op het tabblad Ontwerp.

  1. Klik in het eigenschappenvenster op het tabblad Algemeen.
  2. Klik op het vak links van de eigenschap die u wilt instellen en geef vervolgens een instelling voor de eigenschap op. Als u een lijst met tabeleigenschappen wilt weergeven, klikt u op Beschikbare tabeleigenschappen.
  3. Druk op Ctrl+S om de wijzigingen op te slaan.
Met deze tabeleigenschap Kunt u dit doen
Weergaven weergeven op SharePoint-site

Opgeven of weergaven op basis van de tabel kunnen worden weergegeven op een SharePoint-site.

 Opmerking   De effecten van deze instelling zijn afhankelijk van de instelling van de database-eigenschap Alle weergaven weergeven op SharePoint-site.

Raadpleeg de sectie Zie ook voor meer informatie.

Uitgevouwen subgegevensblad Alle subgegevensbladen uitvouwen wanneer u de tabel opent
Hoogte subgegevensblad

Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Wijzig de huidige instelling 0 niet als u het venster van het subgegevensblad wilt uitvouwen zodat alle rijen worden weergegeven.
  • Voer de gewenste waarde in als u de hoogte van het subgegevensblad zelf wilt bepalen.
Richting De weergaverichting instellen voor een taal die van links naar rechts of van rechts naar links wordt gelezen.
Beschrijving Een beschrijving geven van de tabel. De beschrijving wordt in de scherminfo voor de tabel weergegeven.
Standaardweergave Gegevensblad, Draaitabel of Draaigrafiekinstellen als standaardweergave wanneer u de tabel opent.
Validatieregel Een expressie invoeren die steeds waar moet zijn wanneer u een record toevoegt of wijzigt.
Validatietekst Een bericht invoeren dat wordt weergegeven wanneer de expressie voor de eigenschap Validatieregel niet waar is omdat er een record is toegevoegd of gewijzigd.
Filteren Criteria definiëren die alleen overeenkomstige rijen weergeven in de gegevensbladweergave.
Sorteren op Een of meer velden selecteren die de standaardsorteervolgorde voor rijen in de gegevensbladweergave bepalen.
Naam subgegevensblad Opgeven of er een subgegevensblad moet worden weergegeven in de gegevensbladweergave en zo ja, welke tabel of query de rijen voor het subgegevensblad moet leveren.
Subvelden koppelen De velden in de tabel of query weergeven die worden gebruikt voor het subgegevensblad en overeenkomen met de eigenschap Hoofdvelden koppelen die voor de tabel is opgegeven.
Hoofdvelden koppelen De velden in de tabel weergeven die overeenkomen met de eigenschap Subvelden koppelen die voor de tabel is opgegeven.
Filteren bij laden Automatisch de filtercriteria van de eigenschap Filteren toepassen (door deze op Ja in te stellen) wanneer de tabel in de gegevensbladweergave wordt geopend.
Sorteren op bij laden Automatisch de sorteercriteria van de eigenschap Sorteren op toepassen (door deze op Ja in te stellen) wanneer de tabel in de gegevensbladweergave wordt geopend.

 Tip   Als u meer ruimte wilt om een instelling in het eigenschappenvak in te voeren of te bewerken, drukt u op Shift+F2 om het vak In- en uitzoomen weer te geven. Als u de eigenschap Validatieregel op een expressie instelt en hulp nodig hebt bij het opbouwen daarvan, klikt u op Knopafbeelding naast het vak van de eigenschap Validatieregel om de opbouwfunctie voor expressies weer te geven.

Terug naar boven Terug naar boven

Een veld aan een tabel in een bureaubladdatabase toevoegen

U kunt elk gegevensitem dat u wilt bijhouden, in een veld opslaan. In een tabel met contactpersonen kunt u bijvoorbeeld velden maken voor Achternaam, Voornaam, Telefoonnummer en Adres. In een tabel met producten kunt u velden maken voor Productnaam, Product-id en Prijs.

Probeer voordat u velden maakt om de gegevens op te splitsen in zo klein mogelijke fragmenten met nuttige informatie. Het is veel gemakkelijker om gegevens naderhand te combineren dan deze later alsnog op te splitsen. U kunt bijvoorbeeld in plaats van een veld met de volledige namen van personen beter afzonderlijke velden voor de voor- en achternaam maken. U kunt dan gemakkelijk zoeken of sorteren op voornaam en/of achternaam. Als u van plan bent een gegevensitem te gebruiken om een rapport te maken, gegevens te sorteren of te zoeken of berekeningen uit te voeren, moet u voor dit item een afzonderlijk veld maken. Volg de koppelingen in de sectie Zie ook voor meer informatie over het ontwerpen van een database en het maken van velden.

Nadat u een veld hebt gemaakt, kunt u ook veldeigenschappen instellen om het uiterlijk en gedrag van het veld te bepalen.

U kunt in Access een nieuw veld maken door gegevens in te voeren in een nieuwe kolom van de gegevensbladweergave. Wanneer u een veld maakt door gegevens in te voeren in de gegevensbladweergave, wordt automatisch een gegevenstype toegewezen aan het veld op basis van de ingevoerde waarde. Als er geen ander gegevenstype wordt geïmpliceerd door uw invoer, wordt dit in Access ingesteld op Tekst. U kunt het gegevenstype zo nodig wijzigen.

Een veld toevoegen door gegevens in te voeren

Wanneer u een nieuwe tabel maakt of een bestaande tabel opent in de gegevensbladweergave, kunt u een veld aan de tabel toevoegen door gegevens in de kolom Nieuw veld toevoegen van het gegevensblad toe te voegen.

Gegevensblad met kolom Nieuw veld toevoegen

Toelichting 1 Voer in de lege kolom Nieuw veld toevoegen gegevens in.

Ga als volgt te werk om een nieuw veld toe te voegen:

  1. Maak of open een tabel in de gegevensbladweergave.
  2. Voer in de kolom Nieuw veld toevoegen de naam in van het veld dat u wilt maken. Gebruik een beschrijvende naam zodat het veld gemakkelijker te herkennen is.
  3. Voer in het nieuwe veld gegevens in.

Terug naar boven Terug naar boven

De eigenschappen van een veld instellen

Nadat u een veld hebt gemaakt, kunt u de veldeigenschappen instellen om het uiterlijk en gedrag van het veld te bepalen.

Met eigenschappen kunt u bijvoorbeeld het volgende doen:

  • Bepalen hoe de gegevens in een veld eruitzien
  • Zoveel mogelijk voorkomen dat er onjuiste gegevens in een veld worden ingevoerd
  • Standaardwaarden opgeven voor een veld
  • Zoek- en sorteerbewerkingen op basis van een veld versnellen

U kunt enkele van de beschikbare veldeigenschappen instellen terwijl u werkt in de gegevensbladweergave. Als u echter alle veldeigenschappen wilt bekijken en instellen, moet u de ontwerpweergave gebruiken.

Eigenschappen instellen in de gegevensbladweergave

Terwijl u werkt in de gegevensbladweergave, kunt u de naam, het gegevenstype, de eigenschap Notatie en enkele andere eigenschappen van een veld wijzigen.

  • Een tabel openen in de gegevensbladweergave:    klik in het navigatiedeelvenster met de rechtermuisknop op de tabel en kies Gegevensbladweergave in het snelmenu.
  • De naam van een veld wijzigen:    wanneer u een veld toevoegt door in de gegevensbladweergave gegevens in te voeren, wordt er automatisch een algemene naam aan het veld toegewezen. De naam Veld1 wordt toegewezen aan het eerste nieuwe veld, Veld2 aan het tweede nieuwe veld, enzovoort. Overal waar het veld wordt weergegeven, wordt de naam van het veld standaard als label gebruikt, bijvoorbeeld als kolomkop op een gegevensblad. U kunt de veldnamen wijzigen en een meer beschrijvende naam toewijzen aan de velden zodat deze gemakkelijker te gebruiken zijn wanneer u records bekijkt of bewerkt.
  1. Klik met de rechtermuisknop op de koptekst van het veld waaraan u een nieuwe naam wilt toewijzen (bijvoorbeeld Veld1).
  2. Klik in het snelmenu op Kolomnaam wijzigen.
  3. Voer in de veldkop de nieuwe naam in.

Veldnamen kunnen bestaan uit maximaal 64 tekens (letters of cijfers) inclusief spaties.

Het gegevenstype van een veld wijzigen

Wanneer u een veld maakt door gegevens in de gegevensbladweergave in te voeren, worden deze gegevens onderzocht om vast te stellen wat het meest geschikte gegevenstype voor het veld is. Als u bijvoorbeeld 1-1-2006 invoert, worden deze gegevens herkend als datum en wordt het gegevenstype voor het veld ingesteld op Datum/tijd. Als het gegevenstype niet met zekerheid kan worden vastgesteld, wordt het gegevenstype standaard ingesteld op Tekst.

Het gegevenstype van het veld bepaalt welke andere veldeigenschappen u kunt instellen. U kunt bijvoorbeeld de eigenschap Alleen toevoegen alleen instellen voor een veld met het gegevenstype Hyperlink of Memo.

In bepaalde gevallen kan het nodig zijn om een gegevenstype van een veld handmatig te wijzigen. Stel dat u kamernummers gebruikt die lijken op datums, zoals 10-2001. Als u 10-2001 in een nieuw veld in de gegevensbladweergave invoert, wordt automatisch het gegevenstype Datum/tijd voor het veld geselecteerd. Omdat kamernummers labels zijn en geen datums, moeten ze het gegevenstype Tekst krijgen. Ga als volgt te werk als u het gegevenstype van een veld wilt wijzigen:

  1. Klik op het tabblad Gegevenblad .
  2. Selecteer in de lijst Gegevenstype in de groep Gegevenstype en -notatie het gewenste gegevenstype.

Afbeelding van het lint in Access

De notatie van een veld wijzigen

Niet alleen het gegevenstype van een nieuw veld wordt automatisch bepaald, maar ook de eigenschap Notatie voor het veld wordt mogelijk automatisch ingesteld, afhankelijk van de ingevoerde gegevens. Als u bijvoorbeeld 10:50 invoert, wordt het gegevenstype op Datum/tijd en de eigenschap Notatie op Korte tijdnotatie ingesteld. Ga als volgt te werk als u handmatig de eigenschap Notatie van een veld wilt wijzigen:

  1. Klik op het lint op het tabblad Gegevensblad.
  2. Voer in de lijst Notatie in de groep Gegevenstype en -notatie de gewenste notatie in.

 Opmerking    De lijst Notatie is mogelijk niet beschikbaar voor bepaalde velden (bijvoorbeeld voor tekstvelden), afhankelijk van het gegevenstype van het veld.

Overige veldeigenschappen instellen

  1. Klik in de gegevensbladweergave op het veld waarvoor u de eigenschap wilt instellen.
  2. Selecteer op het tabblad Gegevensblad in de groep Gegevenstype en -notatie de gewenste eigenschappen.

Afbeelding van het lint in Access

Terug naar boven Terug naar boven

Veldeigenschappen instellen

U kunt een veldeigenschap instellen door de tabel te openen in de ontwerpweergave.

  • Een tabel openen in de ontwerpweergave   : klik in het navigatiedeelvenster met de rechtermuisknop op de tabel en kies Ontwerpweergave in het snelmenu.
  • Het gegevenstype van een veld wijzigen   : zoek de naam van het veld waarvoor u het gegevenstype wilt instellen, klik op het veld Gegevenstype en kies vervolgens een gegevenstype in de lijst.
  • Overige veldeigenschappen instellen   : selecteer in het tabelontwerpraster het veld waarvoor u eigenschappen wilt instellen. Voer in het deelvenster Veldeigenschappen de gewenste instellingen voor elke eigenschap in. Druk op Ctrl+S om uw wijzigingen op te slaan.

 Opmerking    Welke eigenschappen u kunt instellen, is afhankelijk van het gegevenstype van het veld.

Terug naar boven Terug naar boven

Tabellen in Access-apps

De Access-client bevat ontwerpfuncties voor het maken en wijzigen van tabellen die op SQL Server worden opgeslagen. De gegevens die Access nodig heeft voor het maken en onderhouden van een tabel en eigenschappen, zoals invoermaskers, opzoekgegevens en opmaak, worden opgeslagen in een systeemtabel (Access.ColumnProperties) in de gebruikersdatabase. Zie Een Access-app maken voor meer informatie.

Terug naar boven Terug naar boven

 
 
Van toepassing op:
Access 2013