Een weergave aanpassen met een gebruikersinterfacemacro

Met interfacemacro's kunt u verschillende acties uitvoeren. Met deze macro's kunt u bijvoorbeeld een andere weergave openen, een filter toepassen of een nieuwe record maken. Er zijn twee soorten interfacemacro's: ingesloten UI-macro's, die rechtstreeks zijn gekoppeld aan gebruikersinterfaceobjecten zoals opdrachtknoppen, keuzelijsten met invoervakken, of het actiebalkknopobject, en zelfstandige UI-macro's, die zijn opgenomen in macro-objecten.

U kunt zelfstandige UI-macro's hergebruiken door ze vanuit andere macro's aan te roepen, zodat u dezelfde code niet op meerdere plaatsen hoeft op te nemen. De zelfstandige UI-macro's worden in het navigatiedeelvenster weergegeven onder Macro's, maar u kunt de macro's niet rechtstreeks uitvoeren vanaf die plaats. Gebruik de actie MacroStarten om een zelfstandige UI-macro uit te voeren vanuit een ingesloten UI-macro.

Ingesloten UI-macro's maken

Ingesloten UI-macro's worden uitgevoerd wanneer specifieke gebeurtenissen plaatsvinden in een weergave, bijvoorbeeld als er op een knop wordt geklikt, een item wordt geselecteerd in een keuzelijst met invoervak of een weergave wordt geladen. De macro' s worden onderdeel van de weergave of het besturingselement waarin ze zijn ingesloten.

U kunt aan de volgende gebeurtenissen een UI-macro koppelen in een besturingselement of weergave:

Gebeurtenistype Situatie
Na bijwerken Deze gebeurtenis vindt plaats nadat u gegevens in een besturingselement hebt getypt of een item hebt geselecteerd in een lijstbesturingselement.
Bij klikken Deze gebeurtenis vindt plaats wanneer een besturingselement wordt geselecteerd.
Bij aanwijzen Deze gebeurtenis vindt plaats wanneer de gebruiker naar een andere record in de weergave gaat.
Bij laden Deze gebeurtenis vindt plaats wanneer een weergave wordt geopend.

Elk besturingselement ondersteunt de volgende gebeurtenissen:

Besturingselement- of objecttype Ondersteunde gebeurtenissen
Actiebalkknop Bij klikken
AutoAanvullen Na bijwerken, Bij klikken
Knop Bij klikken
Selectievakje Na bijwerken
Keuzelijst met invoervak Na bijwerken
Hyperlink Na bijwerken, Bij klikken
Afbeelding Bij klikken
Label Bij klikken
Meerregelig tekstvak Na bijwerken, Bij klikken
Tekstvak Na bijwerken, Bij klikken
Weergave Bij aanwijzen, Bij laden

Ga als volgt te werk om een ingesloten UI-macro te maken:

  1. Selecteer het besturingselement waarin u de macro wilt insluiten.
  2. Klik op de knop Acties. Het dialoogvenster Acties voor de aangepaste actie wordt geopend.

De knop Acties voor een opdrachtknop in een weergave.

  1. Klik op de gebeurtenis waaraan u de macro wilt koppelen.
    Er wordt een lege macro in de macro-ontwerpweergave weergegeven. U kunt nu acties toevoegen.

Zelfstandige UI-macro's maken

  1. Klik op Start > Geavanceerd > Macro.

Er wordt een lege macro in de macro-ontwerpweergave weergegeven. U kunt nu acties toevoegen.

  1. Klik op Opslaan. Typ de macronaam in het vak Macronaam en klik op OK.

Tips voor het maken van een UI-macro

De volgende tips kunnen het proces vereenvoudigen.

  • Gebruik de notatie [Tabelnaam].[Veldnaam] om naar een veld te verwijzen in een macro. Gebruik bijvoorbeeld [Taken].[Einddatum] om te verwijzen naar het veld Einddatum en gebruik [Taken].[Status] om te verwijzen naar het veld Status.
  • Noteer voordat u een ingesloten UI-macro gaat maken, de namen van de tabellen, velden en besturingselementen die u wilt gebruiken. Tijdens het maken van de macro kunt u namelijk niet meer naar andere tabbladen gaan.
  • Sla uw werk regelmatig op.
 
 
Van toepassing op:
Access 2013