Een Access-database maken om op het web te delen

U kunt Access 2010 en Access Services, een nieuw onderdeel van SharePoint, gebruiken om webdatabasetoepassingen te maken. Zo kunt u:

  • De toegang tot uw gegevens beveiligen en beheren
  • Gegevens in uw gehele organisatie of via internet delen

     Opmerking    Voor gebruik van een webdatabase is een gebruikersaccount nodig. Anonieme toegang wordt niet ondersteund.

  • Databasetoepassingen maken waarvoor het gebruik van Access niet nodig is

Dit artikel bevat een overzicht van het ontwerpen van Access-webdatabases. Zie de artikelen Een nieuwe bureaubladdatabase maken en Beginselen van databaseontwerp voor een introductie van het ontwerpen van bureaubladdatabases.

In dit artikel


Overzicht

Access 2010 en Access Services, een optioneel onderdeel van SharePoint, bieden een platform waarmee u databases kunt maken die u op internet gebruikt. U ontwerpt en publiceert een webdatabase door Access 2010 en SharePoint te gebruiken, waarna de webdatabase in een webbrowser kan worden gebruikt door anderen die beschikken over een SharePoint-account.

Hoe het werkt

Wanneer u een webdatabase publiceert, wordt in Access Services een SharePoint-site gemaakt die de database bevat. Alle databaseobjecten en gegevens worden naar SharePoint-lijsten in die site verplaatst. Dit proces wordt in de volgende video getoond.

Nadat u de database hebt gepubliceerd, kunnen SharePoint-bezoekers de database gebruiken op basis van hun machtigingen voor de SharePoint-site.

  • Volledig beheer    Hiermee kunt u wijzigingen aan de gegevens en het ontwerp aanbrengen.
  • Bijdragen    Hiermee kunt u wel wijzigingen aan de gegevens maar niet aan het ontwerp aanbrengen.
  • Lezen    Hiermee kunt u gegevens lezen, maar kunt u geen wijzigingen aanbrengen.

U kunt de webdatabase in Access openen, het ontwerp wijzigen en vervolgens uw wijzigingen synchroniseren door deze op de SharePoint-site op te slaan. In de volgende video wordt getoond hoe u het ontwerp wijzigt nadat u de webdatabase hebt gepubliceerd.

U kunt de webdatabase ook offline nemen, werken met de offlineversie en de wijzigingen in gegevens en ontwerp synchroniseren wanneer u weer online bent.

 Opmerking   Als u een webdatabase wilt maken, hebt u de machtigingen van Volledig beheer nodig op de SharePoint-site waar u de database wilt publiceren. Zie de sectie Zie ook voor meer informatie over SharePoint-machtigingen.

Formulieren en rapporten worden uitgevoerd in de browser

Formulieren, rapporten en de meeste macro's worden in de browser uitgevoerd. Hierdoor kunnen gegevens in Access op het scherm worden vernieuwd zonder dat de hele pagina opnieuw hoeft worden opgebouwd.

U kunt een formulier maken om gebruikers te helpen in uw toepassing te navigeren. Met het nieuwe besturingselement voor navigatie kunt u voor dit doel gemakkelijk standaardnavigatieknoppen met het gebruikelijke uiterlijk van webknoppen aan een formulier toevoegen.

 Opmerking   Het navigatiedeelvenster (de functie die u in Access gebruikt om door de objecten in een database te bladeren) is niet beschikbaar in een webbrowser.

Gegevens worden opgeslagen in SharePoint-lijsten

Al uw tabellen worden SharePoint-lijsten en records worden lijstitems. Hierdoor kunt u SharePoint-machtigingen gebruiken om de toegang tot uw webdatabase te beheren en om te profiteren van andere SharePoint-mogelijkheden.

Beveiliging   De verbindingsreeks voor gekoppelde tabellen wordt niet versleuteld. Dit geldt ook voor de gebruikersnaam en het wachtwoord als die gegevens zijn opgeslagen (en als het doel van de koppeling gebruikersaccounts ondersteunt). In een database met een koppeling naar een SharePoint-lijst waarbij de koppeling de gebruikersnaam en het wachtwoord omvat, kan een kwaadwillende gebruiker de doellijst van de koppeling wijzigen met behulp van de opgeslagen referenties. Zelfs als de referenties niet zijn opgeslagen bij de verbindingsreeks, kan een kwaadwillende gebruiker machtigingen voor de SharePoint-site wijzigen met hulp van een medeplichtige die over voldoende machtigingen beschikt. Wees daarom voorzichtig met het delen van exemplaren van een database die koppelingen naar lijsten in een gepubliceerde webdatabase bevat.

Query's en gegevensmacro's worden uitgevoerd op de server

Alle SQL-bewerkingen worden op de server uitgevoerd. Dit helpt de netwerkprestaties te verbeteren doordat het gegevensverkeer wordt beperkt tot de resultaatsets.

Intranet of internet

U kunt publiceren naar de SharePoint-server van uw eigen intranet of naar internet. Microsoft biedt een internetgerichte, gehoste SharePoint-oplossing.

Terug naar boven Terug naar boven

Een webdatabase maken

In deze sectie worden de belangrijkste nieuwe functies besproken en worden de stappen beschreven voor de basisontwerptaken die u moet uitvoeren om een webdatabase te maken.

In deze sectie


Voordat u begint

Er zijn enkele taken die u moet uitvoeren voordat u met het ontwerp van uw webdatabase begint. Hierbij moet u in gedachten houden dat het ontwerpen van webdatabases op enkele punten afwijkt van het ontwerpen van bureaubladdatabases. Vooral als ervaren Access-ontwikkelaar moet u hier rekening mee houden.

  • Het doel van uw database bepalen    Zorg voor een goed plan zodat u de juiste beslissingen neemt ten aanzien van de details van het ontwerp.
  • De vereiste gegevens zoeken en organiseren    U kunt geen gekoppelde tabellen in een webdatabase gebruiken. Alle gegevens die u wilt gebruiken maar die niet uit de database afkomstig zijn, moeten worden geïmporteerd voordat u ze publiceert. Als u over de gegevens beschikt op het moment dat u met het ontwerp begint, vermijdt u dat u het ontwerp in een later stadium moet aanpassen om onverwachte problemen met de gegevens op te lossen.
  • Bepalen naar welke SharePoint-site u wilt publiceren    Zonder SharePoint kunt u in het geheel niet publiceren. Als u het ontwerp in een browser wilt testen voordat u het ontwerp helemaal hebt afgerond (wat geen slecht idee is), moet u het eerst publiceren.
  • De beveiliging plannen    U kunt gebruikmaken van SharePoint-beveiliging om de toegang tot uw webdatabase te beheren. Plan de beveiliging in een vroeg stadium zodat u deze in het ontwerp kunt opnemen.

Ontwerpverschillen tussen bureaublad- en webdatabases

Sommige databasefuncties die u in een bureaubladdatabase kunt gebruiken, zijn niet beschikbaar bij Access Services. Er zijn echter nieuwe functies die veel van dezelfde scenario's ondersteunen als deze bureaubladfuncties.

De volgende tabel bevat de functies die alleen voor bureaubladdatabases beschikbaar zijn, en de bijbehorende nieuwe functies die hetzelfde scenario ondersteunen.

Scenario Functie in alleen bureaubladdatabases Nieuwe functie
Databaseobjecten ontwerpen Ontwerpweergave Verbeterde gegevensbladweergave; indelingsweergave
Samengevatte gegevens, zoals totalen, gemiddelden en groepen, bekijken Groepsfuncties Gegevensmacro's; groepsfuncties in rapporten
Programmeringsgebeurtenissen VBA Macro's en gegevensmacro's; nieuwe manier van macro-ontwerp met IntelliSense
Navigeren naar een databaseobject Navigatiedeelvenster; schakelborden Navigatiebesturingselement of ander formulierelement

 Belangrijk   U kunt een groot aantal clientobjecten in een webdatabase maken, maar u kunt ze niet in een browser gebruiken. Ze maken echter wel deel uit van de webdatabase en ze kunnen op het bureaublad worden gebruikt in Access 2010. Anderen kunnen de webdatabase openen in Access en vervolgens de clientobjecten gebruiken. Dit is een efficiënte manier om een database te delen en het biedt tevens nieuwe mogelijkheden om samen op het web te werken. Gelijktijdige bewerkingen worden door SharePoint op de juiste wijze afgehandeld.

Functies van bureaubladdatabases die niet bestaan bij Access Services-databases

 Opmerking   De volgende lijst is niet exclusief.

  • Samenvoegquery's
  • Kruistabelquery's
  • Overlappende besturingselementen op formulieren
  • Tabelrelaties
  • Voorwaardelijke opmaak
  • Verschillende macroacties en expressies

Het gebruik van een sjabloon overwegen

Nadat u hebt bepaald wat de toepassing moet doen, gaat u na of het handig is een databasesjabloon te gebruiken. Databasesjablonen zijn vooraf ontwikkelde toepassingen die u ongewijzigd kunt gebruiken, of die u kunt aanpassen aan uw eigen behoeften.

U ziet de beschikbare sjablonen op het tabblad Nieuw in de Backstage-weergave. Voor meer informatie over de sjablonen van Access 2010 wordt u verwezen naar het artikel Een Access-sjabloon selecteren en gebruiken.

Aan de slag met een lege webdatabase

  • Klik op het tabblad Bestand op Nieuw.

Het tabblad Nieuw in de Backstage-weergave

Met het tabblad Bestand wordt de Backstage-weergave geopend. Dit is een nieuw onderdeel van de Access-interface waar u opdrachten vindt die van toepassing zijn voor de gehele database, zoals Publiceren naar SharePoint.

Het tabblad Nieuw in de Backstage-weergave bevat opdrachten waarmee u databases kunt maken.

De functies van het tabblad Nieuw in de Backstage-weergave

Toelichting 1 Klik onder Beschikbare sjablonen op Lege webdatabase.
Toelichting 2 Bekijk de voorgestelde bestandsnaam in het vak Bestandsnaam en het pad voor het databasebestand dat eronder wordt weergegeven. U kunt de bestandsnaam wijzigen door in het vak Bestandsnaam te typen.
Toelichting 3 Als u het pad wilt wijzigen, klikt u op het mappictogram naast het vak Bestandsnaam om naar een locatie te bladeren waar de database moet worden opgeslagen.
Toelichting 4 Klik op Maken. De nieuwe webdatabase wordt geopend en er wordt een nieuwe lege tabel weergegeven.

Een webtabel ontwerpen

 Opmerking   U gebruikt de gegevensbladweergave om een webtabel te ontwerpen.

Wanneer u voor de eerste keer een lege webdatabase maakt, wordt in Access een nieuwe tabel gemaakt en wordt deze in de gegevensbladweergave geopend. U kunt de opdrachten op het tabblad Velden en het tabblad Tabel gebruiken om velden, indexen, validatieregels en gegevensmacro's (een nieuwe functie voor het wijzigen van gegevens op basis van gebeurtenissen) toe te voegen.

Nadat u de nieuwe tabel hebt bewerkt en gebruikt, wilt u waarschijnlijk meer tabellen maken.

Een nieuwe webtabel maken

Ga als volgt te werk terwijl de webdatabase is geopend:

  • Klik op het tabblad Maken in de groep Tabellen op Tabel.

Wanneer u voor de eerste keer een tabel maakt, heeft de tabel één veld: een id-veld met AutoNummering (gegevenstype AutoNumber: in een Microsoft Access-database is dit een veldgegevenstype waarmee automatisch een uniek getal wordt opgeslagen voor elke record die wordt toegevoegd aan een tabel. Er kunnen drie verschillende nummeringen worden gegenereerd: opeenvolgend, willekeurig en replicatie-id.). U kunt nieuwe velden toevoegen om de items met gegevens toe te voegen die voor het tabelonderwerp nodig zijn. U kunt bijvoorbeeld een veld toevoegen waarmee de datum wordt opgeslagen waarop u iets begint bij te houden.

Een veld uit de veldengalerie toevoegen

U kunt een veld kiezen uit diverse vooraf opgemaakte velden in de veldengalerie en dit aan de tabel toevoegen.

  • Klik op het tabblad Velden in de groep Toevoegen en verwijderen op het gewenste type veld.

Een veld toevoegen door op het gegevensblad te klikken

  1. Terwijl de tabel geopend is, klikt u op Klik om toe te voegen en selecteert u vervolgens een veldtype.
  2. Geef het veld een naam waarmee de inhoud wordt weerspiegeld.

 Tip   Als u de naam van een bestaand veld wilt wijzigen, dubbelklikt u op de veldnaam.

  1. Herhaal de procedure voor elk veld dat u wilt maken.

Veldeigenschappen wijzigen

Met de opmaak en eigenschappen wordt de werking van een veld bepaald (bijvoorbeeld welk soort gegevens kan worden opgeslagen in het veld). U kunt deze instellingen wijzigen, zodat het veld werkt op de manier die bij uw behoeften past.

  1. Selecteer het veld dat de opmaak en eigenschappen heeft die u wilt wijzigen.
  2. Klik op het tabblad Velden op het lint.
  3. Gebruik de opdrachten in de groepen Opmaak en Eigenschappen om de instellingen te wijzigen.

Een berekend veld toevoegen

U kunt een veld toevoegen waarin een waarde wordt weergegeven die wordt berekend aan de hand van andere gegevens in dezelfde tabel. Gegevens van andere tabellen kunnen niet als bron voor de berekende gegevens worden gebruikt. Sommige expressies worden niet ondersteund door berekende velden.

  1. Terwijl de tabel geopend is, klikt u op Klik om toe te voegen.
  2. Wijs Berekend veld aan en klik op het gewenste gegevenstype voor het veld.

De opbouwfunctie voor expressies wordt geopend.

  1. Gebruik de opbouwfunctie voor expressies om de berekening voor het veld te maken. U kunt hierbij dus alleen andere velden uit dezelfde tabel als gegevensbron voor de berekening gebruiken. Zie het artikel De opbouwfunctie voor expressies gebruiken voor informatie over de opbouwfunctie voor expressies.

Regels voor gegevensvalidatie instellen

U kunt een expressie gebruiken om invoer voor de meeste velden te valideren. U kunt ook een expressie gebruiken om invoer voor een tabel te valideren, wat handig kan zijn als u invoer wilt valideren voor een veld waarvoor validatie niet wordt ondersteund of als u veldinvoer wilt valideren op basis van de waarde van andere velden in de tabel. Zie het artikel Invoer van gegevens beperken met een validatieregel voor meer informatie over validatie.

U kunt ook het bericht opgeven dat moet worden weergegeven wanneer een validatieregel bepaalde invoer niet toestaat. Dit wordt een validatiebericht genoemd.

Een validatieregel voor velden en een bericht instellen

  1. Selecteer het veld waaraan u een validatieregel wilt toevoegen.
  2. Klik op het tabblad Velden op het lint.
  3. Klik in de groep Validatie van veld op Validatie en klik vervolgens op Validatieregel voor veld.

De opbouwfunctie voor expressies wordt geopend.

  1. Gebruik de opbouwfunctie voor expressies om de validatieregel te maken. Zie het artikel De opbouwfunctie voor expressies gebruiken voor informatie over de opbouwfunctie voor expressies.
  2. Klik in de groep Validatie van veld op Validatie en klik vervolgens op Validatiebericht voor veld.
  3. Typ het bericht dat moet worden weergegeven als invoergegevens niet geldig zijn, en klik op OK.

Een validatieregel voor records en een bericht instellen

U kunt een validatieregel voor records gebruiken om dubbele records te voorkomen of om te vereisen dat een bepaalde combinatie van feiten over de record waar is, zoals [Begindatum] is groter dan 1 januari 2010 en minder dan [Einddatum].

  1. Open de tabel waaraan u een validatieregel wilt toevoegen.
  2. Klik op het tabblad Velden op het lint.
  3. Klik in de groep Validatie van veld op Validatie en klik vervolgens op Validatieregel voor record.

De opbouwfunctie voor expressies wordt geopend.

  1. Gebruik de opbouwfunctie voor expressies om de validatieregel te maken. Zie het artikel De opbouwfunctie voor expressies gebruiken voor informatie over de opbouwfunctie voor expressies.
  2. Klik in de groep Validatie van veld op Validatie en klik vervolgens op Validatiebericht voor record.
  3. Typ het bericht dat moet worden weergegeven als invoergegevens niet geldig zijn, en klik op OK.

Een relatie tussen twee webtabellen maken

Als u een relatie in een webdatabase wilt maken, gebruikt u de wizard Opzoeken om een opzoekveld te maken. Het opzoekveld wordt geplaatst in de tabel die zich bevindt aan de veel-kant van de relatie, en verwijst naar de tabel die zich bevindt aan de één-kant van de relatie.

Een opzoekveld in de gegevensbladweergave maken

  1. Open de gewenste tabel aan de veel-kant van de relatie.
  2. Klik op de pijl naast Klik om toe te voegen en klik vervolgens op Opzoeken en relatie.
  3. Volg de stappen van de wizard Opzoeken om het opzoekveld te maken.

Een opzoekveld in de gegevensbladweergave wijzigen

  1. Open de tabel met het opzoekveld dat u wilt wijzigen.
  2. Ga op een van de volgende manieren te werk:
    • Klik op het tabblad Velden in de groep Eigenschappen op Zoekacties wijzigen.
    • Klik met de rechtermuisknop op het opzoekveld en klik op Zoekacties wijzigen.
  3. Volg de stappen van de wizard Opzoeken.

Gegevensintegriteit behouden door gegevensmacro's te gebruiken

U kunt trapsgewijze updates en verwijderingen implementeren door gegevensmacro's te gebruiken. U kunt opdrachten op het tabblad Tabel gebruiken om ingesloten macro's te maken waarmee gegevens worden gewijzigd. In de volgende video ziet u de basisbeginselen.

Zie het artikel Een gegevensmacro maken voor meer informatie over het maken van gegevensmacro's.

Een webquery maken

U kunt een query als gegevensbron voor formulieren en rapporten maken. Query's worden uitgevoerd op de server, waardoor het netwerkverkeer wordt beperkt.

Stel bijvoorbeeld dat u een webdatabase gebruikt om bijdragen aan goede doelen bij te houden. U wilt zien wie geld heeft gegeven terwijl er een gebeurtenis plaatsvond. U kunt een query gebruiken om de gegevens te selecteren en deze voor te bereiden om in formulieren en rapporten te gebruiken.

 Opmerking   Bij deze procedure wordt de sjabloon voor liefdadigheidsbijdragen als voorbeeld gebruikt. Volg deze sjabloon bij de aanmaak van een nieuwe database.

  1. Klik op het tabblad Maken in de groep Query's op Query.
  2. Dubbelklik in het dialoogvenster Tabel weergeven op elke tabel die u wilt opnemen, en klik vervolgens op Sluiten.

Dubbelklik in dit voorbeeld op Betrokkenen, Donaties, Gebeurtenissen en GebeurtenisDeelnemers.

  1. Maak alle vereiste joins door velden in het queryontwerpvenster van het ene naar het andere object te slepen.

Sleep in dit voorbeeld het veld Id van Betrokkenen naar het veld IdDonor in Donaties en sleep vervolgens het veld IdDonor van Donaties naar het veld IdBetrokkene in GebeurtenisDeelnemers.

  1. Voeg de velden toe die u wilt gebruiken. U kunt de velden naar het raster slepen of u kunt op een veld dubbelklikken om het toe te voegen.

Voeg in dit voorbeeld Gebeurtenis van de tabel Gebeurtenissen, DatumDonatie van de tabel Donaties, en Begroeting, Voornaam en Achternaam van de tabel Betrokkenen toe.

  1. Voeg eventuele criteria toe die u wilt toepassen.

In dit voorbeeld wilt u DatumDonatie zo beperken dat deze valt tussen de begin- en einddatum van de gebeurtenis. Typ in het queryontwerpraster in de rij Criteria onder DatumDonatie de tekst >=[Begindatum] And <=[Einddatum].

Een webformulier maken

Formulieren zijn de belangrijkste manier om gegevens in uw webdatabase in te voeren en te bewerken. Ook zijn formulieren handig voor het bekijken van gegevens. Formulieren worden uitgevoerd in de browser, waardoor de prestaties worden geoptimaliseerd. Wanneer u een formulier opent, worden in de browser de benodigde gegevens van de SharePoint-server opgehaald. U kunt de gegevens in het formulier filteren en sorteren zonder dat gegevens opnieuw van de server hoeven worden opgehaald.

 Tip   Beperk voor de beste prestaties het aantal records dat wordt opgehaald door uw belangrijkste formulieren en rapporten.

  1. Selecteer de tabel of query die u als gegevensbron wilt gebruiken.

 Opmerking   Als u een niet-afhankelijk formulier wilt maken, slaat u deze stap over.

  1. Klik op het tabblad Maken in de groep Formulieren op een van de volgende knoppen:
    • Formulier    Maak een eenvoudig formulier waarin één record tegelijk wordt weergegeven, met behulp van het object dat u als gegevensbron hebt geselecteerd.

 Opmerking   Als u een niet-afhankelijk formulier maakt, is deze knop niet beschikbaar.

  • Meerdere items    Maak een formulier waarin meerdere records tegelijk worden weergegeven, met behulp van het object dat u als gegevensbron hebt geselecteerd.

 Opmerking   Als u een niet-afhankelijk formulier maakt, is deze knop niet beschikbaar.

  • Leeg formulier    Maak een formulier zonder inhoud.
  • Gegevensblad    Maak een formulier dat eruitziet en dat werkt als een gegevensblad, met behulp van het object dat u als gegevensbron hebt geselecteerd.

 Opmerking   Als u een niet-afhankelijk formulier maakt, is deze knop niet beschikbaar.

Een webrapport maken

Rapporten zijn de belangrijkste manier om gegevens uit uw webdatabase te bekijken of af te drukken. Rapporten worden uitgevoerd in de browser, waardoor de prestaties worden geoptimaliseerd. Wanneer u een rapport opent, worden in de browser de benodigde gegevens van de SharePoint-server opgehaald. U kunt gegevens in het rapport filteren en sorteren zonder dat gegevens opnieuw van de server hoeven worden opgehaald.

 Tip   Beperk voor de beste prestaties het aantal records dat wordt opgehaald door uw belangrijkste formulieren en rapporten.

  1. Selecteer de tabel of query die u als gegevensbron wilt gebruiken.
  2. Klik op het tabblad Maken in de groep Rapporten op een van de volgende knoppen:
    • Rapport    Maak een basisrapport met behulp van het object dat u als gegevensbron hebt geselecteerd.
    • Leeg rapport    Maak een rapport zonder inhoud.

Een navigatieformulier maken en dit als standaardformulier voor de beginweergave instellen

Gebruikers moeten in uw toepassing kunnen navigeren, maar het navigatiedeelvenster is niet beschikbaar in een webbrowser. U moet gebruikers dus een manier bieden om met de databaseobjecten te kunnen werken. U kunt een navigatieformulier maken en opgeven dat het formulier wordt weergegeven telkens wanneer iemand uw toepassing in een webbrowser opent. Als u geen formulier opgeeft dat als beginformulier moet worden weergegeven bij het starten van de toepassing, is de toepassing niet gebruiksvriendelijk.

 Tip   Het kan handig zijn het navigatieformulier pas aan het einde te maken, zodat u al uw objecten aan het formulier kunt toevoegen.

  1. Klik op het tabblad Maken op het lint.
  2. Klik in de groep Formulieren op Navigatie en selecteer vervolgens een navigatie-indeling uit de lijst.
  3. Als u een item wilt toevoegen, sleept u het van het navigatiedeelvenster naar het navigatiebesturingselement.

 Opmerking   U kunt alleen formulieren en rapporten aan een navigatiebesturingselement toevoegen.

  1. Voeg alle andere besturingselementen die nodig zijn, toe aan het hoofdgedeelte van het navigatieformulier. Zo wilt u misschien een zoekfunctie voor alle formulieren leveren door enkele besturingselementen aan het navigatieformulier toe te voegen.
Uw navigatieformulier instellen als standaardwebweergaveformulier
  1. Klik op het tabblad Bestand onder Help op Opties.
  2. Klik in het dialoogvenster Opties voor Access op Huidige database.
  1. Klik onder Toepassingsopties op Webweergaveformulier en selecteer vervolgens het gewenste formulier in de lijst.

 Opmerking    U hoeft uw navigatieformulier niet als webweergaveformulier te selecteren. U kunt elk webformulier opgeven.

Terug naar boven Terug naar boven

Wijzigingen aan uw toepassing publiceren en synchroniseren

Een webdatabase publiceren

 Opmerking    U kunt een video hierover bekijken in het gedeelte Overzicht.

  1. Klik achtereenvolgens op het tabblad Bestand, Opslaan en publiceren en Publiceren naar Access Services.
  2. Klik op Compatibiliteitscontrole uitvoeren.
    De knop Compatibiliteitscontrole uitvoeren in de Backstage-weergave van Access
    Met de compatibiliteitscontrole kunt u ervoor zorgen dat de database op de juiste manier wordt gepubliceerd. Als tijdens deze controle problemen worden aangetroffen, moet u deze oplossen voordat u de database publiceert.

     Opmerking    Als er problemen worden gevonden, worden deze geregistreerd in een tabel met de naam Webcompatibiliteitsproblemen. Elke rij in deze tabel bevat een koppeling naar informatie om het probleem op te lossen.

  3. Onder Publiceren naar Access Services vult u het volgende in:
  • Typ in het vak URL van server het webadres van de SharePoint-server waarop u de database wilt publiceren, bijvoorbeeld http://Contoso/.
  • Typ in het vak Naam van site een naam voor de webdatabase. Deze naam wordt toegevoegd aan de URL van de server om de URL voor uw toepassing te vormen. Bijvoorbeeld: als de URL van de server http://Contoso/ en de naam van de site CustomerService is, is de URL http://www.contoso.com/CustomerService/.
  1. Klik op Publiceren naar Access Services.

Een webdatabase synchroniseren

Nadat u ontwerpwijzigingen hebt aangebracht of een database offline hebt gebruikt, wilt u de database wellicht synchroniseren. Door het synchroniseren worden verschillen tussen het databasebestand op uw computer en het bestand op de SharePoint-site opgelost.

 Opmerking    U kunt een video hierover bekijken in het gedeelte Overzicht.

  1. Open de webdatabase in Access en wijzig het ontwerp.
  2. Wanneer u klaar bent, klikt u achtereenvolgens op het tabblad Bestand en op Alles synchroniseren.
    De knop Alles synchroniseren in de Backstage-weergave van Access

Terug naar boven Terug naar boven

 
 
Van toepassing op:
Access 2010, SharePoint Server 2010