Sneltoetsen voor het werken met vormen, tekstvakken en WordArt

De sneltoetsen die in dit artikel worden beschreven, hebben betrekking op de toetsenbordindeling Verenigde Staten. De locatie van toetsen in andere toetsenbordindelingen zal in meer of mindere mate afwijken van de locatie van toetsen volgens de toetsenbordindeling Verenigde Staten.

Voor sneltoetsen waarbij u op twee of meer toetsen tegelijk moet drukken, worden de gebruikte toetsen gescheiden met een plusteken (+). Voor sneltoetsen waarbij u op één toets drukt en direct daarna op een andere, worden de gebruikte toetsen gescheiden met een komma (,).

Zie Sneltoetsen voor het werken met SmartArt-afbeeldingen voor informatie over sneltoetsen voor het werken met SmartArt-afbeeldingen.

Zie de koppelingen in de sectie Zie ook om extra sneltoetsen voor elk programma weer te geven.

Welke Office-programma gebruikt u?


PowerPoint

Gewenste actie Toets/toetsencombinatie
Een object selecteren (met tekst in het object geselecteerd). Esc
Een object selecteren (met een object geselecteerd). Tab of Shift+Tab totdat het gewenste object is geselecteerd
Tekst binnen een object selecteren (met een object geselecteerd). Enter
Alle objecten selecteren. Ctrl+A (op het tabblad Dia's)
Een object selecteren dat zich onder andere objecten bevindt en voorwaarts door de stapel objecten bladeren. Tab nadat u het bovenste object hebt geselecteerd
Een object selecteren dat zich onder andere objecten bevindt en achterwaarts door de stapel objecten bladeren. Shift+Tab nadat u het bovenste object hebt geselecteerd
Het selectiedeelvenster openen. Alt+F10
Het geselecteerde object knippen. Ctrl+X
Het geselecteerde object kopiëren. Ctrl+C
Het geknipte of gekopieerde object plakken. Ctrl+V
Alleen opmaak kopiëren. Ctrl+Shift+C
Alleen opmaak plakken. Ctrl+Shift+V
Plakken speciaal. Ctrl+Alt+V
Vormen, afbeeldingen of WordArt-objecten groeperen. Ctrl + G nadat u de items hebt geselecteerd die u wilt groeperen
De groepering van vormen, afbeeldingen of WordArt-objecten opheffen. Ctrl+Shift+G nadat u de groep hebt geselecteerd waarvan u de groepering wilt opheffen
Het raster weergeven of verbergen. Shift+F9
Hulplijnen weergeven of verbergen. Alt+F9
De laatste actie ongedaan maken. Ctrl+Z
De laatste actie opnieuw uitvoeren. Ctrl+Y

De kenmerken van een vorm kopiëren.

  1. Selecteer de vorm met de kenmerken die u wilt kopiëren.

Als u een vorm met gekoppelde tekst selecteert, kopieert u niet alleen de kenmerken van de vorm maar ook het uiterlijk en de stijl van de tekst.

  1. Druk op Ctrl+Shift+C om de vormkenmerken te kopiëren.
  2. Druk op Tab of Shift+Tab om de vorm of het object te selecteren waarnaar u de kenmerken wilt kopiëren.
  3. Druk op Ctrl+Shift+V.

Gekoppeld of ingesloten object bewerken

  1. Druk op Shift+Tab om het gewenste object te selecteren.
  2. Druk op Shift+F10 voor het snelmenu.
  3. Druk op PIJL-OMLAAG om <Variabel> object en vervolgens Bewerken te selecteren.

Een SmartArt-afbeelding invoegen

  1. Druk achtereenvolgens op Alt, N en M om SmartArt te selecteren.
  2. Druk op de pijltoetsen om het gewenste type SmartArt-afbeelding te selecteren.
  3. Druk op Tab en druk vervolgens op de pijltoetsen om de SmartArt-afbeeldingsindeling te selecteren die u wilt invoegen.
  4. Druk op Enter.

Een tekstvak invoegen

  1. Druk achtereenvolgens op Alt, N en X.
  2. Druk op Tab om naar Tekstvak in de groep Tekst op het tabblad Invoegen te gaan.

Als u ondersteuning voor Oost-Aziatische talen op de computer hebt ingeschakeld, drukt u op de pijltoets om Horizontaal tekstvak of Verticaal tekstvak te selecteren.

  1. Druk op Ctrl+Enter.
  2. Typ de gewenste tekst.

WordArt invoegen

  1. Druk achtereenvolgens op Alt, N en W om WordArt te selecteren.
  2. Druk op de pijltoetsen om de gewenste WordArt-stijl te selecteren en druk vervolgens op Enter.
  3. Typ de gewenste tekst.

Vormen selecteren

 Opmerking   Als de cursor zich binnen tekst bevindt, drukt u op Esc.

Sneltoetsen voor gebruik in het selectiedeelvenster

Gewenste actie Toets/toetsencombinatie
Het selectiedeelvenster openen. Alt+F10
De focus verplaatsen tussen de verschillende deelvensters. F6
Het contextmenu weergeven. Shift+F10
De focus verplaatsen naar een enkel item of een enkele groep. PIJL-OMHOOG of PIJL-OMLAAG
De focus verplaatsen van een item naar de bovenliggende groep van dat item. PIJL-LINKS
De focus verplaatsen van een groep naar het eerste item in die groep. PIJL-RECHTS
Een groep met de focus uitvouwen, evenals alle bijbehorende onderliggende groepen. * (alleen op het numerieke toetsenblok)
Een groep uitvouwen die de focus heeft. + (alleen op het numerieke toetsenblok)
Een groep samenvouwen die de focus heeft. - (alleen op het numerieke toetsenblok)
De focus verplaatsen naar een item en dit selecteren. Shift+PIJL-OMHOOG of Shift+PIJL-OMLAAG
Een item selecteren dat de focus heeft. SPATIEBALK of Enter
Een ander object toevoegen aan de selectie. Shift+SPATIEBALK
Selectie annuleren van een item dat de focus heeft. Shift+Enter
Een geselecteerd item naar voren verplaatsen. Ctrl+Shift+F
Een geselecteerd item naar achteren verplaatsen. Ctrl+Shift+B
Een item dat de focus heeft, weergeven of verbergen. Ctrl+Shift+S
De naam wijzigen van een item dat de focus heeft. F2
De toetsenbordfocus in het selectiedeelvenster omschakelen tussen structuurweergave en de knoppen Alles weergeven en Alles verbergen. Tab of Shift+Tab
Alle groepen samenvouwen. Alt+Shift+1
Alle groepen uitvouwen. Alt+Shift+9

Punten in een vorm bewerken

 Opmerking   Klik op de vorm en druk vervolgens op Alt+J+D+E+E.

  • Als u een punt wilt toevoegen, klikt u op de omtrek van de vorm terwijl u Ctrl ingedrukt houdt.
  • Als u een punt wilt verwijderen, klikt u op de punt terwijl u Ctrl ingedrukt houdt.
  • Als u de punt wilt laten behandelen als een vloeiende punt, drukt u op Shift terwijl u een van de grepen van de punt versleept. Wanneer u stopt met slepen, verandert de punt in een vloeiende punt. Een vloeiende punt verbindt twee lijnsegmenten van gelijke lengte.
  • Als u de punt wilt laten behandelen als een rechte punt, drukt u op Ctrl terwijl u een van de grepen van de punt versleept. Wanneer u stopt met slepen, verandert de punt in een rechte punt. Een rechte punt verbindt twee lijnsegmenten van ongelijke lengte.
  • Als u de punt wilt laten behandelen als een hoekpunt punt, drukt u op Ctrl terwijl u een van de grepen van de punt versleept. Wanneer u stopt met slepen, verandert de punt in een hoekpunt. Een hoekpunt verbindt twee lijnsegmenten waarvan een segment een andere richting heeft.
  • Als u de wijzigingen aan de punt en de lijnsegmenten wilt annuleren, drukt u op Esc voordat u de muisknop loslaat.

Terug naar boven Terug naar boven

Word

Gewenste actie Toets/toetsencombinatie
Een object selecteren (met tekst in het object geselecteerd). Esc
Een object selecteren (met een object geselecteerd). Tab of Shift+Tab totdat het gewenste object is geselecteerd
Het selectiedeelvenster openen. Alt+F10
Een item selecteren dat de focus heeft. SPATIEBALK of Enter
Selectie annuleren van een item dat de focus heeft. Shift+Enter
Tekst bewerken in een tekstvak. F2 of Enter nadat het tekstvak is geselecteerd
Tekst bewerken in een vorm. F2 of Enter nadat de vorm is geselecteerd
Het geselecteerde object knippen. Ctrl+X
Het geselecteerde object kopiëren. Ctrl+C
Het geknipte of gekopieerde object plakken. Ctrl+V
Alleen opmaak kopiëren. Ctrl+Shift+C
Alleen opmaak plakken. Ctrl+Shift+V
Plakken speciaal. Ctrl+Alt+V
De laatste actie ongedaan maken. Ctrl+Z
De laatste actie opnieuw uitvoeren. Ctrl+Y

De kenmerken van een vorm kopiëren.

  1. Selecteer de vorm met de kenmerken die u wilt kopiëren.

Als u een vorm met gekoppelde tekst selecteert, kopieert u niet alleen de kenmerken van de vorm maar ook het uiterlijk en de stijl van de tekst.

  1. Druk op Ctrl+Shift+C om de vormkenmerken te kopiëren.
  2. Druk op Tab of Shift+Tab om de vorm of het object te selecteren waarnaar u de kenmerken wilt kopiëren.
  3. Druk op Ctrl+Shift+V.

Gekoppeld of ingesloten object bewerken

  1. Druk op Shift+Tab om het gewenste object te selecteren.
  2. Druk op Shift+F10 voor het snelmenu.
  3. Druk op PIJL-OMLAAG om <Variabel> object en vervolgens Bewerken te selecteren.

Objecten invoegen

  1. Druk achtereenvolgens op Alt, N en J.
  2. Ga op een van de volgende manieren te werk.
    • Druk op PIJL-OMLAAG om een objecttype te selecteren en druk vervolgens op Enter om een object te maken.
    • Druk op Ctrl+Tab om over te schakelen naar het tabblad Bestand gebruiken en typ de bestandsnaam van het object dat u wilt invoegen, of blader naar het bestand.

Een SmartArt-afbeelding invoegen

  1. Druk achtereenvolgens op Alt, N en M om SmartArt te selecteren.
  2. Druk op de pijltoetsen om het gewenste type SmartArt-afbeelding te selecteren.
  3. Druk op Tab en druk vervolgens op de pijltoetsen om de SmartArt-afbeeldingsindeling te selecteren die u wilt invoegen.
  4. Druk op Enter.

Een tekstvak invoegen

  1. Druk achtereenvolgens op Alt, N en X.
  2. Druk op de pijltoetsen om het gewenste tekstvak te selecteren en druk vervolgens op Enter.
  3. Typ de gewenste tekst.
  4. Wanneer u klaar bent met typen en terug wilt gaan naar het bewerken van tekst in uw document, drukt u op Shift+F10, kiest u Tekstbewerking afsluiten in het snelmenu (snelmenu: een menu met opdrachten die relevant zijn voor een bepaald item. Klik met de rechtermuisknop op een item of druk op Shift+F10 om een snelmenu weer te geven) en drukt u vervolgens op Esc.

WordArt invoegen

  1. Druk achtereenvolgens op Alt, N en W om WordArt te selecteren.
  2. Druk op de pijltoetsen om de gewenste WordArt-stijl te selecteren en druk vervolgens op Enter.
  3. Typ de gewenste tekst.
  4. Druk op Tab en vervolgens op Enter.

Vormen selecteren

 Opmerking   Als de cursor zich binnen tekst bevindt, drukt u op Esc.

Sneltoetsen voor gebruik in het selectiedeelvenster

Gewenste actie Toets/toetsencombinatie
Het selectiedeelvenster openen. Alt+F10
De focus verplaatsen tussen de verschillende deelvensters. F6
Het contextmenu weergeven. Shift+F10
De focus verplaatsen naar een enkel item of een enkele groep. PIJL-OMHOOG of PIJL-OMLAAG
De focus verplaatsen van een item naar de bovenliggende groep van dat item. PIJL-LINKS
De focus verplaatsen van een groep naar het eerste item in die groep. PIJL-RECHTS
Een groep met de focus uitvouwen, evenals alle bijbehorende onderliggende groepen. * (alleen op het numerieke toetsenblok)
Een groep uitvouwen die de focus heeft. + (alleen op het numerieke toetsenblok)
Een groep samenvouwen die de focus heeft. - (alleen op het numerieke toetsenblok)
De focus verplaatsen naar een item en dit selecteren. Shift+PIJL-OMHOOG of Shift+PIJL-OMLAAG
Het item met focus selecteren. SPATIEBALK of Enter
Een ander object toevoegen aan de selectie. Shift+SPATIEBALK
De selectie van het item met focus annuleren. Shift+Enter
Een item dat de focus heeft, weergeven of verbergen. Ctrl+Shift+S

Punten in een vorm bewerken

 Opmerking   Klik op de vorm en druk vervolgens op Alt+J+D+E+E.

  • Als u een punt wilt toevoegen, klikt u op de omtrek van de vorm terwijl u Ctrl ingedrukt houdt.
  • Als u een punt wilt verwijderen, klikt u op de punt terwijl u Ctrl ingedrukt houdt.
  • Als u de punt wilt laten behandelen als een vloeiende punt, drukt u op Shift terwijl u een van de grepen van de punt versleept. Wanneer u stopt met slepen, verandert de punt in een vloeiende punt. Een vloeiende punt verbindt twee lijnsegmenten van gelijke lengte.
  • Als u de punt wilt laten behandelen als een rechte punt, drukt u op Ctrl terwijl u een van de grepen van de punt versleept. Wanneer u stopt met slepen, verandert de punt in een rechte punt. Een rechte punt verbindt twee lijnsegmenten van ongelijke lengte.
  • Als u de punt wilt laten behandelen als een hoekpunt punt, drukt u op Ctrl terwijl u een van de grepen van de punt versleept. Wanneer u stopt met slepen, verandert de punt in een hoekpunt. Een hoekpunt verbindt twee lijnsegmenten waarvan een segment een andere richting heeft.
  • Als u de wijzigingen aan de punt en de lijnsegmenten wilt annuleren, drukt u op Esc voordat u de muisknop loslaat.

Terug naar boven Terug naar boven

 
 
Van toepassing op:
PowerPoint 2010, Word 2010