U kunt sneltoetsen aanpassen door ze aan een opdracht, macro, lettertype, stijl of veelgebruikt symbool toe te wijzen. U kunt sneltoetsen ook verwijderen.
Een sneltoets via het toetsenbord toewijzen of verwijderen
- Druk eventueel op ALT+F, T om het dialoogvenster Opties voor Word te openen en druk op de PIJL-OMLAAG om Lint aanpassen te selecteren.
- Druk meermaals op de TAB-toets tot Aanpassen geselecteerd is, en druk vervolgens op ENTER.
- Druk in het vak Categorieën op de PIJL-OMLAAG of PIJL-OMHOOG om de categorie te selecteren met de opdracht of een ander item waarvoor u een sneltoets wilt toewijzen of verwijderen.
- Druk op de TAB-toets om naar het vak Opdrachten te gaan.
- Druk op de PIJL-OMLAAG of PIJL-OMHOOG om de naam te selecteren van de opdracht of een ander item waarvoor u een sneltoets wilt toewijzen of verwijderen.
Sneltoetsen die aan deze opdracht of dit item zijn toegewezen, worden in het vak Gebruikte toetsen weergegeven.
- Voer een van de volgende handelingen uit:
Een sneltoets toewijzen
Sneltoetsen met CTRL of een functietoets beginnen
- Druk meermaals op de TAB-toets tot de cursor in het vak Druk op nieuwe sneltoets staat.
- Druk op de toetsencombinatie die u wilt toewijzen. Druk bijvoorbeeld op CTRL plus de toets die u wilt gebruiken.
- In Momenteel toegewezen aan kunt u zien of de toetsencombinatie al aan een opdracht of een ander item is toegewezen. Typ in dit geval een andere combinatie.
Belangrijk Wanneer u een toetsencombinatie opnieuw toewijst, kunt u de combinatie niet langer voor het oorspronkelijke doeleinde gebruiken. Als u bijvoorbeeld op CTRL+B drukt, wordt geselecteerde tekst vet gemaakt. Wijst u CTRL+B aan een nieuwe opdracht of ander item toe, dan kunt u tekst niet vet maken via CTRL+B tenzij u de sneltoetstoewijzingen terugzet op hun oorspronkelijke instellingen door op Beginwaarden te klikken.
- Druk meermaals op de TAB-toets tot het vak Wijzigingen opslaan in geselecteerd is.
- Druk op PIJL-OMLAAG of PIJL-OMHOOG om de naam van het huidige document of de huidige sjabloon te selecteren waarin u de sneltoetswijzigingen wilt opslaan. Druk vervolgens op ENTER.
- Druk meermaals op de TAB-toets tot Toewijzen geselecteerd is, en druk vervolgens op ENTER.
Opmerking Op een programmeerbaar toetsenbord is de toetsencombinatie CTRL+ALT+F8 wellicht al toegewezen aan het activeren van de toetsenbordprogrammeermodus.
Een sneltoets verwijderen
- Druk net zo vaak op de TAB-toets totdat het vak Wijzigingen opslaan in is geselecteerd.
- Druk op de PIJL-OMLAAG of PIJL-OMHOOG om de naam van het huidige document of de huidige sjabloon te selecteren waarin u de sneltoetswijzigingen wilt opslaan. Druk vervolgens op ENTER.
- Druk meermaals op SHIFT+TAB tot de cursor in het vak Huidige toetsen staat.
- Druk op de PIJL-OMLAAG of PIJL-OMHOOG om de sneltoets te selecteren die u wilt verwijderen.
- Druk meermaals op de TAB-toets tot Verwijderen geselecteerd is, en druk op ENTER.
Een sneltoets toewijzen of verwijderen met behulp van de muis
- Klik eventueel op het tabblad Bestand op Opties en klik op het tabblad Lint aanpassen.
- Klik in het deelvenster Het lint en de sneltoetsen aanpassen op Aanpassen.
- In het vak Wijzigingen opslaan in klikt u op de naam van het huidige document of de huidige sjabloon waarin u de sneltoetswijzigingen wilt opslaan.
- In het vak Categorieën klikt u op de categorie met de opdracht of een ander item waarvoor u een sneltoets wilt toewijzen of verwijderen.
- In het vak Opdrachten klikt u op de naam van de opdracht of het item waarvoor u een sneltoets wilt toewijzen of verwijderen.
Sneltoetsen die aan deze opdracht of dit item zijn toegewezen, worden in het vak Huidige toetsen weergegeven.
- Voer een van de volgende handelingen uit:
Een sneltoets toewijzen
Sneltoetsen met CTRL of een functietoets beginnen
- In het vak Druk op nieuwe sneltoets drukt u op de toetsencombinatie die u wilt toewijzen. Druk bijvoorbeeld op CTRL en de gewenste toets.
- In Momenteel toegewezen aan kunt u zien of de toetsencombinatie al aan een opdracht of ander item is toegewezen. In dit geval typt u een andere combinatie.
Belangrijk Wanneer u een toetsencombinatie opnieuw toewijst, kunt u de combinatie niet langer voor het oorspronkelijke doeleinde gebruiken. Als u bijvoorbeeld op CTRL+B drukt, wordt geselecteerde tekst vet gemaakt. Wijst u CTRL+B aan een nieuwe opdracht of ander item toe, dan kunt u tekst niet vet maken via CTRL+B tenzij u de sneltoetstoewijzingen terugzet op hun oorspronkelijke instellingen door op Beginwaarden te klikken.
- Klik op Toewijzen.
Opmerking Op een programmeerbaar toetsenbord is de toetsencombinatie CTRL+ALT+F8 wellicht al toegewezen aan het activeren van de toetsenbordprogrammeermodus.
Een sneltoets verwijderen
- In het vak Huidige toetsen klikt u op de sneltoets die u wilt verwijderen.
- Klik op Verwijderen.