Een afbeelding, vorm of object draaien of spiegelen

U kunt de positie van vormen of andere objecten (object: een tabel, grafiek, afbeelding, vergelijking of andere vorm van informatie. Objecten die u in een bepaalde toepassing maakt, bijvoorbeeld een spreadsheet, en vervolgens koppelt of insluit in een andere toepassing, worden OLE-objecten genoemd.) wijzigen door ze te draaien of te spiegelen. Het spiegelen van een vorm wordt ook wel het maken van een spiegelbeeld genoemd.

Een afbeelding, vorm, tekstvak of WordArt draaien

 Opmerking   Wanneer u meerdere vormen draait, draaien ze niet als een groep, maar draait elke vorm in plaats hiervan om zijn eigen middelpunt.

In een willekeurige hoek draaien

  1. Klik op de afbeelding (afbeelding: een bestand (zoals een metabestand) dat u als groep kunt opheffen en bewerken als twee of meer objecten. Of een bestand dat als één object kan worden bewerkt (zoals een bitmap).), de vorm, het tekstvak (tekstvak: een vak voor tekst of afbeeldingen, dat kan worden verplaatst en vergroot/verkleind. Met tekstvakken kunt u meerdere tekstblokken op één pagina plaatsen of tekst een andere afdrukrichting geven dan de overige tekst in het document.) of de WordArt (WordArt: tekstobjecten die u maakt met kant-en-klare effecten waarop u aanvullende opmaakopties kunt toepassen.) die u wilt draaien.

 Opmerking   In Microsoft Office Word 2007 kunt u een tekstvak niet draaien.

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:

Draaigreep die wordt versleept

Klik op de draaigreep boven aan het object en sleep deze in de gewenste richting.

 Opmerking   Als u de draaihoek wilt beperken tot 15 graden, houdt u SHIFT ingedrukt terwijl u de draaigreep versleept.

  • Voer een van de volgende handelingen uit om een precieze draaihoek op te geven:
    • Als u een afbeelding wilt draaien, klikt u, onder Hulpmiddelen voor afbeeldingen op het tabblad Opmaak in de groep Schikken, op Draaien en op Meer opties voor draaien en geeft u op het tabblad Grootte de waarde op voor de draaihoek van het object in het vak Draaihoek.

Hulpmiddelen voor afbeeldingen, tabblad Opmaak

  • Als u een vorm, tekstvak of WordArt wilt draaien, klikt u, onder Hulpmiddelen voor tekenen op het tabblad Opmaak in de groep Schikken, op Draaien en op Meer opties voor draaien en geeft u op het tabblad Grootte de waarde op voor de draaihoek van het object in het vak Draaihoek.

Hulpmiddelen voor tekenen, tabblad Opmaak

90 graden naar links of 90 graden naar rechts draaien

  1. Klik op de afbeelding (afbeelding: een bestand (zoals een metabestand) dat u als groep kunt opheffen en bewerken als twee of meer objecten. Of een bestand dat als één object kan worden bewerkt (zoals een bitmap).), de vorm, het tekstvak (tekstvak: een vak voor tekst of afbeeldingen, dat kan worden verplaatst en vergroot/verkleind. Met tekstvakken kunt u meerdere tekstblokken op één pagina plaatsen of tekst een andere afdrukrichting geven dan de overige tekst in het document.) of de WordArt (WordArt: tekstobjecten die u maakt met kant-en-klare effecten waarop u aanvullende opmaakopties kunt toepassen.) die u wilt draaien.

 Opmerking   In Office Word 2007 kunt u een tekstvak niet draaien.

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Als u een afbeelding wilt draaien, klikt u onder Hulpmiddelen voor afbeeldingenop het tabblad Opmaak.

Hulpmiddelen voor afbeeldingen, tabblad Opmaak

  • Als u een vorm, tekstvak of WordArt wilt draaien, klikt u onder Hulpmiddelen voor tekenen op het tabblad Opmaak.

Hulpmiddelen voor tekenen, tabblad Opmaak

  1. Klik in de groep Schikken op Draaien en voer een van de volgende handelingen uit:
    • Als u het object 90 graden naar rechts wilt draaien, klikt u op 90° rechtsom draaien.
    • Als u het object 90 graden naar links wilt draaien, klikt u op 90° linksom draaien.

Terug naar boven Terug naar boven

Een afbeelding, vorm, tekstvak of WordArt spiegelen

Wanneer u een vorm of een ander object (object: een tabel, grafiek, afbeelding, vergelijking of andere vorm van informatie. Objecten die u in een bepaalde toepassing maakt, bijvoorbeeld een spreadsheet, en vervolgens koppelt of insluit in een andere toepassing, worden OLE-objecten genoemd.) spiegelt, maakt u een spiegelbeeld van de vorm of het object.

 Opmerking   In Office Word 2007 kunt u een tekstvak niet spiegelen.

  1. Klik op de afbeelding (afbeelding: een bestand (zoals een metabestand) dat u als groep kunt opheffen en bewerken als twee of meer objecten. Of een bestand dat als één object kan worden bewerkt (zoals een bitmap).), de vorm, het tekstvak (tekstvak: een vak voor tekst of afbeeldingen, dat kan worden verplaatst en vergroot/verkleind. Met tekstvakken kunt u meerdere tekstblokken op één pagina plaatsen of tekst een andere afdrukrichting geven dan de overige tekst in het document.) of de WordArt (WordArt: tekstobjecten die u maakt met kant-en-klare effecten waarop u aanvullende opmaakopties kunt toepassen.) die u wilt spiegelen.
  2. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Als u een afbeelding wilt spiegelen, klikt u onder Hulpmiddelen voor afbeeldingenop het tabblad Opmaak.

Hulpmiddelen voor afbeeldingen, tabblad Opmaak

  • Als u een vorm, tekstvak of WordArt wilt spiegelen, klikt u onder Hulpmiddelen voor tekenen op het tabblad Opmaak.

Hulpmiddelen voor tekenen, tabblad Opmaak

  1. Klik in de groep Schikken op Draaien en voer een van de volgende handelingen uit:
    • Als u het object verticaal wilt spiegelen, klikt u op Verticaal spiegelen.
    • Als u het object horizontaal wilt spiegelen, klikt u op Horizontaal spiegelen.

 Tip   U kunt een spiegelbeeld maken van een object door een kopie te maken van het object en deze vervolgens te spiegelen. Sleep de kopie naar een positie waar het als spiegelbeeld van het originele object fungeert.

Terug naar boven Terug naar boven

 
 
Van toepassing op:
PowerPoint 2007