Afbeeldingen en tekst positioneren

Ga op een van de volgende manieren te werk:

WeergevenDe marges van tekst in vormen of tekstvakken wijzigen

WeergevenTekst in vormen of tekstvakken uitlijnen

Met de opdracht Tekstrichting (menu Opmaak) kunt u de tekst verticaal (van boven naar beneden) in een AutoVorm (AutoVormen: een groep kant-en-klare vormen, die onder andere basisvormen bevat, zoals rechthoeken en cirkels, maar ook een grote verscheidenheid aan lijnen en verbindingslijnen, blokpijlen, stroomdiagramsymbolen, sterren, vaandels en toelichtingen.) of tekstvak (tekstvak: een vak voor tekst of afbeeldingen, dat kan worden verplaatst en vergroot/verkleind. Met tekstvakken kunt u meerdere tekstblokken op één pagina plaatsen of tekst een andere afdrukrichting geven dan de overige tekst in het document.) plaatsen.

  1. Klik op de AutoVorm of het tekstvak met de tekst die u wilt uitlijnen.

De vorm moet tekst bevatten voordat u de tekstuitlijning kunt wijzigen.

  1. Ga op een van de volgende manieren te werk:

WeergevenDe tekstterugloopstijl wijzigen voor een afbeelding of tekenobject

U kunt deze instelling wijzigen voor zwevend tekenpapier (tekenpapier: een gebied waarin u meerdere vormen kunt tekenen. Omdat de vormen op het tekenpapier staan, kunt u ze als een eenheid verplaatsen en vergroten of verkleinen.) en tekenobjecten (tekenobject: een afbeelding die u tekent of invoegt en die u kunt wijzigen en verfraaien. Tekenobjecten zijn onder meer AutoVormen, krommen, lijnen en WordArt.) die zich niet op tekenpapier bevinden. Deze instelling kan niet worden gewijzigd voor objecten die zich op tekenpapier bevinden.

  1. Selecteer de afbeelding, het tekenobject of tekenpapier.
  2. Klik in het menu Opmaak op de opdracht voor het soort object dat u hebt geselecteerd (bijvoorbeeld AutoVorm of Afbeelding). Klik vervolgens op het tabblad Indeling.
  3. Klik op de gewenste tekstterugloopstijl.
  4. Als u meer opties wilt zien, klikt u op Geavanceerd en vervolgens op het tabblad Tekstterugloop.

 Opmerking   Als u wilt aangeven dat tekst al dan niet binnen een tekenobject moet teruglopen, klikt u met de rechtermuisknop op het object, klikt u op de opdracht voor het type object dat u hebt geselecteerd — bijvoorbeeld AutoVorm opmaken of Tekstvak opmaken, en klikt u vervolgens op het tabblad Tekstvak. Schakel het selectievakje Tekstterugloop in AutoVorm in of uit.

WeergevenEen tekenobject vóór of achter tekst plaatsen

WeergevenEen tekenobject plaatsen ten opzichte van de pagina, tekst of een ander anker

U kunt deze instelling wijzigen voor tekenpapier (tekenpapier: een gebied waarin u meerdere vormen kunt tekenen. Omdat de vormen op het tekenpapier staan, kunt u ze als een eenheid verplaatsen en vergroten of verkleinen.) of een zwevend object (zwevend object: een afbeelding of ander object dat in de tekenlaag wordt ingevoegd, zodat u het object precies op de pagina kunt plaatsen. U kunt het object ook voor of achter tekst of andere objecten plaatsen.) dat zich niet op tekenpapier bevindt. Deze instelling kan niet worden gewijzigd voor een in line (in line object: een afbeelding of ander object dat direct in de tekst van een Microsoft Word-document wordt ingevoegd. Dit gebeurt op de plaats van de invoegpositie.) object of een object dat zich op tekenpapier bevindt.

  1. Klik in het menu Opmaak op de opdracht voor het soort object dat u hebt geselecteerd (bijvoorbeeld AutoVorm, Tekstvak, Afbeelding of Tekenpapier), klik op het tabblad Indeling en klik vervolgens op Geavanceerd.
  2. Klik in het dialoogvenster Geavanceerde opmaak op het tabblad Afbeeldingspositie en selecteer de gewenste opties voor de horizontale en verticale ankers, bijvoorbeeld marge, pagina of alinea. U kunt het object ten opzichte van het anker uitlijnen of u kunt voor het object een exacte numerieke positie ten opzichte van het anker opgeven.

WeergevenTip

U kunt een object aan een alinea koppelen zodat ze samen kunnen worden verplaatst:

  • Als u wilt dat het geselecteerde object naar boven of beneden meebeweegt met de alinea waaraan het is gekoppeld, schakelt u het selectievakje Object met tekst verplaatsen in.
  • Als u wilt dat een object altijd aan dezelfde alinea gekoppeld blijft wanneer u het object verplaatst, schakelt u het selectievakje Anker vergrendelen in.
  • Als u wilt toestaan dat objecten met dezelfde terugloopstijl elkaar overlappen, schakelt u het selectievakje Overlapping toestaan in.

WeergevenFrames plaatsen

U kunt een frame (frame: een vak waarvan u het formaat en de positie op de pagina kunt wijzigen. Als u tekst of afbeeldingen met opmerkingen, voetnoten, eindnoten of bepaalde velden wilt positioneren, gebruikt u een frame in plaats van een tekstvak.) plaatsen door het te verslepen en u kunt het uitlijnen aan de hand van een referentiepunt, zoals een alinea, pagina, marge of kolom. Een frame duwt de omliggende tekst opzij. Een frame wordt altijd verankerd aan de dichtstbijzijnde alinea en weergegeven op dezelfde pagina als die alinea.

  1. Selecteer het frame, klik met de rechtermuisknop op het frame en klik vervolgens op Frame opmaken.
  2. Klik onder Horizontaal en Verticaal op de gewenste opties.

 Opmerkingen 

  • Als u er zeker van wilt zijn dat het geselecteerde frame naar boven en naar beneden wordt verplaatst met de alinea waaraan het is verankerd, schakelt u het selectievakje Met tekst verplaatsen in. Als u er zeker van wilt zijn dat een frame altijd aan dezelfde alinea blijft verankerd als u het frame verplaatst, moet u het selectievakje Anker vergrendelen inschakelen.
  • U kunt het frame ook naar de gewenste positie slepen. Selecteer het frame door de aanwijzer over de rand van het frame te bewegen totdat deze verandert in een vierpuntige aanwijzer. Vervolgens sleept u het frame naar een nieuwe locatie.

WeergevenHet formaat van een tekstvak aanpassen aan de tekst

U kunt het formaat van een tekstvak (tekstvak: een vak voor tekst of afbeeldingen, dat kan worden verplaatst en vergroot/verkleind. Met tekstvakken kunt u meerdere tekstblokken op één pagina plaatsen of tekst een andere afdrukrichting geven dan de overige tekst in het document.) of een AutoVorm (AutoVormen: een groep kant-en-klare vormen, die onder andere basisvormen bevat, zoals rechthoeken en cirkels, maar ook een grote verscheidenheid aan lijnen en verbindingslijnen, blokpijlen, stroomdiagramsymbolen, sterren, vaandels en toelichtingen.) met tekst aanpassen en het net zo lang of kort maken als de tekst. Deze instelling is niet van toepassing op gekoppelde tekstvakken.

  1. Selecteer het tekstvak. U doet dit door de aanwijzer over de rand van het tekstvak te bewegen totdat deze verandert in een vierpuntige aanwijzer. Klik vervolgens op de rand.
  2. Klik in het menu Opmaak op de opdracht voor het soort object dat u hebt geselecteerd (bijvoorbeeld AutoVorm of Tekstvak). Klik vervolgens op het tabblad Tekstvak.
  3. Schakel het selectievakje Formaat van AutoVorm aanpassen aan tekst in.
 
 
Van toepassing op:
Word 2003