Basistaken in Visio 2010

Aan de slag met Office 2010 In dit artikel volgt een aantal basistaken dat u kunt uitvoeren om Microsoft Visio 2010 te leren gebruiken.

In dit artikel


Waarvoor dient Visio?

Visio 2010 is een grafische toepassing en een tekentoepassing die u helpt complexe gegevens te visualiseren, te verkennen en te communiceren. Met Visio kunt u gecompliceerde tekst en tabellen die moeilijk te interpreteren zijn, transformeren in Visio-diagrammen waarmee de gegevens in één oogopslag worden gecommuniceerd.

Visio beschikt over moderne shapes en sjablonen voor de meest uiteenlopende diagramtoepassingen, variërend van IT-beheer, het modelleren van processen, bouw en architectuur, het ontwerpen van gebruikersinterfaces, humanresourcesmanagement, projectmanagement, enzovoort.

Visio-diagrammen met gegevensverbindingen

In plaats van statische afbeeldingen kunt u Visio Professional 2010- en Visio Premium 2010-diagrammen met gegevensverbindingen maken. Deze diagrammen geven de gegevens weer, zijn gemakkelijk te vernieuwen en verbeteren uw productiviteit in hoge mate. U kunt de verscheidenheid aan diagramsjablonen en stencils in Visio gebruiken om gegevens van organisatiesystemen, resources en processen in uw hele onderneming te begrijpen, ermee te werken en te delen.

U kunt met de gegevenswizard gegevens uit tal van realtimegegevensbronnen, waaronder Excel, Access, SQL, SharePoint-lijsten of een willekeurige OLEDB- of ODBC-gegevensbron, met een paar muisklikken in uw diagrammen met shapes opnemen.

Webtekeningen met Visio Services

U kunt uw diagrammen natuurlijk delen via e-mail of statische webpagina's, maar met de recente innovaties in Visio 2010 kunnen gebruikers prachtige, boeiende visuele elementen, shapes en processen bekijken in de browser, zelfs als Visio niet op hun computer is geïnstalleerd. U kunt Visio Professional 2010- en Visio Premium 2010-webtekeningen publiceren met Visio Services, een functie van SharePoint Server 2010 waarmee interactieve diagrammen en diagrammen met gegevensverbindingen worden gerenderd. In uw Visio-webtekeningen kunnen gegevens uit tal van bronnen, zoals Excel, SQL, SharePoint-lijsten, of OLEDB- of ODBC-gegevensbronnen, worden weergegeven.

 Waarschuwing    Access Services wordt niet ondersteund voor gegevenskoppeling in Visio-webtekeningen.

Bovendien kunt u de diagrammen koppelen aan vernieuwbare bronbestanden, waardoor realtimegegevens in de shapes worden weergegeven, waardoor gebruikers een nauwkeurig en up-to-date beeld krijgen.

Terug naar boven Terug naar boven

Een sjabloon zoeken en toepassen

In Visio 2010 kunt u ingebouwde sjablonen toepassen, uw eigen aangepaste sjablonen gebruiken en zoeken in een grote verzameling sjablonen die beschikbaar is op Office.com. Op Office.com vindt u een groot aantal veelgebruikte Publisher-sjablonen, waaronder procesdiagrammen, netwerkdiagrammen en bouwtekeningen.

Ga als volgt te werken om een sjabloon in Visio te zoeken en toe te passen:

  1. Klik op het tabblad Bestand op Nieuw.
  2. Voer onder Kies een sjabloon een van de volgende handelingen uit:
  • Als u een van de ingebouwde sjablonen wilt gebruiken, klikt u onder Sjablooncategorieën op de gewenste categorie, klikt u op de gewenste sjabloon en klikt u op Maken.
  • Als u een recent gebruikte sjabloon opnieuw wilt gebruiken, klikt u op Laatst gebruikte sjablonen, klikt u op de gewenste sjabloon en klikt u op Maken.
  • Als u uw eigen, eerder gemaakte sjabloon wilt gebruiken, klikt u onder Andere manieren om te beginnen op Nieuw op basis van bestaand, bladert u naar het gewenste bestand en klikt u op Nieuw.
  • Als u een sjabloon wilt zoeken op Office.com, klikt u onder Andere manieren om te beginnen op Sjablonen van Office.com, selecteert u de gewenste sjabloon en klikt u op Downloaden om de sjabloon van Office.com naar uw computer te downloaden.

 Opmerking    U kunt in Visio ook zoeken naar sjablonen op Office.com. Als u sjablonen op Office.com wilt zoeken, klikt u onder Andere manieren om te beginnen op Sjablonen van Office.com. Typ in het vak Sjablonen zoeken op Office.com een of meer zoektermen en klik op de pijlknop om te zoeken.

Terug naar boven Terug naar boven

Een nieuw diagram maken

  1. Klik op het tabblad Bestand. De weergave Backstage wordt geopend.

 Opmerking    U bevindt zich in de weergave Backstage wanneer u Visio voor het eerst opent. Als u Visio zojuist hebt geopend, gaat u door naar de volgende stap.

  1. Klik op Nieuw.
  2. Klik onder Kies een sjabloon onder Andere manieren om te beginnen op Lege tekening.
  3. Klik op Maken.

Wanneer de diagramsjabloon wordt geopend, wordt de meeste ruimte ingenomen door een lege diagrampagina. Aan de zijkant bevindt zich het venster Shapes dat verschillende stencils vol shapes bevat.

Het stencil Afdeling in het venster Shapes

De stencils worden aangegeven met titelbalken boven aan het venster Shapes. U moet mogelijk het titelbalkvenster verschuiven om alle stencils te kunnen zien. Wanneer u op de titelbalk van een stencil klikt, worden de shapes in het deelvenster eronder weergegeven.

Terug naar boven Terug naar boven

Een diagram openen

  1. Klik op het tabblad Bestand en klik op Openen.
  2. Klik in het linkerdeelvenster van het dialoogvenster Openen op het station of de map waar de tekening zich bevindt.
  3. Open in het rechterdeelvenster van het dialoogvenster Openen de map waarin de gewenste tekening zich bevindt.
  4. Klik de tekening en klik op Openen.

Terug naar boven Terug naar boven

Een diagram opslaan

U kunt uw diagram opslaan als een Visio-standaardbestand dat u kunt delen met andere gebruikers van Visio. Daarnaast zijn er rechtstreeks in het dialoogvenster Opslaan als vele andere indelingen aanwezig waarin u uw diagram kunt opslaan.

  1. Klik op het tabblad Bestand.
  2. Klik op Opslaan als en selecteer een indeling in de lijst Opslaan als type.

De verschillende indelingen zijn nuttig voor de verschillende manieren waarop u uw diagram gebruikt of deelt.

  • Standaardafbeeldingsbestand    omvat de indelingen .JPG, .PNG en .BMP.
  • Webpagina    in HTM-indeling. Afbeeldingsbestanden en andere resourcebestanden worden opgeslagen in een submap van de locatie waar u het HTM-bestand opslaan.
  • PDF- of XPS-bestand   
  • AutoCAD-tekening     in de indeling .DWG of .DXF.

Terug naar boven Terug naar boven

Een shape toevoegen

  1. Klik in het venster Shapes op de gewenste shape en houd de muisknop ingedrukt.
  2. Sleep de shape naar de diagrampagina.

Zie Het venster Shapes gebruiken om shapes in te delen en te zoeken en Meer shapes en stencils zoeken voor meer informatie over het toevoegen van shapes.

Terug naar boven Terug naar boven

Een connector tussen twee shapes toevoegen

Als u een shape wilt toevoegen aan de tekeningpagina zodat de shape automatisch wordt verbonden nadat deze aan de pagina is toegevoegd, doet u het volgende:

  1. Sleep de eerste shape naar de tekenpagina.
  2. Houd de aanwijzer boven de shape die zich al op de pagina bevindt. U ziet dat er aan de vier zijkanten van de shape kleine blauwe pijlen verschijnen. Dit zijn de pijlen van Automatisch verbinden die u kunt gebruiken om shapes te verbinden.

Shape met pijlen van Automatisch verbinden

De shape Serviceaanvraag met de pijlen van Automatisch verbinden worden weergegeven.

  1. Houd de aanwijzer boven een van de pijlen.

Mogelijk worden op de pagina ook een miniwerkbalk met vier shapes en een voorbeeldshape weergegeven. Wanneer u de aanwijzer over de shapes in de miniwerkbalk beweegt, worden voorbeelden van de shapes weergegeven. De shapes op de werkbalk zijn de belangrijkste vier shapes in het onderdeel Snelle shapes.

  1. Klik op een van de shapes op de miniwerkbalk om de shape toe te voegen aan de pagina.

Als u automatisch twee shapes wilt verbinden wanneer u de tweede shape naar de pagina sleept, doet u het volgende:

  1. Sleep één shape naar de tekenpagina.
  2. Sleep een tweede shape naar de tekenpagina, zodanig dat de shape de eerste bedekt, maar zet de shape nog niet neer. De pijlen van Automatisch verbinden worden weergegeven.

Shapes verbinden door er een neer te zetten op een pijl Automatisch verbinden van een andere shape

De shape Analyseren is geplaatst onder aan de pijl Automatisch verbinden in de shape Serviceaanvraag .

  1. Beweeg de tweede shape omlaag over de pijl Automatisch verbinden die in de door u gewenste richting wijst en zet de shape neer op de pijl.

Twee verbonden shapes

De shape Analyseren is op een standaardafstand van de shape Serviceaanvraag geplaatst en is automatisch verbonden.

Als u twee shapes wilt verbinden die zich al op de pagina bevinden, doet u het volgende:

  1. Wijs een van de shapes aan waarmee u verbinding wilt maken.
  2. Wanneer de pijlen Automatisch verbinden worden weergegeven, houdt u de aanwijzer boven een pijl die in de richting van de andere shape wijst waarmee u verbinding wilt maken.
  3. Klik op de pijl Automatisch verbinden en houd deze vast, en sleep een connector van de pijl naar het midden van de andere shape.

Wanneer de pijl zich boven het midden van de andere shape bevindt, wordt rondom de shape een rode rand weergegeven. Zet de connector neer om deze vast te maken aan de shape.

Zie Shapes verbinden met Automatisch verbinden of met het Connector-hulpprogramma voor meer informatie over het verbinden van shapes.

Terug naar boven Terug naar boven

Tekst toevoegen aan shapes of aan de pagina

Tekst toevoegen aan een shape

  1. Selecteer de shape waaraan u tekst wilt toevoegen.
  2. Typ de gewenste tekst.

Wanneer u begint te typen, wordt de tekstbewerkingsmodus voor de geselecteerde shape geactiveerd. Als u nog een regel tekst wilt toevoegen, drukt u op Enter.

  1. Klik in een leeg gedeelte van de pagina of druk op Esc wanneer u klaar bent.
  2. Selecteer de shape nogmaals. In het tekstgebied wordt een kleine gele handgreep weergegeven. Sleep de gele handgreep om de tekst te verplaatsen.

Terug naar boven Terug naar boven

Tekst toevoegen aan een pagina

  1. Klik op het tabblad Start in de groep Hulpmiddelen op het hulpmiddel Tekst.
  2. Klik in een leeg gedeelte van de pagina. Er wordt een tekstvak weergegeven.
  3. Typ de gewenste tekst.
  4. Klik op het tabblad Start in de groep Hulpmiddelen op Aanwijzers om het gebruik van het hulpmiddel Tekst te stoppen.

Het tekstvak heeft nu de kenmerken van andere shapes. U kunt het tekstvak selecteren en de tekst wijzigen, u kunt het tekstvak naar een ander gedeelte van de pagina slepen, en u kunt de tekst opmaken met de groepen Lettertype en Alinea op het tabblad Start. Wanneer u de aanwijzer boven de tekst houdt, worden bovendien de pijlen Automatisch verbinden weergegeven zodat u de tekst met andere shapes kunt verbinden.

Zie Tekstblokken toevoegen, bewerken, verplaatsen of draaien voor meer informatie over het toevoegen van tekstblokken.

Terug naar boven Terug naar boven

Gegevens toevoegen aan een shape

Als u gegevens wilt toevoegen aan een gegevenseigenschap of veld dat de shape al bezit, doet u het volgende:

  1. Selecteer een shape op de tekenpagina.
  2. Klik met de rechtermuisknop op de shape en klik op Shapegegevens.
  3. Geef de benodigde gegevens op in het venster Shapegegevens in de gewenste eigenschaprij.

Als u een nieuwe gegevenseigenschap of nieuw veld voor een shape wilt definiëren, doet u het volgende:

  1. Selecteer een shape op de tekenpagina.
  2. Klik met de rechtermuisknop op een shape en klik op Shapegegevens definiëren.
  3. Klik in het dialoogvenster Shapegegevens definiëren op Nieuw
  4. Verwijder de standaardtekst uit het vak Label en typ een naam voor de eigenschap.
  5. Selecteer in de lijst Type het type gegevens dat u voor de eigenschap wilt opgeven.

 Tip    Als u wilt dat de eigenschap tekst accepteert (zoals de naam van een persoon) als het gegevenstype, selecteert u Tekenreeks.

  1. Typ in het vak Waarde de gewenste waarde voor de gegevens.
  2. Klik op OK.
  3. Klik met de rechtermuisknop nogmaals op de shape, wijs Gegevens aan en klik ditmaal op Shapegegevens.

Het venster Shapegegevens wordt geopend met alle gegevens die voor de shape zijn gedefinieerd. Als alle shapes specifieke informatie bevatten, kunt u het venster Shapegegevens openlaten en op de shapes klikken waarin u bent geïnteresseerd om de gegevens te zien die de shapes bevatten.

Terug naar boven Terug naar boven

Gegevensbronnen verbinden met shapes

Het handmatig toevoegen van shapegegevens kan uw diagram een stuk waardevoller maken, maar als uw gegevens zich in een database of een Excel-werkmap bevinden, kunt u die gegevens automatisch aan uw diagram toevoegen en de gegevensrijen verbinden met specifieke shapes.

Gebruik de wizard Gegevenskiezer om uw gegevens te importeren in het venster Externe gegevens.

De gegevens die in het venster Externe gegevens worden weergegeven, zijn een momentopname van de brongegevens die u op dat moment importeert. U kunt de gegevens in uw tekening bijwerken zodat ze overeenstemmen met de wijzigingen in de brongegevens door op het tabblad Gegevens op Alles vernieuwen te klikken.

  1. Klik op het tabblad Gegevens in de groep Externe gegevens opGegevens aan shapes koppelen.
  2. Kies op de eerste pagina van de wizard Gegevenskiezer welke typen gegevensbronnen de gegevens bevatten die u gebruikt:
  • Microsoft Office Excel-werkmap
  • Microsoft Office Access-database
  • Microsoft Windows SharePoint Services-lijst
  • Microsoft SQL Server-database
  • Andere OLEDB- of ODBC-gegevensbron
  1. Voer de resterende stappen van de wizard uit.

Nadat u op de laatste pagina van de wizard Gegevensverbinding op Voltooien hebt geklikt, verschijnt het venster Externe gegevens waarin uw geïmporteerde gegevens in een raster worden weergegeven. Sleep een gegevensrij naar een shape om de gegevens automatisch toe te voegen aan de Shapegegevens van die shape. Selecteer anders in het venster Shapes een shape die de gegevens moet bevatten, sleep een gegevensrij en zet deze neer in een leeg gedeelte in de pagina. De geselecteerde shape wordt toegevoegd aan en is verbonden met de gegevens.

Terug naar boven Terug naar boven

Uw diagram opmaken

Als u een achtergrond aan uw tekening wilt toevoegen, doet u het volgende:

  1. Klik op het tabblad Ontwerp.
  2. Klik in de groep Achtergronden op Achtergronden.
  3. Klik op de gewenste achtergrond. Er wordt een nieuwe achtergrondpagina toegevoegd aan het diagram, die u kunt zien op de paginatabbladen onder aan het diagramgebied.

Als u een rand of titel aan uw tekening wilt toevoegen, doet u het volgende:

  1. Klik op het tabblad Ontwerpen op Randen en titels
  2. Klik op de gewenste titel.

De titel en de randen worden toegevoegd aan de achtergrondpagina (die standaard VAchtergrond-1). Als u de titel en andere tekst wilt wijzigen, moet u de wijzigingen aanbrengen op de achtergrondpagina. U kunt de titel niet op andere pagina's wijzigen.

  1. Klik onder aan het diagramgebied op het tabblad VAchtergrond-1.

Paginatabbladen met pagina VAchtergrond

  1. Klik op de titeltekst. De hele rand is geselecteerd, maar wanneer u begint te typen, wordt de standaardtiteltekst gewijzigd.
  2. Geef de gewenste titel op.
  3. Als u andere tekst in de rand wilt bewerken, selecteert u eerst de hele rand en klikt u vervolgens op de tekst die u wilt wijzigen en begint u te typen.

Als u een uniform kleurenschema en andere opmaakeffecten wilt toepassen, doet u het volgende:

  1. Houd op het tabblad Ontwerpen in de groep Thema's de aanwijzer boven de verschillende thema's. Op de pagina wordt een voorbeeld van het thema weergegeven.

Als u de andere beschikbare thema's wilt zien, klikt u op Meer De knop Meer.

  1. Klik op het thema dat u op het diagram wilt toepassen.

Terug naar boven Terug naar boven

Uw diagram afdrukken

  1. Klik op het tabblad Bestand en klik vervolgens op Afdrukken.
  2. Klik op Afdrukken om het diagram af te drukken.
  3. Voer in het dialoogvenster Afdrukken de volgende handelingen uit:
  • Selecteer in het vak Naam de gewenste printer (als deze nog niet is geselecteerd).
  • Geef onder Afdrukbereik de pagina's van de tekening op die u wilt afdrukken.
  • Geef onder Aantal het aantal exemplaren op dat u wilt afdrukken.
  1. Klik op OK wanneer u gereed bent om af te drukken.

Terug naar boven Terug naar boven

 
 
Van toepassing op:
Visio 2010