Richtlijnen voor het indienen van Microsoft Office Word 2007-sjablonen

 Belangrijk    Dit artikel bevat richtlijnen en aanbevolen procedures voor Microsoft-partners die Microsoft Office Word 2007-sjablonen willen maken die voldoen aan de publicatievereisten voor de Microsoft Office Online-website voor sjablonen. U krijgt een aantal tips, maar voor proceduregegevens of hulp bij de besproken functies raadpleegt u de website Help en procedures voor Word 2007. Zie Wat is een sjabloon? voor informatie over het maken, wijzigen of toepassen van sjablonen.

Een Microsoft Office Word 2007 sjabloon bevat voorbeeldinhoud, opmaak of objecten die u kunt gebruiken om snel en gemakkelijk een nieuw document te maken.

U vindt in dit artikel richtlijnen voor het maken van Word 2007-sjablonen, van het opslaan en delen van sjablonen tot het opmaken ervan zodat ze gemakkelijk te gebruiken zijn en correct zullen werken wanneer ze worden aangepast, afgedrukt of weergegeven op andere computers.

De richtlijnen zijn bedoeld om Microsoft-partners te helpen voldoen aan de publicatierichtlijnen voor de Microsoft Office Online-sjablonenwebsite, maar u vindt de richtlijnen waarschijnlijk ook nuttig als u sjablonen voor thuis of op het werk wilt maken.

 Tip   Wilt u de laatste nieuwtjes over sjablonen op Office Online weten, bekijk dan de blog over sjablonen.

In dit artikel


Voordat u begint

Wilt u een sjabloon maken, lees dan eerst Wat u moet weten voordat u een sjabloon maakt en Sjablonen beter toegankelijk maken voor gebruikers met een handicap. Wanneer u klaar bent, kunt u uw sjablonen delen als u Microsoft-partner bent door ze naar uw contactpersoon bij Microsoft te sturen.

Zie de Snelzoekkaart voor het maken van Word 2007-sjablonen voor een overzicht van deze richtlijnen.

Installatievereisten

De computer die u gebruikt voor het maken van sjablonen voor Office Online, moet voldoen aan de volgende vereisten voor besturingssystemen en toepassingsspecifieke vereisten.

Vereisten voor het besturingssysteem

  • Om veiligheidsredenen moet u ervoor zorgen dat de aanbevolen beveiligingsinstellingen voor het besturingssysteem zijn ingeschakeld en dat de antivirussoftware up-to-date is.
  • Zorg ervoor dat de taal waarin u een sjabloon maakt, overeenkomt met de taal die u gebruikt voor uw besturingssysteem en Word 2007.

Vereisten voor Word 2007

  • Gebruik alleen een 'schone' installatie vanWord 2007, bijvoorbeeld een installatie zonder extra lettertypen of invoegtoepassingen. Zo is de kans het grootst dat uw sjablonen op de computers van de meeste klanten zullen werken.
  • Gebruik de standaardpaginamarges en opties voor pagina-instellingen voor Word 2007. Dit helpt ervoor te zorgen dat de meeste klanten uw sjablonen zonder problemen kunnen weergeven en afdrukken. Zie Opties voor pagina-indeling verderop in dit document voor meer informatie.

Lokalisatie-instellingen

Om problemen met hulpmiddelen en processen te voorkomen als uw sjablonen in andere talen zijn vertaald, moet u ervoor zorgen dat de taalkundige gegevens, acties en privacygegevens niet zijn ingesloten of opgeslagen in uw sjablonen.

Open een nieuw Word 2007-document en volg deze stappen:

  1. Klik op de Microsoft Office-knop, klik op Opties voor Word en klik op Geavanceerd.
  2. Schakel onder Kwaliteit behouden bij het delen van dit document de selectievakjes Taalkundige gegevens insluiten en Acties insluiten uit. Controleer of deze opties zijn uitgeschakeld voor Alle nieuwe documenten en voor Huidige documentlijstitems.
  3. Klik in hetzelfde document onder Opties voor Word op Vertrouwenscentrum en klik op Instellingen voor het Vertrouwenscentrum.
  4. Klik op Privacyopties en schakel het selectievakje Willekeurige getallen opslaan om de nauwkeurigheid van Combineren te vergroten uit.

Een sjabloon maken

Als u een sjabloon wilt maken, slaat u een nieuw of een bestaand document op in een van de Word 2007-sjabloonbestandsindelingen. U gebruikt meestal de Word-sjabloonindeling (DOTX-bestand), tenzij uw sjabloon macro's bevat. In dit geval moet u de indeling Word-sjabloon met ingeschakelde macro's (DOTM-bestand) gebruiken.

Lees Nieuwe sjablonen maken op de website Help en procedures voor Word 2007 voor meer informatie over het maken en opslaan van sjablonen of volg deze stappen:

  1. Open het document dat u als een sjabloon wilt opslaan of open een nieuw document.
  2. Klik op de Microsoft Office-knop en klik op Opslaan als.
  3. Blader naar de locatie waar u de sjabloon wilt opslaan en typ een bestandsnaam.
  4. Klik op het vak Opslaan als type en selecteer Word-sjabloon (of selecteer Word-sjabloon met ingeschakelde macro's als u een sjabloon met macro's hebt of macro's aan uw sjabloon wilt toevoegen).
  5. Als u door Word 2007 automatisch een miniatuurafbeelding van de eerste pagina van de sjabloon wilt laten genereren, schakelt u het selectievakje Miniatuur opslaan in. Nadat u de sjabloon hebt gebruikt, wordt de afbeelding weergegeven in het deelvenster Nieuw document onder Laatst gebruikte sjablonen. Dit kan u sneller de sjabloon helpen vinden wanneer u deze later wilt gebruiken om een nieuw document te maken.
  6. Klik op Opslaan.

Als u een document wilt openen op basis van uw nieuwe sjabloon, bladert u naar de locatie waar u de sjabloon hebt opgeslagen en dubbelklikt u op de bestandsnaam. Als u liever een sjabloon selecteert en toepast nadat u een nieuw document in Word hebt geopend, slaat u de sjablonen op de standaardsjabloonlocaties op de computer op.

U kunt ze dan gebruiken door in het deelvenster Nieuw document naar Mijn sjablonen te gaan. In Windows Vista is de standaardsjabloonlocatie C:\Users\GEBRUIKERSNAAM\AppData\Roaming\Microsoft\Templates. In Windows XP is dit C:\Users\GEBRUIKERSNAAM\AppData\Microsoft\Templates.

Wijzigingen in een sjabloon aanbrengen

U kunt een document op elk moment opslaan als een sjabloon en de sjabloon bijwerken wanneer u maar wilt. Nadat u het sjabloonbestand hebt gemaakt, moet u er echter voor zorgen dat u de sjabloon zelf opent, niet een document op basis van de sjabloon, om wijzigingen in de sjabloon aan te brengen. U doet dit als volgt:

  1. Ga op een van de volgende manieren te werk om een sjabloon te openen:
    • Open Word 2007, klik op de Microsoft Office-knop en klik vervolgens op Openen. Blader naar de locatie waar de sjabloon is opgeslagen, selecteer de sjabloon en klik op Openen.
    • Blader naar de locatie waar de sjabloon is opgeslagen, klik met de rechtermuisknop op de naam van het sjabloonbestand en klik op Openen.

 Opmerking   U moet mogelijk naar een netwerklocatie bladeren als de sjabloon op een netwerk wordt gedeeld, of naar een map op de computer zoals de map Documenten. Als u wijzigingen wilt aanbrengen in een sjabloon die wordt weergegeven in het deelvenster Nieuw document, bladert u onder Mijn sjablonen naar de standaardsjabloonlocatie op de computer. In Windows Vista is de standaardsjabloonlocatie C:\Users\GEBRUIKERSNAAM\AppData\Roaming\Microsoft\Templates. In Windows XP is dit C:\Users\GEBRUIKERSNAAM\AppData\Microsoft\Templates.

  1. Breng uw wijzigingen aan in de sjabloon en sla deze op.

Voorkomen dat sjablonen worden gewijzigd (instellen als alleen-lezen)

Als u niet wilt dat iemand anders wijzigingen aanbrengt in een sjabloon, kunt u de bestandseigenschappen instellen op 'alleen-lezen' in plaats van 'lezen-schrijven'. U doet dit als volgt:

  1. Blader naar de locatie waar de sjabloon is opgeslagen.

 Opmerking   U moet mogelijk naar een netwerklocatie bladeren als de sjabloon op een netwerk wordt gedeeld, of naar een map op de computer zoals de map Documenten. Als u wijzigingen wilt aanbrengen in een sjabloon die wordt weergegeven in het deelvenster Nieuw document, bladert u onder Mijn sjablonen naar de standaardsjabloonlocatie op de computer. In Windows Vista is de standaardsjabloonlocatie C:\Users\GEBRUIKERSNAAM\AppData\Roaming\Microsoft\Templates. In Windows XP is dit C:\Users\GEBRUIKERSNAAM\AppData\Microsoft\Templates.

  1. Klik met de rechtermuisknop op de sjabloonbestandsnaam en klik vervolgens op Eigenschappen.
  2. Schakel op het tabblad Algemeen naast Kenmerken het selectievakje Alleen-lezen in en klik op OK.
  3. Als u wilt weten of een sjabloon alleen-lezen is, controleert u of naast de titel (alleen-lezen) wordt weergegeven wanneer u de sjabloon opent. (alleen-lezen) wordt niet weergegeven in de bestandsnaam op de plaats waar u de sjabloon hebt opgeslagen. Het wordt alleen weergegeven achter de titel wanneer u de sjabloon opent.

 Belangrijk   Wanneer u later besluit om wijzigingen in de sjabloon aan te brengen, moet u niet vergeten de eigenschap alleen-lezen uit te schakelen voordat u begint, anders wordt u in Word gevraagd het bestand op te slaan met een andere bestandsnaam.

Sjablonen weergeven in het deelvenster Nieuw document onder Mijn sjablonen in Word 2007

U kunt een sjabloon opslaan op een willekeurige locatie op de computer of het netwerk waartoe u toegang hebt en vervolgens nieuwe documenten openen op basis van de sjabloon door naar die locatie te gaan en op de sjabloon te dubbelklikken.

U kunt ook een nieuw document openen en vervolgens de sjabloon toepassen door naar Mijn sjablonen te gaan in het deelvenster Nieuw document in Word 2007. U hoeft niet telkens wanneer u de sjabloon wilt gebruiken om een nieuw document te maken naar de locatie te navigeren waar u de sjabloon hebt opgeslagen.

Als u een sjabloon wilt kunnen selecteren in Mijn sjablonen, moet u eerst de sjabloon toevoegen aan de standaardlocatie voor sjablonen op de computer. U doet dit als volgt:

  1. Blader naar de map of de locatie waar de sjabloon is opgeslagen.
  2. Klik met de rechtermuisknop op de sjabloonbestandsnaam en klik op Kopiëren als u een kopie van de sjabloon wilt maken of klik op Knippen als u de sjabloon wilt verplaatsen zonder een kopie te bewaren.
  3. Blader naar de standaardlocatie voor sjablonen op de computer:
    • In Windows Vista is de standaardlocatie C:\Users\GEBRUIKERSNAAM\AppData\Roaming\Microsoft\Templates.
    • In Windows XP is dit C:\Users\GEBRUIKERSNAAM\AppData\Microsoft\Templates.
  4. Klik met de rechtermuisknop op een willekeurige plaats in de standaardmap en klik op Plakken.
  5. Als u wilt weten of uw sjabloon vanuit het deelvenster Nieuw document kan worden gebruikt, opent u Word, klikt u op de Microsoft Office-knop en klikt u vervolgens op Nieuw.
  6. Klik onder Sjablonen op Mijn sjablonen om het dialoogvenster Nieuw te openen. Uw sjabloon wordt weergegeven op het tabblad Mijn sjablonen.

 Opmerking   Als u de sjabloon alleen kopieert in plaats van deze naar de standaardsjabloonlocatie te verplaatsen, moet u ervoor zorgen dat u beide exemplaren van de sjabloon bewerkt wanneer u wijzigingen aanbrengt.

Netwerksjablonen weergeven in het deelvenster Nieuw document in Word 2007

Als u sjablonen op een netwerk distribueert of beheert, kan iedereen die sjablonen gebruiken door naar het deelvenster Nieuw document in Word 2007 te gaan in plaats van naar de netwerklocatie te navigeren waar de sjablonen zijn opgeslagen.

U kunt als volgt netwerksjablonen weergeven in Word 2007:

  1. Open Word, klik op de Microsoft Office-knop en klik op Opties voor Word.
  2. Klik op Geavanceerd, schuif naar de sectie Algemeen en klik op Bestandslocaties.
  3. Klik op Werkgroepsjablonen en klik op Wijzigen.
  4. Blader naar de netwerkshare waar u sjablonen opslaat en klik op OK.

Wanneer u de volgende keer in het nieuwe documentvenster op Mijn sjablonen klikt, worden de sjablonen weergegeven die zijn opgeslagen op het netwerkstation. Ze worden echter weergegeven met sjablonen die op de computers van gebruikers zijn opgeslagen in hun standaardsjabloonlocaties.

(In Windows Vista is de standaardlocatie C:\Users\GEBRUIKERSNAAM\AppData\Roaming\Microsoft\Templates. In Windows XP is dit C:\Users\GEBRUIKERSNAAM\AppData\Microsoft\Templates.)

 Tip   Zorg ervoor dat iedereen die de sjablonen moet gebruiken, toegang heeft tot het netwerkstation, en dat dit een beveiligde en vertrouwde locatie is. U wilt mogelijk ook de eigenschappen van de netwerkmap of de eigenschappen van het sjabloonbestand instellen op alleen-lezen zodat sjabloonbestanden niet zo maar of per ongeluk kunnen worden gewijzigd.

Terug naar boven Terug naar boven

Werken met thema's, stijlen en opmaak

Klanten kunnen met thema's gemakkelijk het uiterlijk van een sjabloon wijzigen en daarbij het oorspronkelijke ontwerp behouden. Door thema's te gebruiken die beschikbaar zijn op het tabblad Pagina-indeling van het lint, zoals de thema's die zijn gedownload van de Microsoft Office Online-sjablonenwebsite, kunnen klanten met slechts een paar klikken op een consequente manier de lettertypen en kleuren van een sjabloon wijzigen.

Als u niet bekend bent met thema's of de manier waarop deze werken, wilt u mogelijk eerst het Blogartikel over sjablonen: Wat zijn thema's? lezen. Als u wilt weten hoe themagerede sjablonen werken, wilt u mogelijk de sjabloon Ontvangstbevestiging schenking downloaden en verschillende thema's van het tabblad Pagina-indeling van het lint toepassen.

Hoe kan ik een themagerede sjabloon maken?

Als u een themagerede sjabloon wilt maken, moet u eerst stijlen met themakleuren en tekenkoppelingen installeren, en vervolgens deze stijlen toepassen op alle tekst en objecten in de sjabloon. Het toepassen van stijlen kan opmaak- en indelingsproblemen helpen voorkomen wanneer klanten de inhoud van een sjabloon voor eigen gebruik aanpassen door tekstregels toe te voegen of afbeeldingen te wijzigen.

Stijlen moeten lettertypen voor koppen en hoofdtekst gebruiken, zoals die van de ingebouwde lettertypekoppelingen in Word 2007 of de lettertypekoppelingen die u kunt maken met de lettertypeopties op het tabblad Pagina-indeling. U kunt stijlen opmaken met de extra opmaakopties van uw keuze. U kunt ook uw eigen themakleurpalet gebruiken met de opties voor kleuren op het tabblad Pagina-indeling.

 Belangrijk   Als u meer informatie wenst over het maken, toepassen en wijzigen van stijlen in Word 2007, raadpleegt u de website Help en procedures voor Word 2007. Richtlijnen voor het gebruik van stijlen, thema's en lettertypen in een sjabloon vindt u hieronder.

Stijlen

Het venster Stijlen bevindt zich op het tabblad Start van het lint van Word 2007. U moet stijlen toepassen op alle tekst en alle objecten in een sjabloon, waaronder afbeeldingen en vormen. Voor sommige objecten, zoals vormen, AutoVormen en besturingselementen voor inhoud, kunt u echter met de rechtermuisknop op het object klikken om extra opmaakopties te vinden.

  • Pas stijlen toe op alle tekst in een sjabloon, en controleer of de stijlen alle lettertype-, alinea- en lijstopmaak bevatten.
  • Gebruik alleen themakleuren en hoofd- of koplettertypen in uw stijlen. U kunt indien gewenst uw eigen themakleurpaletten en lettertypekoppelingen maken met de opties Lettertypen en Kleuren op het tabblad Pagina-indeling van het lint.
  • Als u het uiterlijk van tekst of objecten wilt wijzigen, wijzigt u de stijl die is gekoppeld aan de tekst in de sjabloon in plaats van handmatig de inhoud in de sjabloon te wijzigen.
  • Wij raden u aan de standaardstijlen in het document te gebruiken of te wijzigen, maar waar nodig nieuwe stijlen te maken.
  • Wanneer u nieuwe stijlen maakt, controleert u of de stijlnaam exact overeenkomt met het gebruik van de stijlnaam in de sjabloon. In een flyer voor een evenement wilt u waarschijnlijk een nieuwe stijl maken en toepassen op tijdelijke tekst voor sponsornamen. De aanbevolen stijlnaam is in dit geval 'Evenementsponsor' of 'Naam evenementsponsor'.
  • Als u uw stijlen beter toegankelijk wilt maken voor klanten die ze willen toepassen of wijzigen nadat ze de sjabloon hebben geopend, opent u het deelvenster Stijlen en configureert u de opties om de gebruikte stijlen of de stijlen in het huidige document weer te geven. Verwijder stijlen die u maakt of wijzigt, maar niet in de sjabloon gebruikt.

 Opmerking   Voor een betere aanpak van de stijlen die worden weergegeven in het taakvenster Stijlen en de volgorde waarin ze worden weergegeven, opent u het taakvenster Stijlen en klikt u op de knop Stijlen beheren (beweeg de cursor boven de knoppen om de knopnamen weer te geven). Klik in het dialoogvenster Beheerde stijlen op het tabblad Aanbevolen en gebruik vervolgens de aanwezige configuratieopties.

 Opmerking   Voor een gemakkelijker hergebruik van stijlen in meerdere documenten, importeert u stijlen uit of exporteert u stijlen naar andere sjablonen met de knop Importeren/exporteren op het tabblad Aanbevolen, die u kunt vinden door de bovenstaande stappen te volgen.

  • Als u wilt dat klanten sneller uw stijlen kunnen vinden en gebruiken, opent u op het tabblad Start het deelvenster Stijlen, klikt u met de rechtermuisknop op de stijlen en klikt u op Toevoegen aan galerie Snelle stijlen.

Thema's

  • Maak uw sjablonen themagereed door alle stijlen te koppelen aan een kleurenschema en een tekenpaar (kop- en hoofdtekstlettertypen). Als u het deelvenster Stijlen wilt openen, gaat u naar het tabblad Start van het lint van Word 2007 en klikt u op de pijl in de rechterbenedenhoek van de sectie Stijlen.
  • Klik in het deelvenster Stijlen of de galerie Snelle stijlen met de rechtermuisknop op bestaande stijlen om deze te wijzigen, of maak nieuwe stijlen met themakleuren en hoofdtekst- en kop lettertypen (lettertypekoppelingen).
  • U kunt de kleurenschema's en de lettertypeparen gebruiken die geleverd zijn bij Word 2007, of u kunt uw eigen schema's en paren gebruiken en toepassen. Als u nieuwe lettertypeparen en themakleuren wilt maken, gebruikt u de opties in de sectie Thema's van het tabblad Pagina-indeling.
  • Wanneer u regels en opvulkleuren voor vormen en AutoVormen opmaakt, past u alleen themakleuren toe en geen standaardkleuren. De opmaakopties vindt u normaliter door met de rechtermuisknop op een object te klikken. De opmaaktabbladen worden tevens automatisch weergegeven op het lint wanneer u een object selecteert.

Lettertypen

  • Gebruik alleen lettertypen die zijn geleverd bij uw versie van Windows en het Microsoft Office-systeem. Dit is het geval wanneer u een 'schone' installatie van Word 2007 gebruikt en geen extra lettertypen voor Windows of andere Microsoft Office-programma's hebt geïnstalleerd. Als u aanvullende lettertypen downloadt en gebruikt, worden uw sjablonen mogelijk niet juist afgedrukt of weergegeven voor klanten die deze lettertypen niet hebben geïnstalleerd.
  • Koppel alle lettertypen die u in de sjabloon gebruikt aan een stijl en wijzig de tekst alleen door de stijl op te maken. Wijzig het uiterlijk van een tekst in een sjabloon niet handmatig.
  • Gebruik hoofdtekst- en koplettertypen in uw stijlen door de ingebouwde lettertypen te selecteren voor uw huidige thema in de sjabloon. Deze lettertypeopties vindt u in het dialoogvenster Stijlen wijzigen boven in de vervolgkeuzelijst Opmaak als 'Lettertypenaam (koppen)' respectievelijk 'Lettertypenaam (hoofdtekst)'. U kunt ook uw eigen lettertypekoppelingen maken met de optie Lettertypen op het tabblad Pagina-indeling van het lint.
  • Als u een lettertypekleur wilt wijzigen of toepassen, wijzigt u de stijl die u hebt gekoppeld aan het lettertype en selecteert u alleen een themakleur. Pas niet handmatig een lettertypekleur in een sjabloon toe. U kunt een keuze maken uit de bestaande kleurenpaletten voor lettertypen in Word 2007 of uw eigen aangepaste kleurenpaletten voor lettertypen maken.

Tekens en alinea's opmaken

  • Pas alinaopmaak toe, zoals inspringingen, tabs, regelafstanden en opties voor paginering, door stijlen op te maken. Zie Pagina-einden in Opties voor paginaopmaak verder op in dit document voor meer informatie over het invoegen van pagina-einden.
  • Maak niet handmatig alinea's in een document op en voeg geen regelafstanden toe door alineamarkeringen in te voegen.
  • In Word 2007 kunt u ook stijlen maken voor tekens die binnen een alinea worden weergegeven. Aangezien sommige klanten moeite hebben met het gebruik van stijlen, raden wij u aan alleen opmaak op alineaniveau te gebruiken en lettertypestijlen mondjesmaat toe te passen. Als u toch tekenstijlen maakt, zorgt u ervoor dat u duidelijk aangeeft waar ze binnen de sjabloon en binnen de alinea toe dienen.
  • Als u wilt testen of de alinea- of lettertypestijlen correct zijn toegepast, geeft u de alineamarkeringen in de sjabloon weer, en wijzigt u de tijdelijke en voorbeeldtekst.

Terug naar boven Terug naar boven

Tekstvakken en tabellen invoegen

In deze sectie bespreken we de veelgebruikte opties op het tabblad Invoegen van het lint van Word 2007.

Tekstvakken

Als u een tekstvak wilt invoegen, gaat u naar het tabblad Invoegen, klikt u op Tekstvak en klikt u vervolgen op Tekstvak tekenen. Sleep de cursor om de gewenste grootte en vorm te verkrijgen, en klik vervolgens op het tabblad Indeling op het lint of klik met de rechtermuisknop op het tekstvak voor opmaakopties zoals kleuren, regels, opvuleffecten, indeling en tekstomloop.

Tekstvakken zijn onder andere nuttig om:

  • Tekst of afbeeldingen op een specifieke plaats op een pagina te plaatsen.
  • Klanten in staat te stellen delen van een sjabloon zoals afbeeldingen of tekst te verplaatsen of de grootte ervan te wijzigen.
  • Afbeeldingen weer te geven als transparante achtergronden. U kunt in Word 2007 een afbeelding instellen als een transparante achtergrond door een tekstvak of vorm in te voegen en deze vervolgens te vullen met een afbeelding (de afbeelding niet invoegen of insluiten) met de instellingen voor Opvuleffecten en Transparantie. Als u deze instellingen wilt vinden, klikt u met de rechtermuisknop op het tekstvak of de vorm en selecteert u de menuoptie Tekstvak opmaken of AutoVorm opmaken.
  • Tekst te laten doorlopen op meerdere onderdelen van een pagina of pagina's, zoals secties van een nieuwsbrief die uit meerdere pagina's bestaat.

Richtlijnen voor het gebruik van tekstvakken.

  • Gebruik in principe geen tekstvakken in sjablonen als de inhoud gemakkelijk te beheren valt met inline tekst of tabellen, bijvoorbeeld in zakelijke brieven of een cv.
  • Gebruik inhoudsbesturingselementen, die verdwijnen wanneer er overheen wordt getypt, om tijdelijke of voorbeeldtekst in een tekstvak op te maken en weer te geven. Zie Inhoudsbesturingselementen verderop in dit document voor meer informatie.
  • Standaard wordt de grootte van tekstvakken niet gewijzigd om tekst of afbeeldingen passend te maken. Tenzij de grootte van het tekstvak belangrijk is voor de vormgeving van een sjabloon, maakt u het tekstvak zo op dat de grootte automatisch wordt aangepast en kunt u eventueel een besturingselement Afbeelding gebruiken om afbeeldingen of foto's in te voegen. Zie Inhoudsbesturingselementen en Afbeeldingen, vormen en SmartArt invoegen voor meer informatie.
  • Deel de tekstvakken in ten opzichte van de pagina. Zo zorgt u ervoor dat de integriteit van het ontwerp niet in gevaar komt wanneer klanten de paginastand of de marges van de sjabloon wijzigen.
  • Pas stijlen toe op de inhoud van de tekstvakken en zorg ervoor dat de stijlen niet alleen alinea-opmaak, maar ook themagerede kleuren en lettertypen bevatten.
  • Als u een tijdelijke afbeelding voor een logo in een tekstvak invoegt, zorgt u ervoor dat de randen van het tekstvak zijn uitgeschakeld. Nogmaals, u kunt ook overwegen om een besturingelement Afbeelding te gebruiken. Zie Inhoudsbesturingselementen voor meer informatie.
  • Als u de plaats van een tekstvak wijzigt tijdens het testen of ontwikkelen van een sjabloon, gaan de bestaande instellingen voor de horizontale en verticale positie verloren. U raden u aan net voordat u de sjabloon opslaat en inzendt te controleren of de tekstvakken juist zijn ingedeeld ten opzichte van de pagina.
  • Als een sjabloon tevens tabellen of inline tekst en afbeeldingen bevat, raden wij u aan alle tekstvakken te testen door tekst toe te voegen of te verwijderen, of door afbeeldingen te vervangen en de grootte ervan te wijzigen. Zo helpt u ervoor te zorgen dat de tekstvakken correct werken, met name ten opzichte van andere objecten en elementen, wanneer klanten een sjabloon wijzigen.

Tabellen

Als u een tabel wilt invoegen, gaat u naar het tabblad Invoegen, klikt u op Tabel en selecteert u het gewenste aantal rijen en kolommen. Klik op een willekeurige plaats in de tabel en klik op het lint op de tabs Ontwerpen of Indeling (of klik op het tabelpictogram dat wordt weergegeven in de linkerbovenhoek om de hele tabel te selecteren en klik vervolgens met de rechtermuisknop) om opmaakopties te vinden zoals lay-out, randen en arcering.

Tabellen kunnen nuttig zijn voor:

  • Het indelen van tekst, vormen en afbeeldingen ten opzichte van elkaar, bijvoorbeeld in een flyer met afbeeldingen, en voorbeeld- of tijdelijke tekst voor evenementdetails.
  • Het beperken of bepalen van de hoeveelheid ruimte die klanten kunnen gebruiken voor tekst of afbeeldingen om het oorspronkelijke ontwerp te behouden. U wilt bijvoorbeeld de hoeveelheid ruimte beperken die voor de titel van een nieuwsbrief en de bijbehorende foto kan worden gebruikt, maar een onbeperkte hoeveelheid tekst toestaan in een kolom of artikel.
  • Als een container voor bouwstenen (wanneer deze worden toegevoegd aan de galerie Snelonderdelen) om ervoor te helpen zorgen dat de plaats en de opmaak van afbeeldingen, vormen of tekst gelijk blijven wanneer klanten de sjabloon wijzigen. U wilt mogelijk een tabel gebruiken om een cv-sjabloon te maken en vervolgens bouwstenen maken om extra gegevens voor behaalde diploma's en werkervaring te kunnen invoeren. Op deze manier kunnen klanten gemakkelijk het benodigde Snelonderdeel (bouwsteen) invoegen in een tabelcel en de tekst wijzigen zonder dat ze stijlen of opmaak hoeven toe te passen.

Richtlijnen voor het gebruik van tabellen:

  • Gebruik tabelcellen hoofdzakelijk om items te laten inspringen en gerelateerde informatie uit te lijnen.
  • Minimaliseer de interactie die klanten met tabelcellen moeten hebben door duidelijk aan te geven waar ze inhoud moeten toevoegen of wijzigen. U kunt voor tekst bijvoorbeeld voor verschillende soorten informatie verschillende stijlen gebruiken. In een nieuwsbrief wilt u bijvoorbeeld de titel en de hoofdtekst in aparte cellen plaatsen. In een wenskaart wilt u waarschijnlijk een afbeelding en de tekst in aparte cellen plaatsen.
  • Deel de tabellen in ten opzichte van de pagina. Als de absolute plaats van een tabel belangrijk is voor het ontwerp, zorgt u ervoor dat u tevens de benodigde horizontale en verticale uitlijning instelt.
  • Als de grootte van een tabel belangrijk is voor het ontwerp, stelt u de grootte van de tabelrijen en -kolommen zo in dat klanten de tabel niet per ongeluk kunnen laten doorlopen op een andere pagina of een ander gebied van de sjabloon.
  • Stel koprijen in indien deze nodig zijn voor het ontwerp en als tekst in een tabel op meer dan één pagina kan doorlopen.
  • Om te voorkomen dat de tekst die klanten invoeren, onbedoeld doorloopt naar andere gebieden in het sjabloonontwerp, bijvoorbeeld naast een tabel, stelt u geen tekstomloop rond tabellen in. Dit helpt ook te voorkomen dat gebruikers proberen een tabel te verwijderen om tekst zonder omloop weer te geven.
  • Als een sjabloon naast tabellen ook tekstvakken, inline afbeeldingen of tekst bevat, test u of de tabel zich naar verwachting gedraagt door tekst toe te voegen en te verwijderen, opties voor de pagina-indeling te wijzigen, de sjabloon af te drukken in verschillende afdrukstanden, en door afbeeldingen en vormen in de buurt van de tabel toe te voegen, te vervangen en de plaats ervan te wijzigen.

Bouwstenen (Snelonderdelen) gebruiken in een sjabloon

U kunt bouwstenen, ook Snelonderdelen genaamd, het beste gebruiken als vooraf opgemaakte stukken inhoud die u toevoegt aan de galerie Snelonderdelen op het tabblad Invoegen. In plaats van handmatig gegevens toe te voegen aan een sjabloon, kunnen klanten op deze manier op een Snelonderdeel klikken en snel ontwerpelementen, inhoud of tijdelijke inhoud in een sjabloon invoegen, met name inhoud die zij meer dan eenmaal gebruiken.

Bouwstenen kunnen klanten bijvoorbeeld goed helpen extra exemplaren van behaalde diploma's of ervaring toe te voegen aan een cv, om verschillende soorten meerkeuzevragen toe te voegen aan een test, of om extra ontvangstbewijzen toe te voegen aan een sjabloon voor ontvangstbewijzen.

Bouwstenen maken en opslaan in een sjabloon kan u tevens tijd besparen en voor de nodige eenduidigheid in sjablonen helpen zorgen.

  • Gebruik opnieuw een ontwerpelement, zoals voorbeeld- of tijdelijk tekst met specifieke opmaak, een rand, een achtergrondkleur of -afbeelding voor een deel van de sjabloon, of een tijdelijke afbeelding, om een aantal voorbeelden te noemen.
  • Gebruik tekst, afbeeldingen of vormen in een reeks sjablonen die hetzelfde ontwerp of dezelfde ontwerpelementen delen, zoals dezelfde voettekst, hetzelfde bedrijfslogo en dezelfde slogan in een reeks zakelijke sjablonen met brieven, facturen, flyers, visitekaartjes en nieuwsbrieven.

Als u bouwstenen maakt, raden wij u aan deze toe te voegen aan de galerie Snelonderdelen. Uw bouwstenen worden dan weergegeven in het menu Snelonderdelen, zodat uw klanten ze gemakkelijker kunnen vinden en invoegen. Als u bouwstenen maakt voor veelgebruikte galerieën in Word 2007, zoals kop- of voetteksten, zorgt u ervoor dat u tevens uw aangepaste bouwstenen toevoegt aan de betreffende standaardgalerie. Op deze manier kunnen klanten gemakkelijker inhoud vinden wanneer u Bouwstenenbeheer gebruikt.

 Belangrijk    Als u uw bouwstenen beschikbaar wilt stellen in de gepubliceerde versie van uw sjabloon, moet u in plaats hiervan elke bouwsteen in het sjabloonbestand opslaan. Als u wilt weten hoe u dit doet, leest u de stappen die u rechtstreeks onder de onderstaande richtlijnen vindt. Sla geen bouwstenen op in uw standaardbouwstenensjabloon in Word 2007 (Building Blocks.DOTX), anders zijn ze niet beschikbaar in uw sjabloon wanneer u deze inzendt voor publicatie online.

Richtlijnen voor het maken en opslaan van bouwstenen:

  • Maak als vuistregel bouwstenen voor ontwerpelementen of tijdelijke inhoud die u of uw klanten meer dan eens in een sjabloon kunnen gebruiken.
  • Zorg ervoor dat uw bouwstenen themagereed zijn, net als alle andere inhoud in uw Word 2007-sjabloon. Zie Werken met thema's, stijlen en opmaak eerder in dit document voor meer informatie over het themagereed maken van uw sjablonen.
  • Als u bouwstenen opslaat in de galerie Snelonderdelen, groepeert u verwante elementen om problemen met lagen te helpen voorkomen en ervoor te helpen zorgen dat klanten gemakkelijk inhoud kunnen identificeren en selecteren zonder door een enorme hoeveelheid opties hoeven te bladeren wanneer zij het menu Snelonderdelen gebruiken.
  • Als u elementen groepeert, maakt u de groep direct voordat u deze opslaat in de galerie Snelonderdelen (of andere galerie) op. De opmaak die u toepast vóór het groeperen van twee of meer elementen, wordt automatisch verwijderd wanneer u de elementen groepeert.
  • Voor inhoud binnen bouwstenen zorgt u ervoor dat u alle richtlijnen volgt voor het opmaken van afbeeldingen, tekst, tabellen, vormen en andere objecten in dit document. Zorg er bijvoorbeeld voor dat u groepen ontwerpelementen indeelt ten opzichte van de pagina en bepaal of een groep voor of achter tekst moet worden geplaatst. Dit helpt problemen met uitlijning en lagen voorkomen wanneer klanten uw bouwstenen in een document invoegen.
  • Als u een bouwsteen opslaat in de galerie Snelonderdelen, wordt de bouwsteen weergegeven in het menu Snelonderdelen en in Bouwstenenbeheer. Echter, afhankelijk van de inhoud en de plaats op de pagina, wordt voor de bouwsteen mogelijk geen voorbeeld weergegeven in het menu Snelonderdelen. Klanten kunnen deze bouwstenen gemakkelijker selecteren als u ervoor zorgt dat de namen van bouwstenen duidelijk de inhoud en functie ervan aangeven, met name wat betreft de andere bouwstenen die u ter beschikking stelt in de sjabloon.
  • Als uw bouwstenen niet bij een van de standaardgalerieën voor bouwstenen in Word 2007 horen (zoals kopteksten, voetteksten of paginanummers) en u meer dan een type bouwsteen hebt gemaakt, maakt u nieuwe categorieën en deelt u uw bouwstenen in die categorieën in.
  • Controleer of de categorienamen duidelijk het type bouwsteen aangeven dat de categorie bevat, bijvoorbeeld 'Paginaranden'. Zorg er tevens voor dat u verwante bouwstenen, zoals alle variaties op paginaranden, in de juiste categorie indeelt en nieuwe categorieën maakt voor andere groepen bouwstenen, bijvoorbeeld 'Achtergrondafbeeldingen'.

Bouwstenen opslaan in de galerie Snelonderdelen

 Belangrijk   Sla geen bouwstenen op in uw standaardsjabloon met bouwstenen in Word 2007 (Building Blocks.DOTX). Als u uw bouwstenen beschikbaar wilt stellen in de gepubliceerde versie van een sjabloon, moet u ze in plaats hiervan in het sjabloonbestand opslaan. Zorg ervoor dat u uw sjabloon opslaat en niet de bestandsnaam wijzigt nadat u bouwstenen hebt toegevoegd aan de galerie Snelonderdelen.

  1. Maak een DOTX-bestand en sla dit op met een geschikte bestandsnaam. Als u de bestandsnaam later wijzigt, moet u mogelijk het oorspronkelijke sjabloonbestand openen en elke bouwsteen opslaan in het nieuwe bestand (door de eigenschappen van de bouwsteen te bewerken in Bouwstenenbeheer). Als u echter het sjabloonbestand opent en vervolgens opslaat als een nieuw sjabloonbestand, worden de bouwstenen automatisch weergegeven in de nieuwe sjabloon.
  2. Maak (of kopieer) de inhoud die u wilt opslaan als een bouwsteen in de sjabloon.
  3. Selecteer de inhoud voor de bouwsteen, klik op het tabblad Invoegen op Snelonderdelen en klik op Selectie opslaan in galerie Snelonderdelen.
  4. Geef in het dialoogvenster Nieuwe bouwsteen maken een naam op voor de bouwsteen en selecteer de gewenste galerie. Zorg ervoor dat u de bovenstaande naamgevingsrichtlijnen gebruikt.
  5. Als u de bouwsteen wilt weergeven in het menu Snelonderdelen, selecteert u Snelonderdelen in de lijst Galerie. Nogmaals, als u van plan bent meer dan een bouwsteen toe te voegen, zorgt u ervoor dat de naam duidelijk de inhoud of de functie van de bouwsteen aangeeft (bijvoorbeeld op kleur of ontwerpvariant).
  6. Selecteer in de lijst Categorie alleen Algemeen als u een of meer bouwstenen maakt van hetzelfde type. Als u van plan bent meerdere typen bouwstenen te maken, selecteert u Nieuwe categorie maken en geeft u een categorienaam op die geschikt is voor het gebruik van de bouwsteen in de sjabloon (bijvoorbeeld Meerkeuzevragen, Handtekeningen of Fotokaders). Categoriebeschrijvingen zijn optioneel. Geef geen informatie op in het veld Beschrijving wanneer u bouwstenen maakt omdat dit veld alleen voor de geselecteerde categorie is bestemd, niet voor elke bouwsteen.
  7. Selecteer in de lijst Opslaan in de naam van het sjabloonbestand. U moet de naam selecteren voor elke bouwsteen die u toevoegt aan de sjabloon, anders wordt de bouwsteen alleen toegevoegd aan uw lokale standaardsjabloon voor bouwstenen (Building Blocks.DOTX) en niet weergegeven in de gepubliceerde sjabloon.
  8. Selecteer in de lijst Opties de benodigde invoegoptie op basis van het type bouwsteen dat u maakt.

Aangezien bouwstenen worden gedeeld in alle geopende Word 2007-documenten, kunt u bouwstenen niet testen door ze eenvoudigweg te bekijken in het menu Snelonderdelen of in Bouwstenenbeheer in een ander document dat is geopend terwijl u een sjabloon maakt. U kunt als volgt testen of het toevoegen van een bouwsteen aan een sjabloon is geslaagd:

  1. Sluit Word 2007 en geopende documenten, en open opnieuw het sjabloonbestand door met de rechtermuisknop op de bestandsnaam te klikken en vervolgens op Openen te klikken. Hiermee opent u de sjabloon (DOTX-bestand) in plaats van een document (DOCX-bestand) dat op de sjabloon is gebaseerd.
  2. Controleer het menu Snelonderdelen en Bouwstenenbeheer om te zien of uw bouwsteen op de juiste plaats wordt weergegeven.
  3. Als de bouwstenen correct in de sjabloon zijn opgeslagen, sluit u het sjabloonbestand en opent u een document (DOCX-bestand) op basis van de sjabloon.
  4. Voeg elke bouwsteen in het testdocument in om te controleren of de bouwsteen correct werkt. Zorg ervoor dat u ook bouwstenen test door de tekst of afbeeldingen die ze bevatten te wijzigen als u wilt dat klanten ze kunnen wijzigen, en controleer of het document correct wordt afgedrukt nadat u bouwstenen hebt toegevoegd, inclusief willekeurige combinaties bouwstenen die klanten kunnen gebruiken.
  5. Als u wijzigingen moet aanbrengen in een bouwsteen, sluit u het testdocument en opent u opnieuw het sjabloonbestand. Herhaal de stappen van deze functietests telkens wanneer u bouwstenen in een sjabloon wijzigt.

Als u een bouwsteensjabloon wilt inzenden in plaats van bouwstenen in te voegen in een Word 2007-sjabloon, raadpleegt u de indieningsvereisten bij Bouwsteensjablonen maken en inzenden verderop in dit document.

Terug naar boven Terug naar boven

Afbeeldingen, vormen en SmartArt invoegen

Afbeeldingen, foto's, ClipArt en SmartArt in deze sectie worden allemaal afbeeldingen genoemd, uitgezonderd die gevallen waar specifieke richtlijnen gelden voor een van deze categorieën. Deze functies zijn beschikbaar op het tabblad Invoegen op het lint van Word 2007.

Juridische verantwoordelijkheden

Controleer voordat u afbeeldingen in een sjabloon opneemt of er geen auteursrecht of merkrecht op de afbeeldingen rust en of de afbeeldingen geschikt zijn om te worden verspreid.

Afbeeldingsindeling

U kunt vector- of bitmapbestanden invoegen, maar voor de beste balans tussen beeldkwaliteit en bestandsgrootte kunt u het beste de volgende bestandstypen gebruiken:

  • JPEG File Interchange Format (JPEG-, JPG-, JFIF- of JPE-bestanden)
  • Portable Network Graphics (PNG-bestanden)
  • Windows Enhanced Metafile (EMF-bestanden)

Afbeeldingsresolutie

De gewenste resolutie is afhankelijk van de manier waarop u een sjabloon wilt gebruiken:

  • Als een sjabloon is bedoeld om alleen online te bekijken, kiest u een resolutie van 72 dpi.
  • Als een sjabloon is bedoeld om te worden afgedrukt of als de sjabloon zowel in gedrukte vorm als online wordt gebruikt, kiest u een resolutie van 150 of 200 dpi.
  • Als u de afbeeldingsresolutie wilt testen, moet u de sjabloon afdrukken met een thuisprinter. Met professionele printers krijgt u een resolutie van 300 dpi, maar de meeste printers halen maximaal 150 tot 200 dpi.

De grootte van afbeeldingen wijzigen en afbeeldingen opmaken

U kunt afbeeldingen toevoegen aan een sjabloon door ze rechtstreeks ('inline') op een pagina te plaatsen, door ze in een tekstvak in te voegen of door ze in een tabelcel in te voegen. U kunt afbeeldingen ook invoegen met een inhoudsbesturingselement voor afbeeldingen, dat u net als andere objecten kunt opmaken en waarbij u ook de afbeelding zelf kunt opmaken.

Een afbeeldingsbesturingselement stelt klanten in staat de afbeelding te wijzigen zonder afbeeldingen te kopiëren of te plakken. Klanten kunnen in plaats hiervan klikken op het besturingselementlabel Afbeeldingen boven de afbeelding. In Word wordt vervolgens automatisch een dialoogvenster geopend dat klanten kunnen gebruiken om naar de gewenste afbeelding te navigeren en deze in te voegen.

Als u niet zeker weet welke optie u moet gebruiken, kan deze informatie van pas komen:

  • Het gebruik van een tabelcel kan helpen voorkomen dat klanten per ongeluk een afbeelding verplaatsen of de grootte ervan wijzigen zodat andere elementen in een sjabloon uit balans raken, afhankelijk van de manier waarop u de tabel of de tabelcel opmaakt.
  • Tekstvakken kunnen ook onbedoelde verplaatsing of groottewijziging van een afbeelding helpen voorkomen, maar zijn gemakkelijker te verplaatsen dan tabellen.
  • Afbeeldingsbesturingselementen zijn net als tekst of andere objecten gemakkelijk op te maken en stellen u in staat de afbeeldingsgrootte en tekstomloop in te stellen en bijschriften toe te voegen. Ze stellen klanten in staat de afbeelding met slechts een paar klikken in plaats van met kopiëren en plakken te wijzigen.
  • Als u niet verwacht dat klanten een afbeelding zullen vervangen, zoals met afbeeldingen op kaarten of briefpapier, kunt u overwegen om de afbeelding 'achter de tekst' te plaatsen om onbedoelde verplaatsing of groottewijziging van de afbeelding te helpen voorkomen.

Richtlijnen voor het invoegen en opmaken van afbeeldingen

  • Voeg afbeeldingen toe door deze naar een tabelcel of tekstvak te kopiëren, door een tekstvak te vullen met een afbeelding met de opties voor Opmaak, of door een afbeeldingsbesturingselement in te voegen via het tabblad Ontwikkelaars. Voeg afbeeldingen niet in door deze in te voegen in tekenpapier.
  • Deel alle afbeeldingen in ten opzichte van de pagina, ongeacht de manier waarop u ze invoegt. Dit helpt u het oorspronkelijke ontwerp te behouden als klanten de paginastand, de marges of het papierformaat wijzigen die u voor het gebruik van de sjabloon had ingesteld.
  • Groepeer afbeeldingen alleen als ze een samenhangende afbeelding vormen en als één ontwerpelement fungeren. Groepeer meerdere afbeeldingen niet op aparte plaatsen op een pagina.
  • Gebruik een programma voor het bewerken van afbeeldingen om de grootte van foto's te wijzigen en sla deze op met de aanbevolen resolutie-instelling voor het afdrukken of voor onlinegebruik. Zie Afbeeldingsresolutie eerder in dit document voor meer informatie.
  • Als u de grootte van andere afbeeldingen dan foto's wilt wijzigen, houdt u de Shift-toets ingedrukt terwijl u de randen sleept om de proporties te behouden.
  • Als u een afbeelding wilt bijsnijden, kunt u de bijsnijdfunctie in Word gebruiken. Nadat u de afbeelding hebt bijgesneden, raden wij u aan de afbeelding te comprimeren met de standaardcompressie-instellingen. U verwijdert op deze manier de bijgesneden gebieden van de afbeeldingen uit het bestand en verkleint de bestandsgrootte.
  • Koppel alle vormen aan een stijl. Zie Werken met thema's, stijlen en opmaak eerder in dit document voor meer informatie.

Tekst en alternatieve tekst (alt-tekst)

Volg deze richtlijnen voor het gebruik van tekst die bij afbeeldingen hoort:

  • Voeg uit toegankelijkheidsoogpunt alternatieve tekst toe aan alle afbeeldingen. Zie de sectie Alternatieve tekst (alt-tekst) in Sjablonen toegankelijker maken voor gebruikers met een handicap voor richtlijnen over alternatieve tekst.
  • Gebruik geen afbeeldingen of foto's die tekst bevatten omdat de afbeelding niet in andere talen kan worden vertaald.
  • Als u tekst in een vorm of in SmartArt gebruikt, controleert u of de tekst voldoet aan de Richtlijnen voor tijdelijke tekst en voorbeeldtekst verderop in dit document.
  • Als u tijdelijke tekst of voorbeeldtekst wilt plaatsen naast een afbeelding die u in een tabelcel hebt ingevoegd, plaatst u de tekst in een aparte tabelcel. Op deze manier kunnen klanten zowel de afbeelding als de tekst gemakkelijker wijzigen.

Afbeeldingen als achtergronden gebruiken

Probeer als vuistregel te voorkomen dat u foto's gebruikt als achtergrondafbeeldingen omdat de grootte van het sjabloonbestand daardoor sterk kan toenemen. Als u een foto als achtergrondafbeelding kiest, zorgt u ervoor dat u een van de afbeeldingsbestandsindelingen gebruikt die eerder in dit document zijn beschreven en probeert u de laagst mogelijk resolutie te gebruiken met een aanvaardbare afbeeldingskwaliteit omdat hogeresolutieafbeeldingen de bestandsgrootte en de downloadtijden doen toenemen.

In Word 2007 kunt u een afbeelding als een transparante achtergrond gebruiken als u een tekstvak maakt, deze met een afbeelding opvult (de afbeelding niet invoegen of insluiten) en vervolgens de transparantie-instellingen voor het tekstvak selecteert.

Terug naar boven Terug naar boven

Opties voor pagina-indeling

In deze sectie bespreken we de veelgebruikte opties op het tabblad Pagina-indeling van het lint van Word 2007.

Marges

Als u wilt voorkomen dat sjablonen worden afgekapt bij het afdrukken, stelt u de marges in op minimaal 1 cm voor alle zijden. Tekst, afbeeldingen of paginaranden mogen de marge van 1 cm niet overschrijden.

Als objecten volgens uw ontwerp gedeeltelijk buiten de pagina moeten vallen, houdt u er rekening mee dat alleen klanten met een printer die geschikt is voor dergelijke ontwerpen, de sjabloon goed kunnen afdrukken.

Papierformaat

Stel sjablonen in om af te drukken op standaardpapierformaten. Een aantal veelgebruikte documentformaten zijn A4, tabloid en legal. Tevens wordt een aantal veelgebruikte enveloppeformaten vermeld in de opties voor pagina-indeling in Word 2007.

Kolommen

Gebruik kolommen alleen wanneer u tekst laat inspringen en van de ene kolom naar de andere laat doorlopen, op een of op meerdere pagina's. In de meeste gevallen hebt u met tekstvakken, inline tekst of tabellen flexibelere indelingsopties voor het sjabloonontwerp.

Pagina-einden

Als u pagina-einden wilt gebruiken, raden wij u aan een stijl te maken die een pagina-einde bevat in de alineaopmaak en de stijl rechtstreeks toe te passen op de tekst of het object vóór de plaats waar zich het einde moet bevinden. Zorg ervoor dat de naam van de stijl aangeeft dat deze een pagina-einde bevat. Pagina-einden kunnen voor klanten moeilijk te detecteren en te verwijderen of toe te passen zijn, dus raden wij u aan alleen pagina-einden te gebruiken als dat absoluut noodzakelijk is voor de lay-out van de sjabloon.

Als u een pagina-einde wilt invoegen dat niet afhankelijk is van tekst of objecten, maakt u een stijl en noemt u deze 'Pagina-einde' zodat klanten deze waar nodig kunnen toepassen.

 Opmerking   Voeg pagina-einden niet handmatig in. Nogmaals, afhankelijk van de manier waarop een klant de sjabloon wijzigt, kan een handmatig pagina-einde zijn of haar inhoud onderbreken, en dit valt moeilijk te corrigeren voor iemand die niet bekend is met opmaakopties voor alinea's.

Paginakleur

Pas een paginakleur toe op sjablonen die alleen online worden weergeven. Pas geen paginakleur toe op sjablonen die worden afgedrukt.

Terug naar boven Terug naar boven

Hyperlinks invoegen

In Word wordt automatisch een hyperlink ingevoegd als u een e-mail- of websiteadres typt.

Als u een Microsoft-partner bent en van plan bent koppelingen in een sjabloon te plaatsen, raden wij u aan knopinfo (beschrijvende tekst) toe te voegen met informatie over de doel-URL van de koppeling en de zoektermen voor websites of online multimediabestanden waar de koppeling naartoe gaat. Op deze manier kunnen anderen het beoogde doel zien en ernaar zoeken wanneer het doel van de koppeling die u plaatst, wordt verwijderd of later wordt gewijzigd. U doet dit als volgt:

  1. Selecteer de tekst voor de hyperlink en klik in het menu Invoegen op Hyperlink (of klik met de rechtermuisknop op een bestaande hyperlink en klik vervolgens op Hyperlink bewerken).
  2. Klik onder Koppelen aan op het type koppeling dat u wilt invoegen.
  3. Controleer of bewerk de koppelingstekst in het vak Weer te geven tekst.
  4. Kopieer en plak of typ het doel van de koppeling, zoals het e-mail- of websiteadres, in het Adresvak.

 Opmerking   Als u een doeladres typt, controleert u of het adres geen typefouten of onnauwkeurigheden bevat. Voor websiteadressen raden wij u aan het adres te kopiëren en in uw browser te plakken.

  1. Klik op Scherminfo en kopieer en plak of typ het doel van de koppeling in het vak Scherminfotekst. Voeg voor een website zoekwoorden toe die anderen de site helpen vinden als de koppeling wordt gewijzigd, bijvoorbeeld: "Ga naar www.office.microsoft.com/templates of zoek 'Sjablonen op Office Online'".
  2. Klik op OK.

Besturingselementen en macro's gebruiken

Besturingselementen en macrofuncties zijn beschikbaar op het tabblad Ontwikkelaars van het lint van Word 2007.

 Opmerking   Wanneer u Word 2007 installeert, is het tabblad Ontwikkelaars niet standaard ingeschakeld. Als u dit nog niet hebt gedaan, kunt u het tabblad inschakelen met behulp van de optie op het tabblad Populair van het dialoogvenster Opties voor Word.

Inhoudsbesturingselementen

U vindt inhoudsbesturingselementen op het tabblad Ontwikkelaars in de sectie Besturingselementen. Gebruik ze om tijdelijke tekst en functies in te voegen, zoals besturingselementen voor platte tekst en RTF, besturingselementen voor afbeeldingen, vervolgkeuzelijsten en datumkiezers. Als u inhoudsbesturingselementen wilt beheren, moet u echter de Ontwikkelaarsmodus inschakelen terwijl u met de inhoud van een besturingselement werkt.

Standaard wordt de informatie in een tekstinhoudsbesturingselement opgemaakt met de stijl Tekst van tijdelijke aanduiding. U kunt deze stijl wijzigen in het deelvenster Stijlen (zie hierboven Werken met thema's, stijlen en opmaak) of een andere gewenste stijl toepassen op de inhoud van een besturingselement.

U kunt inhoudsbesturingselementen invoegen op een pagina inline met andere tekst, in een tabel of in een tekstvak. Wij raden u aan inhoudsbesturingselementen te gebruiken voor de weergave van:

  • Tijdelijke tekst en voorbeeldtekst, bijvoorbeeld sjablooninstructies zoals 'Typ hier het adres' of '[Beukenlaan 1234]'.
  • Documenteigenschappen zoals titel en auteur. Houd er rekening mee dat deze besturingselementen automatisch worden ingevuld wanneer een klant een document opent op basis van de sjabloon. De besturingselementen worden tevens automatisch bijgewerkt in een document wanneer een klant de documenteigenschappen bewerkt.
  • Gegevens van tijdelijke aanduidingen voor datum en tijd. Gebruik het besturingselement Datumkiezer om een specifieke datumstijl in te voegen en op te maken.
  • Illustraties en andere afbeeldingen, zoals foto's, tijdelijke logo's en illustraties met bijschriften, met het besturingselement Afbeelding.
  • Vervolgkeuzelijsten, maar alleen wanneer u een vooraf gedefinieerde lijst met items wilt maken waaruit klanten een keuze kunnen maken, aangezien ze de inhoud van de vervolgkeuzelijst niet kunnen wijzigen.

Gebruik de Ontwerpmodus om te werken met inhoudsbesturingselementen en volg deze richtlijnen:

  • Controleer of de tekst in de inhoudsbesturingselementen voldoet aan de richtlijnen voor Tijdelijke tekst en voorbeeldtekst verderop in dit document.
  • Pas stijlen toe op alle tekst in inhoudsbesturingselementen door de eigenschappen van het inhoudsbesturingselement te bewerken en een stijl toe te passen op de inhoud van het besturingselement.
  • Label inhoudsbesturingselementen die zijn gekoppeld en die meer dan eens voorkomen in de sjabloon. Label geen inhoudsbesturingselementen die slechts eenmaal in een sjabloon worden gebruikt.
  • Maak de inhoudsbesturingselementen zo op dat het besturingselement wordt verwijderd wanneer de inhoud wordt bewerkt, met uitzondering van gekoppelde besturingselementen die meer dan eens in de sjabloon worden gebruikt. Gekoppelde besturingselementen moeten altijd worden gelabeld en weergegeven.
  • Als u de inhoudsbesturingselementen test door het besturingselement te behouden terwijl u de inhoud bewerkt, herstelt u de correcte instellingen van de besturingselementen voordat u de sjabloon inzendt.

Macro's

Macro's kunnen een handige manier zijn om uw sjablonen aan te passen en volledig te profiteren van uw ontwerpen. Als uw sjabloon macro's bevat, zorgt u ervoor dat u de sjabloon opslaat in de DOTM-bestandsindeling en test u of de macro's correct werken, en ook of fouten correct worden verwerkt, op een computer die aan de systeemvereisten voldoet voordat u de sjabloon inzendt voor publicatie.

 Belangrijk   Als u een Microsoft Office Online-sjabloonpartner bent, neemt u contact op met uw Microsoft-vertegenwoordiger voordat u sjablonen met macro's indient. Om veiligheidsredenen moeten sjablonen die macro's bevatten, door Microsoft worden beoordeeld en digitaal worden ondertekend voordat de sjablonen online kunnen worden gepubliceerd. Sjablonen die digitaal door derden zijn ondertekend, kunnen niet worden gepubliceerd en moeten worden ingediend zonder digitale handtekening.

Terug naar boven Terug naar boven

Tijdelijke tekst en voorbeeldtekst

Met tijdelijke tekst en voorbeeldtekst moet duidelijk worden aangegeven welk type informatie klanten moeten invoeren wanneer ze met een sjabloon werken.

  • Gebruik inhoudsbesturingselementen om alle tijdelijke tekst en voorbeeldtekst weer te geven.
  • Maak alle tekst in inhoudsbesturingselementen op met stijlen, niet met handmatige opmaak. Zorg ervoor dat de stijlen zijn gekoppeld aan themalettertypen en -kleuren, en dat u de juiste inspringingen en spatiëring toepast, zoals pagina-einden.
  • Plaats tijdelijke tekst en voorbeeldtekst tussen haakjes om aan te geven dat klanten over de tekst heen moeten typen, bijvoorbeeld: [Typ hier de slogan van uw bedrijf], [Bedrijfsnaam] en [Dorpsstraat 1, 4500 AA Vijfhuizen].
  • Zorg ervoor dat de interpunctie en het hoofdlettergebruik kloppen.
  • Als u regels wilt maken waar tekst moet worden ingevoerd of geschreven, zoals een handtekeningregel, gebruikt u een tabelcel met een onderrand, een alineaonderrand of een onderstreept tabopvulteken. Gebruik geen onderstrepingstekens. Deze kunnen namelijk niet online worden 'ingevuld' en worden in een afgedrukte versie als stippellijn weergegeven.
  • Gebruik ofwel instructies ofwel voorbeeldtekst, en pas deze keuze consequent toe binnen een sjabloon. Schrijf bijvoorbeeld 'Adres, postcode, plaats' of 'Dorpsstraat 1, 4500 AA Vijfhuizen', maar gebruik niet beide in dezelfde sjabloon. Zie Adressen, telefoonnummers, websites en e-mailadressen verderop in dit document voor meer informatie over de wettelijke naamgevingsvereisten.
  • Als u liever algemene tekst voor tijdelijke aanduidingen in plaats van voorbeeldtekst gebruikt, gebruikt u de tekst en constructie van Algemene tekst voor tijdelijke aanduidingen verderop in dit document.

Adressen, telefoonnummers, websites en e-mailadressen

 Belangrijk   Zorg er met het oog op de bescherming van auteurs-, merk- en privacyrechten voor dat persoons- of bedrijfsnamen, adressen, telefoonnummers, websites en e-mailadressen in uw sjablonen voldoen aan deze wettelijke naamgevingsvereisten voor tekst en constructies.

Adressen

  • Gebruik volgnummers
  • Gebruik veelvoorkomende straatnamen
  • Gebruik een postcode die niet overeenkomt met de plaatsnaam in het adres, bijvoorbeeld Dorpstraat 1, 4500 AA  Vijfhuizen

Telefoonnummers

  • Gebruik een kengetal dat niet overeenkomt met de plaatsnaam in het adres
  • Gebruik het voorvoegsel 555
  • Gebruik achtervoegsels lopend van 0100 tot 0199, bijvoorbeeld: (425) 555-0150, waarbij 425 niet het juiste kengetal is voor de plaatsnaam die u hebt geselecteerd

E-mailadressen

  • Gebruik iemand@example.com. Dit adres is gereserveerd door Microsoft voor voorbeelddoeleinden.

Namen in het publieke domein

Plaatsen zoals parken en andere openbare stadslocaties bevinden zich in het publieke domein. U kunt zonder merkrechtproblemen naar deze namen verwijzen. Bent u echter niet helemaal zeker van uw zaak, vraag dan toestemming bij de relevante contactpersonen of neem contact op met uw Microsoft-vertegenwoordiger.

U kunt ook openbaar toegankelijke informatie gebruiken van organisaties zoals het Voedingscentrum, maar u moet de desbetreffende organisatie dan wel als bron vermelden. Als u niet zeker weet of informatie of bedrijfsnamen tot het publieke domein behoren, neemt u contact op met de betrokken organisatie om toestemming te vragen.

Bedrijfsnamen en internetadressen

Houd de volgende richtlijnen in acht bij het gebruik van fictieve bedrijfs- of persoonsnamen en internetadressen:

  • Vermijd namen of internetadressen waarvan u weet dat ze echt zijn, met name volledige combinaties.
  • Gebruik algemene of beschrijvende namen, zoals De tandartspraktijk of Het notariskantoor.
  • Gebruik namen van bomen, bijvoorbeeld voor fictieve scholen, zoals Het Beukencollege of Het Eikenlyceum.
  • Doe eerst onderzoek naar uw fictieve naam, op internet, in telefoongidsen en andere openbaar beschikbare bronnen.

Algemene tekst voor tijdelijke aanduidingen

Gebruik de tekst en constructies uit de onderstaande tabel om ervoor te zorgen dat de tekst van tijdelijke aanduidingen consistent is voor alle sjablonen op de website.

Functie Tekst en constructie van tijdelijke aanduiding
Namen

Gebruik de volgende tekst voor tijdelijke aanduidingen om namen van personen of bedrijven aan te geven:

  • Naam geadresseerde
  • Bedrijfsnaam
  • Typ hier uw naam
Slogan bedrijf Typ hier de slogan van uw bedrijf
Contactgevens bedrijf

Gebruik de volgende tekst voor tijdelijke aanduidingen voor de contactgegevens van een bedrijf:

  • Bedrijfsnaam
  • Adres
  • Adres 2
  • Postcode  Plaats

Bijvoorbeeld: Dorpsstraat 1, 4500 AA  Vijfhuizen

Telefoon- en faxnummers

Ga als volgt te werk om een telefoon- of faxnummer te maken:

  • Gebruik een kengetal dat niet overeenkomt met de plaatsnaam in het adres
  • Gebruik het voorvoegsel 555
  • Gebruik nummers tussen 0100 en 0199 voor het achtervoegsel

Bijvoorbeeld: (425) 555-0150

E-mail- en internetadressen

Gebruik de volgende tekst voor tijdelijke aanduidingen om e-mail- en internetadressen aan te geven:

  • E-mailadres
  • Adres van website
Adresgegevens geadresseerde

Gebruik de volgende tekst voor tijdelijke aanduidingen om adresgegevens voor de geadresseerde aan te geven:

  • Naam geadresseerde
  • Adres
  • Adres 2
  • Postcode  Plaats

Terug naar boven Terug naar boven

Indieningsvereisten

Bestandsindeling

Sla Word 2007-sjablonen voor publicatie op als Word-sjabloonbestanden (.DOTX) en stuur ze in. Behalve de twee uitzonderingen die hieronder worden vermeld, worden bestanden met de documentindeling zijn verzonden (DOCX-bestanden), niet gepubliceerd. In plaats hiervan worden ze teruggestuurd, en moet u ze reviseren en testen in de correcte sjabloonindeling.

Bouwsteensjablonen en sjablonen die macro's bevatten, vereisen extra productiewerk voordat ze naar de website van Office Online kunnen worden gepubliceerd:

  • Stuur bouwsteensjablonen in als DOCX-bestanden. Zie Bouwsteensjablonen maken en inzenden verderop in dit document voor meer informatie.
  • Stuur sjablonen die macro's bevatten in als DOTM-bestanden. Zie Macro's eerder in dit document voor meer informatie.

Bestandsnaam

Wanneer u een Word 2007-sjabloon opslaat, zorgt u ervoor dat de bestandsnaam:

  • Voldoet aan de 12.4-naamgevingsconventie, wat inhoudt dat de bestandsnaam niet meer dan 12 letters of tekens bevat vóór de vierletterige bestandstype-extensie (bijvoorbeeld: Uitnodiging.dotx).
  • Geen spaties of speciale tekens bevat, waaronder apostrofs. Bestandsnamen mogen indien nodig wel koppeltekens of onderstrepingstekens bevatten.
  • Volgnummers bevat voor variaties van een sjabloon waarbij de inhoud (tekst) van de sjabloon niet verandert, maar thema's, afbeeldingen of kleuren wel. Begin door het nummer 2 aan het einde van de bestandsnaam toe te voegen (bijvoorbeeld: Uitnodiging.dotx, Uitnodiging2.dotx, Uitnodiging3.dotx).

Sjabloontitels

Houd u aan de volgende richtlijnen om ervoor te zorgen dat de sjabloontitels consequent zijn en gemakkelijk door klanten zijn terug te vinden in zoekresultaten en bladercategorieën op de Office Online-website:

  • Gebruik zelfstandige naamwoorden en bepalingen in plaats van werkwoorden (al dan niet zelfstandig gebruikt), bijvoorbeeld: 'Tuinaanleg' (maar niet 'Een tuin aanleggen').
  • Plaats bepalingen indien mogelijk na zelfstandige naamwoorden, bijvoorbeeld: 'Boekverslag derde periode' en 'Factuur glazenwasser'.
  • Gebruik alleen een hoofdletter voor het eerste woord van een titel. Gebruik geen hoofdletters voor woorden tussen haakjes, tenzij ze de naam van een ontwerp of een thema bevatten, zoals 'Tuinaanleg (Beplanting)'.
  • Gebruik indien mogelijk niet meer dan 32 tekens.
  • Als u de sjabloontitel in de hoofdtekst van de sjabloon opneemt als voorbeeldtekst, moet u dezelfde titel opnemen in de bestandseigenschappen (in het veld Titel).

Bouwsteensjablonen maken en inzenden (alleen voor Microsoft-partners)

Wij raden u aan bouwstenen te maken voor gebruik als ontwerpelementen in een Word 2007-sjabloon en ze vervolgens toe te voegen aan de galerie Snelonderdelen. Zie Bouwstenen in een sjabloon gebruiken eerder in dit document voor meer informatie.

Als u ervoor kiest om een bouwsteensjabloon te maken die apart kan worden gedownload en op andere documenten kan worden toegepast:

  1. Maak de inhoud die u als bouwsteen wilt gebruiken.
  2. Maak een lege pagina door een sectie-einde vóór de inhoud van de bouwsteen in te voegen. Deze pagina wordt tijdens het uiteindelijke publicatieproces verwijderd, dus maakt het niet uit of de pagina een kop- of voettekst bevat.
  3. Sla de bouwsteen op als een DOCX-bestand, niet als een DOTX-bestand.

Aangezien voor bouwsteensjablonen extra publicatiewerk nodig is, wordt het bestand tijdens het publicatieproces geconverteerd naar de sjabloonbestandsindeling.

Functionele tests

Controleer het volgende als u klaar bent met het maken van een sjabloon:

  • Als het de bedoeling is dat de sjabloon wordt afgedrukt, controleert u of de sjabloon goed wordt weergegeven als afdrukvoorbeeld en goed wordt afgedrukt.
  • Als de sjabloon alleen is bedoeld om online te worden weergegeven, controleert u of de sjabloon goed wordt weergegeven als de standaardinstellingen voor Internet Explorer worden gebruikt.
  • Als de sjabloon moet worden gevouwen, geknipt of samengesteld, controleert u of de sjabloon en instructies op de juiste manier werken.
  • Controleer of tabellen, inhoudsbesturingselementen, tekstvakken, afbeeldingen en eventuele overige objecten en elementen van het ontwerp die waarschijnlijk door klanten worden gewijzigd, werken zoals de bedoeling is wanneer u tekst toevoegt of verwijdert, afbeeldingen vervangt en de grootte van afbeeldingen of objecten wijzigt.
  • Alle objecten en elementen zijn ten opzichte van de pagina ingedeeld voor schaalbaarheid. Test de sjabloon door de paginastand of de marges te wijzigen, en geef vervolgens de sjabloon online weer en druk deze af.
  • De sjabloon bevat geen lege pagina's en geen handmatige pagina-einden, tenzij het een bouwsteensjabloon betreft. Zie Bouwsteensjablonen maken en inzenden en Opties voor pagina-indeling eerder in dit document voor meer informatie.
  • Controleer of tekstkleuren, afbeeldingen en vormen goed zijn te onderscheiden van de achtergrondkleuren, zowel online als in afgedrukte vorm.
  • Wanneer u het venster Stijlen opent, worden alleen de gebruikte stijlen weergegeven. Stijlen die u hebt gemaakt of gewijzigd, maar niet hebt gebruikt, worden verwijderd. In het dialoogvenster Opties voor het deelvenster Stijlen worden stijlen toegepast op nieuwe documenten op basis van de sjabloon.

Sjablonen opslaan

Ga als volgt te werk nadat u een sjabloon hebt gemaakt en getest, maar voordat u de definitieve versie van het bestand indient:

  • Controleer of alle tekstvakken, tabellen, vormen en andere objecten ten opzichte van de pagina zijn ingedeeld.
  • Schakel wijzigingen en opmaakmarkeringen uit, en zorg ervoor dat bestaande bijgehouden wijzigingen zijn geaccepteerd of geweigerd en dat er geen revisieregels in de marges van de sjabloon over zijn. Dit komt vaak voor wanneer de interliniëring of alinea-einden zijn bewerkt wanneer bijgehouden wijzigingen zijn ingeschakeld.
  • Maximaliseer het sjabloonvenster in de Afdrukweergave.
  • Herstel de standaardzoominstelling (100%) en sla vervolgens de sjabloon op met de toegepaste zoominstelling (druk op Ctrl+S). Als de sjabloon niet goed wordt weergegeven met de standaardinstelling, past u de zoominstelling aan zodat de sjabloon beter wordt weergegeven wanneer deze voor het eerst wordt gebruikt en sla vervolgens de sjabloon op met de toegepaste zoominstelling.
  • Als u een briefsjabloon hebt gemaakt, stelt u het zoomniveau in op Paginabreedte.
  • Open het venster Stijlen en controleer of alleen gebruikte stijlen worden weergegeven, en of stijlen worden toegepast op nieuwe documenten op basis van de sjabloon.
  • Controleer de spelling en grammatica, en corrigeer alle fouten.
  • Sla de sjabloon op.
  • Controleer het bestand op virussen met behulp van antivirussoftware naar keuze.

Als u een sjabloon wijzigt nadat u de sjabloon hebt getest en opgeslagen, herhaalt u deze stappen voordat u de sjabloon indient voor publicatie.

Terug naar boven Terug naar boven

Snelzoekkaart voor Word 2007-sjablonen

Neem deze richtlijnen door in combinatie met de vereisten voor testen en opslaan om ervoor te zorgen dat uw sjablonen gereed zijn om te worden ingediend. Zorg er bovendien voor dat uw sjabloon voldoet aan de eisen voor de inhoud en doelgroep die worden beschreven in Wat u moet weten voordat u een sjabloon maakt en Sjablonen beter toegankelijk maken voor gebruikers met een handicap.

Richtlijn Details
Tekst
  • Tijdelijke tekst en voorbeeldtekst worden consistent binnen de sjabloon gebruikt en voldoen aan de wettelijke richtlijnen voor naamgeving.
  • Alle tekst is opgemaakt met stijlen die zijn gekoppeld aan themalettertypen en -kleuren, en bevatten de juiste inspringingen en spatiëring.
  • De sjabloontitel voldoet aan de vereisten van de Office Online-website.
  • De spelling en grammatica zijn juist.
  • Wijzigingen bijhouden is uitgeschakeld.
Afbeeldingen en objecten
  • Alle afbeeldingen en foto's hebben alternatieve tekst.
  • Alle vormen en AutoVormen zijn aan themakleuren gekoppeld.
  • Eventuele bouwstenen die in de sjabloon zijn gebruikt, zijn toegevoegd aan de galerie Snelonderdelen of aan de betreffende Bouwstenengalerie, en opgeslagen in het sjabloonbestand zelf, anders worden de bouwstenen niet weergegeven in de gepubliceerde sjabloon.
  • Voor tabellen zijn de rijkoppen ingesteld op herhaling, indien dit nodig is voor het ontwerp, en kan tekst vrijelijk over meer dan een pagina doorlopen.
Indeling
  • Marges zijn ingesteld op minimaal 1 cm en alle objecten of elementen vallen binnen de marges.
  • Tekstvakken, tabellen, afbeeldingen en vormen zijn ingedeeld ten opzichte van de pagina, en zijn opgemaakt om de inhoud al dan niet te laten doorlopen.
  • De sjabloon is opgeslagen in de Afdrukweergave in een gemaximaliseerd venster.
  • Het zoomniveau is ingesteld op 100% (of de instelling waarmee de sjablooninhoud het beste kan worden bewerkt). Voor brieven is het zoomniveau ingesteld op Paginabreedte.
Opmaak
  • Opmaakmarkeringen zijn uitgeschakeld.
  • Het venster Stijlen is zo geconfigureerd dat alleen gebruikte stijlen worden weergegeven en dat stijlen worden toegepast op nieuwe documenten op basis van de sjabloon.
  • Stijlen die u hebt gemaakt of gewijzigd, maar niet hebt gebruikt, en handmatig ingevoerde spaties, alineamarkeringen en pagina-einden worden verwijderd.
Bestandsindeling
  • De bestandsnaam voldoet aan de 12.4-naamgevingsconventie en bevat geen speciale tekens.
  • Het bestand is opgeslagen met de juiste indeling: .DOTX, .DOTM (voor sjablonen met macro's) of .DOCX (alleen voor bouwsteensjablonen).

Terug naar boven Terug naar boven

 
 
Van toepassing op:
Word 2007