Sneltoetsen voor Access

U kunt sneltoetsen gebruiken voor snelle toegang tot veelgebruikte opdrachten of bewerkingen. De onderstaande secties bevatten een beschrijving van de sneltoetsen die in Microsoft Office Access 2007 beschikbaar zijn. Sneltoetsen kunt u ook gebruiken om zonder de muis de focus te verplaatsen naar een menu, opdracht of besturingselement.

Algemene sneltoetsen

WeergevenAlgemene sneltoetsen in Access

WeergevenDatabases openen

Actie Toets(en)
Een nieuwe database openen CTRL+N
Een bestaande database openen CTRL+O
Office Access 2007 afsluiten ALT+F4

WeergevenAfdrukken en opslaan

Actie Toets(en)
Het actieve of geselecteerde object afdrukken CTRL+P
Het dialoogvenster Afdrukken openen vanuit een Afdrukvoorbeeld A of CTRL+P
Het dialoogvenster Pagina-instelling openen vanuit een Afdrukvoorbeeld S
Het afdrukvoorbeeld of rapportvoorbeeld annuleren ESC
Een databaseobject opslaan CTRL+S of SHIFT+F12
Het dialoogvenster Opslaan als openen F12

WeergevenKeuzelijsten of keuzelijsten met invoervak gebruiken

Actie Toets(en)
Een keuzelijst met invoervak openen F4 of ALT+PIJL-OMLAAG
De inhoud van het opzoekveld (opzoekveld: een veld in een formulier of rapport in een Access-database waarin een lijst met waarden wordt weergegeven die is opgehaald met een tabel of query, of waarin een statische waardenset is opgeslagen.) van een keuzelijst of keuzelijst met invoervak vernieuwen F9
Een regel omlaag gaan PIJL-OMLAAG
Een pagina omlaag gaan PAGE DOWN
Een regel omhoog gaan PIJL-OMHOOG
Een pagina omhoog gaan PAGE UP
De keuzelijst of keuzelijst met invoervak verlaten TAB

WeergevenTekst of gegevens zoeken en vervangen

Actie Toets(en)
Het tabblad Zoeken in het dialoogvenster Zoeken en vervangen openen (alleen in de gegevensblad- en formulierweergave) CTRL+F
Het tabblad Vervangen in het dialoogvenster Zoeken en vervangen openen (alleen in de gegevensblad- en formulierweergave) CTRL+H
De volgende plaats zoeken waar de tekst voorkomt die is opgegeven in het dialoogvenster Zoeken en vervangen nadat het dialoogvenster is gesloten (alleen in de gegevensblad- en formulierweergave) SHIFT+F4

WeergevenWerken in de ontwerpweergave

Actie Toets(en)
Schakelen tussen de bewerkingsmodus (waarbij het invoegpunt wordt weergegeven) en de navigatiemodus (navigatiemodus: de modus in Microsoft Access waarin een volledig veld wordt geselecteerd en de invoegpositie niet zichtbaar is. In de navigatiemodus kunt u met behulp van de pijltoetsen naar een ander veld gaan.) in een gegevensblad. Wanneer u in een formulier of rapport werkt, drukt u op ESC om de navigatiemodus te verlaten F2
Overschakelen naar het eigenschappenvenster (of naar de ontwerpweergave van formulieren en rapporten in Access-databases en projecten) F4
Overschakelen vanuit de ontwerpweergave naar de formulierweergave F5
Schakelen tussen het bovenste en onderste gedeelte van een venster (alleen in de ontwerpweergave van query's en het venster Geavanceerde filter-/sorteeropties) F6
Doorlopen van het veldraster, de veldeigenschappen, het navigatiedeelvenster, de toegangstoetsen in het toetsenbordtoegangssysteem, de zoomknoppen en de beveiligingsbalk (ontwerpweergave van tabellen) F6
Het dialoogvenster Opbouwfunctie kiezen openen (ontwerpweergavevenster van formulieren en rapporten) F7
De Visual Basic Editor openen vanuit een geselecteerde eigenschap in het eigenschappenvenster van een formulier of rapport F7
Vanuit de Visual Basic Editor teruggaan naar de ontwerpweergave van een formulier of rapport SHIFT+F7 of ALT+F11

WeergevenBesturingselementen in de ontwerpweergave van formulieren en rapporten bewerken

Actie Toets(en)
Het geselecteerde besturingselement kopiëren naar het Klembord CTRL+C
Het geselecteerde besturingselement knippen en kopiëren naar het Klembord CTRL+X
De inhoud van het Klembord plakken in de linkerbovenhoek van de geselecteerde sectie CTRL+V
Het geselecteerde besturingselement naar rechts verplaatsen (met uitzondering van besturingselementen die deel uitmaken van een indeling) PIJL-RECHTS of CTRL+PIJL-RECHTS
Het geselecteerde besturingselement naar links verplaatsen (met uitzondering van besturingselementen die deel uitmaken van een indeling) PIJL-LINKS of CTRL+PIJL-LINKS
Het geselecteerde besturingselement naar boven verplaatsen PIJL-OMHOOG of CTRL+PIJL-OMHOOG
Het geselecteerde besturingselement naar beneden verplaatsen -OMLAAG of CTRL+PIJL-OMLAAG
Het geselecteerde besturingselement hoger maken SHIFT+PIJL-OMLAAG

Het geselecteerde besturingselement breder maken

 Opmerking   Bij toepassing op besturingselementen in een indeling wordt de breedte van de hele indeling bijgesteld

SHIFT+PIJL-RECHTS
Het geselecteerde besturingselement lager maken SHIFT+PIJL-OMHOOG

Het geselecteerde besturingselement smaller maken

 Opmerking   Bij toepassing op besturingselementen in een indeling wordt de breedte van de hele indeling bijgesteld

SHIFT+PIJL-LINKS

WeergevenBewerkingen in vensters

 Opmerking   Databases worden in Microsoft Office Access 2007 standaard weergegeven als documenten met tabbladen. Als u documenten met vensters wilt gebruiken, klikt u op de Microsoft Office-knop Knopafbeelding en vervolgens op Opties voor Access. Klik op Huidige database in het dialoogvenster Opties voor Access en klik onder Opties voor documentvensters op Overlappende vensters.

Actie Toets(en)
Het navigatiedeelvenster openen of sluiten F11
Schakelen tussen geopende vensters CTRL+F6
Het vorige formaat van een geselecteerd geminimaliseerd venster herstellen als alle vensters zijn geminimaliseerd ENTER
De formaatwijzigingsmodus voor het actieve venster inschakelen wanneer het venster niet is gemaximaliseerd. Druk op de pijltoetsen om het formaat van het venster te wijzigen. CTRL+F8
Het systeemmenu weergeven ALT+SPATIEBALK
Het snelmenu weergeven SHIFT+F10
Het actieve venster sluiten CTRL+W of CTRL+F4
Schakelen tussen de Visual Basic Editor en het vorige actieve venster ALT+F11

WeergevenWerken met wizards

Actie Toets(en)
De focus verplaatsen naar het volgende besturingselement in de wizard TAB
Naar de volgende pagina van de wizard gaan ALT+N
Naar de vorige pagina van de wizard gaan ALT+B
De wizard voltooien ALT+F

WeergevenDiversen

Actie Toets(en)
Het volledige hyperlinkadres voor een geselecteerde hyperlink weergeven F2
Spelling controleren F7
Het zoomvenster openen om expressies en andere tekst gemakkelijker te kunnen invoeren in kleine invoervakken SHIFT+F2
Een eigenschappenvenster weergeven in de ontwerpweergave ALT+ENTER
Access afsluiten of een dialoogvenster sluiten ALT+F4
Een opbouwfunctie activeren CTRL+F2
Voorwaarts schakelen tussen de weergaven in een tabel, query, formulier, rapport, pagina, draaitabellijst, draaigrafiekrapport, opgeslagen procedure of functie van een Access-project (.ADP). Indien er meer weergaven beschikbaar zijn, gaat u naar de volgende beschikbare weergave door de toetsen nogmaals in te drukken. CTRL+PIJL-RECHTS of CRTL+KOMMA (,)

Terugwaarts schakelen tussen de weergaven in een tabel, query, formulier, rapport, pagina, draaitabellijst, draaigrafiekrapport, opgeslagen procedure of ADP-functie. Indien er meer weergaven beschikbaar zijn, gaat u naar de vorige beschikbare weergave door de toetsen nogmaals in te drukken.

 Opmerking   CTRL+PUNT (.) werkt niet onder alle omstandigheden met alle objecten.

CTRL+PIJL-LINKS of CRTL+PUNT (.)

WeergevenSneltoetsen in het navigatiedeelvenster

WeergevenBewerken en navigeren in de lijst Objecten

Actie Toets(en)
De naam wijzigen van een geselecteerd object F2
Een regel omlaag gaan PIJL-OMLAAG
Een venster omlaag gaan PAGE DOWN
Naar het laatste object gaan END
Een regel omhoog gaan PIJL-OMHOOG
Een venster omhoog gaan PAGE UP
Naar het eerste object gaan HOME

WeergevenNavigeren en objecten openen

Actie Toets(en)
De geselecteerde tabel of query openen in de gegevensbladweergave ENTER
Het geselecteerde formulier of rapport openen ENTER
De geselecteerde macro uitvoeren ENTER
De geselecteerde tabel, query, macro, module, Data Access-pagina of het geselecteerde formulier of rapport openen in de ontwerpweergave CTRL+ENTER
Het venster Direct in de Visual Basic Editor weergeven CTRL+G

WeergevenSneltoetsen voor menu's

Actie Toets(en)
Het snelmenu weergeven SHIFT+F10
De toegangstoetsen weergeven ALT of F10
Het menu voor het programmapictogram weergeven (op de titelbalk van het programma) ALT+SPATIEBALK
De volgende of vorige opdracht selecteren terwijl het menu of vervolgmenu zichtbaar is PIJL-OMLAAG of PIJL-OMHOOG
Eén menu naar links of naar rechts gaan. Als een vervolgmenu wordt weergegeven, schakelt u tussen het hoofd- en vervolgmenu PIJL-LINKS of PIJL-RECHTS
De eerste of laatste opdracht selecteren in het menu of vervolgmenu HOME of END
Het weergegeven menu en vervolgmenu gelijktijdig sluiten ALT
Het weergegeven menu sluiten of, als een vervolgmenu wordt weergegeven, alleen het vervolgmenu sluiten ESC

WeergevenSneltoetsen in vensters en dialoogvensters

WeergevenIn programmavensters

Actie Toets(en)
Het volgende programma activeren ALT+TAB
Het vorige programma activeren ALT+SHIFT+TAB
Het menu Start van Windows weergeven CTRL+ESC
Het actieve databasevenster sluiten CTRL+W
Het volgende databasevenster activeren CTRL+F6
Het vorige databasevenster activeren CTRL+SHIFT+F6
Het vorige formaat van een geselecteerd geminimaliseerd venster herstellen als alle vensters zijn geminimaliseerd ENTER

WeergevenIn dialoogvensters

Actie Toets(en)
Het volgende tabblad in een dialoogvenster activeren CTRL+TAB
Het vorige tabblad in een dialoogvenster activeren CTRL+SHIFT+TAB
Naar de volgende optie of optiegroep gaan TAB
Naar de vorige optie of optiegroep gaan SHIFT+TAB
De cursor verplaatsen tussen opties in de geselecteerde vervolgkeuzelijst of tussen opties in een groep opties Pijltoetsen
De actie uitvoeren die aan de geselecteerde knop is toegewezen of het selectievakje in- of uitschakelen SPATIEBALK
De eerste letter van de naam van een optie in een vervolgkeuzelijst gebruiken om naar de optie te gaan Lettertoets voor de eerste letter in de naam van de gewenste optie (als een vervolgkeuzelijst is geselecteerd)
De optie selecteren, of de het selectievakje in- of uitschakelen, met de onderstreepte letter in de optienaam ALT+lettertoets
De geselecteerde vervolgkeuzelijst openen ALT+PIJL-OMLAAG
De geselecteerde vervolgkeuzelijst sluiten ESC
De actie uitvoeren die is toegewezen aan de standaardknop in het dialoogvenster ENTER
De opdracht annuleren en het dialoogvenster sluiten ESC
Een dialoogvenster sluiten ALT+F4

WeergevenBewerkingen uitvoeren in een tekstvak

Actie Toets(en)
Naar het begin van het item gaan HOME
Naar het einde van het item gaan END
Eén teken naar links of rechts gaan PIJL-LINKS of PIJL-RECHTS
Eén woord naar links of rechts gaan CTRL+PIJL-LINKS of CTRL+PIJL-RECHTS
Selecteren vanaf de invoegpositie tot het begin van het item SHIFT+HOME
Selecteren vanaf de invoegpositie tot het einde van het item SHIFT+END
De selectie uit met één teken naar links uitbreiden SHIFT+PIJL-LINKS
De selectie uit met één teken naar rechts uitbreiden SHIFT+PIJL-RECHTS
De selectie uit met één woord naar links uitbreiden CTRL+SHIFT+PIJL-LINKS
De selectie uit met één woord naar rechts uitbreiden CTRL+SHIFT+PIJL-RECHTS

WeergevenSneltoetsen voor de dialoogvensters Openen, Nieuwe database en Opslaan als

Actie Toets(en)
Naar de vorige map gaan (Knopafbeelding ) ALT+1
De map één niveau boven de geopende map openen (de knop Eén niveau naar boven Knopafbeelding ALT+2
De geselecteerde map of het geselecteerde bestand verwijderen (de knop Verwijderen Knopafbeelding DEL
Een nieuwe submap maken in de geopende map (de knop Nieuwe map maken Knopafbeelding ALT+4
Schakelen tussen de weergaven miniaturen, deelvensters, pictogrammen, details, eigenschappen en voorbeeld ALT+5
Het menu Extra weergeven (de knop Extra) ALT+L

WeergevenWerken met eigenschappenvensters

WeergevenHet eigenschappenvenster gebruiken bij een formulier of rapport

Actie Toets(en)
Het eigenschappenvenster in- of uitschakelen F4
Van de ene keuze naar de andere keuze in de vervolgkeuzelijst van het besturingselement gaan PIJL-OMLAAG of PIJL-OMHOOG
Van een keuze naar de keuze vijf stappen verderop in de vervolgkeuzelijst van het besturingselement gaan PAGE DOWN of PAGE UP
Naar de tabbladen in het eigenschappenvenster van de vervolgkeuzelijst van het besturingselement gaan TAB
Van het ene naar het andere tabblad in het eigenschappenvenster gaan als een tabblad, maar geen eigenschap, is geselecteerd PIJL-LINKS of PIJL-RECHTS
Eén eigenschap op een tabblad omlaag gaan wanneer een eigenschap is geselecteerd TAB
Eén eigenschap op een tabblad omhoog gaan als een eigenschap is geselecteerd. Als u al bovenaan staat, gaat u hiermee naar de vervolgkeuzelijst van het besturingselement. SHIFT+TAB
Eén tabblad vooruit gaan als een eigenschap is geselecteerd. CTRL+TAB
Eén tabblad terug gaan als een eigenschap is geselecteerd. CTRL+SHIFT+TAB

WeergevenHet eigenschappenvenster gebruiken bij een tabel of query

Actie Toets(en)
Het eigenschappenvenster in- of uitschakelen F4
Van het ene naar het andere tabblad in het eigenschappenvenster gaan als een tabblad, maar geen eigenschap, is geselecteerd PIJL-LINKS of PIJL-RECHTS
Naar de tabbladen van het eigenschappenvenster gaan als een eigenschap is geselecteerd CTRL+TAB
Naar de eerste eigenschap van een tabblad gaan als er geen eigenschap is geselecteerd TAB
Eén eigenschap omlaag gaan op een tabblad TAB
Eén eigenschap omhoog gaan op een tabblad of het tabblad zelf selecteren als u al bovenaan staat SHIFT+TAB
Eén tabblad vooruit gaan als een eigenschap is geselecteerd. CTRL+TAB
Eén tabblad terug gaan als een eigenschap is geselecteerd. CTRL+SHIFT+TAB

WeergevenSneltoetsen voor het werken met het deelvenster Lijst met velden

Actie Toets(en)
Het deelvenster Lijst met velden in- of uitschakelen ALT+F8
Hiermee voegt u het geselecteerde veld toe aan de detailsectie van het formulier of rapport. ENTER
Omhoog of omlaag gaan in het deelvenster Lijst met velden PIJL-OMHOOG of PIJL-OMLAAG
Van het onderste naar het bovenste deelvenster van de Lijst met velden gaan SHIFT+TAB
Van het bovenste naar het onderste deelvenster van de Lijst met velden gaan TAB

WeergevenSneltoetsen voor gebruik van het Help-venster

Actie Toets(en)
De volgende verborgen tekst of hyperlink selecteren, of Alles weergeven of Alles verbergen selecteren bovenaan in een onderwerp. TAB
De vorige verborgen tekst of hyperlink selecteren, of de knop Browser View bovenaan in een artikel op de Microsoft Office-website selecteren  SHIFT+TAB
De actie uitvoeren voor de geselecteerde knoppen Alles weergeven, Alles verbergen, verborgen tekst of hyperlink ENTER
Teruggaan naar het vorige Help-onderwerp ALT+PIJL-LINKS
Verdergaan naar het volgende Help-onderwerp ALT+PIJL-RECHTS
Het dialoogvenster Afdrukken openen CTRL+P
Binnen het weergegeven Help-onderwerp een klein stukje omhoog en omlaag schuiven. PIJL-OMHOOG en PIJL-OMLAAG
Binnen het weergegeven Help-onderwerp een groter stuk omhoog en omlaag schuiven. PAGE UP en PAGE DOWN
Een menu met opdrachten weergeven voor het Help-venster. Hierbij moet het Help-venster de focus hebben (klik op een item in het Help-venster). SHIFT+F10

WeergevenSneltoetsen voor het verzenden van e-mailberichten

Actie Toets(en)
Het actieve databaseobject (het object dat in het navigatiedeelvenster is geselecteerd) verzenden als een e-mailbericht ALT+F+E
Het Adresboek openen vanuit Outlook. CTRL+SHIFT+B
De namen in de vakken Aan, CC en BCC vergelijken met de namen in het Adresboek  ALT+K of CTRL+K
Het volgende vak selecteren in de koptekst van het e-mailbericht, of de hoofdtekst van het bericht selecteren als het laatste vak in de kop van het e-mailbericht actief is  TAB
Het vorige veld of de vorige knop selecteren in de koptekst van het e-mailbericht SHIFT+TAB

Toetsen voor het werken met tekst en gegevens

WeergevenSneltoetsen voor het selecteren van tekst of gegevens

WeergevenTekst in een veld selecteren

Actie Toets(en)
De selectie uit met één teken naar rechts uitbreiden SHIFT+PIJL-RECHTS
De selectie met één woord naar rechts uitbreiden CTRL+SHIFT+PIJL-RECHTS
De selectie met één teken naar links uitbreiden SHIFT+PIJL-LINKS
De selectie met één woord naar links uitbreiden CTRL+SHIFT+PIJL-LINKS

WeergevenEen veld of record selecteren

 Opmerking   Een selectie annuleren met de tegenovergestelde pijltoets.

Actie Toets(en)
Het volgende veld selecteren TAB
Schakelen tussen de bewerkingsmodus (waarbij het invoegpunt wordt weergegeven) en de navigatiemodus (navigatiemodus: de modus in Microsoft Access waarin een volledig veld wordt geselecteerd en de invoegpositie niet zichtbaar is. In de navigatiemodus kunt u met behulp van de pijltoetsen naar een ander veld gaan.) in een gegevensblad. Wanneer u een formulier of rapport gebruikt, drukt u op ESC om de navigatiemodus te verlaten. F2
Schakelen tussen selectie van de actieve record en het eerste veld van de actieve record in de navigatiemodus SHIFT+SPATIEBALK
De selectie uitbreiden met de vorige record als de actieve record is geselecteerd. SHIFT+PIJL-OMHOOG
De selectie uitbreiden met de volgende record als de actieve record is geselecteerd SHIFT+PIJL-OMLAAG
Alle records selecteren CTRL+A of CTRL+SHIFT+SPATIEBALK

WeergevenEen selectie uitbreiden

Actie Toets(en)
De uitbreidingsmodus inschakelen (in de gegevensbladweergave wordt rechtsonder in het venster Uitgebreide selectie weergegeven). Druk herhaaldelijk op F8 om de selectie achtereenvolgens uit te breiden met het volgende woord, het volgende veld, de volgende record (alleen in de gegevensbladweergave) en alle records. F8
Een selectie uitbreiden naar de aangrenzende velden in dezelfde rij binnen de gegevensbladweergave PIJL-LINKS of PIJL-RECHTS
Een selectie uitbreiden naar de aangrenzende rijen binnen de gegevensbladweergave PIJL-OMHOOG of PIJL-OMLAAG
De vorige uitbreiding ongedaan maken SHIFT+F8
De uitbreidingsmodus annuleren ESC

WeergevenEen kolom selecteren en verplaatsen in de gegevensbladweergave

Actie Toets(en)
De actieve kolom selecteren of de kolomselectie annuleren (alleen in de navigatiemodus (navigatiemodus: de modus in Microsoft Access waarin een volledig veld wordt geselecteerd en de invoegpositie niet zichtbaar is. In de navigatiemodus kunt u met behulp van de pijltoetsen naar een ander veld gaan.)) CTRL+SPATIEBALK
De kolom aan de rechterzijde selecteren als de actieve kolom is geselecteerd. SHIFT+PIJL-RECHTS
De kolom aan de linkerzijde selecteren als de actieve kolom is geselecteerd. SHIFT+PIJL-LINKS
De verplaatsingsmodus (verplaatsingsmodus: de modus waarin u een kolom kunt verplaatsen in de gegevensbladweergave met de toetsen PIJL-LINKS en PIJL-RECHTS.) inschakelen. Druk vervolgens op de toets PIJL-RECHTS of PIJL-LINKS om geselecteerde kolommen naar rechts of links te verplaatsen. CTRL+SHIFT+F8

WeergevenSneltoetsen voor het bewerken van tekst of gegevens

 Opmerking   Als de invoegpositie niet zichtbaar is, geeft u deze weer door op F2 te drukken.

WeergevenDe invoegpositie in een veld verplaatsen

Actie Toets(en)
De invoegpositie één teken naar rechts verplaatsen PIJL-RECHTS
De invoegpositie één woord naar rechts verplaatsen CTRL+PIJL-RECHTS
De invoegpositie één teken naar links verplaatsen PIJL-LINKS
De invoegpositie één woord naar links verplaatsen CTRL+PIJL-LINKS
De invoegpositie naar het einde van het veld verplaatsen in velden van één regel of naar het einde van de regel in velden met meerdere regels END
De invoegpositie naar het einde van het veld verplaatsen in velden met meerdere regels CTRL+END
De invoegpositie naar het begin van het veld verplaatsen in velden van één regel of naar het begin van de regel in velden met meerdere regels HOME
De invoegpositie naar het begin van het veld verplaatsen in velden met meerdere regels CTRL+HOME

WeergevenTekst kopiëren, verplaatsen of wissen

Actie Toets(en)
De selectie naar het Klembord kopiëren CTRL+C
De selectie knippen en kopiëren naar het Klembord CTRL+X
De inhoud van het Klembord plakken op de invoegpositie CTRL+V
De selectie of het teken links van de invoegpositie verwijderen BACKSPACE
De selectie of het teken rechts van de invoegpositie verwijderen DEL
Alle tekens rechts van de invoegpositie verwijderen CTRL+DEL

WeergevenWijzigingen ongedaan maken

Actie Toets(en)
Ongedaan maken wat u hebt getypt CTRL+Z of ALT+BACKSPACE
Wijzigingen in het actieve veld of de actieve record ongedaan maken. Als u zowel het veld als de record hebt gewijzigd, drukt u twee keer op ESC. Met de eerste toetsaanslag worden de wijzigingen in het actieve veld ongedaan gemaakt en met de tweede toetsaanslag de wijzigingen in de actieve record. ESC

WeergevenGegevens invoeren in de gegevensbladweergave of de formulierweergave

Actie Toets(en)
De huidige datum invoegen CTRL+PUNTKOMMA (;)
De huidige tijd invoegen CTRL+SHIFT+DUBBELE PUNT (:)
De standaardwaarde voor een veld invoegen CTRL+ALT+SPATIEBALK
De waarde uit hetzelfde veld in de vorige record invoegen CTRL+AANHALINGSTEKEN (')
Een nieuwe record toevoegen CTRL+PLUSTEKEN (+)
De huidige record in een gegevensblad verwijderen CTRL+MINTEKEN (-)
De wijzigingen in de actieve record opslaan SHIFT+ENTER
Een selectievakje of keuzerondje in- en uitschakelen SPATIEBALK
Een nieuwe regel invoegen CTRL+ENTER

WeergevenDe inhoud van velden vernieuwen

Actie Toets(en)
De velden in het venster opnieuw berekenen F9
Een query op de onderliggende tabellen opnieuw uitvoeren. Hiermee wordt in een subformulier de query voor de onderliggende tabel alleen opnieuw uitgevoerd voor het subformulier. SHIFT+F9
De inhoud vernieuwen van het opzoekveld (opzoekveld: een veld in een formulier of rapport in een Access-database waarin een lijst met waarden wordt weergegeven die is opgehaald met een tabel of query, of waarin een statische waardenset is opgeslagen.) van een keuzelijst of een keuzelijst met invoervak. F9

Toetsen voor het navigeren door records

WeergevenSneltoetsen voor het navigeren in de ontwerpweergave

Actie Toets(en)
Schakelen tussen de bewerkingsmodus (invoegpositie is zichtbaar) en de navigatiemodus F2
Het eigenschappenvenster in- of uitschakelen F4
Vanuit de ontwerpweergave overschakelen naar de formulierweergave F5
Schakelen tussen het bovenste en onderste gedeelte van een venster (ontwerpweergave van macro's, query's en het venster Geavanceerde filter-/sorteeropties). Druk op F6 wanneer u niet met de TAB-toets naar het gewenste gedeelte van het scherm kunt gaan. F6
Vooruit gaan tussen het ontwerpdeelvenster, de eigenschappen, het navigatiedeelvenster, de toegangstoetsen en de zoomknoppen (ontwerpweergave van tabellen, formulieren en rapporten) F6
De Visual Basic Editor openen vanuit een geselecteerde eigenschap in het eigenschappenvenster van een formulier of rapport F7
Het deelvenster Lijst met velden in een formulier, rapport of Data Access-pagina openen. Als het deelvenster Lijst met velden al is geopend, wordt de focus naar het deelvenster Lijst met velden verplaatst. ALT+F8
Vanuit de Visual Basic Editor overschakelen naar de ontwerpweergave van een formulier of rapport wanneer een codemodule is geopend SHIFT+F7
Vanuit het eigenschappenvenster van een besturingselement in de ontwerpweergave voor een formulier of rapport overschakelen naar het ontwerpvlak, zonder de focus van het besturingselement te wijzigen SHIFT+F7
Een eigenschappenvenster weergeven ALT+ENTER
Het geselecteerde besturingselement kopiëren naar het Klembord CTRL+C
Het geselecteerde besturingselement knippen en kopiëren het naar het Klembord CTRL+X
De inhoud van het Klembord plakken in de linkerbovenhoek van de geselecteerde sectie CTRL+V
Het geselecteerde besturingselement pixel voor pixel naar rechts verplaatsen in het paginaraster PIJL-RECHTS
Het geselecteerde besturingselement pixel voor pixel naar links verplaatsen in het paginaraster PIJL-LINKS

Het geselecteerde besturingselement pixel voor pixel omhoog verplaatsen in het paginaraster.

 Opmerking   Bij besturingselementen in een gestapelde indeling wordt hiermee de positie van het geselecteerde besturingselement verwisseld met die van het besturingselement er direct boven, tenzij het al het bovenste besturingselement van de indeling is.

PIJL-OMHOOG

Het geselecteerde besturingselement pixel voor pixel omlaag verplaatsen in het paginaraster.

 Opmerking   Bij besturingselementen in een gestapelde indeling wordt hiermee de positie van het geselecteerde besturingselement verwisseld met die van het besturingselement er direct onder, tenzij het al het onderste besturingselement van de indeling is.

PIJL-OMLAAG
Het geselecteerde besturingselement pixel voor pixel naar rechts verplaatsen (onafhankelijk van het paginaraster)  CTRL+PIJL-RECHTS
Het geselecteerde besturingselement pixel voor pixel naar links verplaatsen (onafhankelijk van het paginaraster)  CTRL+PIJL-LINKS

Het geselecteerde besturingselement pixel voor pixel omhoog verplaatsen (onafhankelijk van het paginaraster).

 Opmerking   Bij besturingselementen in een gestapelde indeling wordt hiermee de positie van het geselecteerde besturingselement verwisseld met die van het besturingselement er direct boven, tenzij het al het bovenste besturingselement van de indeling is.

CTRL+PIJL-OMHOOG

Het geselecteerde besturingselement pixel voor pixel omlaag verplaatsen (onafhankelijk van het paginaraster).

 Opmerking   Bij besturingselementen in een gestapelde indeling wordt hiermee de positie van het geselecteerde besturingselement verwisseld met die van het besturingselement er direct onder, tenzij het al het onderste besturingselement van de indeling is.

CTRL+PIJL-OMLAAG

De breedte van het geselecteerde besturingselement (aan de rechterkant) met één pixel vergroten.

 Opmerking   Bij besturingselementen in een gestapelde indeling wordt hierdoor de breedte van de hele indeling vergroot.

SHIFT+PIJL-RECHTS

De breedte van het geselecteerde besturingselement (aan de linkerkant) met één pixel verkleinen.

 Opmerking   Bij besturingselementen in een gestapelde indeling wordt hierdoor de breedte van de hele indeling verkleind.

SHIFT+PIJL-LINKS
De hoogte van het geselecteerde besturingselement (aan de onderkant) met één pixel verkleinen SHIFT+PIJL-OMHOOG
De hoogte van het geselecteerde besturingselement (aan de onderkant) met één pixel vergroten SHIFT+PIJL-OMLAAG

WeergevenSneltoetsen voor het navigeren in de gegevensbladweergave

WeergevenNaar een bepaalde record gaan

WeergevenTussen velden en records navigeren

Actie Toets(en)
Naar het volgende veld gaan TAB of PIJL-RECHTS
Naar het laatste veld in de actieve record gaan in de navigatiemodus. END
Naar het vorige veld gaan SHIFT+TAB of PIJL-LINKS
Naar het eerste veld in de actieve record gaan in de navigatiemodus HOME
Naar het actieve veld in de volgende record gaan PIJL-OMLAAG
Naar het actieve veld in de vorige record gaan in de navigatiemodus. CTRL+PIJL-OMLAAG
Naar het laatste veld in de vorige record gaan in de navigatiemodus CTRL+END
Naar het actieve veld in de vorige record gaan PIJL-OMHOOG
Naar het actieve veld in de eerste record gaan in de navigatiemodus. CTRL+PIJL-OMHOOG
Naar het eerste veld in de eerste record gaan in de navigatiemodus. CTRL+HOME

WeergevenNaar een ander scherm met gegevens gaan

Actie Toets(en)
Een scherm omlaag gaan PAGE DOWN
Een scherm omhoog gaan PAGE UP
Een scherm naar rechts gaan CTRL+PAGE DOWN
Een scherm naar links gaan CTRL+PAGE UP

WeergevenSneltoetsen voor het navigeren in subgegevensbladen

WeergevenNaar een bepaalde record gaan

Actie Toets(en)
Vanuit het subgegevensblad naar het recordnummervak gaan, waarin u het recordnummer typt. Druk vervolgens op ENTER. ALT+F5

WeergevenSubgegevensbladen uitvouwen en samenvouwen

Actie Toets(en)
Vanuit het gegevensblad het subgegevensblad van de record uitvouwen CTRL+SHIFT+PIJL-OMLAAG
Het subgegevensblad samenvouwen CTRL+SHIFT+PIJL-OMHOOG

WeergevenSchakelen tussen het gegevensblad en het subgegevensblad

Actie Toets(en)
Het subgegevensblad activeren vanuit het laatste veld van de vorige record in het gegevensblad TAB
Het subgegevensblad activeren vanuit het eerste veld van de volgende record in het gegevensblad SHIFT+TAB
Het subgegevensblad sluiten en naar het eerste veld gaan van de volgende record in het gegevensblad CTRL+TAB
Het subgegevensblad sluiten en naar het eerste veld gaan van de vorige record in het gegevensblad CTRL+SHIFT+TAB
Vanuit het laatste veld in het subgegevensblad naar het volgende veld in het gegevensblad gaan TAB
Vanuit het gegevensblad naar de volgende record in het gegevensblad gaan en het subgegevensblad overslaan PIJL-OMLAAG
Vanuit het gegevensblad naar de vorige record in het gegevensblad gaan en het subgegevensblad overslaan PIJL-OMHOOG

 Opmerking   U kunt voor het navigeren tussen velden en records in een subgegevensblad dezelfde sneltoetsen gebruiken als in de gegevensbladweergave.

WeergevenSneltoetsen voor het navigeren in de formulierweergave

WeergevenNaar een bepaalde record gaan

Actie Toets(en)
Naar het recordnummervak gaan. Typ vervolgens het recordnummer en druk op ENTER. F5

WeergevenTussen velden en records navigeren

Actie Toets(en)
Naar het volgende veld gaan TAB
Naar het vorige veld gaan SHIFT+TAB
Naar het laatste besturingselement op het formulier gaan en in de actieve record blijven in de navigatiemodus END
Naar het laatste besturingselement op het formulier gaan en de focus op de laatste record plaatsen in de navigatiemodus CTRL+END
Naar het eerste besturingselement op het formulier gaan en in de actieve record blijven in de navigatiemodus HOME
Naar het eerste besturingselement op het formulier gaan en de focus op de eerste record plaatsen in de navigatiemodus CTRL+HOME
Naar het actieve veld gaan in de volgende record CTRL+PAGE DOWN
Naar het actieve veld gaan in de vorige record CTRL+PAGE UP

WeergevenNavigeren in formulieren met meerdere pagina's

Actie Toets(en)
Een pagina omlaag gaan. Aan het einde van de record gaat u naar de overeenkomende pagina van de volgende record. PAGE DOWN
Een pagina omhoog gaan. Aan het einde van de record gaat u naar de overeenkomende pagina van de vorige record. PAGE UP

WeergevenTussen het hoofdformulier en een subformulier navigeren

Actie Toets(en)
Naar het subformulier gaan vanuit het vorige veld in het hoofdformulier TAB
Naar het subformulier gaan vanuit het volgende veld in het hoofdformulier SHIFT+TAB
Het subformulier afsluiten en naar het volgende veld in het hoofdformulier of naar de volgende record gaan CTRL+TAB
Het subformulier afsluiten en naar het vorige veld in het hoofdformulier of naar de vorige record gaan CTRL+SHIFT+TAB

WeergevenSneltoetsen voor het navigeren in het afdrukvoorbeeld en het rapportvoorbeeld

WeergevenDialoogvenster en vensterbewerkingen

Actie Toets(en)
Het dialoogvenster Afdrukken openen P (voor formulieren en rapporten) of CTRL+P (voor gegevensbladen, formulieren en rapporten)
Het dialoogvenster Pagina-instelling openen (alleen in formulieren en rapporten) S
In- of uitzoomen op een gedeelte van de pagina Z
Het afdrukvoorbeeld of rapportvoorbeeld annuleren ESC

WeergevenVerschillende pagina's bekijken

Actie Toets(en)
Naar het paginanummervak gaan. Typ vervolgens het paginanummer en druk op ENTER. ALT+F5
De volgende pagina weergeven (als Passend in venster is geselecteerd) PAGE DOWN of PIJL-OMLAAG
De vorige pagina weergeven (als Passend in venster is geselecteerd) PAGE UP of PIJL-OMHOOG

WeergevenIn het afdrukvoorbeeld en het rapportvoorbeeld navigeren

Actie Toets(en)
In kleine stappen omlaag schuiven PIJL-OMLAAG
Een volledig scherm omlaag schuiven PAGE DOWN
Naar de onderkant van de pagina gaan CTRL+PIJL-OMLAAG
In kleine stappen omhoog schuiven PIJL-OMHOOG
Een volledig scherm omhoog schuiven PAGE UP
Naar de bovenkant van de pagina gaan CTRL+PIJL-OMHOOG
In kleine stappen naar rechts schuiven PIJL-RECHTS
Naar de rechterkant van de pagina gaan END
Naar de rechterbenedenhoek van de pagina gaan CTRL+END
In kleine stappen naar links schuiven PIJL-LINKS
Naar de linkerkant van de pagina gaan HOME
Naar de linkerbovenhoek van de pagina gaan CTRL+HOME

WeergevenSneltoetsen voor het navigeren in het databasediagramvenster in een Access-project

Actie Toets(en)
Van een tabelcel naar de titelbalk van de tabel gaan ESC
Van de titelbalk van een tabel naar de laatste cel gaan die u hebt bewerkt ENTER
Van de ene tabeltitelbalk naar de andere gaan of
van de ene cel naar de andere cel in een tabel gaan
TAB
Een lijst in een tabel uitvouwen ALT+PIJL-OMLAAG
Van boven naar beneden schuiven door de onderdelen in een vervolgkeuzelijst PIJL-OMLAAG
Naar het vorige onderdeel in een lijst gaan PIJL-OMHOOG
Een onderdeel in een lijst selecteren en naar de volgende cel gaan ENTER
De instelling van een selectievakje wijzigen SPATIEBALK
Naar de eerste cel in de rij of naar
het begin van de huidige cel gaan
HOME
Naar de laatste cel in de rij of naar
het einde van de huidige cel gaan
END
Naar de volgende 'pagina' binnen een tabel of
naar de volgende 'pagina' van het diagram gaan
PAGE DOWN
Naar de vorige 'pagina' binnen een tabel of
naar de vorige 'pagina' van het diagram gaan
PAGE UP

WeergevenSneltoetsen voor het navigeren in de ontwerpfunctie voor query's in een Access-project

WeergevenAlle deelvensters

Actie Toets(en)
Schakelen tussen verschillende deelvensters in de ontwerpfunctie voor query's F6, SHIFT+F6

WeergevenDiagramdeelvenster

Actie Toets(en)
Van de ene tabel, weergave of functie (of join-lijn, indien beschikbaar) naar de andere gaan TAB of SHIFT+TAB
Van de ene kolom naar de andere gaan in een tabel, weergave of functie  Pijltoetsen
De geselecteerde gegevenskolom voor uitvoer kiezen SPATIEBALK of PLUSTEKEN
De geselecteerde gegevenskolom verwijderen uit de uitvoer van de query SPATIEBALK of MINTEKEN
De geselecteerde tabel, weergave, functie of join-lijn verwijderen uit de query DEL

 Opmerking   Als er meerdere onderdelen zijn geselecteerd, worden alle geselecteerde onderdelen gewijzigd wanneer u op de SPATIEBALK drukt. U selecteert meerdere onderdelen door SHIFT ingedrukt te houden terwijl u op de onderdelen klikt. U kunt de selectiestatus van één onderdeel wijzigen door CTRL ingedrukt te houden terwijl u op het onderdeel klikt.

WeergevenRasterdeelvenster

Actie Toets(en)
Van de ene cel naar de andere gaan Pijltoetsen, of TAB of SHIFT+TAB
Naar de laatste rij in de huidige kolom gaan CTRL+PIJL-OMLAAG
Naar de eerste rij in de huidige kolom gaan CTRL+PIJL-OMHOOG
Naar de linkerbovencel in het zichtbare gedeelte van het raster gaan CTRL+HOME
Naar de rechterbenedencel gaan CTRL+END
Schuiven in een vervolgkeuzelijst PIJL-OMHOOG of PIJL-OMLAAG
Een hele rasterkolom selecteren CTRL+SPATIEBALK
Schakelen tussen de bewerkingsmodus en de celselectiemodus. F2
Geselecteerde tekst in een cel kopiëren naar het Klembord (in de bewerkingsmodus) CTRL+C
Geselecteerde tekst uit een cel knippen en deze plaatsen op het Klembord(in de bewerkingsmodus) CTRL+X
Tekst van het Klembord plakken (in de bewerkingsmodus) CTRL+V
Schakelen tussen de invoegmodus en de overschrijfmodus als u de gegevens in een cel bewerkt INS
Het selectievakje in de uitvoerkolom in- of uitschakelen.Opmerking    Als er meerdere items zijn geselecteerd, worden alle geselecteerde items gewijzigd wanneer u op deze toets drukt. SPATIEBALK
De geselecteerde inhoud van een cel verwijderen DEL
De rij met de geselecteerde gegevenskolom uit de query verwijderen Opmerking    Als er meerdere items zijn geselecteerd, worden alle geselecteerde items gewijzigd wanneer u op deze toets drukt. DEL
Alle waarden voor een geselecteerde rasterkolom wissen DEL
Een rij tussen bestaande rijen invoegen INS (als u een rasterrij hebt geselecteerd)
Een kolom Of invoegen INS (als u een kolom Of hebt geselecteerd)

WeergevenSQL-deelvenster

Als u in het SQL-deelvenster werkt, kunt u de standaardbewerkingstoetsen van Windows gebruiken, zoals CTRL+ pijltoetsen om van het ene naar het volgende woord te gaan, en de opdrachten Knippen, Kopiëren en Plakken in het menu Bewerken.

 Opmerking    U kunt alleen tekst invoegen. De overschrijfmodus is niet beschikbaar.

WeergevenSneltoetsen voor draaitabelweergaven

WeergevenDraaitabelweergave

WeergevenToetsen voor het selecteren van elementen in de draaitabelweergave

Actie Toets(en)
De selectie van links naar rechts en vervolgens naar beneden verplaatsen TAB
De selectie van boven naar beneden en vervolgens naar rechts verplaatsen ENTER
De cel links van de actieve cel selecteren. Als de actieve cel de meest linkse cel is, selecteer u met SHIFT+TAB de laatste cel in de vorige rij. SHIFT+TAB
De cel boven de actieve cel selecteren. Als de actieve cel de bovenste cel is, selecteer u met SHIFT+ENTER de laatste cel in de vorige kolom. SHIFT+ENTER
Detailcellen selecteren voor het volgende item in het rijgebied CTRL+ENTER
Detailcellen selecteren voor het vorige item in het rijgebied SHIFT+CTRL+ENTER
De selectie verplaatsen in de richting van de pijltoets. Als een rij- of kolomveld is geselecteerd, drukt u op de PIJL-OMLAAG om naar het eerste gegevensitem in het veld te gaan en drukt u op een pijltoets om naar het volgende of vorige item te gaan of terug naar het veld te gaan. Als een detailveld is geselecteerd, drukt u op de PIJL-OMLAAG of de PIJL-RECHTS om naar de eerste cel in het detailgebied te gaan. Pijltoetsen
De selectie uitbreiden of beperken in de richting van de pijltoets SHIFT+pijltoetsen
De selectie naar de laatste cel verplaatsen in de richting van de pijltoets CTRL+pijltoetsen
Het geselecteerde item verplaatsen in de richting van de pijltoets SHIFT+ALT+pijltoetsen
De meest linkse cel van de actieve rij selecteren HOME
De meest rechtse cel van de actieve rij selecteren END
De meest linkse cel van de eerste rij selecteren CTRL+HOME
De laatste cel van de laatste rij selecteren CTRL+END
De selectie uitbreiden naar de meest linkse cel van de eerste rij SHIFT+CTRL+HOME
De selectie uitbreiden naar de laatste cel van de laatste rij SHIFT+CTRL+END
Het veld voor het geselecteerde gegevensitem, totaalitem of detailitem selecteren CTRL+SPATIEBALK
De volledige rij selecteren die de geselecteerde cel bevat SHIFT+SPATIEBALK
De volledige draaitabelweergave (draaitabelweergave: een weergave waarin de gegevens uit een gegevensblad of formulier worden samengevat en geanalyseerd. U kunt verschillende detailniveaus gebruiken of de gegevens naar wens indelen door velden en items te slepen, of door velden en items te verbergen en zichtbaar te maken in de vervolgkeuzelijsten van de velden.) selecteren CTRL+A
Het volgende scherm weergeven PAGE DOWN
Het vorige scherm weergeven PAGE UP
Een selectie één scherm omlaag uitbreiden SHIFT+PAGE DOWN
Een selectie één scherm kleiner maken SHIFT+PAGE UP
Het volgende scherm rechts weergeven ALT+PAGE DOWN
Het vorige scherm links weergeven ALT+PAGE UP
De selectie naar de pagina rechts uitbreiden SHIFT+ALT+PAGE DOWN
Hiermee breidt u de selectie naar de pagina links uit. SHIFT+ALT+PAGE UP

WeergevenToetsen voor het uitvoeren van opdrachten

Actie Toets(en)
Help-onderwerpen weergeven F1
Het snelmenu weergeven voor het geselecteerde element in de draaitabelweergave. Via de snelmenu's kunt u opdrachten uitvoeren in de draaitabelweergave. SHIFT+F10
Een opdracht in het snelmenu uitvoeren Onderstreepte letter
Het snelmenu sluiten zonder een opdracht uit te voeren ESC
Het dialoogvenster Eigenschappen weergeven ALT+ENTER
Het dialoogvenster Eigenschappen sluiten ALT+F4
Een vernieuwingsbewerking annuleren terwijl deze wordt uitgevoerd ESC
De geselecteerde gegevens van de draaitabelweergave kopiëren naar het Klembord CTRL+C
De inhoud van de draaitabelweergave exporteren naar Microsoft Office Excel 2007Office Excel 2007. CTRL+E

WeergevenToetsen voor het weergeven, verbergen, filteren of sorteren van gegevens

Actie Toets(en)
De uitvouwtekens (vakken Plusvak en Minvak ) naast items weergeven of verbergen CTRL+8
Het geselecteerde item uitvouwen CTRL+PLUSTEKEN (op het numerieke toetsenbord)
Het geselecteerde item verbergen CTRL+MINTEKEN (op het numerieke toetsenbord)
De lijst voor het geselecteerde veld openen ALT+PIJL-OMLAAG
Schakelen tussen het laatst geselecteerde item, de knop OK en de knop Annuleren in de vervolgkeuzelijst van een veld TAB
Naar het volgende item gaan in de vervolgkeuzelijst van een veld Pijltoetsen
Het selectievakje voor het huidige item in de vervolgkeuzelijst van een veld in- of uitschakelen SPATIEBALK
De vervolgkeuzelijst van een veld sluiten en de ingevoerde wijzigingen doorvoeren ENTER
De vervolgkeuzelijst van een veld sluiten zonder de ingevoerde wijzigingen door te voeren ESC
AutoFilter in- of uitschakelen CTRL+T
De gegevens in het geselecteerde veld of alle gegevens sorteren in oplopende volgorde (A – Z 0 – 9) CTRL+SHIFT+A
De gegevens in het geselecteerde veld of alle gegevens sorteren in aflopende volgorde (Z – A 9 – 0) CTRL+SHIFT+Z
Het geselecteerde lid naar boven of naar links verplaatsen ALT+SHIFT+PIJL-OMHOOG of ALT+SHIFT+PIJL-LINKS
Het geselecteerde lid naar beneden of naar rechts verplaatsen ALT+SHIFT+PIJL-OMLAAG of ALT+SHIFT+PIJL-RECHTS

WeergevenToetsen voor het toevoegen van velden en totalen en het wijzigen van de indeling van een draaitabelweergave

WeergevenToetsen voor het werken met het deelvenster Lijst met velden

Actie Toets(en)
Het deelvenster Lijst met velden weergeven of activeren als het al wordt weergegeven CTRL+L
Naar het volgende item in het deelvenster Lijst met velden gaan Pijltoetsen
Naar het vorige item gaan en dit opnemen in de selectie SHIFT+PIJL-OMHOOG
Naar het volgende item gaan en dit opnemen in de selectie SHIFT+PIJL-OMLAAG
Naar het vorige item gaan, maar dit niet opnemen in de selectie CTRL+PIJL-OMHOOG
Naar het volgende item gaan, maar dit niet opnemen in de selectie CTRL+PIJL-OMLAAG
Het item verwijderen uit de selectie als het gemarkeerde item is opgenomen in de selectie en vice versa CTRL+SPATIEBALK
Het huidige item in het deelvenster Lijst met velden uitvouwen om de inhoud weer te geven of totalen uitvouwen om de beschikbare totaalvelden weer te geven. PLUSTEKEN (numeriek toetsenblok)
Het huidige item in het deelvenster Lijst met velden samenvouwen om de inhoud te verbergen of totalen samenvouwen om de beschikbare totaalvelden te verbergen. MINTEKEN (numeriek toetsenblok)
In het deelvenster Lijst met velden schakelen tussen het laatst geselecteerde item, de knop Toevoegen aan en de lijst naast de knop Toevoegen aan. TAB
De vervolgkeuzelijst openen naast de knop Toevoegen aan in de Lijst met velden. Gebruik de pijltoetsen om naar het volgende item in de lijst te gaan en druk vervolgens op ENTER om een item te selecteren. ALT+PIJL-OMLAAG
Het gemarkeerde veld in het deelvenster Lijst met velden toevoegen aan het gebied in de draaitabelweergave dat wordt weergegeven in de lijst Toevoegen aan ENTER
Het deelvenster Lijst met velden sluiten ALT+F4

WeergevenToetsen voor het toevoegen van velden en totalen

Actie Toets(en)
Een nieuw totaalveld voor het geselecteerde veld toevoegen in de draaitabelweergave met de samenvattingsfunctie Som. CTRL+SHIFT+S
Een nieuw totaalveld voor het geselecteerde veld toevoegen in de draaitabelweergave met de samenvattingsfunctie Aantal CTRL+SHIFT+C
Een nieuw totaalveld voor het geselecteerde veld toevoegen in de draaitabelweergave met de samenvattingsfunctie Min CTRL+SHIFT+M
Een nieuw totaalveld voor het geselecteerde veld toevoegen in de draaitabelweergave met de samenvattingsfunctie Max CTRL+SHIFT+X
Een nieuw totaalveld voor het geselecteerde veld toevoegen in de draaitabelweergave met de samenvattingsfunctie Gem CTRL+SHIFT+E
Een nieuw totaalveld voor het geselecteerde veld toevoegen in de draaitabelweergave met de samenvattingsfunctie Standaarddeviatie CTRL+SHIFT+D
Een nieuw totaalveld voor het geselecteerde veld toevoegen in de draaitabelweergave met de samenvattingsfunctie Populatie van standaarddeviatie CTRL+SHIFT+T
Een nieuw totaalveld voor het geselecteerde veld toevoegen in de draaitabelweergave met de samenvattingsfunctie Variantie CTRL+SHIFT+V
Een nieuw totaalveld voor het geselecteerde veld toevoegen in de draaitabelweergave met de samenvattingsfunctie Populatie van variantie CTRL+SHIFT+R
Subtotalen en eindtotalen in- of uitschakelen voor het geselecteerde veld in de draaitabelweergave CTRL+SHIFT+B
Een berekend detailveld toevoegen CTRL+F

WeergevenToetsen voor het wijzigen van de indeling

 Opmerking   De volgende vier sneltoetsen werken niet als u de toetsen 1, 2, 3 of 4 op het numerieke toetsenbord gebruikt.

Actie Toets(en)
Het geselecteerde veld in de draaitabelweergave verplaatsen naar het rijgebied. CTRL+1
Het geselecteerde veld in de draaitabelweergave verplaatsen naar het kolomgebied CTRL+2
Het geselecteerde veld in de draaitabelweergave verplaatsen naar het filtergebied CTRL+3
Het geselecteerde veld in de draaitabelweergave verplaatsen naar het detailgebied CTRL+4
Het geselecteerde rij- of kolomveld in de draaitabelweergave verplaatsen naar een hoger niveau CTRL+PIJL-LINKS
Het geselecteerde rij- of kolomveld in de draaitabelweergave verplaatsen naar een lager niveau CTRL+PIJL-RECHTS

WeergevenToetsen voor het opmaken van elementen in de draaitabelweergave

Als u de volgende sneltoetsen wilt gebruiken, moet u eerst een detailveld of een gegevenscel voor een totaalveld selecteren.

Met de eerste zeven sneltoetsen wijzigt u de getalnotatie van het geselecteerde veld.

Actie Toets(en)
De standaardgetalnotatie toepassen op waarden in het geselecteerde totaal- of detailveld CTRL+SHIFT+~ (tilde)
De valutanotatie, met twee decimale plaatsen en negatieve getallen tussen haakjes, toepassen op waarden in het geselecteerde totaal- of detailveld CTRL+SHIFT+$
De procentnotatie, zonder decimale plaatsen, toepassen op waarden in het geselecteerde totaal- of detailveld CTRL+SHIFT+%
De notatie voor exponentiële getallen, met twee decimale plaatsen, toepassen op waarden in het geselecteerde totaal- of detailveld CTRL+SHIFT+^
De datumnotatie, met de dag, de maand en het jaar, toepassen op de waarden in het geselecteerde totaal- of detailveld CTRL+SHIFT+#
De tijdnotatie, met de uren, minuten en de aanduiding AM of PM, toepassen op waarden in het geselecteerde totaal- of detailveld CTRL+SHIFT+@
De getalnotatie, met twee decimale plaatsen, een scheidingsteken voor duizendtallen en een minteken voor negatieve getallen, toepassen op waarden in het geselecteerde totaal- of detailveld CTRL+SHIFT+!
Tekst vet weergeven in het geselecteerde veld van de draaitabelweergave. CTRL+B
Tekst onderstrepen in het geselecteerde veld van de draaitabelweergave CTRL+U
Tekst cursief weergeven in het geselecteerde veld van de draaitabelweergave CTRL+I

WeergevenDraaigrafiekweergave

WeergevenToetsen voor het selecteren van items in een grafiek

Actie Toets(en)
Het volgende item in de grafiek selecteren PIJL-RECHTS
Het vorige item in de grafiek selecteren PIJL-LINKS
De volgende groep items selecteren PIJL-OMLAAG
De vorige groep items selecteren PIJL-OMHOOG

WeergevenToetsen voor het werken met eigenschappen en opties

Actie Toets(en)
Het dialoogvenster Eigenschappen weergeven ALT+ENTER
Het dialoogvenster Eigenschappen sluiten ALT+F4
Het volgende item op het geselecteerde tabblad selecteren wanneer het dialoogvenster Eigenschappen is geopend TAB
Het volgende tabblad selecteren vanaf het geselecteerde tabblad in het dialoogvenster Eigenschappen PIJL-RECHTS
Het vorige tabblad selecteren vanaf het geselecteerde tabblad in het dialoogvenster Eigenschappen PIJL-LINKS
Een lijst of palet weergeven wanneer een knop is geselecteerd die een lijst of palet bevat PIJL-OMLAAG
Het snelmenu weergeven SHIFT+F10
Een opdracht in het snelmenu uitvoeren Onderstreepte letter
Het snelmenu sluiten zonder een opdracht uit te voeren ESC

WeergevenToetsen voor het werken met velden

Actie Toets(en)
De lijst voor het geselecteerde veld openen ALT+PIJL-OMLAAG
Schakelen tussen het laatst geselecteerde item, de knop OK en de knop Annuleren in de vervolgkeuzelijst van een veld TAB
Naar het volgende item gaan in de vervolgkeuzelijst van een veld Pijltoetsen
Het selectievakje voor het huidige item in de vervolgkeuzelijst van een veld in- of uitschakelen SPATIEBALK
De vervolgkeuzelijst van een veld sluiten en de ingevoerde wijzigingen doorvoeren ENTER
De vervolgkeuzelijst van een veld sluiten zonder de ingevoerde wijzigingen door te voeren ESC

WeergevenToetsen voor het werken met het deelvenster Lijst met velden

Actie Toets(en)
Het deelvenster Lijst met velden weergeven of activeren als het al wordt weergegeven CTRL+L
Naar het volgende item in het deelvenster Lijst met velden gaan Pijltoetsen
Naar het vorige item gaan en dit opnemen in de selectie SHIFT+PIJL-OMHOOG
Naar het volgende item gaan en dit opnemen in de selectie SHIFT+PIJL-OMLAAG
Naar het vorige item gaan, maar dit niet opnemen in de selectie CTRL+PIJL-OMHOOG
Naar het volgende item gaan, maar dit niet opnemen in de selectie CTRL+PIJL-OMLAAG
Het item verwijderen uit de selectie als het gemarkeerde item is opgenomen in de selectie en vice versa CTRL+SPATIEBALK
Het huidige item in het deelvenster Lijst met velden uitvouwen om de inhoud weer te geven of totalen uitvouwen om de beschikbare totaalvelden weer te geven PLUSTEKEN  (numeriek toetsenblok)
Het huidige item in het deelvenster Lijst met velden samenvouwen om de inhoud te verbergen of totalen samenvouwen om de beschikbare totaalvelden te verbergen MINTEKEN (numeriek toetsenblok)
In het deelvenster Lijst met velden schakelen tussen het laatst geselecteerde item, de knop Toevoegen aan en de lijst naast de knop Toevoegen aan. TAB
De vervolgkeuzelijst openen naast de knop Toevoegen aan in de Lijst met velden. Gebruik de pijltoetsen om naar het volgende item in de lijst te gaan en druk vervolgens op ENTER om een item te selecteren. ALT+PIJL-OMLAAG
Het gemarkeerde veld in het deelvenster Lijst met velden toevoegen aan het neerzetgebied dat wordt weergegeven in de lijst Toevoegen aan. ENTER
Het deelvenster Lijst met velden sluiten ALT+F4

Microsoft Office Fluent-lint

WeergevenOffice Fluent-lint

  1. Druk op ALT.

De toetstips worden weergegeven boven elke functie die in de huidige weergave beschikbaar is. Het volgende voorbeeld is afkomstig uit Office Word 2007.

  1. Druk op de letter die wordt weergegeven in de toetstip boven de functie die u wilt gebruiken.
  2. Afhankelijk van de letter waarop u drukt, worden wellicht aanvullende toetstips weergegeven. Als u bijvoorbeeld, terwijl het tabblad Start actief is, op I drukt, wordt het tabblad Invoegen weergegeven, samen met de toetstips voor de groepen op dat tabblad.
  3. Ga door met het drukken op letters totdat u drukt op de letter van de gewenste opdracht of het gewenste besturingselement. In sommige gevallen moet u eerst drukken op de letter van de groep die de opdracht bevat.

 Opmerking   Druk op ALT als u deze actie wilt annuleren en de toetstips wilt verbergen.

Online Help

WeergevenSneltoetsen voor gebruik van het Help-venster

Het Help-venster biedt toegang tot de volledige inhoud van de Office Help. In het Help-venster worden onderwerpen en andere Help-inhoud weergegeven.

In het Help-venster

Actie Toets(en)
Het Help-venster openen F1
Het Help-venster sluiten ALT+F4
Schakelen tussen het Help-venster en het actieve programma ALT+TAB
Teruggaan naar het tabblad Start van Programmanaam ALT+HOME
Het volgende item in het Help-venster selecteren TAB
Het vorige item in het Help-venster selecteren SHIFT+TAB
De actie voor het geselecteerde item uitvoeren ENTER
Het volgende of vorige item selecteren in de sectie Bladeren in Programmanaam Help van het Help-venster TAB of SHIFT+TAB
De sectie Bladeren in Programmanaam Help van het Help-venster het geselecteerde item respectievelijk uit of samen. ENTER
De volgende verborgen tekst of hyperlink selecteren boven aan een onderwerp, waaronder Alles weergeven of Alles verbergen TAB
De vorige verborgen tekst of hyperlink selecteren SHIFT+TAB
De actie uitvoeren voor de geselecteerde knoppen Alles weergeven, Alles verbergen, verborgen tekst of hyperlink ENTER
Naar het vorige Help-onderwerp gaan (de knop Vorige) ALT+PIJL-LINKS of BACKSPACE
Naar het volgende Help-onderwerp gaan (de knop Volgende) ALT+PIJL-RECHTS
Binnen het weergegeven Help-onderwerp een klein stukje omhoog of omlaag schuiven PIJL-OMHOOG, PIJL-OMLAAG
Binnen het weergegeven Help-onderwerp een groter stuk omhoog of omlaag schuiven PAGE UP, PAGE DOWN
Een menu met opdrachten voor het Help-venster weergeven. Hierbij moet het Help-venster de actieve focus hebben (klik in het Help-venster). SHIFT+F10
De laatste actie stoppen (de knop Stoppen) ESC
Het venster vernieuwen (de knop Vernieuwen) F5

Het huidige Help-onderwerp afdrukken.

 Opmerking   Als de cursor zich niet in het huidige Help-onderwerp bevindt, drukt u op F6 en vervolgens op CTRL+P.

CTRL+P
De verbindingsstatus wijzigen F6, en vervolgens drukt u op ENTER om de lijst met keuzemogelijkheden te openen
Schakelen tussen de verschillende gebieden in het Help-venster, bijvoorbeeld tussen de werkbalk en de lijst Zoeken. F6
Het volgende of vorige items selecteren in een inhoudsopgave met boomstructuur PIJL-OMHOOG, PIJL-OMLAAG
Het geselecteerde item uitvouwen of samenvouwen in een inhoudsopgave met boomstructuur PIJL-LINKS, PIJL-RECHTS

Basisbeginselen van Microsoft Office

WeergevenVensters weergeven en gebruiken

Actie Toets(en)
Overschakelen naar het volgende venster ALT+TAB
Overschakelen naar het vorige venster ALT+SHIFT+TAB
Het actieve venster sluiten CTRL+W of CTRL+F4

In het programmavenster van het ene naar het andere taakvenster gaan (rechtsom). Mogelijk moet u meerdere keren op F6 drukken.

 Opmerking   Als u met F6 niet het gewenste taakvenster kunt weergeven, kunt u op ALT drukken om de focus te verplaatsen naar de menubalk of het Microsoft Office Fluent-lint en dan met CTRL+TAB proberen het gewenste taakvenster te activeren.

F6
Overschakelen naar het volgende venster als meerdere vensters zijn geopend,. CTRL+F6
Overschakelen naar het vorige venster CTRL+SHIFT+F6
De opdracht Formaat (in het systeemmenu van het venster) uitvoeren wanneer een documentvenster niet is gemaximaliseerd. Druk op de pijltoetsen om het formaat van het venster te wijzigen en druk op ENTER wanneer u klaar bent. CTRL+F8
Een venster minimaliseren tot pictogram (werkt alleen in sommige Microsoft Office-programma's) CTRL+F9
Een geselecteerd venster maximaliseren of het vorige formaat herstellen CTRL+F10
Een afbeelding kopiëren van het scherm naar het Klembord PRINT-SCRN
Een afbeelding van het geselecteerde venster kopiëren naar het Klembord ALT+PRINT SCREEN

WeergevenNavigeren in tekst of cellen

Actie Toets(en)
Eén teken naar links gaan PIJL-LINKS
Eén teken naar rechts gaan PIJL-RECHTS
Eén regel omhoog gaan PIJL-OMHOOG
Eén regel omlaag gaan PIJL-OMLAAG
Eén woord naar links gaan CTRL+PIJL-LINKS
Eén woord naar rechts gaan CTRL+PIJL-RECHTS
Naar het einde van een regel gaan END
Naar het begin van een regel gaan HOME
Eén alinea omhoog gaan CTRL+PIJL-OMHOOG
Eén alinea omlaag gaan CTRL+PIJL-OMLAAG
Naar het einde van een tekstvak gaan CTRL+END
Naar het begin van een tekstvak gaan CTRL+HOME
In Microsoft Office PowerPoint 2007 naar de volgende tijdelijke aanduiding voor een titel of hoofdtekst gaan. Als dit de laatste tijdelijke aanduiding is op een dia, wordt hiermee een nieuwe dia ingevoegd met dezelfde dia-indeling als de oorspronkelijke dia. CTRL+ENTER
De laatste bewerking Zoeken herhalen SHIFT+F4

WeergevenNavigeren in en werken met tabellen

Actie Toets(en)
Naar de volgende cel gaan TAB
Naar de vorige cel gaan SHIFT+TAB
Naar de volgende rij gaan PIJL-OMLAAG
Naar de vorige rij gaan PIJL-OMHOOG
Een tabblad invoegen in een cel CTRL+TAB
Een nieuwe alinea beginnen ENTER
Een nieuwe rij toevoegen onder aan de tabel TAB aan het einde van de laatste rij

WeergevenAccess en werken met taakvensters

Actie Toets(en)

In het programmavenster van het ene naar het andere taakvenster gaan. (Mogelijk moet u meerdere keren op F6 drukken.)

 Opmerking   Als met F6 niet het gewenste taakvenster wordt weergeven, kunt u met ALT de focus verplaatsen naar de menubalk en vervolgens met CTRL+TAB naar het gewenste taakvenster gaan.

F6
Naar een taakvenster gaan als een menu of werkbalk actief is. (Wellicht moet u meerdere keren op CTRL+TAB drukken.) CTRL+TAB
De volgende of vorige optie in het taakvenster selecteren als een taakvenster actief is TAB of SHIFT+TAB
Alle opdrachten in het taakvenstermenu weergeven CTRL+PIJL-OMLAAG
Navigeren langs de opties in een geselecteerd vervolgmenu of langs bepaalde opties in een optiegroep van een dialoogvenster PIJL-OMLAAG of PIJL-OMHOOG
Het geselecteerde menu openen of de actie van de geselecteerde knop uitvoeren SPATIEBALK of ENTER
Een snelmenu openen of een vervolgkeuzemenu bij het geselecteerde galerie-item openen SHIFT+F10
De eerste of laatste opdracht in een menu of vervolgmenu selecteren als het menu of vervolgmenu zichtbaar is HOME of END
Omhoog of omlaag schuiven in de geselecteerde galerielijst PAGE UP of PAGE DOWN
Naar de boven- of onderkant van de geselecteerde galerielijst gaan CTRL+HOME of CTRL+END

WeergevenAccess en werken met infolabels

Actie Toets(en)
Het menu of bericht van een infolabel weergeven. Als er meerdere infolabels zijn, kunt u hiermee overschakelen naar het volgende infolabel en het bijbehorende menu of bericht weergeven. ALT+SHIFT+F10
Het volgende item selecteren in het menu Infolabel PIJL-OMLAAG
Het vorige item selecteren in het menu Infolabel PIJL-OMHOOG
De actie voor het geselecteerde item in het menu Infolabel uitvoeren ENTER
Het menu of bericht van een infolabel sluiten ESC
Tips
  • U kunt instellen dat er een geluid wordt afgespeeld wanneer een infolabel wordt weergegeven. Hiervoor moet u een geluidskaart en het programma Microsoft Office Sounds op uw computer hebben geïnstalleerd.
  • Als u toegang hebt tot het web, kunt u Microsoft Office Sounds downloaden van de website Microsoft Office Online. Nadat u de audiobestanden hebt geïnstalleerd, voert u in Access, Office Excel 2007 en Office Word 2007 de volgende handelingen uit:
    1. Klik op de Microsoft Office-knop Knopafbeelding en vervolgens op Opties voor Programma.
    2. Klik op Geavanceerd.
    3. Schakel het selectievakje Feedback met geluid in de sectie Algemeen in en klik vervolgens op OK.

 Opmerking   De instelling van dit selectievakje (dat wil zeggen: in- of uitgeschakeld) geldt voor alle Office-programma's waarin geluid wordt ondersteund.

WeergevenWerkbalken, menu's en taakvensters verplaatsen en het formaat ervan wijzigen

  1. Druk op ALT om de menubalk te selecteren.
  2. Druk herhaaldelijk op CTRL+TAB om de gewenste werkbalk of het gewenste taakvenster te selecteren.
  3. Ga op een van de volgende manieren te werk:

WeergevenHet formaat van werkbalken wijzigen

  1. Druk op de werkbalk op CTRL+SPATIEBALK om het menu Werkbalkopties weer te geven.
  2. Klik op de opdracht Formaat en druk vervolgens op ENTER.
  3. Gebruik de pijltoetsen om het formaat van de werkbalk te wijzigen. Druk op CTRL+ pijltoetsen om het formaat per pixel te wijzigen.

WeergevenWerkbalken verplaatsen

  1. Druk op de werkbalk op CTRL+SPATIEBALK om het menu Werkbalkopties weer te geven.
  2. Klik op de opdracht Verplaatsen en druk vervolgens op ENTER.
  3. Gebruik de pijltoetsen om de werkbalk te verplaatsen. Druk op CTRL+ pijltoetsen om dat pixel voor pixel te doen. Druk herhaaldelijk op PIJL-OMLAAG om de werkbalk uit dok te halen. Als u de werkbalk verticaal aan de linker- of rechterkant wilt vastzetten, drukt u op PIJL-LINKS of PIJL-RECHTS als de werkbalk respectievelijk helemaal links of helemaal rechts op het scherm staat.

WeergevenHet formaat van taakvensters wijzigen

  1. Druk in het taakvenster op CTRL+SPATIEBALK om een menu met extra opdrachten weer te geven.
  2. Selecteer met PIJL-OMLAAG de opdracht Formaat en druk vervolgens op ENTER.
  3. Gebruik de pijltoetsen om het formaat van de werkbalk te wijzigen. Druk op CTRL+ pijltoetsen om het formaat per pixel te wijzigen.

WeergevenTaakvensters verplaatsen

  1. Druk in het taakvenster op CTRL+SPATIEBALK om een menu met extra opdrachten weer te geven.
  2. Selecteer met PIJL-OMLAAG de opdracht Verplaatsen en druk vervolgens op ENTER.
  3. Gebruik de pijltoetsen om het taakvenster te verplaatsen. Druk op CTRL+ pijltoetsen om het taakvenster per pixel te verplaatsen.
  1. Druk op ESC als u klaar bent.

WeergevenDialoogvensters gebruiken

Actie Toets(en)
Naar de volgende optie of optiegroep gaan TAB
Naar de vorige optie of optiegroep SHIFT+TAB
Het volgende tabblad activeren in een dialoogvenster CTRL+TAB
Het vorige tabblad activeren in een dialoogvenster CTRL+SHIFT+TAB
Van de ene optie naar de andere gaan in een geopende vervolgkeuzelijst of in een optiegroep Pijltoetsen
De actie van de geselecteerde knop uitvoeren of het gekozen selectievakje in- of uitschakelen SPATIEBALK
De lijst openen al deze gesloten is en naar de betreffende optie in de lijst gaan Eerste letter van een optie in een vervolgkeuzelijst
Een optie selecteren of een selectievakje in- of uitschakelen ALT+ onderstreepte letter in een optie
Een geselecteerde vervolgkeuzelijst openen ALT+PIJL-OMLAAG
Een geselecteerde vervolgkeuzelijst sluiten; een opdracht annuleren en een dialoogvenster sluiten ESC
De actie van een standaardknop in een dialoogvenster uitvoeren ENTER

WeergevenInvoervakken binnen dialoogvensters gebruiken

Een invoervak is een lege regel waarin u iets typt of plakt, zoals uw gebruikersnaam of het pad naar een map.

Actie Toets(en)
Naar het begin van de waarde gaan HOME
Naar het einde van de waarde gaan END
Eén teken naar links of rechts gaan PIJL-LINKS of PIJL-RECHTS
Eén woord naar links gaan CTRL+PIJL-LINKS
Eén woord naar rechts gaan CTRL+PIJL-RECHTS
Eén teken links selecteren of de selectie ervan opheffen SHIFT+PIJL-LINKS
Eén teken rechts selecteren of de selectie ervan opheffen SHIFT+PIJL-RECHTS
Eén woord links selecteren of de selectie ervan opheffen CTRL+SHIFT+PIJL-LINKS
Eén woord rechts selecteren of de selectie ervan opheffen CTRL+SHIFT+PIJL-RECHTS
Vanaf de invoegpositie tot en met het begin van de waarde selecteren SHIFT+HOME
Vanaf de invoegpositie tot en met het einde van de waarde selecteren SHIFT+END

WeergevenDe dialoogvensters Openen en Opslaan als gebruiken

Actie Toets(en)
Naar de vorige map gaan Knopafbeelding ALT+1
De knop Eén niveau naar boven Knopafbeelding : de map boven de geopende map openen ALT+2
De knop Zoeken op het web Knopafbeelding : het dialoogvenster sluiten en de zoekpagina openen ALT+3
De knop Verwijderen Knopafbeelding : de geselecteerde map of het geselecteerde bestand verwijderen ALT+3
De knop Nieuwe map maken Knopafbeelding : een nieuwe map maken ALT+4
De knop Weergaven Knopafbeelding : schakelen tussen beschikbare mapweergaven. ALT+5
De knop Extra: het menu Extra weergeven ALT+L
Een snelmenu weergeven voor een geselecteerd item, zoals een map of bestand SHIFT+F10
Navigeren tussen opties of gebieden in het dialoogvenster TAB
De lijst Zoeken in openen F4 of ALT+I
De bestandenlijst vernieuwen F5
 
 
Van toepassing op:
Access 2007