Inleiding tot SharePoint Designer 2010

Microsoft SharePoint Designer 2010 is een ontwerpprogramma voor internet en toepassingen dat u gebruikt om SharePoint-sites en -toepassingen te maken en aan te passen. Met SharePoint Designer 2010 kunt u pagina's met veel gegevens maken, krachtige oplossingen met werkstromen bouwen, en het uiterlijk van uw site vormgeven. De sites die u maakt, kunnen variëren van kleine sites voor projectbeheer tot portaloplossingen met dashboards voor een onderneming.

Sites die u maakt met SharePoint Designer 2010

SharePoint Designer 2010 zorgt tijdens het ontwerpen van sites voor een unieke ervaring doordat u op één plaats uw site kunt maken, de onderdelen kunt aanpassen waaruit de site bestaat, de logica van de site kunt ontwerpen rond een bedrijfsproces en de site in de vorm van een pakketoplossing kunt implementeren. U kunt dit allemaal doen zonder dat u een regel code hoeft te schrijven.

In de volgende secties krijgt u meer informatie over SharePoint Designer 2010 en hoe u dit in uw organisatie gebruikt.

De Microsoft SharePoint Designer 2010-ervaring

SharePoint-sites worden steeds complexer naarmate ze meegroeien met de behoeften van bedrijven van elk type en elk formaat. Waren het eerst opslagplaatsen van documenten, takenlijsten en schema's; nu zijn het veelal hoogst dynamische sites die worden aangestuurd door bedrijfsprocessen en die een schat aan gegevens herbergen.

Voor de ontwerper van de site betekent dit niet alleen een begrip van de behoeften van het bedrijf, maar een begrip van SharePoint en alle onderdelen waaruit een van de sites bestaat. Met name inzicht in de relaties tussen de vele bewegende onderdelen van de site en in staat kunnen zijn deze op een plaats te beheren, zijn van belang.

SharePoint Designer 2010 biedt één omgeving waarin u kunt werken aan uw site, de bijbehorende lijsten en bibliotheken, pagina's, gegevensbronnen, werkstromen, machtigingen en nog veel meer. U kunt niet alleen deze hoofdonderdelen van uw site op dezelfde plek bekijken, maar u kunt ook de onderlinge relaties tussen deze objecten weergeven.

U gebruikt het raamwerk om in hoge mate aangepaste zakelijke oplossingssites te ontwerpen en te bouwen. U begint met het koppelen van gegevensbronnen, zowel binnen als buiten SharePoint. U presenteert deze gegevens aan gebruikers en stelt hen in staat de informatie terug te sturen via een SharePoint-site of in een Office-clienttoepassing. U maakt in hoge mate aangepaste werkstromen om bedrijfsprocessen te automatiseren. Ten slotte past u het uiterlijk van de site aan zodat dit bij het merkbeeld van uw organisatie past.

Als u over één omgeving voor deze taken beschikt, besteedt u meer tijd aan het ontwerpen, bouwen en aanpassen van oplossingen en minder tijd aan het zoeken naar en bijwerken van de verschillende onderdelen van een site met verschillende programma's en methoden.

In de volgende secties maakt u kennis met de SharePoint Designer 2010-ervaring en -gebruikersinterface:



SharePoint Designer 2010 openen

SharePoint Designer 2010 is een clienttoepassing die u op uw lokale computer installeert. De toepassing is tevens nauw geïntegreerd met SharePoint. U kunt de toepassing als zodanig rechtstreeks vanaf uw computer starten via het menu Windows Start Windows Start-knop en verschillende locaties in SharePoint, zoals het menu Siteacties dat hier is afgebeeld.

Menu Siteacties van SharePoint Designer 2010

U kunt SharePoint Designer 2010 vanuit een aantal locaties openen, bijvoorbeeld tijdens het aanpassen van lijsten, weergaven, werkstromen en basispagina's. Als u SharePoint Designer 2010 nog niet hebt geïnstalleerd en de toepassing voor het eerst via SharePoint start, wordt u gevraagd om de toepassing te downloaden en vanaf internet te installeren. Wanneer u SharePoint Designer 2010 de volgende keer opent, wordt de toepassing onmiddellijk geopend. De toepassing is ook beschikbaar in het Windows Start-menu. Meer informatie over de verschillende manieren waarop u SharePoint Designer 2010 kunt openen, vindt u in de sectie Zie ook.

 Opmerking    U kunt SharePoint Designer 2010 en de afzonderlijke functies ervan beperken of uitschakelen op de pagina Instellingen voor SharePoint Designer. Als u de taken die in dit artikel worden beschreven, niet kunt uitvoeren, is dit mogelijk de reden. Neem contact op met uw beheerder voor meer informatie.

 Opmerking    SharePoint Designer 2010 is ontworpen voor SharePoint 2010-sites. U kunt de toepassing niet gebruiken om sites in vroegere versies van SharePoint te openen of aan te passen.

Terug naar boven Terug naar boven

Het tabblad Bestand in SharePoint Designer 2010

Wanneer u SharePoint Designer 2010 opent via het Windows Start-menu, ziet u als eerste het tabblad Bestand. U kunt hiermee een bestaande site aanpassen of op dit scherm een nieuwe site maken.

Illustratie van SharePoint Designer 2010

Als u een bestaande site wilt aanpassen, kunt u naar een bestaande site bladeren, Mijn site aanpassen of een van de recente sites selecteren die u hebt geopend in SharePoint Designer 2010.

Als u een nieuwe site wilt maken, kunt u een lege sjabloon gebruiken, een keuze maken uit een lijst met sjablonen of een van de aanwezige sjablonen kiezen. Hierna geeft u de server en een sitenaam op, en maakt u de site. Uw site wordt gemaakt en vervolgens geopend in SharePoint Designer 2010.

Als u SharePoint Designer 2010 via SharePoint opent, ziet u dit scherm niet. In plaats hiervan ziet u dat uw site is geopend in de SharePoint Designer 2010-interface.

Terug naar boven Terug naar boven

De SharePoint Designer 2010-interface

SharePoint Designer 2010 biedt één omgeving waarin u SharePoint-sites en -oplossingen kunt maken, aanpassen en implementeren. Dit wordt mogelijk gemaakt door de gebruikersinterface, waarin u ziet uit welke onderdelen uw site bestaat en wat de relaties tussen die onderdelen zijn.

Wanneer u uw site voor het eerst opent, ziet u een overzicht van de site, zoals de titel, de beschrijving, de huidige machtigingen en de subsites.

Illustratie van SharePoint Designer 2010

Driedelige interface: navigatie, overzicht en lint

De interface van SharePoint Designer 2010 waarin u werkt om sites te ontwerpen en te bouwen, bestaat uit drie delen:

  1. Een navigatiedeelvenster dat u gebruikt voor de navigatie van de hoofdonderdelen van uw site
  2. Galerie- en samenvattingspagina's om lijsten weer te geven van elk type onderdeel en samenvattingen van één bepaald onderdeel te bekijken
  3. Een lint om acties uit te voeren op het geselecteerde onderdeel

SharePoint Designer 2010-afbeelding

In het navigatiedeelvenster worden de onderdelen weergegeven waaruit uw site is opgebouwd: de lijsten, bibliotheken, inhoudstypen, gegevensbronnen, werkstromen en meer. Als u een van de onderdelen, bijvoorbeeld een lijst met aankondigingen, wilt bewerken, opent u Lijsten en bibliotheken. U gaat dan naar een galeriepagina waarop alle lijsten en bibliotheken worden weergegeven.

Hier kunt u de lijst met aankondigingen openen. U krijgt dan een samenvattingspagina voor die lijst te zien. Op de samenvattingspagina ziet u de bijbehorende weergaven, formulieren, werkstromen, enzovoort. Als u een van de weergaven wilt bewerken, kunt u deze rechtstreeks vanaf deze pagina openen.

Wanneer de weergave is geopend, ziet u dat het lint is aangepast en dat hierin de meest gebruikte en contextueel relevante taken voor het bewerken van weergaven beschikbaar zijn. Als u vertrouwd bent met het lint in Microsoft Office-toepassingen, weet u dat bewerkingstaken hiermee worden vereenvoudigd. Als u klaar bent met de bewerking, gebruikt u de knop Terug of het navigatiepad boven aan de pagina om terug te keren naar de samenvatting van uw site.

In de interface van SharePoint Designer 2010 kunt u eenvoudig de verschillende onderdelen van een site identificeren, de details van onderdelen weergeven en bewerken, en vervolgens terugkeren naar de hoofdweergave van de site.

Het tabblad Bestand openen

U kunt in SharePoint Designer 2010 niet alleen de verschillende objecten van uw site bewerken, maar u kunt ook site- of toepassingsinstellingen op een hoger niveau weergeven en openen. U kunt bijvoorbeeld een andere site openen, pagina's toevoegen, bestanden importeren en toepassingsinstellingen van SharePoint Designer 2010 wijzigen. Dit doet u allemaal via het tabblad Bestand, het eerste scherm dat u ziet wanneer u SharePoint Designer 2010 opent via het menu Start van Windows of een snelkoppeling op uw bureaublad.

Klik op het tabblad Bestand in de linkerbovenhoek om naar deze weergave te gaan. Klik op Terug om terug te keren naar de SharePoint Designer 2010-interface.

Terug naar boven Terug naar boven

Pijlers voor aanpassing in SharePoint Designer 2010

U kunt SharePoint Designer 2010 gebruiken om sites en oplossingen die toepassingslogica bevatten, maar waarvoor u geen code hoeft te schrijven, te maken en aan te passen. U kunt de toepassing gebruiken om gegevensbronnen toe te voegen en te wijzigen, lijst- en gegevensweergaven aan te passen, bedrijfswerkstromen te bouwen en te implementeren, een bedrijfsmerk te ontwerpen, en nog veel meer. U realiseert zich pas daadwerkelijk wat de kracht en de mogelijkheden van SharePoint Designer 2010 zijn wanneer u een kant-en-klare site verandert in een echte bedrijfsoplossing voor uw organisatie.

In de volgende secties komen de vier pijlers voor aanpassing aan bod voor het ontwerpen en bouwen van oplossingen met SharePoint Designer 2010.

Verbinding maken met gegevens binnen en buiten SharePoint

U kunt met SharePoint Designer 2010 verbinding maken met talloze gegevensbronnen en die gegevens vervolgens integreren in uw SharePoint-site en Office-clienttoepassingen. Uw gebruikers kunnen dan op uw site en vanuit de programma's die u kiest, bedrijfsgegevens bekijken en ermee werken zonder dat ze afzonderlijk verbinding hoeven te maken met de gegevensbronnen.

SharePoint Designer 2010-afbeelding

U kunt rechtstreeks via het lint verbinding maken met een externe database, SOAP-service, REST-service en nog veel meer.

De mogelijkheid om verbinding te maken met gegevensbronnen, is een krachtige functie van SharePoint Designer 2010, omdat er zoveel opties zijn die u kunt gebruiken om gegevens beschikbaar te stellen aan uw gebruikers. Met behulp van gegevensverbindingen kunt u lijsten en -bibliotheken, externe databases en gegevensbronnen, webservices en meer bijeen brengen.

Hier ziet u de gegevensbronnen waarmee u verbinding kunt maken via SharePoint Designer 2010.

Lijsten en bibliotheken

Lijsten en bibliotheken vormen een algemene gegevensbron die u veel zult gebruiken op uw site. Het verschil met andere gegevensbronnen is dat deze al deel uitmaken van SharePoint en dezelfde database gebruiken als SharePoint. U hoeft geen extra stappen uit te voeren om een verbinding te maken met deze gegevensbronnen. U kunt ze gewoon toevoegen via de galerie Lijsten en bibliotheken in SharePoint Designer 2010 of u kunt ze met in de browser toevoegen. Als u een lijst of bibliotheek hebt gemaakt, kunt u de bijbehorende kolommen, inhoudstypen en andere schemakenmerken aanpassen.

Externe bedrijfsgegevens

 Opmerking    Deze functie is niet in alle implementaties van SharePoint Technologies beschikbaar. Neem contact op met de servicebeheerder voor meer informatie.

Business Connectivity Services (BCS) is een op SharePoint gebaseerd kader dat gestandaardiseerde interfaces biedt voor bestaande bedrijfsgegevens en -processen. Met BCS kunt u externe zakelijke gegevensbronnen (SQL Server, SAP en Siebel, webservices en aangepaste toepassingen) koppelen aan SharePoint-sites en Office-toepassingen.

In SharePoint Designer 2010 maakt u verbinding met de externe gegevens door externe inhoudstypen te maken. Externe inhoudstypen vertegenwoordigen de gegevens in de externe gegevensbron. Hierin worden de gegevens van de verbinding opgeslagen, evenals de objecten die in de zakelijke toepassing worden gebruikt, methoden om objecten te maken, te lezen, bij te werken of te verwijderen en acties die gebruikers zelf op de objecten kunnen uitvoeren.

Het externe inhoudstype wordt opgeslagen in de catalogus met zakelijke gegevens. Nadat u het externe inhoudstype hebt gemaakt, kunnen u en anderen in uw organisatie op basis hiervan eenvoudig SharePoint-lijsten, -weergaven, -formulieren, -werkstromen en zelfs Office-clientintegratie maken. De externe gegevens gaan deel uitmaken van SharePoint, net zoals de andere onderdelen. Hierdoor kunt u volledig aangepaste gebruikersinterfaces maken met deze externe gegevensbronnen.

Externe databases

Wanneer u een database toevoegt als een gegevensbron, kunt u gegevens uit een andere database met uw site integreren. U kunt verbinding maken met Microsoft SQL Server, Oracle en elke andere database die het OLE DB- of ODBC-protocol ondersteunt. Alles wat u moet weten, is de naam van de server waarop de database zich bevindt, de gegevensprovider en het type verificatie dat moet worden gebruikt. Nadat u de database als een gegevensbron hebt toegevoegd en geconfigureerd, kunt u weergaven en formulieren maken waarmee uw gebruikers gegevens kunnen lezen en terug kunnen schrijven naar de gegevensbron zonder dat ze de SharePoint-site hoeven te verlaten.

XML-webservices via SOAP

Simple Object Access Protocol (SOAP) is een protocol voor het uitwisselen van XML-berichten. Dit maakt het mogelijk om via een XML-webservice verbinding te maken met verschillende gegevensbronnen. In SharePoint Designer 2010 kunt u dit gebruiken om verbinding te maken met een gegevensbron op een andere site in uw organisatie of een site op internet, ongeacht de gebruikte technologie, de programmeertaal of het platform. U kunt bijvoorbeeld een XML-webservice gebruiken om een valutaomrekenaar, aandelenkoersen, een calculator of een weerservice op uw site weer te geven.

Scripts op de server via REST

Representational State Transfer (REST) is niet alleen een methode voor het maken van webservices, maar ook een architectuurstijl van netwerksoftware die gebruikmaakt van de technologieën en protocollen van het web. Dit type kunt u gebruiken om gegevens van een site op te halen door een aangewezen script op de server te lezen waarin de inhoud wordt beschreven. Net zoals SOAP zou u dit in SharePoint Designer 2010 kunnen gebruiken om verbinding te maken met een gegevensbron op een andere site om bijvoorbeeld een valutaomrekenaar, aandelenkoersen, een calculator of een weerservice op uw site weer te geven. Dit type gegevensverbinding kan eenvoudiger worden geïmplementeerd dan SOAP, maar het kan alleen met HTTP worden gebruikt.

XML-bronbestanden

Als in uw organisatie gegevens worden opgeslagen in XML-bestanden, kunt u in SharePoint Designer 2010 verbinding maken met deze bestanden als een gegevensbron. Als u verbinding wilt maken met XML-bestanden als een gegevensbron, kunt u deze rechtstreeks in SharePoint Designer 2010 maken. U kunt de bestanden echter ook importeren vanaf een locatie op uw computer of netwerk, of verbinding maken met de bestanden op een externe locatie.

Meer informatie over het maken van verbinding met gegevensbronnen in SharePoint Designer 2010 vindt u in de sectie Zie ook.

Terug naar boven Terug naar boven

Gegevensrijke interfaces maken

Nadat u verbindingen tot stand hebt gebracht met de vereiste gegevensbronnen, kunt u interactieve en gegevensrijke interfaces met deze gegevensbronnen maken voor uw gebruikers. Met SharePoint Designer 2010 kunt u krachtige en dynamische gebruikersinterfaces met gegevensbronnen maken en kunt u deze op verschillende plaatsen beschikbaar maken, zoals op uw SharePoint-site en in aangepaste vensters, deelvensters en velden in zakelijke Office-toepassingen.

Site openen in SharePoint Designer 2010

De interfaces die u maakt, kunnen weergaven, formulieren, webonderdelen, navigatie en aangepaste Office-clientvensters en -taakvensters bevatten. Door deze hoge mate van flexibiliteit kunt u de gebruikerservaring met betrekking tot uw bedrijfsgegevens volledig aanpassen.

U kunt bijvoorbeeld meerdere gegevensbronnen in één enkele weergave combineren, dashboards met gerelateerde itemweergaven maken, aangepaste formulieren ontwerpen die zijn toegespitst op individuele rollen en de beschikbare werkbalken en lintopdrachten voor de gegevens aanpassen.

Hier volgt een overzicht van de manieren waarop u de gebruikersinterface voor uw gegevens kunt aanpassen met SharePoint Designer 2010.

Weergaven

Met weergaven kunt u gegevens op verschillende manieren weergeven. U kunt hiermee alleen die informatie tonen die relevant is voor u en uw gebruikers, ongeacht of u een lijst of bibliotheek bekijkt of een externe gegevensbron. Elke weergave die u in SharePoint Designer 2010 maakt, is een gegevensweergave die in XSLT (Extensible Stylesheet Language Transformation) wordt weergegeven en die gebruikmaakt van Microsoft ASP.NET-technologie. In een weergave kunt u velden tonen en verbergen, sorteren, filteren, berekeningen uitvoeren, voorwaardelijke opmaak toepassen en nog veel meer. Bovendien zijn er verschillende weergavestijlen waaruit u een keuze kunt maken om snel aan de slag te kunnen. In feite kunt u elke weergave maken en aanpassen die geschikt is voor uw gegevensmodel, uw gebruikers en uw bedrijf.

Formulieren

Formulieren maakt u om gegevens van gebruikers te verzamelen. Met op het web gebaseerde formulieren die in hoge mate zijn aangepast, kunnen gebruikers eenvoudig gegevens terugschrijven naar een gegevensbron. Net zoals bij weergaven kunt u het uiterlijk van velden aanpassen op basis van de status van de gegevens, de rol van de gebruiker, enzovoort. Formulieren kunnen worden gebruikt om gegevens weer te geven, te bewerken en te maken. U kunt formulieren ontwerpen met de ingebouwde formuliereditor van SharePoint Designer 2010 (voor .ASPX-bestanden) of Microsoft InfoPath (voor .XSN-bestanden). Formulieren kunnen worden gemaakt en aangepast voor specifieke gegevensbronnen, zoals een takenlijst. Bovendien kunnen formulieren worden gebruikt om gegevens van gebruikers in een werkstroom te verzamelen, zoals verderop wordt uitgelegd.

Aangepaste acties

SharePoint Designer 2010 beschikt over een speciale functie voor het maken van aangepaste acties. Hiermee kunt u acties maken zoals koppelingen, pictogrammen en scripts voor het lint, de werkbalk en menu's van SharePoint. Wanneer u nieuwe functionaliteit aan de site toevoegt, kunt u deze aan een SharePoint-menu toevoegen om ervoor te zorgen dat de gebruikers de functionaliteit gemakkelijk kunnen vinden en gebruiken. U kunt aangepaste acties ook gebruiken om gebruikers bepaalde taken te laten uitvoeren op een object, bijvoorbeeld om een werkstroom te starten voor een lijst.

Webonderdelen

Webonderdelen zijn modulaire informatie-eenheden (zelfstandige gegevens of een zelfstandige functie) die kunnen worden toegevoegd aan een SharePoint-pagina. De weergaven en formulieren die eerder zijn beschreven, worden in webonderdelen opgeslagen. U kunt echter ook webonderdelen toevoegen waarmee verschillende functies worden uitgevoerd en die verschillende interactiemogelijkheden bieden met gegevens. Gebruikers kunnen webonderdelen verder aanpassen in de browser als u ze in SharePoint Designer 2010 toevoegt aan een webonderdeelzone. Webonderdelen en pagina's met webonderdelen bieden een krachtige en effectieve manier om de webinterface voor uw gebruikers in SharePoint aan te passen.

Clientintegratie

Voor externe gegevensbronnen die gebruikmaken van externe inhoudstypen kunt u gegevens ophalen in clienttoepassingen zoals Microsoft Outlook 2010 en SharePoint Workspace. U kunt een interface maken waarmee gebruikers de externe bedrijfsgegevens net zo kunnen lezen, schrijven en verwijderen alsof ze deel uitmaken van de toepassing. Dit doet u met clientformulieren, gebieden en taakvensters. Uw gebruikers kunnen op die manier met hun bedrijfsgegevens werken op de sites en met de Office-toepassingen waarmee ze vertrouwd zijn en die ze toch al gebruiken.

Navigatie

Navigatie vormt een belangrijk onderdeel van de interfaces die u voor uw gebruikers maakt. Dit is een gebied dat u overal in SharePoint beheert, niet alleen in SharePoint Designer 2010. U kunt bijvoorbeeld navigatiekoppelingen aanpassen binnen een gegevensweergave of een formulier, een webonderdeel, een werkstroom of op siteniveau, zoals de bovenste koppelingsbalk of Snel starten. Het is van groot belang dat de site en alle onderdelen ervan beschikken over een goed doordacht navigatieplan dat door uw gebruikers kan worden gevolgd.

Meer informatie over gegevensrijke interfaces in SharePoint Designer 2010 vindt u in de sectie Zie ook.

Terug naar boven Terug naar boven

Bedrijfsprocessen beheren

Elk bedrijfsproces in een organisatie bestaat uit een serie activiteiten die aan elkaar zijn gekoppeld op basis van een gemeenschappelijke zakelijke behoefte. Werkstromen zijn rond dit model ontworpen: ze bieden op regels gebaseerde werkstromen die bestaan uit groepen voorwaarden en acties. U rangschikt een reeks acties die corresponderen met een werkproces dat is gebaseerd op een reeks voorwaarden en acties, en voert deze uit.

SharePoint Designer 2010-afbeelding

U kunt met SharePoint Designer 2010 werkstromen maken om de meest uiteenlopende bedrijfsprocessen in een organisatie te beheren: van zeer eenvoudige tot hoogst complexe processen. Door werkstromen worden zowel processen van zakelijke toepassingen als processen van menselijke samenwerking geautomatiseerd. Door werkstromen voor processen van zakelijke toepassingen kan bijvoorbeeld een bepaalde gegevensbron worden bijgewerkt wanneer een andere gegevensbron wordt gewijzigd. Door werkstromen voor processen van menselijke samenwerking kan bijvoorbeeld een document ter goedkeuring naar de manager van een werknemer worden gezonden.

Met een SharePoint-werkstroom wordt toepassingslogica toegevoegd aan uw bedrijfsprocessen zonder dat u hiervoor code hoeft te schrijven. Dit is mogelijk dankzij de krachtige, maar intuïtieve editor voor werkstromen in SharePoint Designer 2010, die onder andere geneste logica en substappen mogelijk maakt. U kunt echter ook werkstromen ontwerpen en delen met Microsoft Visio, waarvan u de stroomdiagramsjablonen kunt exporteren naar SharePoint Designer 2010.

SharePoint Designer 2010-afbeelding

Hier volgen de bouwstenen van een werkstroom in SharePoint Designer 2010.

Gebeurtenissen

Een gebeurtenis is datgene waardoor een werkstroom wordt gestart of geïnitieerd. Eén type gebeurtenis is een wijziging in een gegevensbron, zoals een nieuw item dat wordt gemaakt of een item dat wordt gewijzigd. Een ander type gebeurtenis is een gebeurtenis die wordt geactiveerd door een gebruiker, een werkstroomdeelnemer. Werkstromen die worden gestart wanneer een gegevensbron wordt gewijzigd, maken meestal deel uit van een toepassingsgerichte werkstroom om een bedrijfsproces te automatiseren, zoals het kopiëren van bestanden op basis van de status van gegevens. Werkstromen die door gebruikers kunnen worden gestart, maken meestal deel uit van een menselijke samenwerkingswerkstroom, zoals de goedkeuring van inhoud. Werkstromen kunnen zodanig worden ingesteld dat beide typen gebeurtenissen worden herkend en kunnen zelfs op een combinatie van de twee worden gebaseerd.

Voorwaarden

Voorwaarden bepalen wanneer een werkstroom wordt uitgevoerd of een werkstroom een activiteit uitvoert. Aangezien werkstromen zijn gekoppeld aan een gegevensbron, wordt door de voorwaarde bepaald welke wijziging moet plaatsvinden in de gegevensbron voordat de werkstroom wordt uitgevoerd. Voorwaarden beginnen meestal met de component 'Als veld gelijk is aan waarde'. Eén voorwaarde kan voor meerdere acties worden gebruikt en er kunnen meerdere voorwaarden worden gebruikt voor één actie. Regels combineren voorwaarden met een of meer acties: als alle componenten in de voorwaarde waar zijn, wordt de bijbehorende actie uitgevoerd.

Acties

Acties zijn de meest elementaire werkeenheden in een werkstroom. Wanneer u een werkstroom ontwerpt, geeft u eerst de vereiste reeks acties op en stelt u die reeks acties vervolgens samen in de werkstroomontwerper. U kunt de acties zo instellen dat ze na elkaar plaatsvinden (seriële acties) of beide tegelijkertijd (parallelle acties). De werkstroom kan elk gewenst aantal acties bevatten en de acties kunnen worden uitgevoerd door de werkstroom zelf of door de deelnemers aan de werkstroom. SharePoint Designer 2010 beschikt over een uitgebreide serie gebruiksklare, herbruikbare acties. Met deze acties kunnen uw werkstromen bijvoorbeeld e-mails verzenden, items in lijsten in- en uitchecken, berekeningen uitvoeren en meer.

Voor deze acties bestaat een speciale reeks taakacties, zoals Goedkeuringsproces startenen and Feedbackproces starten, die een aparte werkstroomeditor bevatten die specifiek is ontworpen voor menselijke taakprocessen in een organisatie. U kunt met deze acties geavanceerde werkstromen maken en aanpassen, waarmee u bijna elk bedrijfsproces kunt beheren.

Stappen

Werkstromen bestaan uit een of meer stappen en substappen. Met stappen kunt u voorwaarden en acties groeperen, zodat de ene set regels vóór een tweede set kan worden geëvalueerd en uitgevoerd. Elke stap kan een onbeperkt aantal voorwaarden en acties bevatten. U kunt een werkstroom ontwerpen als een reeks acties in een stap of een substap. De regels in de ene stap worden eerst helemaal verwerkt voordat met de volgende stap wordt begonnen. Daarom moet u alle regels die nodig zijn om de gewenste actie of acties te bewerkstelligen, in dezelfde stap groeperen. Stappen kunnen ook worden gebruikt om een werkstroom te organiseren, met name als deze veel acties en weinig voorwaarden bevat.

Formulieren

Werkstromen bevatten vaak formulieren waarmee u op vooraf gedefinieerde tijden in de werkstroom gegevens kunt verzamelen van deelnemers aan de werkstroom. Bovendien maken formulieren interactie mogelijk tussen deelnemers en de taken in een werkstroom. U kunt in een werkstroom verschillende soorten formulieren ontwerpen: startformulieren om gegevens van gebruikers te verzamelen wanneer ze de werkstroom starten, koppelingsformulieren om de werkstroom te koppelen aan een lijst of inhoudstype, of formulieren voor aangepaste taken die zijn gekoppeld aan de takenlijst. Bij het ontwerpen van formulieren kunt u gebruikmaken van de eigen ASP.NET-formulieren (.ASPX-pagina's) in SharePoint Designer 2010 of aangepaste formulieren (.XSN-pagina's) die zijn ontworpen met Microsoft InfoPath 2010. InfoPath biedt veel meer mogelijkheden voor de aanpassing en branding van uw werkstroomformulieren.

Variabelen

Een variabele is een gegevensopslaglocatie of cache binnen een werkstroom. Met behulp van variabelen kunt u verschillende soorten gegevens in een werkstroom opslaan en naderhand naar die gegevens verwijzen door middel van werkstroomzoekacties. Er zijn veel soorten variabelen die u kunt gebruiken in een werkstroom. U kunt bijvoorbeeld variabelen gebruiken die worden gegenereerd door parameters van een startformulier, en lokale variabelen, die gegevens bevatten die betrekking hebben op de huidige werkstroom. In een lokale variabele kunt u talloze gegevenstypen gebruiken, zoals Boole-waarde, Datum/tijd, Lijstitem-id, Getal en Tekenreeks. Nadat u een variabele hebt gemaakt en hiervoor een waarde hebt ingesteld, kunt u in een voorwaarde of actie verderop in de werkstroom naar die variabele verwijzen.

Terug naar boven Terug naar boven

Ontwerp en merk

Het laatste onderdeel van aanpassing in SharePoint Designer 2010, is ontwerp en merk, dat wil zeggen dat u het uiterlijk van uw bedrijfsmerk toepast op uw SharePoint-site. U kunt uw bedrijfslogo, kleurenschema, kop- en voetteksten, ondersteunende afbeeldingen, aangepaste navigatie en meer opnemen. Dit heeft tot resultaat dat elke pagina op de site onmiddellijk kan worden herkend als onderdeel van een grotere bedrijfssite. In SharePoint Designer 2010, kunt u SharePoint-sites ontwerpen en van een merk voorzien met behulp van basispagina's, pagina-indelingen en trapsgewijze opmaakmodellen (CSS).

SharePoint Designer 2010-afbeelding

Het ontwerp en de branding van een site verschillen van de andere pijlers voor aanpassing, die gericht zijn op het maken van aangepaste zakelijke oplossingen. Branding is iets wat u normaal gesproken minder vaak doet en wat u bovendien op het hoogste niveau van een siteverzameling uitvoert, zoals een intranet- of internetportal. Die branding wordt vervolgens overgenomen door de subsites die op onderliggende niveaus worden gemaakt. Bovendien is branding eerder het werk van een webontwerper dan van een ontwerper van oplossingen.

Basispagina's, pagina-indelingen en trapsgewijze opmaakmodellen zijn dan ook standaard uitgeschakeld voor alle gebruikers behalve beheerders van siteverzamelingen. Hierdoor hebben alleen de mensen die verantwoordelijk zijn voor de branding van de site, toegang tot deze krachtige maar ook gevoelige bestanden. U kunt deze functies uiteraard inschakelen voor specifieke gebruikers.

Als ontwerper van sites kunt u de volgende voorzieningen gebruiken om een aangepaste branding voor uw sites te maken met SharePoint Designer 2010.

Basispagina's

Basispagina's zijn een voorziening van ASP.NET en deze zijn aan SharePoint toegevoegd zodat u de lay-out van uw site op één plaats kunt ontwerpen en deze vervolgens als sjabloon opnieuw kunt gebruiken voor andere pagina's voor de hele onderneming. Telkens wanneer u een pagina op een SharePoint-site bekijkt, ziet u in feite twee pagina's die zijn samengevoegd: een basispagina en een inhoudspagina. De basispagina definieert de algemene lay-out en navigatie (meestal het linker-, bovenste en onderste gedeelte van de pagina), terwijl de inhoudspagina de specifieke inhoud voor de pagina levert. SharePoint Designer 2010 beschikt over een uitgebreide set hulpmiddelen voor paginabewerking, waarmee u basispagina's kunt aanpassen en met anderen kunt delen.

Pagina-indelingen

Als u met een publicerende site werkt, ontwerpt u ook het uiterlijk en de lay-out van de site met behulp van pagina-indelingen. Pagina-indelingen dienen als sjabloon voor de publicerende pagina's die worden gemaakt door gebruikers in uw organisatie. Ze bieden naast de basispagina granulaire besturings- en structuurfuncties voor een publicerende pagina. U kunt hiermee bijvoorbeeld aangeven waar een titel, hoofdtekst en afbeeldingen op een pagina kunnen worden geplaatst. Publicerende pagina's maken gebruik van de publicatie-infrastructuur in SharePoint en ze zijn een hulpmiddel om het maken en publiceren van op een browser gebaseerde inhoud te stroomlijnen, zonder alle overhead die normaal gesproken bij dit proces komt kijken.

Trapsgewijze opmaakmodellen

Net zoals de meeste websites en webtoepassingen maakt ook SharePoint gebruikt van trapsgewijze opmaakmodellen (Cascading Style Sheets - CSS) om kleuren en afbeeldingen toe te passen en de verschillende objecten te plaatsen waaruit de pagina's van een site zijn samengesteld. Vaak worden er meerdere opmaakmodellen toegepast op een pagina. Deze opmaak kunt u aanpassen door deze rechtstreeks te wijzigen in de basispagina, de pagina-indeling of de sitepagina. U kunt de opmaak ook rechtstreeks bewerken in het CSS-bestand dat aan de pagina is gekoppeld. Dit kunt u allemaal doen met de krachtige hulpprogramma's voor het bewerken van opmaakmodellen in SharePoint Designer 2010. U kunt ook uw SharePoint-thema's bewerken met behulp van CSS-bestanden. Door CSS-bestanden aan te passen, kunt u het uiterlijk van een SharePoint-site aanpassen aan de huisstijl van het bedrijf.

Terug naar boven Terug naar boven

Aangepaste SharePoint-oplossingen implementeren

Tot nu toe is besproken hoe u met SharePoint Designer 2010 echte zakelijke oplossingen kunt maken. U hebt gezien hoe u verbinding kunt maken met gegevens binnen en buiten SharePoint en integratie met deze gegevens tot stand kunt brengen, hoe u krachtige gebruikersinterfaces voor de gegevens maakt, hoe u bedrijfsprocessen kunt beheren met werkstromen en hoe u de branding van de site kunt aanpassen aan de huisstijl van het bedrijf.

Maar nu moet u ook iets doen met uw oplossing: u moet deze bijvoorbeeld implementeren op een andere server of in de hele onderneming distribueren; u wilt deze openen in Visual Studio om de oplossing nog verder aan te passen, of u wilt de oplossing opslaan om deze mee te nemen. U hebt dus een manier nodig om van uw oplossing een pakket te maken. Daarvoor kunt u de optie Opslaan als sjabloon gebruiken.

SharePoint Designer 2010-afbeelding

De mogelijkheid om een oplossing als een sjabloon te gebruiken, is een krachtige functie van SharePoint. De sjabloon wordt opgeslagen als een Web Solution Package (een .WSP-bestand), dat de volledige inhoud van uw site bevat, inclusief gegevensbronnen, structuur, weergaven en formulieren, werkstromen en webonderdelen.

Sjablonen zijn bovendien granulair. Stel u werkt aan een bepaald onderdeel van de site, zoals een lijst, een weergave of een werkstroom. Deze afzonderlijke onderdelen kunt u ook als sjablonen opslaan. Dit biedt geheel nieuwe mogelijkheden tot samenwerking bij het ontwikkelen van oplossingen.

De cyclus voor bedrijfsoplossingen in SharePoint voltooien

Als u met SharePoint Designer 2010 aan de slag gaat, zult u al gauw tot de ontdekking komen dat u veel meer kunt doen dan sites aanpassen alleen. U kunt echte bedrijfsoplossingen maken met gegevensverbindingen, gegevensrijke gebruikersinterfaces, aangepaste werkstromen en complete sitebranding. Dit kunt u allemaal baseren op SharePoint en u kunt een ontwikkelingscyclus voor toepassingen volgen die uiteindelijk een implementeerbare oplossing oplevert.

Terug naar boven Terug naar boven

 
 
Van toepassing op:
SharePoint Designer 2010