Een macro opnemen

Als u regelmatig een bepaalde taak uitvoert in Microsoft Office Project, kunt u deze taak automatiseren met een macro. Een macro is een reeks opdrachten en functies die is opgeslagen in een module (module: de locatie waar macro's worden opgeslagen. Macro's die zijn opgeslagen in modules in het bestand Global.mpt zijn beschikbaar vanuit elk project en kunnen worden gebruikt om gerelateerde modules in te delen.). Deze module kunt u starten wanneer u de taak wilt uitvoeren.

  1. Wijs Macro aan in het menu Extra en klik vervolgens op Nieuwe macro opnemen.
  2. Typ in het vak Macronaam een naam voor de macro (macro: een actie of een reeks acties waarmee u taken automatisch kunt laten uitvoeren. Macro's kunt u opnemen in de programmeertaal Visual Basic for Applications.).

Het eerste teken van de macronaam moet een letter zijn. De andere tekens mogen letters, cijfers of onderstrepingstekens zijn. Spaties zijn niet toegestaan, maar onderstrepingstekens werken ook goed om woorden te scheiden.

  1. Als u de macro met een sneltoets (sneltoets: een functietoets of een toetsencombinatie, zoals F5 of CTRL+A, waarmee u een menuopdracht kunt uitvoeren. Een toegangstoets daarentegen is een toetsencombinatie, zoals ALT+F, waarmee u de focus naar een menu, opdracht of besturingselement verplaatst.) wilt kunnen starten, moet u een letter- of toetsencombinatie invoeren in het vak Sneltoets.

U kunt CTRL+letter (voor kleine letters) of CTRL+SHIFT+letter (voor hoofdletters) gebruiken. Letter is elke letter op het toetsenbord, maar geen cijfer of een speciaal teken. U kunt geen toetsencombinatie gebruiken die al in Microsoft Office Project wordt gebruikt.

  1. Klik in de lijst Macro opslaan in op de locatie waar u de macro wilt opslaan:
    • Als u de macro in alle projecten wilt gebruiken, klikt u op Globaal bestand.
    • Als u de macro alleen in het huidige project wilt gebruiken, klikt u op Dit project.
  2. Typ desgewenst een beschrijving van de macro in het vak Beschrijving.
  3. Als u bij het opnemen van een macro cellen selecteert, wordt telkens als u de macro uitvoert dezelfde kolom (veld) geselecteerd, ongeacht de positie van de actieve cel. Dit komt omdat in de macro absolute verwijzingen (absolute verwijzing: een verwijzing naar een kolom of rij die onafhankelijk is van de actieve cel. Het resultaat van een absolute verwijzing blijft hetzelfde, ook al verandert de locatie van de actieve cel.) naar kolommen worden opgeslagen. Als u wilt dat bij de selectie van kolommen wel rekening wordt gehouden met de positie van de actieve cel, klikt u op Relatief onder Kolomverwijzingen.

Omgekeerd wordt bij de selectie van rijen wel rekening gehouden met de positie van de actieve cel, omdat in de macro relatieve verwijzingen (relatieve verwijzing: een verwijzing naar een kolom of rij die is gebaseerd op de actieve cel. De resultaten van een relatieve verwijzing veranderen telkens wanneer de locatie van de actieve cel verandert.) naar rijen zijn opgeslagen. Als u wilt dat met de macro altijd dezelfde rij wordt geselecteerd, ongeacht de positie van de actieve cel, klikt u op Absoluut (id) onder Rijverwijzingen.

 Opmerking   Deze instellingen worden bij het opnemen van macro's in Project gebruikt totdat u andere instellingen maakt of Project afsluit.

  1. Klik op OK en voer de acties uit die u wilt opnemen.
  2. Wijs nadat u alle acties hebt uitgevoerd Macro aan in het menu Extra en klik op Opname stoppen.

Beveiliging  Aangezien macro's virussen kunnen bevatten, moet u voorzichtig zijn bij het uitvoeren ervan. Neem de volgende voorzorgsmaatregelen: gebruik actuele antivirussoftware op uw computer, stel het beveiligingsniveau voor uw macro's in op hoog, schakel het selectievakje Alle geïnstalleerde invoegtoepassingen en sjablonen vertrouwen uit, gebruik digitale handtekeningen en houd een lijst bij van vertrouwde uitgevers.

 
 
Van toepassing op:
Project 2007