De werkbalk Snelle toegang aanpassen

De werkbalk Snelle toegang is een werkbalk die u kunt aanpassen en die een set opdrachten bevat die onafhankelijk zijn van het tabblad op het lint dat momenteel wordt weergegeven. U kunt de werkbalk Snelle toegang verplaatsen vanaf een van de twee mogelijke locaties en u kunt knoppen toevoegen die opdrachten op de werkbalk Snelle toegang voorstellen.

 Opmerkingen 

  • U kunt de knoppen voor de opdrachten niet groter maken met een optie in Microsoft Office. U kunt de knoppen alleen groter maken door de schermresolutie die u gebruikt te verkleinen.
  • U kunt de werkbalk Snelle toegang niet weergeven op meerdere regels.
  • U kunt alleen opdrachten toevoegen aan de werkbalk Snelle toegang. De inhoud van de meeste lijsten, zoals waarden voor inspringing en spatiëring en afzonderlijke opmaakprofielen, die ook op het lint worden weergegeven, kunnen niet aan de werkbalk Snelle toegang worden toegevoegd. U kunt echter wel het lint aanpassen aan uw wensen. U kunt bijvoorbeeld aangepaste tabbladen en aangepaste groepen maken voor veelgebruikte opdrachten.
Wat wilt u doen?


Een opdracht toevoegen aan de werkbalk Snelle Toegang

  1. Klik op het lint op het juiste tabblad of de juiste groep om de opdracht weer te geven die u aan de werkbalk Snelle toegang wilt toevoegen.
  2. Klik met de rechtermuisknop op de opdracht en klik vervolgens op Toevoegen aan werkbalk Snelle toegang in het snelmenu.

Terug naar boven Terug naar boven

Een opdracht verwijderen uit de werkbalk Snelle Toegang

  • Klik met de rechtermuisknop op de opdracht die u uit de werkbalk Snelle toegang wilt verwijderen en klik in het snelmenu op Verwijderen uit werkbalk Snelle toegang.

Terug naar boven Terug naar boven

De volgorde van opdrachten op de werkbalk Snelle toegang wijzigen

  1. Klik met de rechtermuisknop op de werkbalk Snelle toegang en klik in het snelmenu op Werkbalk Snelle toegang aanpassen.
  2. Klik onder Werkbalk Snelle toegang aanpassen op de opdracht die u wilt verplaatsen en klik vervolgens op de pijl Omhoog of Omlaag.

Terug naar boven Terug naar boven

De opdrachten groeperen door een scheidingsteken toe te voegen

U kunt de opdrachten groeperen door op de werkbalk Snelle toegang secties te maken met behulp van een scheidingsteken.

  1. Klik met de rechtermuisknop op de werkbalk Snelle toegang en klik in het snelmenu op Werkbalk Snelle toegang aanpassen.
  2. Klik in de lijst Kies opdrachten uit op Populaire opdrachten.
  3. Klik op <Scheidingsteken> en klik vervolgens op Toevoegen.
  4. U kunt het scheidingsteken verplaatsen door op de pijl Omhoog of Omlaag te klikken.

Terug naar boven Terug naar boven

De werkbalk Snelle toegang verplaatsen

De werkbalk Snelle toegang kan zich op een van de volgende plaatsen bevinden:

  • Linksboven naast het pictogram voor een Microsoft Office-programma, het pictogram voor PowerPoint is bijvoorbeeld Programmapictogram voor Word 2010. (standaardlocatie)
    Werkbalk Snelle toegang in linkerbovenhoek (standaardlocatie)
  • Onder het lint, dat een onderdeel is van de Microsoft Office Fluent-gebruikersinterface
    Werkbalk Snelle toegang onder het lint

Als u de werkbalk Snelle toegang niet op de huidige locatie wilt weergeven, kunt u deze naar een andere locatie verplaatsen. Als de standaardlocatie naast het programmapictogram zich te ver van uw werkgebied bevindt, kunt u de werkbalk dichter bij het werkgebied plaatsen. Als u de werkbalk onder het lint plaatst, zit deze dicht tegen het werkgebied aan. Als u het werkgebied wilt maximaliseren, kunt u de werkbalk Snelle toegang beter op de standaardlocatie laten staan.

  1. Klik op Werkbalk Snelle toegang aanpassenKnopafbeelding .
  2. Klik in de lijst op Onder het lint weergeven of Boven het lint weergeven.

Terug naar boven Terug naar boven

De werkbalk Snelle toegang aanpassen met de opdracht Opties

Met de opdracht Opties kunt u opdrachten op de werkbalk Snelle toegang toevoegen en verwijderen en de volgorde van de opdrachten wijzigen.

  1. Klik op het tabblad Bestand.
  2. Klik onder Help op Opties.
  3. Klik op Werkbalk Snelle toegang.
  4. Breng de gewenste wijzigingen aan.

Terug naar boven Terug naar boven

De standaardinstellingen van de werkbalk Snelle toegang herstellen

  1. Klik met de rechtermuisknop op de werkbalk Snelle toegang en klik in het snelmenu op Werkbalk Snelle toegang aanpassen.
  2. Klik in het venster De werkbalk Snelle toegang aanpassen op Standaardwaarden instellen en klik op Alleen de werkbalk Snelle toegang opnieuw instellen.

Terug naar boven Terug naar boven

Een aangepaste werkbalk Snelle toegang exporteren

U kunt aanpassingen in het lint en de werkbalk Snelle toegang exporteren naar een bestand dat kan worden geïmporteerd en gebruikt door een collega of op een andere computer.

  1. Klik op de Microsoft Backstage-knop Microsoft Backstage-knop.
  1. Klik onder Help op Opties.
  2. Klik op Werkbalk Snelle toegang
  3. Klik achtereenvolgens op Importeren/exporteren en op Alle aanpassingen exporteren.

Terug naar boven Terug naar boven

Een aangepaste werkbalk Snelle toegang importeren

U kunt aanpassingsbestanden importeren om de huidige lay-out van het lint en de werkbalk Snelle toegang te vervangen. Doordat u de aanpassing kunt importeren, kunt u ervoor zorgen dat Microsoft Office-programma's hetzelfde eruitzien als programma's van uw collega's of op andere computers.

 Belangrijk   Wanneer u een aanpassingsbestand voor het lint importeert, gaan alle eerdere aanpassingen van het lint en de werkbalk Snelle toegang verloren. Als u denkt dat u mogelijk op een bepaald moment de huidige aanpassingen wilt herstellen, kunt u het beste deze exporteren voordat u nieuwe aanpassingen importeert.

  1. Klik op de Microsoft Backstage-knop Microsoft Backstage-knop.
  1. Klik onder Help op Opties.
  2. Klik op Werkbalk Snelle toegang
  3. Klik achtereenvolgens op Importeren/exporteren en op Aanpassingsbestand importeren.

Terug naar boven Terug naar boven

Waarom zie ik een groene bal?

U ziet een groene bal als u een aangepaste groep of opdracht hebt toegevoegd aan de werkbalk Snelle toegang nadat u het lint hebt aangepast, maar geen pictogram hebt toegewezen aan deze aangepaste groep of opdracht.

Het pictogram wordt gebruikt als u het volgende doet:

  • De aangepaste groep toevoegen aan de werkbalk Snelle toegang.
  • Onderscheid maken tussen uw eigen aangepaste lint en het standaardlint.

Een pictogram toewijzen aan de aangepaste groep of opdracht

  1. Klik op de Microsoft Backstage-knop Microsoft Backstage-knop.
  1. Klik onder Help op Opties.
  2. Klik op Lint aanpassen.
  3. Klik in het venster Het lint aanpassen onder de lijst Het lint aanpassen op de aangepaste groep of opdracht die u hebt toegevoegd.
  4. Klik op Naam wijzigen en klik vervolgens in de lijst Symbool op een pictogram.
  5. Klik in het dialoogvenster Naam wijzigen op OK.
  6. Klik op OK om uw aanpassingen weer te geven en op te slaan.

Zie Het lint aanpassen voor meer informatie over aanpassing van het lint.

Terug naar boven Terug naar boven

 
 
Van toepassing op:
Access 2010, Excel 2010, InfoPath 2010, OneNote 2010, Outlook 2010, PowerPoint 2010, Project 2010, Publisher 2010, SharePoint Designer 2010, SharePoint Workspace 2010, Visio 2010, Word 2010