Sneltoetsen voor PowerPoint 2007

Het gebruik van sneltoetsen

De sneltoetsen die in dit Help-onderwerp worden beschreven, hebben betrekking op de US-toetsenbordindeling. Toetsen in andere indelingen komen niet altijd exact overeen met de toetsen op een US-toetsenbord.

Sneltoetsen waarbij u op twee of meer toetsen tegelijk moet drukken, worden gescheiden door een plusteken (+). Sneltoetsen waarbij u op één toets drukt en direct daarna op een andere, worden gescheiden door een komma (,).

 Opmerking   Als u dit onderwerp wilt afdrukken, drukt u op TAB om Alles weergeven te selecteren, drukt u op ENTER en drukt u vervolgens op CTRL+P.

Online-Help

WeergevenSneltoetsen voor het gebruik van het Help-venster

Het Help-venster biedt toegang tot de volledige inhoud van Office Help. In het Help-venster worden Help-onderwerpen en andere Help-inhoud weergegeven.

In het Help-venster

Als u dit wilt doen Drukt u op
Het Help-venster openen. F1
Het Help-venster sluiten. ALT+F4
Schakelen tussen het Help-venster en de actieve toepassing. ALT+TAB
Terugkeren naar de introductiepagina van PowerPoint. ALT+HOME
Het volgende item in het Help-venster selecteren. TAB
Het vorige item in het Help-venster selecteren. SHIFT+TAB
De actie voor het geselecteerde item uitvoeren. ENTER
In de sectie Bladeren in PowerPoint Help van het Help-venster respectievelijk het volgende of vorige item selecteren. TAB, SHIFT+TAB
In de sectie Bladeren in PowerPoint Help van het Help-venster het geselecteerde item respectievelijk uitvouwen of samenvouwen. ENTER
De volgende verborgen tekst of hyperlink selecteren, dan wel Alles weergeven of Alles verbergen bovenaan in het onderwerp selecteren. TAB
De vorige verborgen tekst of hyperlink selecteren. SHIFT+TAB
Afhankelijk van de selectie, de actie uitvoeren voor Alles weergeven, Alles verbergen, de verborgen tekst of de hyperlink. ENTER
Teruggaan naar het vorige Help-onderwerp (knop Vorige). ALT+PIJL-LINKS of BACKSPACE
Naar het volgende Help-onderwerp gaan (knop Volgende). ALT+PIJL-RECHTS
Binnen het huidige Help-onderwerp met kleine hoeveelheden respectievelijk omhoog of omlaag bladeren. PIJL-OMHOOG, PIJL-OMLAAG
Binnen het huidige Help-onderwerp met grotere hoeveelheden respectievelijk omhoog of omlaag bladeren. PAGE UP, PAGE DOWN
Een menu met opdrachten weergeven voor het Help-venster. Hiervoor moet het Help-venster actief zijn (klik hiervoor in het Help-venster). SHIFT+F10
De laatste actie stoppen (knop Stoppen). ESC
Het venster vernieuwen (knop Vernieuwen). F5

Het huidige Help-onderwerp afdrukken.

 Opmerking   Als de cursor zich niet in het huidige Help-onderwerp bevindt, drukt u op F6 en vervolgens op CTRL+P.

CTRL+P
De verbindingsstatus wijzigen. U moet mogelijk meer dan één keer op F6 drukken. F6 (totdat de focus zich in het vak Typ de woorden waarnaar u wilt zoeken bevindt), TAB, PIJL-OMLAAG
Tekst typen in het vak Typ de woorden waarnaar u wilt zoeken. U moet mogelijk meer dan één keer op F6 drukken. F6
Schakelen tussen verschillende gebieden in het Help-venster, bijvoorbeeld tussen de werkbalk, het vak Typ de woorden waarnaar u wilt zoeken en de lijst Zoeken. F6
Respectievelijk het volgende of het vorige item selecteren in een inhoudsopgave in boomstructuurweergave. PIJL-OMHOOG, PIJL-OMLAAG
Het geselecteerde item in een inhoudsopgave in boomstructuurweergave respectievelijk uit- of samenvouwen. PIJL-LINKS, PIJL-RECHTS

Basisbewerkingen in Microsoft Office

WeergevenVensters weergeven en gebruiken

Als u dit wilt doen Drukt u op
Naar het volgende vensters schakelen. ALT+TAB
Naar het vorige venster schakelen. ALT+SHIFT+TAB
Het actieve venster sluiten. CTRL+W of CTRL+F4
Het formaat van het actieve venster herstellen nadat u dit hebt gemaximaliseerd. CTRL+F5

Vanuit een deelvenster (rechtsom draaiend) naar een taakvenster (taakvenster: een venster in een Office-programma dat veelgebruikte opdrachten bevat. De plaats en de geringe afmetingen van het venster maken het mogelijk deze opdrachten te gebruiken terwijl u verder werkt aan uw bestanden.) in het programmavenster gaan. U moet mogelijk meer dan één keer op F6 drukken.

 Opmerking   Als met F6 niet het gewenste deelvenster wordt weergegeven, kunt u met ALT de focus naar de menubalk of het lint, dat deel uitmaakt van de Microsoft Office Fluent-gebruikersinterface, verplaatsen en vervolgens met CTRL+TAB naar het gewenste taakvenster gaan. Het lint maakt deel uit van de nieuwe Microsoft Office Fluent-gebruikersinterface. Het vervangt de menu's en werkbalken door één locatie waar u op eenvoudige wijze alle benodigde opdrachten kunt vinden.

F6
Vanuit het ene deelvenster (linksom draaiend) naar het andere deelvenster in het programmavenster gaan. SHIFT+F6
Naar het volgende venster schakelen wanneer er meerdere vensters zijn geopend. CTRL+F6
Naar het vorige venster schakelen. CTRL+SHIFT+F6
Bij niet-gemaximaliseerde documentvensters de opdracht Verplaatsen (uit het Systeemmenu van het venster) uitvoeren. Gebruik de pijltoetsen om het venster te verplaatsen en druk op ESC als u klaar bent. CTRL+F7
Bij niet-gemaximaliseerde documentvensters de opdracht Grootte (uit het Systeemmenu van het venster) uitvoeren. Gebruik de pijltoetsen om het venster te vergroten of verkleinen en druk op ESC als u klaar bent. CTRL+F8
Een venster tot een pictogram verkleinen (werkt alleen bij bepaalde Microsoft Office-programma's). CTRL+F9
Het formaat van het geselecteerde venster maximaliseren of herstellen. CTRL+F10
Een afbeelding van het scherm naar het Klembord kopiëren. PRINT SCREEN
Een afbeelding van het geselecteerde venster naar het Klembord kopiëren. ALT+PRINT SCREEN

WeergevenLettertype of lettergrootte wijzigen

Als u dit wilt doen Drukt u op
Lettertype wijzigen. CTRL+SHIFT+F
Tekengrootte wijzigen. CTRL+SHIFT+P
De tekengrootte van de geselecteerde tekst vergroten. CTRL+SHIFT+>
De tekengrootte van de geselecteerde tekst verkleinen. CTRL+SHIFT+<

WeergevenDe invoegpositie in tekst of cellen verplaatsen

Als u dit wilt doen Drukt u op
De invoegpositie één teken naar links verplaatsen. PIJL-LINKS
De invoegpositie één teken naar rechts verplaatsen. PIJL-RECHTS
De invoegpositie één regel omhoog verplaatsen. PIJL-OMHOOG
De invoegpositie één regel omlaag verplaatsen. PIJL-OMLAAG
De invoegpositie één woord naar links verplaatsen. CTRL+PIJL-LINKS
De invoegpositie één woord naar rechts verplaatsen. CTRL+PIJL-RECHTS
De invoegpositie naar het einde van een regel verplaatsen. END
De invoegpositie naar het begin van een regel verplaatsen. HOME
De invoegpositie één alinea omhoog verplaatsen. CTRL+PIJL-OMHOOG
De invoegpositie één alinea omlaag verplaatsen. CTRL+PIJL-OMLAAG
De invoegpositie naar het einde van een tekstvak verplaatsen. CTRL+END
De invoegpositie naar het begin van een tekstvak verplaatsen. CTRL+HOME
De invoegpositie in Microsoft Office PowerPoint naar de volgende tijdelijke aanduiding voor een titel of de hoofdtekst verplaatsen. Als dit de laatste tijdelijke aanduiding is op een dia, wordt hiermee een nieuwe dia ingevoegd met dezelfde dia-indeling als de oorspronkelijke dia. CTRL+ENTER
De laatste opdracht voor Zoeken herhalen. SHIFT+F4

WeergevenZoeken en vervangen

Als u dit wilt doen Drukt u op
Het dialoogvenster Zoeken openen. CTRL+F
Het dialoogvenster Vervangen openen. CTRL+H
De laatste opdracht Zoeken herhalen. SHIFT+F4

WeergevenNavigeren en werken in tabellen

Als u dit wilt doen Drukt u op
Naar de volgende cel gaan. TAB
Naar de vorige cel gaan. SHIFT+TAB
Naar de volgende rij gaan. PIJL-OMLAAG
Naar de vorige rij gaan. PIJL-OMHOOG
Een tab invoegen in een cel. CTRL+TAB
Een nieuwe alinea beginnen. ENTER
Onderaan in de tabel een nieuwe rij toevoegen. TAB aan het einde van de laatste rij

WeergevenTaakvensters weergeven en gebruiken

Als u dit wilt doen Drukt u op
Vanuit een deelvenster naar een taakvenster (taakvenster: een venster in een Office-programma dat veelgebruikte opdrachten bevat. De plaats en de geringe afmetingen van het venster maken het mogelijk deze opdrachten te gebruiken terwijl u verder werkt aan uw bestanden.) in het programmavenster gaan. (U moet mogelijk meer dan één keer op F6 drukken.) F6
Respectievelijk de volgende of vorige optie in het actieve taakvenster selecteren. TAB, SHIFT+TAB
Alle beschikbare opdrachten in het menu van het taakvenster weergeven. CTRL+PIJL-OMLAAG
Navigeren door de beschikbare keuzen in het geselecteerde submenu, of navigeren door de opties in een groep in een dialoogvenster. PIJL-OMHOOG of PIJL-OMLAAG
Het geselecteerde menu openen of de aan de geselecteerde knop toegewezen actie uitvoeren. SPATIEBALK of ENTER
Een snelmenu openen of een vervolgkeuzemenu openen voor het geselecteerde item in de galerie. SHIFT+F10
Respectievelijk de eerste of de laatste opdracht in het zichtbare menu of submenu selecteren. HOME, END
Respectievelijk omhoog of omlaag schuiven in de geselecteerde galerielijst. PAGE UP, PAGE DOWN
Respectievelijk naar het begin of het einde van de geselecteerde galerielijst navigeren. HOME, END
Een taakvenster sluiten. CTRL+SPATIEBALK, C
Het Klembord openen. ALT+H, F, O

WeergevenInfolabels weergeven en gebruiken

Als u dit wilt doen Drukt u op
Het menu of het bericht van een infolabel weergeven. Als er meer dan één infolabel is, wordt het menu of het bericht van het volgende infolabel weergegeven. ALT+SHIFT+F10
Het volgende item in een infolabelmenu weergeven. PIJL-OMLAAG
Het vorige item in een infolabelmenu weergeven. PIJL-OMHOOG
De actie van het geselecteerde item in het infolabelmenu uitvoeren. ENTER
Het menu of het bericht van een infolabel sluiten. ESC
Tips
  • U kunt de weergave van een infolabel gepaard laten gaan met een geluidssignaal. Dit kan alleen als u een geluidskaart en Microsoft Office Sounds hebt geïnstalleerd.
  • Als u toegang hebt tot internet, kunt u Microsoft Office Sounds downloaden van de website Microsoft Office Online. Als u de audiobestanden hebt geïnstalleerd, gaat u als volgt te werk in Microsoft Office Access 2007, Microsoft Office Excel 2007, Microsoft Office PowerPoint 2007 of Microsoft Office Word 2007:
    1. Druk op ALT+F voor de Microsoft Office-knop Knopafbeelding en druk vervolgens op de letter I voor Opties voor Programma.
    2. Druk op A om naar Geavanceerd te gaan of zoek deze categorie met PIJL-OMHOOG of PIJL-OMLAAG.
    3. Druk onder het onderwerp Algemeen in de categorie Geavanceerd op ALT+F om het selectievakje Feedback met geluid in te schakelen, druk op TAB tot u bij de knop OK bent, en druk op ENTER.

 Opmerking   De instelling van dit selectievakje is geldig voor alle Office-programma's waarin geluid wordt ondersteund.

WeergevenHet formaat van een taakvenster wijzigen

  1. Druk in het taakvenster (taakvenster: een venster in een Office-programma dat veelgebruikte opdrachten bevat. De plaats en de geringe afmetingen van het venster maken het mogelijk deze opdrachten te gebruiken terwijl u verder werkt aan uw bestanden.) op CTRL+SPATIEBALK om een menu met beschikbare opdrachten weer te geven.
  2. Gebruik PIJL-OMLAAG om de opdracht Formaat te selecteren en druk op ENTER.
  3. Gebruik de pijltoetsen om het formaat van het taakvenster te wijzigen. Gebruik CTRL+ de pijltoetsen om het formaat met een pixel tegelijk te wijzigen.

 Opmerking   Druk op ESC als u gereed bent met het wijzigen van het formaat.

WeergevenDialoogvensters gebruiken

Als u dit wilt doen Drukt u op
Naar de volgende optie of optiegroep gaan. TAB
Naar de vorige optie of optiegroep gaan. SHIFT+TAB
Naar het volgende tabblad in een dialoogvenster gaan. CTRL+TAB
Naar het vorige tabblad in een dialoogvenster gaan. CTRL+SHIFT+TAB
Een geselecteerde vervolgkeuzelijst openen. ALT+PIJL-OMLAAG
De lijst openen als die gesloten is en naar een optie in de lijst gaan. Eerste letter van een optie in een vervolgkeuzelijst
Naar de vorige of volgende optie gaan in een geopende vervolgkeuzelijst of in een groep met opties. Pijltoetsen
Een geselecteerde vervolgkeuzelijst sluiten. Een opdracht annuleren en een dialoogvenster sluiten. ESC
De actie uitvoeren die is toegewezen aan de geselecteerde knop. Het geselecteerde selectievakje in- of uitschakelen. SPATIEBALK
Een optie selecteren. Een selectievakje in- of uitschakelen. ALT+ de onderstreepte letter in een optie
De actie uitvoeren die is toegewezen aan een standaardknop in een dialoogvenster. ENTER

WeergevenInvoervakken binnen dialoogvensters gebruiken

Een invoervak is een leeg vak waarin u een waarde typt of plakt, bijvoorbeeld uw gebruikersnaam of het pad naar een map.

Als u dit wilt doen Drukt u op
Naar het begin van de invoer gaan. HOME
Naar het einde van de invoer gaan. END
De invoegpositie respectievelijk één teken naar links of één teken naar rechts verplaatsen. PIJL-LINKS, PIJL-RECHTS
De invoegpositie één woord naar links verplaatsen. CTRL+PIJL-LINKS
De invoegpositie één woord naar rechts verplaatsen. CTRL+PIJL-RECHTS
Een teken naar links selecteren of deselecteren. SHIFT+PIJL-LINKS
Een teken naar rechts selecteren of deselecteren. SHIFT+PIJL-RECHTS
Een woord naar links selecteren of deselecteren. CTRL+SHIFT+PIJL-LINKS
Een woord naar rechts selecteren of deselecteren. CTRL+SHIFT+PIJL-RECHTS
Selecteren vanaf de cursor tot aan het begin van de invoer. SHIFT+HOME
Selecteren vanaf de cursor tot aan het einde van de invoer. SHIFT+END

WeergevenDe dialoogvensters Openen en Opslaan als gebruiken

Als u dit wilt doen Drukt u op
Naar de vorige map gaan. Knopafbeelding ALT+1
Knop Eén niveau naar boven Knopafbeelding : de bovenliggende map van de geopende map openen. ALT+2
Knop Verwijderen Knopafbeelding : de geselecteerde map of het geselecteerde bestand verwijderen. ALT+3 of DELETE
Knop Nieuwe map maken Knopafbeelding : een nieuwe map maken. ALT+4
Knop Weergaven Knopafbeelding : schakelen tussen beschikbare mapweergaven. ALT+5
Knop Extra: het menu Extra weergeven. ALT+L
Een snelmenu weergeven voor een geselecteerd item, zoals een map of bestand. SHIFT+F10
Schakelen tussen opties of gebieden in het dialoogvenster. TAB
De lijst Zoeken in openen. F4 of ALT+Z
De bestandenlijst vernieuwen. F5

Navigeren op het lint, dat deel uitmaakt van de nieuwe Office Fluent-gebruikersinterface

WeergevenToegang tot alle opdrachten verkrijgen met een paar toetsaanslagen

  1. Druk op ALT.

Bij alle functies die in de huidige weergave beschikbaar zijn, worden toetstips weergegeven. Het volgende voorbeeld komt uit Microsoft Office Word.

Lint met toetstips

De afbeelding hierboven komt uit Training op Microsoft Office Online.

  1. Druk op de letter die in de toetstip wordt weergegeven bij de gewenste functie.
  2. Afhankelijk van de letter waarop u drukt, kan het zijn dat er extra toetstips verschijnen. Als bijvoorbeeld het tabblad Start actief is en u drukt op I, wordt het tabblad Invoegen weergegeven, samen met de toetstips voor de groepen op dit tabblad.
  3. Ga door met het drukken op letters totdat u op de letter drukt van de gewenste opdracht of het gewenste besturingselement. In sommige gevallen moet u eerst op de letter drukken van de groep waartoe de opdracht behoort. Als u bijvoorbeeld op ALT+H, F, S drukt, krijgt de keuzelijst Tekengrootte in de groep Lettertype de focus.

 Opmerking   Als u de huidige handeling wilt annuleren en de toetstips wilt verbergen, drukt u op ALT.

WeergevenDe focus wijzigen zonder de muis te gebruiken

Een andere manier waarop u het toetsenbord kunt gebruiken om met het lint te werken is het verplaatsen van de focus tussen de tabbladen en opdrachten totdat u de gewenste functie hebt gevonden. In de volgende tabel worden enkele manieren opgesomd om de focus te verplaatsen zonder de muis te gebruiken.

Als u dit wilt doen Drukt u op
Selecteer het actieve tabblad van het lint en activeer de toegangstoetsen (toegangstoets: een toetscombinatie, zoals ALT+F, waarmee de focus wordt verplaatst naar een menu, opdracht of besturingselement zonder dat de muis wordt gebruikt.). ALT of F10. Druk nogmaals op een van deze toetsen om terug naar het document te gaan en de toegangstoetsen te annuleren.
Respectievelijk naar links of naar rechts naar een ander tabblad van het lint gaan. F10 om het actieve tabblad te selecteren en vervolgens PIJL-LINKS, PIJL-RECHTS
Het lint verbergen of weergeven. CTRL+F1
Het snelmenu voor de geselecteerde opdracht weergeven. SHIFT+F10

De focus verplaatsen om elk van de volgende gebieden van het venster te selecteren:

F6
De focus telkens naar respectievelijk de volgende of vorige opdracht op het lint verplaatsen. TAB, SHIFT+TAB
De focus respectievelijk omlaag, omhoog, links of rechts verplaatsen tussen de items op het lint. PIJL-OMLAAG, PIJL-OMHOOG, PIJL-LINKS, PIJL-RECHTS
De geselecteerde opdracht of het geselecteerde besturingselement op het lint activeren. SPATIEBALK of ENTER
Het geselecteerde menu of de geselecteerde galerie op het lint openen. SPATIEBALK of ENTER
Een opdracht of besturingselement activeren zodat u een waarde kunt wijzigen. ENTER
Stoppen met het wijzigen van een waarde in een besturingselement op het lint en de focus terug naar het document verplaatsen. ENTER
Help bij de geselecteerde opdracht of het geselecteerde besturingselement op het lint raadplegen. (Als aan de geselecteerde opdracht geen Help-onderwerp is gekoppeld, wordt een algemeen Help-onderwerp over het programma weergegeven.) F1

Algemene taken in Microsoft Office PowerPoint

WeergevenVan het ene naar het andere deelvenster gaan

Als u dit wilt doen Drukt u op
De deelvensters met de klok mee doorlopen in de normale weergave. F6
De deelvensters tegen de klok in doorlopen in de normale weergave. SHIFT+F6
Schakelen tussen de tabbladen Dia's en Overzicht in de deelvensters Overzicht en Dia's in de normale weergave. CTRL+SHIFT+TAB

WeergevenWerken in een overzicht

Als u dit wilt doen Drukt u op
Het alineaniveau verhogen. ALT+SHIFT+PIJL-LINKS
Het alineaniveau verlagen. ALT+SHIFT+PIJL-RECHTS
Geselecteerde alinea's omhoog verplaatsen. ALT+SHIFT+PIJL-OMHOOG
Geselecteerde alinea's omlaag verplaatsen. ALT+SHIFT+PIJL-OMLAAG
Kopniveau 1 weergeven. ALT+SHIFT+1
De tekst onder een kop uitvouwen. ALT+SHIFT+PLUSTEKEN
De tekst onder een kop samenvouwen. ALT+SHIFT+MINTEKEN

WeergevenWerken met vormen, afbeeldingen, vakken, objecten en WordArt

WeergevenVormen invoegen

  1. Selecteer Vormen door op ALT te drukken en de toets los te laten, druk achtereenvolgens op N, op S en op H.
  2. Blader met behulp van de pijltoetsen door de categorieën vormen en selecteer de gewenste vorm.
  3. Druk op CTRL+ENTER als u de geselecteerde vorm wilt invoegen.

WeergevenEen vak invoegen

  1. Houd ALT ingedrukt en druk op N.
  2. Druk op TAB om naar Tekstvak, op het tabblad Invoegen in de groep Tekst te gaan.
  3. Druk op CTRL+ENTER om het tekstvak in te voegen.

WeergevenEen object invoegen

  1. Selecteer Object door op ALT te drukken en de toets los te laten. Druk vervolgens op N en op J.
  2. Gebruik de pijltoetsen om de objecten te doorlopen.
  3. Druk op CTRL+ENTER als u het gewenste object wilt invoegen.

WeergevenWordArt-objecten invoegen

  1. Selecteer WordArt door op ALT te drukken en de toets los te laten, druk vervolgens op N, vervolgens op W.
  2. Gebruik de pijltoetsen om de gewenste WordArt-stijl te kiezen en druk op ENTER.
  3. Typ de gewenste tekst.

WeergevenVormen selecteren

 Opmerking   Als de cursor zich binnen tekst bevindt, drukt u op ESC.

  • Als u een afzonderlijke vorm wilt selecteren, drukt u op de TAB-toets om vooruit te lopen, of op SHIFT+TAB om achteruit te lopen door de objecten, totdat de formaatgrepen zichtbaar worden op het object dat u wilt selecteren.
  • Met het selectiedeelvenster kunt u meerdere items selecteren.

WeergevenVormen, afbeeldingen en WordArt-objecten groeperen en deze groepen opheffen

  • Als u vormen, afbeeldingen of WordArt-objecten wilt groeperen, selecteert u de items die u wilt groeperen en vervolgens drukt u op CTRL+G.
  • Als u een groep wilt opheffen, selecteert u de groep en drukt u op CTRL+SHIFT+G.

WeergevenHet raster of de hulplijnen weergeven of verbergen

Als u dit wilt doen Drukt u op
Het raster weergeven of verbergen. SHIFT+F9
Hulplijnen weergeven of verbergen. ALT+F9

WeergevenDe kenmerken van een vorm kopiëren

  1. Selecteer de vorm met de kenmerken die u wilt kopiëren.

Als u een vorm met gekoppelde tekst selecteert, kopieert u zowel het uiterlijk en de stijl van de tekst, als de kenmerken van de vorm.

  1. Druk op CTRL+SHIFT+C om de objectkenmerken te kopiëren.
  2. Druk op TAB of SHIFT+TAB om het object te selecteren waarnaar u de kenmerken wilt kopiëren.
  3. Druk op CTRL+SHIFT+V.

WeergevenTekst en objecten selecteren

Als u dit wilt doen Drukt u op
Het teken rechts selecteren. SHIFT+PIJL-RECHTS
Het teken links selecteren. SHIFT+PIJL-LINKS
Tot het einde van het woord selecteren. CTRL+SHIFT+PIJL-RECHTS
Tot het begin van het woord selecteren. CTRL+SHIFT+PIJL-LINKS
Eén regel omhoog selecteren. SHIFT+PIJL-OMHOOG
Eén regel omlaag selecteren. SHIFT+PIJL-OMLAAG
Een object selecteren (wanneer tekst in het object is geselecteerd). ESC
Een object selecteren (wanneer een object is geselecteerd). TAB of SHIFT+TAB totdat het gewenste object is geselecteerd
Tekst in een object selecteren (wanneer een object is geselecteerd). ENTER
Alle objecten selecteren. CTRL+A (op het tabblad Dia's)
Alle dia's selecteren. CTRL+A (in Diasorteerderweergave)
Alle tekst selecteren. CTRL+A (op het tabblad Overzicht)

WeergevenTekst en objecten verwijderen en kopiëren

Als u dit wilt doen Drukt u op
Het teken links verwijderen. BACKSPACE
Het woord links verwijderen. CTRL+BACKSPACE
Het teken rechts verwijderen. DELETE
Het woord rechts verwijderen. CTRL+DELETE
Het geselecteerde object knippen. CTRL+X
Het geselecteerde object kopiëren. CTRL+C
Het geknipte of gekopieerde object plakken. CTRL+V
De laatste actie ongedaan maken. CTRL+Z
De laatste actie opnieuw uitvoeren. CTRL+Y
Alleen opmaak kopiëren. CTRL+SHIFT+C
Alleen opmaak plakken. CTRL+SHIFT+V
Plakken speciaal. CTRL+ALT+V

WeergevenNavigeren in tekst

Als u dit wilt doen Drukt u op
De invoegpositie één teken naar links verplaatsen. PIJL-LINKS
De invoegpositie één teken naar rechts verplaatsen. PIJL-RECHTS
De invoegpositie één regel omhoog verplaatsen. PIJL-OMHOOG
De invoegpositie één regel omlaag verplaatsen. PIJL-OMLAAG
De invoegpositie één woord naar links verplaatsen. CTRL+PIJL-LINKS
De invoegpositie één woord naar rechts verplaatsen. CTRL+PIJL-RECHTS
De invoegpositie naar het einde van een regel verplaatsen. END
De invoegpositie naar het begin van een regel verplaatsen. HOME
De invoegpositie één alinea omhoog verplaatsen. CTRL+PIJL-OMHOOG
De invoegpositie één alinea omlaag verplaatsen. CTRL+PIJL-OMLAAG
De invoegpositie naar het einde van een tekstvak verplaatsen. CTRL+END
De invoegpositie naar het begin van een tekstvak verplaatsen. CTRL+HOME
De invoegpositie naar de volgende tijdelijke aanduiding voor een titel of de hoofdtekst verplaatsen. Als dit de laatste tijdelijke aanduiding is op een dia, wordt hiermee een nieuwe dia ingevoegd met dezelfde dia-indeling als de oorspronkelijke dia. CTRL+ENTER
De laatste opdracht voor Zoeken herhalen. SHIFT+F4

WeergevenNavigeren in en werken met tabellen

Als u dit wilt doen Drukt u op
Naar de volgende cel gaan. TAB
Naar de vorige cel gaan. SHIFT+TAB
Naar de volgende rij gaan. PIJL-LINKS
Naar de vorige rij gaan. PIJL-OMHOOG
Een tab invoegen in een cel. CTRL+TAB
Een nieuwe alinea beginnen. ENTER
Onderaan in de tabel een nieuwe rij toevoegen. TAB aan het einde van de laatste rij

WeergevenGekoppeld of ingesloten object bewerken

  1. Druk op SHIFT+TAB om het gewenste object te selecteren.
  2. Druk op SHIFT+F10 om het snelmenu te openen.
  3. Druk op PIJL-OMLAAG om het werkbladobject te selecteren en vervolgens om Bewerken te selecteren.

WeergevenTekens en alinea's opmaken en uitlijnen

Lettertype of lettergrootte wijzigen

Als u dit wilt doen Drukt u op
Het dialoogvenster Lettertype openen om het lettertype te wijzigen. CTRL+SHIFT+F
Het dialoogvenster Lettertype openen om de tekengrootte te wijzigen. CTRL+SHIFT+P
De tekengrootte vergroten. CTRL+SHIFT+>
De tekengrootte verkleinen. CTRL+SHIFT+<

Tekenopmaak toepassen

Als u dit wilt doen Drukt u op
Het dialoogvenster Lettertype openen om de tekenopmaak te wijzigen. CTRL+T
Hoofdlettergebruik wijzigen. SHIFT+F3
Tekst vet maken. CTRL+B
Tekst onderstrepen. CTRL+U
Tekst cursief maken. CTRL+I
Subscript toepassen (automatische spatiëring). CTRL+GELIJKTEKEN
Superscript toepassen (automatische spatiëring). CTRL+SHIFT+PLUSTEKEN
Handmatige tekenopmaak verwijderen, zoals subscript en superscript. CTRL+SPATIEBALK
Een hyperlink invoegen. CTRL+K

Tekstopmaak kopiëren

Als u dit wilt doen Drukt u op
Opmaak kopiëren. CTRL+SHIFT+C
Opmaak plakken. CTRL+SHIFT+V

Alinea's uitlijnen

Als u dit wilt doen Drukt u op
Een alinea centreren. CTRL+E
Een alinea uitvullen. CTRL+J
Een alinea links uitlijnen. CTRL+L
Een alinea rechts uitlijnen. CTRL+R

WeergevenEen presentatie uitvoeren

U kunt de volgende sneltoetsen gebruiken terwijl u een diavoorstelling uitvoert in de volledige schermweergave.

Als u dit wilt doen Drukt u op
De presentatie vanaf het begin starten. F5
De volgende animatie starten of naar de volgende dia gaan. N, ENTER, PAGE DOWN, PIJL-RECHTS, PIJL-OMLAAG of SPATIEBALK
De vorige animatie starten of naar de vorige dia gaan. T, PAGE UP, PIJL-LINKS, PIJL-OMHOOG of BACKSPACE
Naar dia nummer. getal+ENTER
Een lege, zwarte dia weergeven of vanaf een lege, zwarte dia naar de presentatie terugkeren. Z of PUNT
Een lege, witte dia weergeven of vanaf een lege, witte dia naar de presentatie terugkeren. W of KOMMA
Een automatische presentatie stoppen of opnieuw starten. S
Een presentatie beëindigen. ESC of AFBREEKSTREEPJE
Aantekeningen op het scherm wissen. E
Naar de volgende dia gaan, als de volgende dia verborgen is. B
Nieuwe tijdsinstellingen instellen tijdens try-out. N
Oorspronkelijke tijdsinstellingen gebruiken tijdens try-out. O
Met een muisklik naar volgende dia gaan tijdens try-out. K
Terugkeren naar eerste dia. 1+ENTER
Verborgen aanwijzer opnieuw weergeven of aanwijzer wijzigen in pen. CTRL+P
Verborgen aanwijzer opnieuw weergeven of aanwijzer wijzigen in pijl. CTRL+A
Aanwijzer en navigatieknop onmiddellijk verbergen. CTRL+H
Aanwijzer en navigatieknop na 15 seconden verbergen. CTRL+U
Snelmenu weergeven. SHIFT+F10
Naar de eerste of volgende hyperlink op een dia gaan. TAB
Naar de laatste of vorige hyperlink op een dia gaan. SHIFT+TAB
De actie bij 'muisklik' voor de geselecteerde hyperlink uitvoeren. ENTER terwijl een hyperlink is geselecteerd

 Tip   U kunt tijdens een presentatie met F1 een lijst met besturingselementen weergeven.

WeergevenBladeren in webpresentaties

De volgende toetsen zijn geschikt voor het bekijken van webpresentaties in Microsoft Internet Explorer 4.0 of hoger.

Als u dit wilt doen Drukt u op
Verdergaan door de hyperlinks in een webpresentatie, de adresbalk of de balk Koppelingen. TAB
Teruggaan door de hyperlinks in een webpresentatie, de adresbalk of de balk Koppelingen. SHIFT+TAB
De actie bij 'muisklik' voor de geselecteerde hyperlink uitvoeren. ENTER
Naar de volgende dia gaan. SPATIEBALK
Naar de vorige dia gaan. BACKSPACE

WeergevenHet selectiedeelvenster gebruiken

Gebruik de volgende sneltoetsen in het selectiedeelvenster.

Als u dit wilt doen Drukt u op
Het selectiedeelvenster weergeven. ALT, C, D, S en vervolgens P
De focus tussen de verschillende deelvensters verplaatsen. F6
Het contextmenu weergeven. SHIFT+F10
De focus naar een item of naar een groep verplaatsen. PIJL-OMHOOG of PIJL-OMLAAG
De focus van een item in een groep naar de bovenliggende groep verplaatsen. PIJL-LINKS
De focus van een groep naar het eerste item in die groep verplaatsen. PIJL-RECHTS
De groep met focus en alle onderliggende groepen uitvouwen. * (alleen op het numerieke toetsenbord)
De groep met focus uitvouwen. + (alleen op het numerieke toetsenbord)
De groep met focus samenvouwen. - (alleen op het numerieke toetsenbord)
De focus naar een item verplaatsen en dit item selecteren. SHIFT+PIJL-OMHOOG of SHIFT+PIJL-OMLAAG
Het item met focus selecteren. SPATIEBALK of ENTER
De selectie van het item met focus annuleren. SHIFT+SPATIEBALK of SHIFT+ENTER
Een geselecteerd item naar voren verplaatsen. CTRL+SHIFT+F
Een geselecteerd item naar achteren verplaatsen. CTRL+SHIFT+B
Het item met focus weergeven of verbergen. CTRL+SHIFT+S
De naam van het item met focus wijzigen. F2
De focus binnen het selectiedeelvenster schakelen tussen de boomstructuurweergave en de knoppen Alles weergeven en Alles verbergen. TAB of SHIFT+TAB 
Alle groepen samenvouwen. ALT+SHIFT+1
Alle groepen uitvouwen. ALT+SHIFT+9

Als u in Office PowerPoint 2007 aangepaste sneltoetsen wilt toewijzen aan menu-items, opgenomen macro's en VBA (VBA (Visual Basic for Applications): de macrotaalversie van Microsoft Visual Basic voor het programmeren van toepassingen op basis van Microsoft Windows. VBA wordt bij diverse Microsoft-programma's geleverd.)-code (Visual Basic for Applications), moet u een invoegtoepassing van een andere leverancier gebruiken, zoals de Shortcut Manager for PowerPoint, die bij OfficeOne Add-Ins for PowerPoint (Engelstalig) verkrijgbaar is.

 
 
Van toepassing op:
PowerPoint 2007