Afbeeldingen (afbeelding: een bestand (zoals een metabestand) dat u als groep kunt opheffen en bewerken als twee of meer objecten. Of een bestand dat als één object kan worden bewerkt (zoals een bitmap).) kunnen de bestandsgrootte van uw Microsoft Office-document aanzienlijk vergroten. U kunt deze bestandsgrootte beperken door keuzes te maken over de resolutie (resolutie: de detaildichtheid in een afbeelding of tekst, zoals weergegeven op een monitor of door een printer.) van een afbeelding en de kwaliteit of compressie van een afbeelding. Een eenvoudige manier om dit in balans te houden is de afbeeldingsresolutie afstemmen op het gebruik van het bestand. Als u de afbeelding bijvoorbeeld verzendt in een e-mailbericht, kunt u een lagere afbeeldingsresolutie opgeven om de bestandsgrootte te verkleinen. Als de afbeeldingskwaliteit echter belangrijker voor u is dan de bestandsgrootte, kunt u opgeven dat de afbeeldingen nooit mogen worden gecomprimeerd.
Als u ruimte wilt besparen op de harde schijf of de download- of uploadtijd op websites wilt inkorten, kunt u de afbeeldingsresolutie verlagen, compressie toepassen met verlies van kwaliteit (afhankelijk van de bestandsindeling van de afbeelding) en ongewenste informatie (zoals de bijgesneden gedeelten van een afbeelding of andere afbeeldingsbewerkingsinformatie) verwijderen.
Wanneer u een afbeelding toevoegt aan het bestand, wordt deze automatisch gecomprimeerd tot de waarde die is opgegeven onder Grootte en kwaliteit van afbeelding op het tabblad Geavanceerd van de opdracht Opties. Standaard is deze waarde ingesteld op Afdrukken (220 ppi), maar u kunt deze optie wijzigen.
Belangrijk Als u een afbeelding comprimeert of de resolutie wijzigt om de bestandsgrootte te wijzigen, verandert de mate van detail in de bronafbeelding. Dit betekent dat de afbeelding er na de compressie anders uit kan zien dan voor de compressie. Daarom dient u de afbeelding te comprimeren en het bestand op te slaan voordat u een artistiek effect toepast of de achtergrond verwijdert. Als de compressie plus het artistieke effect niet het gewenste resultaat opleveren, kunt u de compressie zelfs opnieuw uitvoeren nadat u het bestand hebt opgeslagen zo lang u het programma waarin u werkt, niet hebt gesloten.
Wat wilt u doen?
In dit artikel wordt besproken hoe u het Office-bestand kleiner kunt maken door afbeeldingen te comprimeren en de afbeeldingsresolutie te wijzigen. Als u de randen van een foto wilt bijsnijden (bijsnijden: verticale of horizontale randen van een object afsnijden. Afbeeldingen worden vaak bijgesneden om een bepaald gedeelte te benadrukken.), raadpleegt u Een afbeelding bijsnijden.
Overzicht van het comprimeren van afbeeldingen
Omdat foto's of digitale afbeeldingen enorm groot kunnen zijn en op een hogere resolutie kunnen zijn ingesteld dan standaardprinters, projectoren of monitoren kunnen weergeven, worden afbeeldingen automatisch verkleind tot een redelijke grootte wanneer u ze invoegt. Standaard worden ze verkleind tot 220 ppi. Dit is een afdrukresolutie van hoge kwaliteit die is ingesteld op het tabblad Bestand. U kunt deze standaardresolutie wijzigen of afbeeldingscompressie uitschakelen.
Wanneer u een afbeelding invoegt, wordt de standaardcompressie automatisch uitgevoerd wanneer u het bestand opslaat. Op dat moment wordt informatie over de afbeelding aangepast op basis van de grootte van de afbeelding in het bestand. De kwaliteit van de afbeelding wordt niet gewijzigd, omdat de afbeelding wordt geschaald naar de huidige grootte. Als u echter de oorspronkelijke grootte van de afbeelding herstelt (als u de afbeelding hebt verkleind), leidt dat tot een verlies van kwaliteit. U kunt deze standaardcompressie echter uitschakelen.
Compressiewijzigingen worden doorgevoerd wanneer u het dialoogvenster Afbeelding comprimeren sluit. De wijzigingen worden onmiddellijk weergegeven in het bestand. Als de resultaten niet naar wens zijn, kunt u de wijzigingen ongedaan maken.
Terug naar boven
De resolutie van een afbeelding wijzigen
Wanneer u niet alle pixels (pixel: een enkele maateenheid voor de monitor. Pixels worden door de computer toegepast bij de weergave van afbeeldingen op uw scherm. Deze eenheden, die vaak als kleine puntjes verschijnen, bevatten informatie waarmee afbeeldingen op uw scherm worden opgebouwd.) in een afbeelding nodig hebt om een acceptabele versie te verkrijgen voor de bestemming, kunt u de resolutie verkleinen of wijzigen. Het verkleinen of wijzigen van de resolutie kan een effectieve manier zijn voor afbeeldingen die u kleiner hebt geschaald, omdat het aantal dots per inch (dpi) in dat geval toeneemt. Het wijzigen van de resolutie kan invloed hebben op de afbeeldingskwaliteit.
- Klik op de afbeelding of afbeeldingen waarvoor u de resolutie (resolutie: de detaildichtheid in een afbeelding of tekst, zoals weergegeven op een monitor of door een printer.) wilt wijzigen.
- Klik onder Hulpmiddelen voor afbeeldingen op het tabblad Opmaak in de groep Aanpassen op Afbeeldingen comprimeren.
Als de tabbladen Hulpmiddelen voor afbeeldingen en Opmaak niet worden weergegeven, controleert u of u een afbeelding hebt geselecteerd. U moet mogelijk op de afbeelding dubbelklikken om deze te selecteren en het tabblad Opmaak te openen.
- Als u alleen de resolutie voor de geselecteerde afbeeldingen wilt wijzigen in plaats van alle afbeeldingen in het bestand, schakelt u het selectievakje Alleen op deze afbeelding toepassen in.
- Klik onder Doeluitvoer op de gewenste resolutie.
Opmerking Bij de optie Documentresolutie gebruiken wordt de resolutie gebruikt die is ingesteld op het tabblad Bestand. Standaard is deze ingesteld op Afdrukken of 220 ppi, maar u kunt deze standaardafbeeldingsresolutie wijzigen.
Terug naar boven
Een standaardafbeeldingsresolutie instellen voor alle afbeeldingen in een bestand
Belangrijk Deze instelling is alleen van toepassing op afbeeldingen in het huidige bestand of in het bestand dat is geselecteerd in de lijst naast Grootte en kwaliteit van afbeelding. Standaard is deze ingesteld op Afdrukken (220 ppi).
- Klik op de Microsoft Backstage-knop
.
- Klik onder Help op Opties en klik vervolgens op Geavanceerd.
- Klik onder Grootte en kwaliteit van afbeelding op het bestand waarvoor u de standaardafbeeldingsresolutie wilt instellen.
- Klik in de lijst Standaarddoeluitvoer instellen op op de gewenste resolutie.
Terug naar boven
Bijgesneden gebieden van afbeelding verwijderen
Als u een afbeelding hebt bijgesneden (bijsnijden: verticale of horizontale randen van een object afsnijden. Afbeeldingen worden vaak bijgesneden om een bepaald gedeelte te benadrukken.), kunt u de bijgesneden gebieden van de afbeelding verwijderen om het bestand kleiner te maken. Het is ook verstandig om dit te doen om te voorkomen dat anderen de gedeelten van de afbeelding kunnen zien die u hebt verwijderd.
Belangrijk Omdat deze bewerking niet ongedaan kan worden gemaakt, moet u deze pas toepassen als u zeker weet dat u alle gewenste wijzigingen hebt aangebracht.
- Klik op de afbeelding of afbeeldingen waarvoor u ongewenste informatie wilt verwijderen.
- Klik onder Hulpmiddelen voor afbeeldingen op het tabblad Opmaak in de groep Aanpassen op Afbeeldingen comprimeren.

Opmerking Als de tabbladen Hulpmiddelen voor afbeeldingen en Opmaak niet worden weergegeven, controleert u of u een afbeelding hebt geselecteerd. U moet mogelijk op de afbeelding dubbelklikken om deze te selecteren en het tabblad Opmaak te openen.
- Als u alleen de bijgesneden gebieden wilt verwijderen voor de geselecteerde afbeelding of afbeeldingen in plaats van voor alle afbeeldingen in het bestand, schakelt u het selectievakje Alleen op deze afbeelding toepassen in.
- Schakel onder Compressieopties het selectievakje Bijgesneden gebieden van afbeeldingen verwijderen in.
Terug naar boven
Alle bewerkingsgegevens voor de afbeelding verwijderen
Als u een afbeelding hebt bijgesneden of andere wijzigingen hebt aangebracht in de afbeelding, zoals het toepassen van een artistiek effect of het wijzigen van de helderheid of het contrast, wordt de informatie voor het terugdraaien van die wijzigingen opgeslagen in het bestand. U kunt het bestand verkleinen door deze bewerkingsgegevens te verwijderen. Als u deze optie selecteert, wordt het bestand kleiner. Als u de bewerkingen echter ongedaan wilt maken, moet u de afbeelding opnieuw invoegen in het bestand. Het is verstandig om een kopie van het bestand met een andere naam op te slaan voordat u de onderstaande stappen uitvoert.
Wanneer u een afbeelding bewerkt, wordt een origineel van hoge kwaliteit van de afbeelding opgeslagen als een WDP-bestand (Windows Media Photo) samen met alle afbeeldingsbewerkingsgegevens. Bovendien wordt nog een tweede kopie opgeslagen in JPEG (JPEG: een indeling voor grafische bestanden (met de extensie .jpg in Microsoft Windows) die in veel webbrowsers wordt ondersteund en die is ontwikkeld voor het comprimeren en opslaan van fotografische afbeeldingen. Deze indeling is het meest geschikt voor afbeeldingen met veel kleuren, zoals gescande foto's.)- of PNG (PNG: een bestandsindeling voor grafische bestanden die in sommige webbrowsers wordt ondersteund. PNG, een acroniem van Portable Network Graphics, ondersteunt variabele transparantie van afbeeldingen en controle van de helderheid van afbeeldingen op verschillende computers. PNG-bestanden zijn gecomprimeerde bitmaps.)-indeling. Hierin wordt vastgelegd hoe de afbeelding eruitziet nadat de bewerkingen zijn toegepast. De JPEG- of PNG-kopie van de afbeelding wordt gebruikt voor achterwaartse compatibiliteit met Office 2007-bestanden. Wanneer u de onderstaande stappen uitvoert, wordt het WDP-bestand (Windows Media Photo) verwijderd en blijft de JPEG- of PNG-afbeelding behouden. PNG wordt gebruikt als er een doorzichtigheidseffect op de afbeelding is toegepast, anders wordt JPEG gebruikt. Zodra u dit bestand verwijdert, zijn alle bewerkingen definitief en kunnen ze niet meer ongedaan worden gemaakt.
- Klik op de Microsoft Backstage-knop
.
- Klik onder Help op Opties en klik vervolgens op Geavanceerd.
- Klik naast Grootte en kwaliteit van afbeeldingop het bestand waaruit u afbeeldingsbewerkingsgegevens wilt verwijderen.
- Schakel onder Grootte en kwaliteit van afbeelding het selectievakje Bewerkingsgegevens verwijderen in.
Opmerkingen
- Deze instelling is alleen van toepassing op afbeeldingen in het huidige bestand of in het bestand dat is geselecteerd in de lijst naast Grootte en kwaliteit van afbeelding.
- Als u het bestand wilt verzenden in een e-mailbericht en het bestand meerdere afbeeldingen bevat, wordt het bestand zo klein mogelijk gemaakt als u deze procedure uitvoert.
Terug naar boven