Inleiding tot e-mailaccounttypen

E-mailaccounts zijn verkrijgbaar bij bronnen als uw internetprovider (internetprovider: een bedrijf dat toegang biedt tot internet via voorzieningen als e-mail, chatruimtes of gebruik van het World Wide Web. Sommige internetproviders zijn multinationale ondernemingen die toegang bieden via een groot aantal locaties, terwijl andere alleen in een specifieke regio actief zijn.), uw werkgever of webservices zoals Yahoo! Mail, Google Gmail en Windows Live Mail. Er worden door Microsoft Outlook geen e-mailaccounts gemaakt of afgegeven. Met Outlook hebt u alleen toegang tot uw e-mailaccounts (e-mailaccount: de servernaam, gebruikersnaam, wachtwoord en het e-mailadres die worden gebruikt door Outlook om een verbinding te maken met een e-mailservice. U maakt de e-mailaccount in Outlook aan de hand van informatie die wordt verstrekt door uw beheerder of internetprovider.).

In dit artikel


E-mailaccounts

Als u met Microsoft Outlook e-mailberichten wilt ontvangen en verzenden, moet u de gegevens van uw e-mailaccount toevoegen. Microsoft Office Outlook 2007 ondersteunt Exchange Server 2000, Microsoft Exchange Server 2003, Microsoft Exchange Server 2007 en daarnaast POP3 (POP3: een algemeen gebruikt protocol voor het ophalen van e-mailberichten van een e-mailserver op internet.)-, IMAP (IMAP (Internet Message Access Protocol): in tegenstelling tot e-mailprotocollen voor internet, zoals POP3, die slechts één Postvak IN op een server bieden, kunt u met IMAP meerdere servermappen maken voor het opslaan en indelen van berichten. Deze mappen zijn toegankelijk vanaf meerdere computers.)- en HTTP-e-mailaccounts. Vraag uw internetprovider of e-mailbeheerder naar de configuratiegegevens die u nodig hebt om uw e-mailaccount handmatig in te stellen in Office Outlook 2007.

Voor de meeste accounts hoeft u in Office Outlook 2007 alleen een naam, e-mailadres en wachtwoord in te voeren. Gebruikers van Microsoft Exchange-accounts hoeven mogelijk helemaal geen gegevens in te voeren, omdat Office Outlook 2007 de netwerkreferenties kan identificeren die worden gebruikt om verbinding te maken met de Exchange Server-account.

E-mailaccounts maken deel uit van profielen. Een e-mailprofiel bestaat uit e-mailaccounts, gegevensbestanden en instellingen met gegevens over de locatie waar uw e-mailberichten worden opgeslagen. Wanneer u Outlook voor de eerste keer start, wordt er automatisch een nieuw profiel gemaakt. Daarna wordt het profiel elke keer wanneer u Outlook start geopend. Voor de meeste mensen is één profiel voldoende. Maar in sommige situaties kan het handig zijn om meerdere profielen te hebben. U kunt bijvoorbeeld verschillende profielen gebruiken voor uw zakelijke e-mailberichten en voor uw privé-account. Ook als de computer door meerdere mensen wordt gebruikt, is het handig de accounts en instellingen van de verschillende gebruikers op te slaan in verschillende profielen met verschillende namen.

 Opmerking   De profielen in Microsoft Outlook of Microsoft Windows Mail zijn vergelijkbaar met identiteiten. Outlook-profielen hebben echter niets te maken met de hardware- en softwareprofielen in het besturingssysteem Microsoft Windows.

U kunt u zonodig meerdere e-mailaccounts aan één Outlook-gebruikersprofiel toevoegen. Zo zou u voor uw zakelijke e-mail een Exchange-account en voor uw persoonlijke e-mail een andere internet-e-mailaccount, bijvoorbeeld een POP3-account van uw internetprovider kunnen toevoegen. Profielen kunnen meerdere e-mailaccounts bevatten, maar maximaal één Exchange-account.

U kunt binnen Outlook wijzigingen aanbrengen in de e-mailaccounts voor het profiel dat u gebruikt. Als u e-mailaccounts wilt wijzigen in een ander profiel, of wijzigingen wilt aanbrengen in de eigenschappen van een profiel, moet u het dialoogvenster E-mailinstellingen openen vanuit het Configuratiescherm.

 Opmerking   De module E-mail in het Configuratiescherm verschijnt alleen als u Outlook hebt geïnstalleerd en ten minste eenmaal hebt uitgevoerd.

E-mailaccounttypen

  • POP3     POP3 (Post Office Protocol 3) is het meest toonaangevende type e-mailaccount op internet. Met een POP3-e-mailaccount worden uw e-mailberichten naar uw computer gedownload en vervolgens meestal van de e-mailserver verwijderd. Het grootste nadeel van POP3-accounts is het feit dat het ingewikkeld is om uw berichten op meerdere computers op te slaan en te bekijken. Bovendien worden berichten die u van de ene computer verzendt, niet opgeslagen in de map Verzonden items op de andere computers. U kunt deze problemen op verschillende manieren omzeilen. Zie de koppelingen in het gedeelte Zie ook voor meer informatie over het gebruik van POP3-accounts op meerdere computers.
  • IMAP     Met een IMAP-account (Internet Message Access Protocol) hebt u toegang tot e-mailmappen op de e-mailserver, en kunt u e-mailberichten opslaan en verwerken zonder deze te downloaden naar de computer waarop u werkt. Zo kunt u op elke willekeurige computer uw e-mailberichten lezen. Met IMAP bespaart u tijd omdat u in eerste instantie alleen de koppen van uw e-mailberichten (de afzender en het onderwerp van het bericht) ziet en vervolgens alleen die berichten die u wilt lezen hoeft te downloaden. Uw e-mailberichten worden opgeslagen op de e-mailserver, wat over het algemeen veiliger is, en er wordt door uw e-mailbeheerder of internetprovider een back-up van uw e-mailberichten gemaakt.
  • MAPI     MAPI (Messaging Application Programming Interface) wordt in Outlook gebruikt in combinatie met een e-mailserver waarop Exchange wordt uitgevoerd. MAPI lijkt veel op IMAP, maar biedt veel meer functies wanneer u het vanuit Outlook met een Exchange-account gebruikt.
  • HTTP     Deze accounts werken met een webprotocol voor het weergeven en verzenden van e-mail. Een Windows Live Mail-account is bijvoorbeeld een HTTP-account. Outlook ondersteunt in principe geen HTTP-accounts, maar met bepaalde invoegtoepassingen kunt u Outlook met bepaalde providers gebruiken. Microsoft Outlook Live bevat bijvoorbeeld MSN Connector voor Outlook waarmee u vanuit Outlook toegang hebt tot uw Windows Live Mail-account. Zie de koppelingen in het gedeelte Zie ook voor meer informatie over MSN Connector.

Terug naar boven Terug naar boven

E-mailaccounts op het werk

Exchange is ontworpen voor middelgrote en grote organisaties en wordt op een of meer servers uitgevoerd. U vindt dit type account meestal in middelgrote of grote organisaties of in grote onderwijsinstellingen.

Met een Exchange-account heeft elke gebruiker een eigen postvak (postvak: de locatie op de Microsoft Exchange-server waar uw e-mailberichten worden afgeleverd. De beheerder stelt een postvak in voor elke gebruiker. Als u een bestand met persoonlijke mappen hebt opgegeven als locatie voor het bezorgen van berichten, worden berichten vanuit uw postvak naar deze locatie doorgestuurd.) op de server waarop Exchange wordt uitgevoerd. Wanneer u een nieuw e-mailbericht ontvangt, wordt deze in uw postvak bezorgd. Met Outlook kunt u uw berichten bekijken en verwerken door verbinding te maken met Exchange.

Als u Exchange-account gebruikt, worden uw e-mailberichten, agenda-items, contactpersonen en overige items normaal gesproken bezorgd en opgeslagen in uw postvak op de server. Wanneer u Outlook op een nieuwe computer installeert en de gegevens van uw Exchange-account toevoegt, zijn al uw items op de server ook op deze computer beschikbaar.

Met Exchange-accounts kunt u ook offline werken of de Exchange-modus met cache gebruiken. Als u dit doet, worden er lokale kopieën van uw items bewaard op uw computer in een bestand met offlinemappen (.OST) (bestand met offline mappen: het bestand op de vaste schijf van de computer dat offline mappen bevat. Het bestand met offline mappen heeft de extensie .ost. U kunt het bestand automatisch maken wanneer u Outlook instelt of wanneer u voor het eerst een map offline beschikbaar stelt.). Het OST-bestand wordt regelmatig gesynchroniseerd met de items op de server waarop Exchange wordt uitgevoerd, wanneer er verbinding is. Aangezien uw gegevens opgeslagen blijven op de server waarop Exchange wordt uitgevoerd, kunt u dit OST-bestand opnieuw maken op een nieuwe computer zonder dat u een back-up hoeft te maken van het OST-bestand.

Als u wilt weten of u de Exchange-modus met cache gebruikt, gaat u als volgt te werk:

  1. Klik op Accountinstellingen in het menu Extra.

WeergevenDe opdracht Accountinstellingen ontbreekt.

De opdracht Accountinstellingen kunt u vinden in het menu Extra in Office Outlook 2007. Wanneer u een eerdere versie van Outlook gebruikt, zijn de volgende instructies niet van toepassing. Gebruik de Help-informatie die bij dat product is geleverd. Wanneer de titelbalk van het programma dat u gebruikt Outlook Express weergeeft, gebruikt u een programma dat niet hetzelfde is als Outlook. Zie de Help in Outlook Express voor meer informatie.

  1. Ga naar het tabblad E-mail, klik op de Exchange-account en vervolgens op Wijzigen.
  2. Als het selectievakje Exchange-modus met cache gebruiken is ingeschakeld onder Microsoft Exchange-server, is de Exchange-modus met cache ingeschakeld.

In de volgende tabel wordt de werking van Exchange-accounts geïllustreerd.

Outlook en Exchange in onlinemodus Outlook en Exchange met offlinemappen of Exchange-modus met cache
  1. Nieuwe e-mailberichten worden bezorgd in uw postvak op de server waarop Exchange wordt uitgevoerd.
  2. Outlook maakt verbinding met de server waarop Exchange wordt uitgevoerd.
  3. Uw postvak bevat meerdere mappen. U leest uw berichten, maar deze blijven op de server staan.
  4. Wanneer u een item uit de lijst met berichten verwijdert, wordt het bericht ook verwijderd van de server waarop Exchange wordt uitgevoerd.
  1. Nieuwe e-mailberichten worden bezorgd in uw postvak op de server waarop Exchange wordt uitgevoerd.
  2. Outlook maakt verbinding met de server waarop Exchange wordt uitgevoerd.
  3. Uw postvak bevat meerdere mappen.
  4. Outlook kopieert items lokaal naar opgegeven mappen, zodat u offline kunt werken. Wanneer de server niet beschikbaar is, kunt u met de lokale kopie werken en deze later synchroniseren met de server.

Als u de Exchange-modus met cache gebruikt, worden alle mappen gesynchroniseerd met de lokale kopie die u altijd gebruikt. Het postvak op de server en uw kopie worden voortdurend gesynchroniseerd.

  1. Wanneer u een item uit de lijst met berichten verwijdert, wordt het bericht verwijderd uit de lokale kopie en van de server waarop Exchange wordt uitgevoerd.

 Opmerkingen 

Terug naar boven Terug naar boven

E-mailaccounts thuis of in kleine organisaties

Thuis en in kleine organisaties gebruikt u waarschijnlijk een internetprovider om verbinding te maken met internet en hebt u een of meer e-mailaccounts. Veelvoorkomende accounttypen worden met hun internetprotocolnaam aangeduid: POP3 en IMAP, of kortweg POP en IMAP. Uw internetprovider weet welk protocol u gebruikt voor uw e-mailaccount, maar POP3 komt verreweg het meest voor. Het verschil tussen POP3 en IMAP is de locatie waar uw berichten worden opgeslagen.

Het derde accounttype is een HTTP- of webaccount, vergelijkbaar met IMAP-e-mailaccounts. Een voorbeeld van dit type account is een Windows Live Mail-account. Met dit type e-mailaccount blijven berichten op de server staan tot u deze verwijdert.

In de volgende tabel wordt de werking van POP3-, IMAP en HTTP-accounts geïllustreerd.

POP3 IMAP of HTTP
  1. Nieuwe e-mailberichten worden in uw postvak op de POP3-e-mailserver bezorgd.
  2. Outlook maakt verbinding met de POP3-e-mailserver.
  3. Het postvak bevat slechts één map met de naam Postvak IN. De inhoud van het postvak wordt gedownload naar Office Outlook 2007.
  4. De nieuwe items worden opgeslagen in een bestand met persoonlijke mappen (.PST) op uw computer.

 Opmerking   Als u een Exchange-account in uw Outlook-profiel hebt en dit is de standaardbezorgingslocatie, worden nieuwe berichten opgeslagen op de server waarop Exchange wordt uitgevoerd.

  1. Office Outlook 2007 zorgt ervoor dat de items die zijn gedownload van de e-mailserver worden verwijderd.
  1. Nieuwe e-mailberichten worden in uw postvak op de IMAP- of HTTP-e-mailserver bezorgd.
  2. Outlook maakt verbinding met de IMAP- of HTTP-e-mailserver.
  3. Het postvak kan meerdere mappen bevatten. Office Outlook 2007 controleert de mappen en downloadt de koppen van berichten, en geeft aan hoeveel berichten er zijn.
  4. Wanneer u een berichtkop selecteert of opent, wordt het volledige bericht gedownload van de e-mailserver en een kopie van het bericht wordt opgeslagen in het bestand met persoonlijke mappen (.PST) op uw computer.
  5. Wanneer u een item verwijdert, wordt het bericht in de lijst met berichten doorgehaald weergegeven. Wanneer u de opdracht Verwijderde berichten leegmaken gebruikt, worden alle gemarkeerde berichten verwijderd van de server en uit het lokale PST-bestand.

 Opmerkingen 

  • De werking van HTTP-accounts is vergelijkbaar met die van IMAP-accounts in Outlook.
  • Deze beschrijvingen zijn gebaseerd op de standaardinstellingen. Wanneer u bepaalde instellingen wijzigt, kunnen de e-mailaccounttypen anders reageren.

Als u een POP3-e-mailaccount gebruikt, worden uw e-mailberichten van de POP3-e-mailserver bij uw internetprovider gedownload naar uw computer, en bezorgd en lokaal opgeslagen in een bestand met persoonlijke mappen (.PST). De naam van dit bestand bestaat uit een combinatie van het Outlook-profiel en de e-mailaccount, bijvoorbeeld Standaard Outlook-profielContoso.com-00000004.pst. Als u Windows Vista gebruikt, wordt het PST-bestand opgeslagen in de map station:\gebruiker\Local Settings\Application Data\Microsoft\Outlook. Als u Microsoft Windows XP gebruikt, wordt het PST-bestand opgeslagen in de map station:\Documents and Settings\gebruiker\Local Settings\Application Data\Microsoft\Outlook.

 Opmerking   De map is standaard verborgen. Als u de map wilt weergeven, schakelt u in het Configuratiescherm over naar de klassieke weergave en opent u Mapopties. Ga naar het tabblad Weergave en klik onder Geavanceerde instellingen onder het kopje Verborgen bestanden en mappen op Verborgen bestanden en mappen weergeven.

Met IMAP- en HTTP-accounts worden uw e-mailberichten op een server opgeslagen. Wanneer u een e-mailbericht opent, wordt een kopie van het bericht lokaal opgeslagen in een PST-bestand totdat u het bericht verwijdert. Zoals bij elk type e-mailaccount in Outlook kunt u berichten archiveren of verplaatsen naar een PST-archiefbestand. Waneer u de berichten hebt verplaatst, moet u een back-up van het PST-bestand maken. Als u Outlook later opnieuw moet installeren, kunt u de back-up van het PST-bestand gebruiken om al uw berichten in de nieuwe installatie te plaatsen. Als u alles op de server hebt bewaard, zijn alle items op de e-mailserver weer beschikbaar voor u in Outlook nadat u de IMAP- of HTTP-account hebt ingesteld met Accountinstellingen.

Terug naar boven Terug naar boven

 
 
Van toepassing op:
Outlook 2007